Een persoonlijke oproep van Marijke de Waal Malefijt

Natuurdiëtisten.nl

Gratis Nieuwsbrief

Waardevolle en actuele informatie en tips over voeding en uw gezondheid!

Uw emailadres wordt alleen gebruikt voor toezenden van de nieuwsbrief.

Nieuwsbrief archief

Voeding voor de gewrichten

Verantwoorde natuurvoeding én voedingssupplementen zijn de hulpmiddelen bij uitstek om stille ontsteking te beteugelen. Bestanddelen van voedsel en de bereidingswijze van voedsel geven ontstekingen.

Volgens het Reumafonds is ‘nog weinig bekend’ over het effect van voeding op reuma. Niets is minder waar, schrijft dr. Gert Schuitemaker in zijn nieuwe boek 'Gewrichten en voeding'. Gewrichtsklachten zijn niet uitsluitend een ‘lokaal’ probleem. De conditie van het gehele lichaam telt. En daarvoor leggen voeding én voedingssupplementen mede de basis.
De ‘stille ontsteking’In dit nieuwe millennium vond een doorbraak plaats in de wetenschap met de ontdekking van de ‘stille ontsteking’. We kunnen ons gezond voelen, terwijl de stille ontsteking als een soort veenbrand langzaam onze lichamen teistert en de ontwikkeling van chronische ziekten bevordert. Oók gewrichtsziekten. Stille ontsteking, veroudering en ontregeling van de stofwisseling gaan hand in hand.

Ochtendstijfheid hoeft nog geen reuma te zijn, maar kan een signaal zijn van sluimerende ontstekingen in het lichaam. Andere ‘waarschuwingslampjes’ zijn een verhoogde bloedsuikerspiegel, een laag gehalte van het gunstige HDL-cholesterol en vooral een paar kilo extra vetafzetting rond het middel. Al deze factoren hebben te maken met hetzelfde: ongezonde voeding en voedingstekorten.
Mediterrane voeding met specifieke suppletieGewrichten en voedingVerantwoorde voeding én voedingssupplementen zijn daarom de hulpmiddelen bij uitstek om de stille ontsteking te beteugelen. Met mediterrane voeding, omega 3-visolie, vitamine D, glucosamine, astaxanthine en nog vele andere voedingsstoffen pakt u de oorzaak van gewrichtsklachten aan. Met als ‘extraatje’ die van de meeste andere chronische ziekten, aldus Schuitemaker.
CRP als indicator voor ontstekingsreactieVerschillende (voedings)factoren zijn geïdentificeerd als risicofactoren voor het optreden van laaggradige ontstekingsreacties. Eén van de belangrijkste indicatoren voor een chronische ontstekingsreactie is de hoeveelheid C-reactive protein (CRP) in het bloed. CRP is een zogenaamd acute-fase eiwit, dat bij tal van chronische en acute ontstekingsreacties wordt gevormd in de lever, o.a. gestimuleerd door interleukine-6.

Het genenpakket past niet bij de huidige leefomstandigheden, krijgt te weinig voedingsstoffen en dat geeft een afwijkende programmering van het afweersysteem. Psychische onbalans en de weerstand om te veranderen ontaard van een ‘stille’ laaggradige ontstekingen, kleine bosbrandjes, in een alles verwoestende bosbrand. Patrick Holford heeft er een prachtige beschrijving voor en noemt het ‘internal metabolic gobal warming’ in zijn boek  Say no to diabetes uit 2011(lees hierover elders op deze site).
Verschillende interleukines Er bestaan diverse soorten interleukines (groepen cytokinen). Ontstekingsbevorderende (pro-inflammatoire) cytokines (CRP, IL-1, IL-6, IL-8, MCP-1, TNF-α) remmen bijvoorbeeld de insulinesecretie en de insulinegevoeligheid. Cytokines worden beïnvloed door de hoeveelheid en de samenstelling van het voedsel, massa en verdeling van het vetweefsel, beweging en psychosociale factoren, zoals slaapgebrek en depressie.

Als de cytokines toenemen, ontstaat een chronische laaggradige ontsteking. Dat heeft een negatieve invloed op het functioneren van bloedvaten (endotheelfunctie), immuunsysteem, spierweefsel, vetweefsel, zenuwweefsel, botweefsel, kraakbeen, hersenen, darmen, hart, lever en eilandjes van Langerhans (pancreas). Dit staat aan de basis van veel ziekten.
Lever ondersteunen Kruisbloemige groenten of het glucosinolaatmetaboliet indol-3-carbinol kan voordeel bieden bij de verlaging van de schadelijke vorm 16 alpha-OH. De 2-OH vorm oestrogeen is de ‘goede’ vorm en dus kan met voedingsinterventies invloed (o.a. in de lever) uitgeoefend worden op het oestrogeenmetabolisme.

De lokale effecten van geslachtshormonen blijken in de eerste plaats te bestaan uit cytokine productie (ontsteking) en uit modulering van celproliferatie. Het ondersteunen van de hydroxylatie en methylatie (lever) van oestrogenen met de juiste voeding (en voedingssupplementen) kan helpen om de transformatie in 2 –OH oestrogenen eerder dan in 16 alpha OH oestrogenen te begunstigen.

