skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Het internet vol staat met laxatie-en leverreinigingskuren. Een van de meest spectaculaire is de leverreinigings- of leverstenenkuur. Leverstenen bestaan niet, maar galstenen wel, en de gal is een deel van de lever, dus misschien komt daar het idee van leverstenen vandaan, aldus Prof.dr. Martijn B. Katan. In het nummer van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 2010 staat er het volgende over geschreven.

In de wetenschappelijke literatuur zijn 2 artikelen te vinden waarin uitscheiding van ‘leverstenen’ na een vergelijkbare laxatiekuur wordt beschreven. Beide studies concluderen dat de samenstelling van deze ‘leverstenen’ in niets lijkt op die van echte galstenen. De voornaamste bestanddelen van de beschreven stenen waren namelijk triglyceriden en vrije vetzuren; ze bevatten geen cholesterol of bilirubine.

Bij een patiënte met galstenen ging de passage van grote hoeveelheden ‘leverstenen’ dan ook niet gepaard met een afname van het aantal op echografie zichtbare galstenen. Een experiment met vrijwilligers zonder galstenen leverde het definitieve bewijs dat de na een laxatiekuur verkregen ‘leverstenen’ geen galstenen zijn. Deze vrijwilligers produceerden namelijk ook grote hoeveelheden stenen na het ondergaan van een leverkuur.

Maar, wat is nu het mechanisme waardoor deze ‘leverstenen’ ontstaan? Het belangrijkste bestanddeel van de leverkuren is olijfolie; alle varianten van de leverreinigingskuur schrijven de inname hiervan voor. De analyse van de vetzuren in de stenen is bovendien consistent met de samenstelling van olijfolie. De stenen ontstaan dus waarschijnlijk door inwerking van gal en pancreatische lipasen op de olijfolie, misschien in combinatie met zouten uit het tegelijkertijd ingenomen vruchtensap.

Omdat magnesiumsulfaat sterk laxerend werkt en galblaaslediging en het vrijkomen van pancreassappen stimuleert, zal inname ervan met de gelijktijdige inname van olijfolie de vorming van de ‘leverstenen’ bevorderen.

Een flinke slok olijfolie zal, zeker samen met een dosis magnesiumsulfaat, een sterke contractie van de galblaas en relaxatie van de oddi-sfincter tot gevolg hebben. Helemaal uitgesloten lijkt het dus niet dat kleine galstenen na een leverkuur het lichaam kunnen verlaten, maar de conventionele behandeling van galstenen heeft toch de voorkeur. Aan de andere kant, als boetedoening en middel tot matiging, kunnen deze laxatiekuren misschien wel helpen bij het remmen van onze vraatzucht. Tot zover het Nederlandse Tijdschrift voor Geneeskunde uit 2010.

Galstenen

Galstenen zijn hard, maar de ‘leverstenen’ waren zacht en ze lieten vetvlekken achter op papier, aldus Prof. Katan. Ze bevatten ook niet de typische bestanddelen van galstenen. Galstenen bestaan uit cholesterol, bilirubine en calcium, maar die zogenaamde leverstenen bestaan grotendeels uit vet. Als je ze een beetje warm maakt smelten ze. Bovendien drijven ze terwijl echte galstenen zinken. Die leverstenen komen in werkelijkheid niet uit de lever, het is gewoon halfverteerde olijfolie. Je kunt ze namaken door in de reageerbuis citroensap te mengen met oliezuur, dat is het voornaamste bestanddeel van olijfolie.

Katan: “Er komt dus niets vrij uit de lever of de gal als je die kuur doet, de olijfolie die je er van boven in grote hoeveelheid in giet komt er van onderen uit in de vorm van zachte brokken. Dat mensen geloven in dergelijke zuiveringskuren is geen wonder, want je hebt wat chemische kennis en apparatuur nodig om te ontdekken wat deze stenen echt zijn”.

Galzure zouten

Galzure zouten, ook wel cholaten genoemd, zijn zouten van galzuur (cholzuur). Afwijking in de aanmaak van galzure zouten kan leiden tot ernstige stoornissen in de vetvertering. Cholzuur en chenodeoxygalzuur zijn de twee belangrijkste galzuren die in de lever worden gemaakt uit cholesterol. Uit deze galzuren worden de galzure zouten gevormd die nodig zijn voor een goede spijsvertering in de darm.