Het metabolisme van oestrogenen is afhankelijk van specifieke enzymen (CYP 450-enzymen). Deze enzymen (CYP 1A1, 1A2, 3A4, 1B1) vormen de primaire wegen voor omzetting van oestrogenen in 2-OH, alpha-16 OH, 4-OH derivaten. Lees meer over voedingsinterventies voor de lever in het boek ‘Energieherstelplan’(Uitgeverij Schors 4e druk).

Voeding en ontstekingen

Bij ontstekingen (waaronder gewrichten) is het belangrijk om COX 2, Lipoxygenase en INOS verlagende voedingsstoffen zoals gember en curcumine te gebruiken. Maar er zijn nog veel meer voedingsinterventies mogelijk.

Cytokines (boodschappers tussen cellen, die een centrale rol spelen onder andere bij ontsteking) komen vrij bij de afbraak van IgG voedselallergieën, aanhoudende belastende stress en laaggradige (mini bosbrandje) ontstekingen. Naast de bekende vorm van ontsteking met zwelling, roodheid, warmte en pijn, die bij een inflammatie (in de brand staan) vrijkomt, wordt er nu ook de zogenaamde laaggradige ontsteking erkend.

Er is dan sprake van verhoogde niveaus van pro-inflammatoire (ontsteking bevorderende) stoffen. Dit zijn stoffen als: interleukine 6 (IL-6), tumornecrosefactor alfa (TNF-α), fibrinogeen en C-reactieve proteïne (CRP). Laaggradig, betekent een ontsteking van een lagere intensiteit, waardoor de klassieke symptomen ontbreken. Het heeft geen functie, maar is wel schadelijk. Er treedt een ontsteking op, terwijl hiertoe geen reden is. De ontstekingsmediatoren, die eerst nuttig waren, worden nu schadelijk en leiden tot destructie. Ze richten zich op het eigen lichaamsweefsel.
Laaggradige ontstekingenLaaggradige ontstekingen spelen een rol bij artritis en fibromyalgie maar ook bij ME/CVS, diabetes type II, de ziekte van Crohn, Parkinson, MS, reuma, de ziekte van Alzheimer en ook bij bijvoorbeeld slaapstoornissen. Het immuunsysteem kan heftig reageren op biogene aminen (zoals histamine) in de voeding. De ‘gewone’ immuunreactie is herkenbaar aan de vorming van IgE (immuun globuline E) antistoffen. Ook kan het immuunsysteem op een andere, langzamere manier reageren, namelijk met de vorming van IgG antilichamen. Deze worden normaliter gevormd als beschermingsmechanisme bij bacteriële infecties.

Bij een IgG voedselallergie ontstaan IgG antilichamen tegen diverse voedingsstoffen. Deze antigeen-antilichaam-complexen worden vervolgens door het lichaam afgebroken. Bij deze afbraak ontstaan inflammatoire stoffen zoals prostaglandinen, leukotriënen en cytokinen (TNF-α). Dit proces is als zodanig vergelijkbaar met een ontstekingsproces. Bepaalde voedingsmiddelen kunnen zich dus als een pyromaan gedragen en diverse soorten bosbrandjes (ontstekingen) geven.
Stress en cytokinesCytokines komen niet alleen vrij bij ontstekingsreacties en bij IgG voedselallergieën. Aanhoudende chronische stress, psychologische trauma's, angststoornissen, vaccinaties, medicatie die de darmflora vernielt met kans op een ‘lekkende darm syndroom’ (LDS), verhogen ook de afgifte van cytokines.

Cytokines zijn stoffen, die een rol spelen in de communicatie tussen cellen. Het zijn boodschappers tussen cellen, die een centrale rol spelen onder andere bij ontsteking. Ze zijn belangrijk in het regelen van celfunctie en celgroei. In het lichaam zijn er zogenaamde ontstekingsbevorderende cytokines en cytokines, die ontstekingen tegengaan. Normaal moeten deze met elkaar in balans zijn. Deze balans wordt verstoord bij aanhoudende lichamelijke- en psychologische stress, medicatie en een verkeerd voedingspatroon.
Communicatie verstoringenDe cellen van uw afweersysteem communiceren dus met elkaar via signaaleiwitten (cytokines). De communicatie verloopt ook via het direct herkennen van elkaar door receptoren (een antenne, waaraan een specifiek molecuul zich kan binden). Verschillende cytokines vertellen de afweercellen waar ze naartoe moeten. Ze vertellen of ze wel of niet moeten aanvallen, welke type cellen ze moeten aanvallen en hoe sterk die aanval moet zijn.

Met het toenemen van een ontsteking wordt de roep om aanvallen steeds sterker en bij het beëindigen van de ontsteking steeds zwakker. Virussen, schimmels en bacteriën en de door hun geproduceerde gifstoffen kunnen dit onderdeel van het afweersysteem verstoren. Waar de communicatie door cytokines gebeurt, kan een virus bijvoorbeeld die communicatie verstoren.

Dit kan door andere cytokines te maken, of door eiwitten te maken die heel veel op cytokines lijken. Deze virale eiwitten geven ook cytokinereacties, die de afweer verstoren. Deze strategie wordt gevoerd door onder andere het pokkenvirus, Epstein-Barr virus en cytomegalovirus.

Maar ook een verkeerd dieet kan de cytokine-communicatie verstoren. Met verkeerd dieet wordt bedoeld; onvoldoende aanvoer van voedingsstoffen, zware metalen, pesticiden, suiker, te weinig glyconutriënten, verkeerde vetten, etc. Verder op in dit artikel wordt hier dieper op in gegaan.
Salicylzuur uit voedingOm chronische ontstekingsprocessen te reguleren is het noodzakelijk een groep langer werkende lipoxinen te produceren. Salicylzuur is daarbij nodig. Salicylzuur zorgt voor verhoogde productie van zogenaamde resolvinen en protectinen. Salicylzuur komt vooral voor in biologisch geteelde voeding en met name in wortels, knollen, koriander, abrikozen, ananas, bessen, dadels, rozijnen, frambozen, sinaasappel, amandelen, radijs en de verse kruiden salie, tijm, oregano, basilicum, rozemarijn, munt en peterselie. Fijnsnijden geeft veel verlies van salicylzuur. Het salicylzuur zit in de interstitiële ruimte van de plant.

Let daarbij wel altijd op het kunnen voorkomen van een allergie en/of voedselreacties (zoals IgG of biogene aminen), want die kunnen zich altijd voordoen, ook al is de voeding van biologische teelt. Ontstekingen als gevolg van voedingsreacties staat pas recent wetenschappelijk in de belangstelling. Biogene aminen reacties (zoals histamine, tyramine, etc.) worden o.a. verlaagd door: Quercitine, het kruid Boswelia (lees meer in deel 1 van dit artikel) en het kruid Scuttelaria.
Nutriënten bepalingen in het bloedBij ontstekingen is het raadzaam uw voedingsstatus op het gebied van nutriënten te laten controleren. Te korten aan diverse nutriënten geven toename van ontstekingen en een mitochondriale dysfunctie. Denk aan specifieke voedingsstoffen zoals; Alfa liponzuur, Co enzym Q 10, en Carnitine. Carnitine verlaagt de inflammatoire cytokines.

Onder normale fysiologische condities, worden aard, richting en sterkte van een immuunrespons gereguleerd door cytokinen. Er bestaan twee belangrijke groepen, Th1- en Th2-cytokinen, die worden geproduceerd door Th1- en Th2-lymfocyten. Th1-cytokinen, waarvan IL-2, TNF en interferon de voornaamste vertegenwoordigers zijn, hebben als functie om de cellulaire immuniteit en de werking van macrofagen te versterken.

Th2-cytokinen, waaronder IL-4, IL-5 en IL-13, versterken de humorale immuniteit. Naast Th1- en Th2-lymfocyten is er nog een derde celtype: Th17. Deze cellen met een sterk pro-inflammatoir (ontstekings) effect produceren het cytokine IL-17. Tijdens iedere immuunrespons worden zowel Th1- als Th2-lymfocyten geactiveerd in een onderlinge balans. Die balans wordt gehandhaafd door de activiteit van een vierde type Th-lymfocyten, de zogenaamde regulatoire T-lymfocyt (Treg). Groene thee verhoogt de TREG.

Verlaagde carnitine-biosynthese wordt gezien bij een tekort aan stoffen voor de biosynthese zoals lysine, methionine, ijzer, foliumzuur, vitamine C, B3 en NAD+, B6, B12. Een dieet met koolhydraatrijke maaltijden en hoge insulinewaarden remmen het carnitine systeem.
Vit D en CRPLage vitamine D-spiegels in het bloed geeft een hogere hoeveelheden CRP in het bloed. Door toediening van vitamine D daalt de concentratie CRP. Vitamine D vermindert daarnaast de vorming van ontstekingsbevorderende stoffen bijvoorbeeld als gevolg van  blootstelling aan LPS (lipopolysacchariden). LPS zijn bestanddelen van de celwand van Gram negatieve bacteriën. Overmatig vetgebruik in de voeding doet de LPS in de darmen toenemen.
Magnesium en CRPTe lage inname van magnesium gaat gepaard met een hogere concentratie CRP in het bloed. Bij chronische ontstekingen zijn de pijncentra in de hersenen vaak geprikkeld. De sensibilisatie van de neuronen wordt veroorzaakt door verhoogde aanwezigheid van cytokinen (IL-1, IL-6, IL-8, TNF-alfa), neurotransmitters (Nerve growth factor (NGF), Brain Derived Neurotrofic factor; BDNF), aminozuren (glutamaat, glycine) en substanties als proteasen, histamine en substance P. Extra magnesium in de vorm van suppletie of Epsom magnesium baden kunnen verlichting geven.

Bladgroenten zijn o.a. een belangrijke bron van magnesium. Denk naast magnesiumrijke voeding ook aan: knoflook, bosbes, gefermenteerde soja en sterke groene thee. Ui, appels, bosvruchten, druiven, noten, venkel, fenegriek, gember, salie (vooral Salvia divinorum), bevatten stoffen met een morfine-achtig effect. Van groene thee en de verse bladeren van Salie divinorum kan verse thee worden gezet.
Koolhydraten en ontstekingenOm ontstekingen te voorkomen moet er gelet worden in het dieet op het verminderen van koolhydraten met een hoog glycemische loading. Dit geldt ook voor de fructose. Het overgewicht (indien aanwezig, want ontstekingen zijn ook aanwezig bij magere mensen) dient aangepakt te worden. Dit geeft minder leptine, meer adiponectine,  minder productie door de macrofagen (TNF alfa, PAI-1(plasminogen activator inhibitor), IL-6, resistine, angiotensinogeen en minder CRP.