De galzouten spelen een rol bij het oplossen van vetten en vetoplosbare vitaminen in het dunne darmsap, zodat ze beter worden opgenomen in het lichaam. Ook zorgen ze voor uitscheiding van water door de wand van de dikke darm waardoor de darminhoud zacht blijft en beter kan worden getransporteerd.

Een stoornis in de aanmaak van galzure zouten kan verschillende oorzaken hebben. Ook als galzure zouten in voldoende mate aangemaakt worden, kan de stofwisseling ervan verstoord zijn. Zo kunnnen bij coeliakie onvoldoende galzuren in de darm geabsorbeerd worden. Bij een obstructie (verstopping) van de galwegen is er onvoldoende transport van galzuren naar de darm. Een dergelijk obstructie kan het gevolg zijn van onder andere galstenen.

Albumine

Albumine is een belangrijk eiwit dat aangemaakt wordt door de lever. Vervolgens wordt het door de lever afgegeven aan het bloed. Albumine dient onder andere als transportmiddel voor calcium (kalk), bilirubine, geneesmiddelen, hormonen en vetzuren.

Een laag albuminegehalte in het bloed kan een aanwijzing zijn voor een slecht functionerende lever.
Een verlaagd albuminegehalte is niet karakteristiek voor een leveraandoening. Het kan ook andere oorzaken hebben, zoals een nieraandoening, een schildklierafwijking of ondervoeding.

Alkalische-fosfatase (AF) en gamma-GT

Alkalische-fosfatase en gamma-GT zijn enzymen. Een verhoogde concentratie in het bloed kan wijzen op verschillende aandoeningen van de lever of galwegen. Een licht verhoogde gamma-GT waarde heeft meestal te maken met gebruik van alcohol en/of medicijnen, leververvetting en extreem overgewicht. Een sterk verhoogde gamma-GT waarde wijst op alcoholmisbruik of een belemmerde afvoer van galvloeistof. Dit kan veroorzaakt worden door galstenen, een vernauwing of afwijking aan de galwegen.

Een verhoogde alkalische-fosfatase waarde, in combinatie met normale ALAT en ASAT, wijst in de richting van een galwegaandoening. Alkalische-fosfatase wordt ook aangemaakt in de cellen van de darm, nieren, placenta en botten. Een verhoogd gehalte kan dus ook wijzen in de richting van een aandoening buiten de lever en galwegen.

De vorming van galzuur is de belangrijkste manier van het uitscheiden van cholesterol. Cholesterol wordt door de lever uitgescheiden via de gal. De lever koppelt vervolgens de aminozuren taurine en glycine aan de galzuren, waardoor galzouten ontstaan. Via de galblaas worden deze aan de dunne darm afgegeven, waar ze bij de resorptie van vetten en in vet oplosbare vitaminen meewerken.

Velen hebben galstenen zonder het te weten

Ongeveer 15 % van de bevolking heeft galstenen. Veel mensen hebben galstenen zonder het te weten omdat maar 10 tot 20% van de galstenen klachten geeft. Kleinere galstenen verlaten ongemerkt met de ontlasting het lichaam. Meestal gaat het om galstenen die ontstaan als cholesterol in gal kristalliseert. Dit komt door een verstoorde balans tussen de cholesterol-, de galzuren- en het fosfolipiden(vet)gehalte in gal.

Gal wordt geproduceerd door de lever en opgeslagen in de galblaas. Bepaalde stoffen zoals vet, alcohol, koffie, specerijen (geelwortel) prikkelen de galblaas waardoor deze zich samentrekt. Gal wordt in de darm uitgescheiden en vermengd zich met de voedselbrij en helpt bij de vertering van vetten. Gal bevat cholesterol dat in oplossing wordt gehouden door galzuren en fosfolipiden (voornamelijk fosfatidylcholine).

Hoe ontstaan galstenen?