Leptine zorgt voor een ontstekingsbevorderende situatie: stimulatie van een T-helper-1 / IFN-alfa respons. T-helper-1 cellen stimuleren ontstekingsreacties. Een hogere concentratie (HMW= de meest biologisch actieve vorm-) adiponectine geeft een hogere concentratie HDL-cholesterol, lagere concentraties van triglyceriden, minder insulineresistentie en lagere concentraties van markers voor ontstekingsreacties in het bloed.

Koolhydraatrijke maaltijden en hoge insulinewaarden remmen het carnitine systeem. Dit geeft stijging van de intracellulaire concentratie van malonyl-CoA, waardoor de synthese van vetzuren sterk toeneemt en de verbranding van vetzuren sterk daalt. Meer vezelstoffen (glyconutriënten) inname leidt tot een daling van de CRP. Als laatste tip met betrekking tot de koolhydratengroep; beperk suiker en alcohol (dit geeft vaak verhoogde triglyceriden in uw bloed en dus kans op ontstekingen).
Vetten en ontstekingenMeervoudig onverzadigde vetzuren verhoogt de behoefte aan antioxidanten, zoals vitamine E. Reactie van meervoudig onverzadigde vetzuren met vrije radicalen resulteert in de vorming van isoprostanen, die een sterke invloed hebben op het immuunsysteem en ontstekingsreacties.

Bij vrouwen met overgewicht blijkt de productie van het ontstekingsbevorderende TNF-alfa te stijgen door gebruik van transvetzuren. Arachidonzuur, EPA en DHA vormen de grondstoffen voor lipoxines, protectines en resolvines, nieuw ontdekte stoffen die al kort na het begin van een ontstekingsreactie aantoonbaar zijn en die tot doel hebben om de ontstekingsreactie te beëindigen.

Te veel vetgebruik geeft kans op Lipopolysacchariden (LPS). Lipopolysacchariden (LPS)wekken ontstekingsreacties op. Meer Gram-negatieve soorten (opsporing kan via ontlasting onderzoek) betekent meer LPS in de darminhoud, en daarmee meer laaggradige ontstekingsreacties. Tegelijkertijd zorgt een verhoogde inname van vet voor meer absorptie van LPS in het lichaam.

Een hogere inname van EPA en DHA gepaard met lagere markers voor activiteit van TNF-alfa in het bloed. Een hogere gecombineerde inname van omega-3 en omega-6 vetzuren geeft de minste aanwijzingen voor ontstekingsreacties in het lichaam. Interventiestudies lieten positieve effecten zien van een dieet rijk aan het plantaardige omega-3 vetzuur alfa-linoleenzuur (ALA). Gebruik de plantaardige omega 3 rijke olie (ALA) in de koudgeperste vorm en verhit ze niet. Een dergelijk dieet leidde tot een duidelijke daling van de concentraties van CRP en andere markers voor ontstekingsreacties in het bloed.

Ook interessant zijn de bioactieve omega-3-vetzuren (C18:4, C19:4, C20:4, C21:5) uit de Perna canaliculus (groenlip mossel). In een onderzoek werden de omega-3-vetzuren eisosapentaeenzuur EPA (C20:5), docosahexaeenzuur DHA (C22:6), stearidonzuur SD (C18:4), eicosatrieenzuur ETE (C20:3), docosatrieenzuur DTA (C22:3), alfalinoleenzuur (C18:3) en het nieuwe (zeldzame) eicosatetraeenzuur ETA (C20:4) in het lipidenextract uit de groenlipmossel geïdentificeerd.

Het heeft duidelijk een heel andere samenstelling dan visolie. Het extract van de groenlipmossel remt beide COX(1 en 2)-enzymen aselectief. Daarbij remt de groenlipmossel ook het enzym lipoxygenase (LOX).Tijdens een ontsteking wordt arachidonzuur uit celmembranen vrijgemaakt. Hierbij zijn twee mogelijkheden: arachidonzuur wordt omgezet door LOX in ontstekingsbevorderende leukotrieën of door COX in ontstekingsbevorderende prostaglandines en tromboxanen.

Een hogere inname van verzadigde vetten ging eveneens gepaard met meer ontstekingsmarkers in het bloed (geeft o.a. verhoogde CRP in bloed). Studies naar de rol van cytokines bij pijn hebben uitgewezen dat TNF-α en IFN-γ een actieve rol hebben in het veroorzaken van pijn, terwijl IL-10 is geassocieerd met pijncontrole. De groenlipmosselextract houdt de productie van pro-inflammatoire cytokines TNF-α (tumornecrosisfactor-alfa) en IFN-γ (interferon-gamma) significant onder controle en verhoogt de spiegel van het anti-inflammatoire cytokine IL-10 (interleukine- 10).
Vetten en de prostaglandine syntheseOm de prostaglandine synthese niet verstoren kunt u in uw dieet letten op het niet gebruiken van gebakken vetten, frituren en gefrituurde producten, de verhouding in uw vetgebruik m.b.t omega 3 en omega 6 vetzuren. Let dus op uw kooktechnieken (bakken, frituren) en de ontstekingseffecten van Linolzuur (zonnebloemolie, maïsolie, sojaolie, sesamolie) en arachidonzuur. Het nemen van voldoende vitamine E bij het gebruik van meervoudig onverzadigde vetten is ook essentieel, omdat er anders meer isoprostanen worden gevormd en dit geeft ontstekingen.

Ondersteunende stoffen bij een goede prostaglandine balans (de zogenaamde eicosanoïdenswitch) zijn curcumine (curcuma), carvacrol (tijm, oregano), thymol (oregano, basilicum,rozemarijn), P-cymeen (rozemarijn, basilicum, koriander, mint, komijn) gingerol, zingiberine (gember), S-allycysteiïe en S-allylmercaptocysteïne (gerijpte knoflook), pycnogenol (pijnboompitten, citrusvruchten), resveratrol (druiven), kaempferol (appel, ui, prei, rode wijn) en luteïne en zeaxanthine (vooral koolrabi, groene kool, spinazie, broccoli). Let ook hier op mogelijke voedselreacties (zoals biogene aminen).

Terpenoïden uit de etherische oliefractie van bijvoorbeeld thymol (oregano), carvacrol (tijm) en cilantrine (koriander) komen langzaam vrij als de verse kruiden enige dagen in olijfolie staan.

Een tekort aan vetzuren of een disbalans daarvan kan aanleiding geven tot overactiviteit en verlengde levensduur van de neutrofielen en NK-cellen waardoor de controle over dit systeem verloren gaat. Het ontstekingsproces suddert voort. De kans neemt toe dat fagocyten hun tolerantie voor lichaamseigen antigenen verliezen en auto-immuniteit kan ontstaan.

Het eten van ruim adenosinerijke producten zoals knoflook, meloen,  kikkererwten (inosine), tuinbonen en bloemkool helpt bij het stopzetten van de neutrofielenactiviteit. Omega-3-vetzuren, vitamine A en D (lever, vette vis, eidooier), salicylzuurrijke producten bevorderen de productie van de stopsignalen lipoxinen, resolvinen en protectinen.
Eiwitten en ontstekingenBij een ontstekingsbeeld is het raadzaam vlees (arachidonzuur) te beperken. Let wel op voldoende essentiële zwavelhoudende eiwitten (vooral bij vegetarische/veganistische voeding) die nodig zijn voor de opbouw van pezen, bindweefsels, gewrichten en belangrijk voor de immuniteit. Daarnaast is het belangrijk dat de eiwitten goed verteerd worden, zodat er geen eiwitrotting ontstaat in de darmen. Dit geeft toxische verbindingen (ammoniak) die ontstekingen veroorzaken.

Een rottingsflora (controle kan via een indicaan/skatol test in de urine) geeft ook nog kans op een verhoogde histamine. Arabinogalactanen verminderen de vorming en opname van ammoniak in het maagdarmkanaal.

Een goede eiwitvertering is belangrijk om goed gebruik te kunnen maken van belangrijk aminozuren zoals L-glutamine (o.a. nodig bij de Heat Shock Proteins). HSP(Heat Shock Proteins) of stresseiwitten zijn evolutionair sterk geconserveerde eiwitten. HSP spelen een belangrijke rol bij verschillende intracellulaire processen. HSP functioneren onder andere als intracellulaire chaperone bij aanmaak, stabilisatie en transport van eiwitten, maar ze functioneren ook als mediator van de afbraak van beschadigde eiwitten.

Onder invloed van cellulaire stress, ondervoeding (dus ook nutriënten tekort), koorts en inflammatie, neemt de intracellulaire productie van HSP toe. Zwavelhoudende aminozuren zijn ook nodig voor een goede leverwerking (lees meer in deel 3), darmslijmvliesherstel (taurine en glutamine), opbouw van bindweefsel, etc.
Flavonoïden en Carotenoïden Flavonoïden (4000 soorten) komen veel voor in biologische groenten en fruit. Bespoten groenten en fruit bevatten minder flavonoïden. Flavonoïden verminderen ontstekingen en histaminereacties. Tot de subfamilies van de flavonoïden horen o.a. : Anthocyanidinen ( blauwe druiven, bieten, rode uien, bessen, hibiscus), Catechinen en epicatechinen ( groene thee, appels),  Chalconen (diverse groenten en fruit),  Coumestanen ( kiemen), Flavonolen (uien, spinazie, citroen), Isoflavonen (citrusfruit, rode druiven, groene bonen), Leucoanthocyanidinen(druivenpitten), Lignanen( lijnzaad, linzen), Proanthocyanidinen ( druivenpitten).

Citrusvruchten geven een afname van de ontstekingsmarker C-reactief proteïne (CRP). Let echter op intoleranties want die kunnen voorkomen en geven dan juist ontstekingen. Carotenoïden zoals lycopeen (wortel, pompoen, rode paprika, spinazie, boerenkool, etc.) verlaagt eveneens het CRP.
Quercetine is een bioflavonoïde dat veel voorkomt in o.a. appels, druiven en uien, en dat  een ontstekingsremmende werking heeft. Het vermindert de vorming van ontstekingsbevorderende factoren als TNF-alfa.

Iemands vermogen om specifieke flavonoïden te metaboliseren en te absorberen hangt af van de kwaliteit van zijn of haar microbiële flora.
ORAC (Oxygen Radical Absorbance Capacity)ORAC (Oxygen Radical Absorbance Capacity) is een in-vitro test om de antioxidatieve capaciteit van voedingsmiddelen en voedingssupplementen te kunnen vergelijken. De ORAC-waarde geeft een idee van de mate waarin een voedingsmiddel in staat is om vrije radicalen onschadelijk te maken.