Er zijn diverse factoren die kans geven op galstenen namelijk:

  1. Oververzadiging van gal met cholesterol bij onvoldoende galzuren en fosfolipiden.
  2. Een snellere cholesterolkristallisatie door toegenomen slijmvorming Meestal ontstaat deze slijmvorming gevormd door het galblaasepitheel als gevolg van ontstekingsreacties in de galblaas.
  3. Een onvoldoende lediging van de galblaas door een zwakke galblaas contractie.
  4. Vermindering van de darmperistaltiek, waardoor meer galzuren die in de darmen terecht zijn gekomen via de galblaas worden omgezet door darmbacteriën. Bij deze omgezette galzuren ontstaan de zogenaamde secundaire galzuren. Deze worden vervolgens weer opgenomen door de darmen en komen opnieuw terug in de lever (kringloop). Daar zorgen ze ervoor dat de cholesterolomzetting stopt en de gal verzadigd wordt met cholesterol. De cholesterol moet als alles goed gaat omgezet worden in galzuren zodat de gal vloeibaar blijft. Deze kringloop gaat mis bij darmvertraging.

Cholesterolgalstenen (die naast cholesterol ook nog bestaan uit bilirubine en calciumzouten) beginnen als kleine kristallen die met gemiddeld 1 millimeter per jaar aangroeien en soms pas na twintig jaar klachten geven. Ongemerkt worden galsteentjes geloosd, maar soms gaat het mis en dan blijven ze in een galgang vast zitten (obstructie). Laproscopische verwijdering van de galblaas is vaak de keuze van een reguliere behandeling bij symptomatische galstenen (galkoliek door obstructie, galblaasontsteking, geelzucht, alvleesklierontsteking).

Is er een manier om galstenen te voorkomen? Ja, dat kan door voedingsveranderingen.

Rol van de voeding bij galstenen

Voeding draagt voor een belangrijk deel bij aan het ontstaan van galstenen. Bepaalde voedingsstoffen kunnen zorgen voor het vloeibaar houden van de gal andere juist niet.

Uit diverse studies is gebleken dat de volgende voedingsfactoren een risico vormen voor galstenen namelijk:

  1. Hoge calorie inname die tot overgewicht leidt.
  2. Geraffineerde (enkelvoudige) suikers die de kans vergroot op insulineresistentie. Bij insulineresistentie worden vaker galstenen aangetroffen.
  3. Verzadigde dierlijke vetten, transvetten, gedeeltelijk gehydrogeneerde plantaardige oliën.
  4. Onbalans tussen omega 6 en omega 3 vetzuren. Te weinig omega 3 vetzuren(visolie) geeft verhoogde triglyceriden (bepaalde vetten in het bloed). Hypertriglyceridemie gaat gepaard met een toegenomen cholesterolsecretie in gal en verminderde galblaascontractie. Uit onderzoek blijkt dat visolie suppletie de galzuurproductie significant verhoogt, voor een betere galblaascontractie zorgt en ook de triglyceriden verlaagt.Daarnaast zorgt visolie voor verlaging van de secretie van mucusglycoproteinen (slijm) door het galblaasepitheel. Slijmvorming in de galblaas is een cruciale stap in de vorming van galstenen. Men ziet meer arachidonzuur (arachidonzuur geeft ontstekingsreacties) in de gal van mensen met galstenen. Een anti ontstekingsdieet (een voeding met o.a. extra knoflook, geelwortel, veel fruit en groenten, voldoende vitamine D, voldoende vezels, suikervrij, omega3, gember, normaal olijfolie gebruik zoals gemiddeld 1 tot 2 eetlepels per dag, avocado, groene thee, eliminatie van voedselallergie/intoleranties) geeft minder kans op galstenen.
  5. Onvoldoende vezels. Onoplosbare vezels uit volle granen (haver), peulvruchten, zaden (lijnzaad) en verse onebrande noten (walnoten) en oplosbare vezels (inuline) verlagen het totale- en het LDL cholesterolgehalte. Ze stimuleren de omzetting van cholesterol in galzuren, remmen de cholesterol aanmaak in de lever, verlagen de triglyceriden en verhogen de insulinegevoeligheid.Daarnaast versnellen ze de darmpassage waardoor er minder secundaire galzouten worden gevormd. (deze geven weer meer cholesterolverzadiging in de gal). Allemaal effecten die aangeven dat de juiste vezels minder kans geeft op galstenen.
  6. Onvoldoende plantaardige eiwitten leidt tot verhoging van triglyceriden. Plantaardige eiwitten hebben een remmend effect op de kristallisatie van cholesterol.