Enkele voorbeelden van groenten en fruit met ORAC waarden zijn: Bosbessen 6552 umol TE/100 g, Pruimen 6259 umol TE/100 g, Zwarte bessen 5347 umol TE/ 100 g, Frambozen 4882 umol TE/100 g, Aardbeien 3577 umol TE/100 g, Kersen 3365 umol TE/100 g, Broccoli (rauw) 3083 umol TE/100 g, Rozijnen 3037 umol TE/100 g , Sinaasappels 1819 umol TE/100 g , Spinazie (rauw) 1515 umol TE/100 g, Alfalfa 1510 umol TE/100 g , Rode druiven 1260 umol TE/100 gram (Bron: Agricultural Research Service (ARS) 2007).

Voor het gemak kunt u ook gebruik maken van een ongezoete zure kers fruitconcentraat drank (Toetal of Active Cherry) om uw dagelijkse ORAC waarde per dag op te krikken.
GLP-1 en GLP-2In de darmwand bevinden zich zogenaamde L-cellen, die o.a. de eiwitten GLP-1 en GLP-2 vormen. GLP staat voor Glucagon-Like Peptide. Een gezonde darmflora stimuleert de vorming en activiteit van L-cellen en daarmee dus de vorming en afgifte van GLP-1 en GLP-2. GLP-1 remt de eetlust, stimuleert het optreden van een verzadigd gevoel en helpt om de hoeveelheid vetweefsel en insulineresistentie in het lichaam te verminderen.

GLP-2 verbetert de barrièrefunctie van het darmslijmvlies, waardoor wordt voorkomen dat ontstekingsbevorderende stoffen de darmwand kunnen passeren (denk o.a. aan LPS). De werking van beide stoffen is van groot belang in de strijd tegen laaggradige ontstekingsreacties.
Pre- en probioticaUw darmflora (residente flora) moet  met een evenwichtige voeding gevoed worden, om o.a. de TLR receptoren gezond te houden. TLR-receptoren hebben sterke immunoregulatorische eigenschappen. Ze komen voor op verschillende cellen van de darmgeassocieerde immuunsysteem. TLR’s zitten op dendritische cellen (DCC), T-cellen, natuurlijke killercellen (NK) en macrofagen (MAC).

Ook probiotische bacteriestammen zoals enterococcen en E.coli in de residente flora, hebben een steeds meer erkend immunomodulerend vermogen, dat door interacties met de verschillende TLR’s wordt doorgegeven. Een centrale rol bij deze immunoregulatie spelen de regulatorische T-cellen (TREG). Ze worden door cytokinen zoals interleukine-10 en Transforming-Growth-factor bèta (TGFbèta) in stelling gebracht. Beide mediatoren sturen bovendien de activeringen van Th1 en Th2-lymfocyten aan.

Bij darmziekten met ontstekingen of type1-allergieën is de gevoelige balans tussen noodzakelijke en schadelijke immuno-reacties verstoord. Hier kan probiotica door zijn gelijktijdige anti- en pro-inflammatorische eigenschappen regulerend ingrijpen. Nieuwe bevindingen wijzen op een belangrijke rol van de vitamine D-stofwisseling in de homeostase van de darmflora.
LichaamsbewegingGebrek aan lichaamsbeweging speelt een belangrijke rol bij het optreden van laaggradige  ontstekingsreacties. Spieren oefenen invloed uit op het immuunsysteem. Bij spieractiviteit geven zij ontstekingsremmende stoffen af aan het bloed. Lichaamsbeweging geeft een daling van de hoeveelheid C-reactive protein in het bloed en een verhoging van de lactoferrine.

Hormonale behandeling van overgangsklachten met onvoldoende lichaamsbeweging kan leiden tot ontstekingsreacties. ‘Westerse leefstijl’. Weinig lichaamsbeweging en een vezelarme, vet- en suikerrijke voeding lijken door het ontstaan van overgewicht en door een negatieve werking op de barrièrefunctie van het darmslijmvlies steeds meer laaggradige ontstekingen te geven.

Verzorgen van de lever bij ontstekingen

Bij ontstekingen (waaronder gewrichten) is het belangrijk rekening te houden met het verzorgen van de lever. Bepaalde voedingsinterventies voor de lever geven een verlaging van de niveaus van pro-inflammatoire (ontsteking bevorderende) stoffen.

Een bepaalde enzymgroep (P450) in het endoplasmatisch reticulum van o.a. de lever-, nier-, long- en darmcellen, houdt zich vooral met het verwerken van toxische stoffen en geneesmiddelen bezig. Het cytochroom-P450 (CYP) enzymsysteem van de lever is betrokken bij het omzetten en de eliminatie van bijna alle reguliere geneesmiddelen, maar ook van alternatieve geneesmiddelen (zoals vitaminesupplementen, kruiden, etc.). De capaciteit van het cytochroom-P450 systeem verschilt van persoon tot persoon.

Cytochroom P450 (CYP 450) is een enzymgroep, die uit circa vijftig verschillende enzymen bestaat. De enzymen zijn ingedeeld in families en subfamilies op basis van hun aminozuurstructuur. De nomenclatuur bij de naamgeving is als volgt: voor bijvoorbeeld het enzym CYP3A4 beschrijft de 3 de familie, A de subfamilie en 4 het individuele gen.