Phosphatidylcholine

Phospholipiden kunnen een gunstig effect hebben bij galstenen. Normale, gezonde gal bestaat gemiddeld uit 70% galzouten, 22% lecithine, 3% proteïnen en 0,3% bilirubine. Phosphatidylcholine heeft zogenaamde lipotrope eigenschappen. Lipotrope stoffen voorkomen overmatige opslag van vetten in de lever.

Leververvetting kan optreden bij onder meer diabetespatiënten en alcoholisten. Aangetoond is, dat het cholinedeel van het phosphatidylcholinemolecuul verantwoordelijk is voor de lipotrope eigenschappen van lecithine (ook inositol, afkomstig van phosphatidylinositol, heeft een lipotrope werking). Alle weefsels in het menselijk lichaam nemen choline op uit de bloedbaan, maar het grootste verbruik en de grootste opslag van choline vinden plaats in de lever.

Taurine

Het aminozuur taurine heeft antioxidatieve en membraanstabiliserende eigenschappen, ondersteunt de detoxificatie van toxines en is noodzakelijk voor de galproductie. In de vorm van taurocholaten is taurine een belangrijk onderdeel van gal en is het van belang voor het vetmetabolisme. Taurine kan de activiteit verhogen van het enzym 7-alpha-cholesterol-hydroxylase.

Dit enzym zet cholesterol om in galzouten, waardoor de totale hoeveelheid cholesterol in de lever afneemt. Bij proefdieren die extra taurine kregen toegediend, was er een verlaging van het LDL- en VLDL-cholesterol en een stijging van het HDL-cholesterol waarneembaar. Bij (familiare) hypercholesterolemie en bij bepaalde vormen van atherosclerose kan taurine daarom een waardevol adjuvans in de therapie vormen.

Minder galsteenlijden bij hogere magnesiuminname

Verhoging van de magnesiuminname geeft verlaging van de kans op galsteenlijden bij mannen. Mannen met een relatief hoge magnesiuminname uit voeding en voedingssupplementen (454 mg/dag) hebben 28% minder kans op symptomatische galstenen vergeleken met mannen met een lage magnesiuminname (262 mg/dag). Het beschermende effect van magnesium is meer uitgesproken bij mannen met een zittende leefstijl.

De onderzoekers van de Amerikaanse Health Professionals Follow-up Study baseren zich op gegevens van 42.705 mannen die gemiddeld 13 jaar werden gevolgd. De gemiddelde magnesiuminname bedroeg 353 mg per dag. In de loop van de studie kregen 2195 mannen galsteenklachten (aan galstenen toegeschreven pijnaanvallen in de bovenbuik die langer dan 30 minuten, maar korter dan 12 uur duren). De kans op galsteenlijden nam duidelijk en dosisfafhankelijk af bij een hogere magnesiuminname.

De onderzoekers weten niet precies hoe magnesium galsteenklachten helpt voorkomen, maar vermoeden dat verschillende factoren een rol spelen. Een lage magnesiuminname is geassocieerd met hyper-insulinemie. Het is bekend dat hypersecretie van insuline de vorming van galstenen bevordert, mede door een hogere cholesterolverzadigingsindex van gal. Dyslipidemie (stijging van de triglyceridenspiegel en verlaging van de HDL-cholesterolspiegel) door een lage magnesiuminname kan ook bijdragen aan de vorming van galstenen.

Experimentele studies suggereren bovendien dat toename van zuurstofradicalen door een lage magnesiuminname zorgt voor meer slijmvorming in de galblaas, waardoor galstenen sneller ontstaan. Daarnaast stimuleert magnesium mogelijk de galblaaslediging waardoor minder galstase optreedt. Tien tot vijftien procent van de Nederlanders heeft galstenen (meestal cholesterolstenen); 20% van hen krijgt galsteenklachten.

Koffie en galstenen

Een paar onderzoeken zijn gedaan naar het drinken van koffie en de relatie tot pijnaanvallen door galstenen. Het blijkt dat bij het drinken van 2 tot 4 kopjes koffie per dag minder pijnaanvallen optreden door galstenen. Uit een onderzoek waar men 46.000 mannen 4 jaar lang volgden, bleek dat bij het drinken van 2 a 3 kopjes koffie per dag de kans op een galsteen-pijnaanval bijna met de helft verminderde.

Gedecafeinieerde koffie had geen effect. Ook bij een groep van meer dan 88.000 vrouwen bleek caffeine een gunstig effect te hebben op de symptomen van galsteenziekten. Een ander onderzoek bevestigde deze resultaten.

Leverdetox oliekuren en het risico op dysbiose en ontstekingen

Verschillende voedingsfactoren zijn geïdentificeerd als risicofactoren voor het optreden van laaggradige ontstekingsreacties, waaronder overmatig vetgebruik en de toename van lipopolysacchariden(LPS).

Eén van de belangrijkste indicatoren voor een chronische ontstekingsreactie is de hoeveelheid C-reactive protein (CRP) in het bloed. CRP is een zogenaamd acute-fase eiwit, dat bij tal van chronische en acute ontstekingsreacties wordt gevormd in de lever, o.a. gestimuleerd door interleukine-6. Ons genenpakket past niet bij de huidige leefomstandigheden, krijgt te weinig voedingsstoffen en dat geeft een afwijkende programmering van het afweersysteem.

Verschillende interleukines

Er bestaan diverse soorten interleukines (groepen cytokinen). Ontstekingsbevorderende (pro-inflammatoire) cytokines (CRP, IL-1, IL-6, IL-8, MCP-1, TNF-α) remmen bijvoorbeeld de insulinesecretie en de insulinegevoeligheid. Cytokines worden beïnvloed door de hoeveelheid en de samenstelling van het voedsel, massa en verdeling van het vetweefsel, beweging en psychosociale factoren.

Als de cytokines toenemen, ontstaat een chronische laaggradige ontsteking. Dat heeft een negatieve invloed op het functioneren van bloedvaten (endotheelfunctie), immuunsysteem, spierweefsel, vetweefsel, zenuwweefsel, botweefsel, kraakbeen, hersenen, darmen, hart, lever en eilandjes van Langerhans (pancreas). Dit staat aan de basis van veel ziekten. Bestanddelen van voedsel zoals glucose, zetmeel, verzadigde vetzuren en de bereidingswijze van voedsel geven ontstekingen.

Bepaalde voedingsstoffen echter, remmen de ontsteking. Er zijn dus voedingsmiddelen, die bosbrandjes aansteken en voedingsmiddelen die ze blussen. Regelmatig overmatig vetgebruik (ook van de goede vetten/oliesoorten) is om de metafoor door te trekken een voorbeeld van ‘olie op het bosbrandje gooien’.

Galzuren

Galzuren zijn voor de vetvertering belangrijk. Galzuren ontstaan uit cholesterine door een hydroxyleringsreactie en een oxidatieve inkorting. De belangrijkste galzuren zijn cholazuur en coprostanzuur. Ze emulgeren in het darmkanaal de niet wateroplosbare bestanddelen (voornamelijk vetten) en verbeteren de activiteit van de enzymen. Het omzetten van niet wateroplosbare verbindingen is de basis voor een goede resorptie. De galzouten worden normaliter voor 98% in het ileum geresorbeerd en dan weer aan de enterohepatische (lever) kringloop af gegeven.

Een verstoorde resorptie geeft een vette ontlasting en een slechte opname van voorverteerde voeding in bloed en lymfe ( het zogenaamde malabsorptie syndroom). Als in de galblaas de verhouding tussen galzuur en cholesterine onder 13:1 (normaal = 20:1) zakt, kan cholesterine vrij komen. Zo kunnen galstenen (cholesterine-stenen) ontstaan. Voor de enterohepatische kringloop zijn galzuren ook voor de secretie van gal uit de levercellen noodzakelijk. Een verlaagde galzurenproductie geeft problemen, maar een verhoogde galzuurproductie ook. Een verhoogde galzuurproductie kan bijvoorbeeld een colonrectale kanker geven. Een afwijkende galzurenprodcutie is o.a te onderzoeken via een ontlasting test.