Op het internet op de pagina van Clinical Pharmacology is de beschrijving van de medicatie, de mate van belasting voor de diverse CYP enzymen beschreven. Enkele bekende enzymen zijn de CYP450 enzymen CYP1A2, CYP2C9, CYP2C19, CYP2D6 en het CYP3A4, die nodig zijn voor het omzetten van bijvoorbeeld geneesmiddelen. Het CYP3A4 enzym neemt ca. 40-50% van alle geneesmiddelen voor zijn rekening.
Belasting van de Cyp enzymenEen zwakke vertering of een onbalans in de darmflora(dysbiose) geeft in de darmen een opeenhoping van gifstoffen. Deze gifstoffen komen in het bloed en daarmee uiteindelijk bij de lever. Tegelijkertijd nemen de darmen onvoldoende leverversterkende voedingsstoffen op. De lever als ‘afvalverwerkingscentrale’ krijgt dan een extra aanvoer van gifstoffen, maar onvoldoende aanvoer van versterkende voeding. Gevolg: hij gaat minder goed functioneren.

De lever heeft honderden taken waaronder het  verwerken en afvoeren van toxische stoffen (ook die in de darmen ontstaan),  schadelijke hormonen en zware metalen. Maar ook het verwerken van biogene aminen (waaronder histamine). Er wordt onderscheid gemaakt tussen endogene(van binnen uit) en de exogene (van buiten af) histamine.

De endogene histamine worden aangemaakt in de mestcellen en de basofiele granulocyten. Endogene histamine (via de voeding) komt het meest frequent voor naar aanleiding van casomorphin- 7, een exorfine uit melk. Deze opioïden veroorzaken een niet-allergische immuun-reactie waarbij er grote hoeveelheden histamine vrijkomen door de mestcellen. Histamine komt vrij in het eerste stadium van een inflammatie, daarna gevolgd door prostaglandines en cytokines.
Methylering; vewerkingsfabriek van de leverWanneer een aantal ‘verwerkingsfabrieken’ van de lever minder goed functioneren zoals de methylering kan dit op den duur ontstekingsreacties geven. Bekende ‘verwerkingsfabrieken’ van de lever zijn; acetylering, glutathionconjugatie, glucoronidatie (geeft o.a. geelkleuring van oogwit en huid bij minder goed functioneren), glycinatie, methylering en sulfatie (lees meer hierover in het boek Energieherstelplan, uitgeverij Schors).

Bij onvoldoende zwavelhoudende aminozuren in het dieet kan dit gevolgen hebben voor een goede sulfatie van de lever. Een zwakke methylering (let vooral op hoge homocysteine waarde in het bloed) en sulfatie kan o.a. negatieve gevolgen hebben voor het hormonale evenwicht. Dagelijks alcohol gebruik belast ook de sulfatie.

Wat belasting van de lever betreft kan zelfs het dagelijkse godendrankje als koffie bij sommige mensen verkeerd uitpakken. In een studie beschreven in de American Journal of Clinical nutrition  (2002 Dec; 76(6):1244-8.) blijkt, dat koffie (cafeïne) de CRP, Il-6, TNF en de homocysteine kan verhogen.
Hormonale evenwichtDe geslachtshormonen (vooral oestrogenen in het bijzonder de 16 alpha-OH oestrogeen vorm) blijken een rol te spelen als mediatoren en handhavers van inflammatoire en auto-immuun aandoeningen.

Kruisbloemige groenten of het glucosinolaatmetaboliet indol-3-carbinol kan voordeel bieden bij de verlaging van de schadelijke vorm 16 alpha-OH. De 2-OH vorm oestrogeen is de ‘goede’ vorm en dus kan met voedingsinterventies invloed (o.a. in de lever) uitgeoefend worden op het oestrogeenmetabolisme. De lokale effecten van geslachtshormonen blijken in de eerste plaats te bestaan uit cytokine productie (ontsteking) en uit modulering van celproliferatie.

Het ondersteunen van de hydroxylatie en methylatie (lever) van oestrogenen met de juiste voeding (en voedingssupplementen) kan helpen om de transformatie in 2 –OH oestrogenen eerder dan in 16 alpha OH oestrogenen te begunstigen. Het metabolisme van oestrogenen is afhankelijk van specifieke enzymen (CYP 450-enzymen). Deze enzymen (CYP 1A1, 1A2, 3A4, 1B1) vormen de primaire wegen voor omzetting van oestrogenen in 2-OH, alpha-16 OH, 4-OH derivaten.
Voedselverwaarlozing verzwakt de leverEen ander probleem voor de lever wat zich steeds vaker voordoet is voedselverwaarlozing. Voedselverwaarlozing heeft directe negatieve gevolgen voor de weerstand. Een slechte voedingsstatus geeft een toename van laaggradige ontstekingsreacties.

Voedingsverwaarlozing (door iemand zelf of door een verzorger uit het verleden) kan ertoe leiden dat er te weinig noodzakelijke nutriënten gegeten worden. Het komt voor dat iemand niet geleerd heeft wat gezonde voeding is. Soms omdat zijn ouders een probleem met voeding hadden (eetstoornis, verslavingsprobleem, voeding als machtsmiddel of als straf gebruikten etc.). Soms ook omdat iemand ongemerkt nog een stille strijd tegen zijn ouders voert en van daaruit ongezonde keuzes maakt.

Een strijd (bewust of onbewust) die de lever belast en ook veel energie vraagt van de bijnieren (uiteindelijk loopt de accu leeg). Voeding heeft op emotioneel niveau immers te maken met ‘ouderlijke zorg’. Het is heel lastig als men in de eigen beleving geen goede ouderlijke zorg heeft ontvangen om later deze ‘verzorgende taken’ aan zichzelf te geven.