Vet en vertering

Te veel vetgebruik is een belasting van de spijsvertering. Ook goede vetten (olijfolie kuren) kunnen een belasting voor de vertering zijn. Wat binnen komt, moet tenslotte allemaal verwerkt worden. Het lichaam moet extra gal en pancreassap aanmaken om de hoeveelheid vet weg te werken. Lukt dit onvoldoende, dan blijven er vetresten in de dikke darm achter. Deze vetten worden door dikke darmbacteriën (zoals de Clostridium) omgezet in gifstoffen (LPS: lipopolysacchariden).

Deze gifstoffen tasten het darmslijmvlies aan, waardoor de weerstand en opnamecapaciteit van nutriënten daalt. Een vetrijke maaltijd zorgt ook voor een tragere maagontlediging. Gaat dit te traag, dan geeft dit veel ongemak zoals opgeblazen gevoel, oprispingen en ontlastingsproblemen zoals brijachtige ontlasting of juist verstopping.

Een verschuiving in de darmflora door overmatig gebruik van olie en vetten

Plakkerige ontlasting zien natuurdiëtisten in de praktijk vaak bij mensen die fanatiek goed bedoeld met een te hoge inname van omega 3-6-9 oliën en notapasta’s in hun voeding aan de gang gaan. Vooral de vanuit de ayurveda bekende Vata typen zijn vooral gevoelig voor (ruim) vet en olie gebruik.

Een recent ontdekt gevolg van een hoge vet inname is een verstoring van de barrièrefunctie van het darmslijmvlies. Een dieet met veel vet of regelmatige detox kuren met grote hoeveelheden olie kan een toename van Gram-negatieve bacteriën in de darmflora geven en een afname van Gram-positieve soorten. Gram-negatieve bacteriën zijn o.a. streptococcen, Clostridium-soorten, Campylobacter- en Salmonella-soorten. Gram-positieve soorten zijn o.a. de Lactobacillen en Bifidobacterium-stammen.

Lipopolysacchariden (LPS)

Stoffen die zeer effectief zijn in het opwekken van ontstekingsreacties zijn lipopolysacchariden (LPS). Dit zijn bestanddelen van de celwand van Gram-negatieve bacteriën, die vrijkomen wanneer deze micro-organismen afsterven. In laboratoriumonderzoeken wordt LPS vaak gebruikt om cellen van het immuunsysteem te activeren. LPS verspreidt zich via het bloed door het gehele lichaam, en kan daarom op tal van plaatsen macrofagen in de weefsels stimuleren tot de productie van ontstekingbevorderende stoffen, met als gevolg een chronische laaggradige ontstekingsreactie.

Meer Gram-negatieve soorten betekent meer LPS in de darminhoud, en daarmee meer kans op laaggradige ontstekingsreacties. Tegelijkertijd zorgt een verhoogde inname van vet voor meer opname van LPS in het lichaam.Daarnaast geeft een hoge vetinname een belasting aan de gal/lever en het lipase(vetsplitsend enzym) van de pancreas.Een goede darmflora door een evenwichtige voeding, zal leiden tot een verminderde doorlaatbaarheid van het darmslijmvlies, waardoor ook minder blootstelling van het lichaam aan LPS zal optreden, wat ook weer leidt tot minder ontstekingsreacties.

Praktische ervaringen

Wij sluiten het artikel af met wat negatieve ervaringen van natuurdietisten die ze in hun praktijk gehoord hebben van clienten die zich bij hen hadden gemeld na een zogenaamde lever-flush kuur. Mensen met grote of veel galstenen moesten met spoed een galblaasverwijderingsoperatie ondergaan na de lever-galblaas-flush te hebben gedaan. Wij raden daarom aan om als u toch een lever-galflush wilt doen u eerst te laten controleren op galstenen of een verstopte galgang via een scan.

Dan als nog laatste opmerking. Vetten die het duodenum binnenkomen stimuleren de afgifte van CCK. CCK triggert het gladde spierweefsel van de galblaas, waardoor deze gal afgeeft in het duodenum. De systemische afgifte van CCK kan ook de contractie van de longitudinale spieren van de slokdarm in gang zetten of verergeren, waardoor bij een hernia diafragmatica een reflux ontstaat of wordt verergerd.

Samenvattend; zorg dat u een juiste evenwichtige biologische voeding het hele jaar gebruikt om uw leverbiochemie goed te laten verlopen, dan hoeft u niet diverse oliekuren gedurende het hele jaar te doen met het risico op ongunstige verschuivingen in uw darmmilieu, blokkades op uw lever(leverstagnatie) of gal(stenen) en een ontregelde spijsvertering. Natuurvoedingstherapeuten en natuurdietisten kunnen u helpen met de juiste lever/galvoeding.

Literatuur en links:

Boeken:

Bronnen:

Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154: A2645
http://www.mkatan.nl/radio-en-tv/373-27-december-leverreiniging.html
Dekkers R. Apple juice and the chemical-contact softening of gallstones. Lancet. 1999; 354:2171 Medline. doi:10.1016/S0140-6736(05)77083-5
Ewald N, Hardt PD. [Flushing stones? “Liver purging” and “gallbladder lavage”]. Dtsch Med Wochenschr. 2009; 134:1774 Medline. doi:10.1055/s-0029-1234016
Sies CW, Brooker J. Could these be gallstones? Lancet. 2005;365:1388 Medline. doi:10.1016/S0140-6736(05)66373-8
Saunders JH, Thjodleifsson B, Wormsley KG. Effect of intraduodenal magnesium sulphate on pancreas and gallbladder of man. Gut. 1976;17:435-8 Medline. doi:10.1136/gut.17.6.435
Tsai CJ, Leitzmann MF, Willett WC, et al. Long-term effect of magnesium consumption on the risk of symptomatic gallstone disease among men. Am J Gastroenterol. 2008; 103(2):375-82.
Ko CW. Magnesium: does a mineral prevent gallstones? Am J Gastroenterol. 2008;103(2):383-5.
Leitzmann MF, Willett WC, Rimm EB, Stampfer MJ, Spiegelman D, Colditz GA, Giovannucci E. | A prospective study of coffee consumption and the risk of symptomatic gallstone disease in men. | JAMA. | 1999 Jun 9;281(22):2106-12.
Leitzmann MF, Stampfer MJ, Willett WC, Spiegelman D, Colditz GA, Giovannucci EL. | Coffee intake is associated with lower risk of symptomatic gallstone disease in women. | Gastroenterology. | 2002 Dec;123(6):1823-30.
Leitzmann MF, Stampfer MJ, Willett WC, Spiegelman D, Colditz GA, Giovannucci EL. | Coffee intake is associated with lower risk of symptomatic gallstone disease in women. | Gastroenterology. | 2002 Dec;123(6):1823-30.
www.energieherstelplan.nl: Geneeskrachtige voeding voor de lever.
Marijke de Waal Malefijt, ‘Ik heb er mijn buik van vol’, uitgeverij Schors (2011).
Raetz CR, Whitfield C: Lipopolysaccharide endotoxins Annu Rev Biochem. 2002;71:635-700. Epub 2001 Nov 9.
Raetz, Christian R. H.; Guan, Ziqiang; Ingram, Brian O.; Six, David A.; Song, Feng; Wang, Xiaoyuan; Zhao, Jinshi (2009). Discovery of new biosynthetic pathways: the lipid A story. Journal of Lipid Research: S103–S108.
Cani PD, Bibiloni R, Knauf C et al. Changes in gut microbiota control metabolic endotoxemia-induced inflammation in high-fat diet-induced obesity and diabetes in mice. Diabetes. 2008; 57: 1470 – 81.
Cani PD, Delzenne NM. Gut microflora as a target for energy and metabolic homeostasis. Curr Opin Clin Nutr Metab Care. 2007; 10: 729 – 34.
Steven Rochlitz, Ph D.Porphyria The Ultimate Cause of Common, Chronic and Environmental Illness