Als er nog een dilemma op dat terrein ligt, dan komt dit steevast tot uiting in de voedingskeuzes. Bij het bijhouden van een voedingsdagboek is een verborgen emotionele lading op voeding te zien. Het kan dan extra tijd kosten voordat dit ‘verleden’ overwonnen is en er weer kennis wordt gemaakt met het plezier van goede voeding en goed zorgen voor zichzelf.

Psychologische stress leidt tot vrijmaking van tal van hormonen en ontstekingsmediatoren in het lichaam, en kan op deze wijze een laaggradige ontstekingsreactie geven. Bijvoorbeeld; kindermishandeling geeft bij de slachtoffers op latere leeftijd vaak meer chronische ontstekingsreacties.
Mentale en emotionele spanningen leiden vaak tot eetbuien en/of eetstoornissen. Geen grip op de voeding krijgen betekend vaak; minder grip op ontstekingen krijgen (en vaak ook meer correctie d.m.v. suppletie/medicatieroute).
Mindfulness eten en meditatiesChronische stress beïnvloedt zowel de darmflora, als de aan deze flora gekoppelde immunologische processen. Ook de spijsverteringssappen van de maag, pancreas en gal worden door chronische stressprikkels nadelig beïnvloed. Het maagdarmstelsel dat constant belaagd worden door stress, reageert vaak niet genoeg op therapeutische maatregelen.

Mensen melden vaak weinig verbetering in de symptomen en vertonen een sterke neiging tot recidiverende (terugkerende) ontstekingen. Naar mijn mening zijn specifieke meditatievormen, die dagelijks worden gedaan, goed inzetbaar.

Commentaar NDNBestanddelen van voedsel zoals glucose, zetmeel, verzadigde vetzuren en de bereidingswijze van voedsel geven ontstekingen. Bepaalde voedingsstoffen zoals vitamine D en plantenvezels daarentegen, remmen de ontsteking.

Er zijn dus voedingsmiddelen, die bosbrandjes aansteken en voedingsmiddelen die ze blussen. Dit is belangrijk bij het op maat maken van het dieet. Daarom werken algemene diëten niet, maar individuele diëten wel. Het ontwerpen van zulke diëten is een tijdrovende klus en vraagt een hoop geduld van beide partijen.

 

Wij zetten hieronder nog een paar belangrijke (voeding)tips voor u op een rijtje:

  1. Laat uw vetzuursamenstelling controleren om te zien of er sprake is van een goede balans tussen omega 3 en 6 vetzuren.
  2. Probeer voedselintoleranties (verschillende typen, zoals IgG) die ontstekingen geven te achterhalen.
  3. Bindweefselaandoeningen zijn zeer complex. Er zijn vele verschillende oorzaken die tot bindweefselaandoeningen kunnen leiden. Een onstekingscascade die op gang komt, kan door voeding en (natuurlijke)ontstekingsremmers bijgestuurd worden.
  4. Bloedsuikerontregeling geeft meer laag gradige ontstekingen. Regulatie door voeding en suppletie is dan belangrijk.
  5. De boswellia Serata is een ayurvedisch kruid dat goed in te zetten is bij laag gradige ontstekingen.
  6. Een goede middel tegen ontstekingen en pijn is PEA (Normast als merknaam).
  7. Lage vitamine D-spiegels geeft een hogere hoeveelheden CRP in het bloed. Door toediening van vitamine D daalt de concentratie CRP.
  8. Meer vezelstoffen (glyconutrienten) inname leidt tot een daling van de CRP.
  9. Een tekort aan vetzuren of een disbalans daarvan kan aanleiding geven tot overactiviteit en verlengde levensduur van de neutrofielen en NK-cellen waardoor de controle over dit systeem verloren gaat. Het ontstekingsproces suddert voort. De kans neemt toe dat fagocyten hun tolerantie voor lichaamseigen antigenen verliezen en auto-immuniteit kan ontstaan.
    Het eten van ruim adenosinerijke producten zoals knoflook, meloen, kikkererwten (inosine), tuinbonen en bloemkool helpt bij het stopzetten van de neutrofielenactiviteit Omega-3-vetzuren, vitamine A en D (lever, vette vis, eidooier), salicylzuurrijke producten bevorderen de productie van de stopsignalen lipoxinen, resolvinen en protectinen.
  10. Carotenoïden en lycopeen verlagen het CRP. Voedingsbronnen zijn; wortel, pompoen, rode paprika, spinazie, boerenkool, etc.
  11. Anti ontstekende voeding ( COX 2, Lipoxygenase en INOS verlagende voedingsstoffen); gember, curcumine.
  12. Te lage inname van magnesium gaat gepaard met een hogere concentratie CRP in het bloed. Bladgroenten zijn een belangrijke bron van magnesium en vezelstoffen.
  13. Zorg goed voor een goed darmmilieu. Lees meer hierover in het boek ‘Ik heb er mijn buik van vol’ (uitgeverij Schors 2011).
  14. De geslachtshormonen (vooral oestrogenen in het bijzonder de 16 alpha-OH oestrogeen vorm) blijken een rol te spelen als mediatoren en handhavers van inflammatoire en auto-immuun aandoeningen.

 

Vond u deze informatie nuttig? Lees dan alstublieft de persoonlijke oproep van Marijke de Waal Malefijt, oprichtster van Natuur Diėtisten Nederland