skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Iedereen reageert verschillend op het verwerken van geneesmiddelen en voedings-supplementen. Voordat een geneesmiddel uit het lichaam uitgescheiden kan worden, moet het eerst omgezet worden en aan water worden gebonden in o.a. de lever. Deze omzetting (metabolisme) van geneesmiddelen vindt plaats in twee fasen. Het doel van de reactie in de eerste fase is om het molecuul gereed te maken voor een fase twee reactie. In de fase twee reactie wordt het molecuul wateroplosbaar gemaakt, zodat het via de nieren of de gal uitgescheiden wordt. Metabolisme van geneesmiddelen vindt hoofdzakelijk plaats in de lever, maar ook andere organen zoals huid, longen, maagdarmsysteem, bloed, hersenen en nieren kunnen erbij betrokken zijn.

CYP enzymsysteem

Een bepaalde enzymgroep (P450) in het endoplasmatisch reticulum van o.a. lever-, nier-, long- en darmcellen, houdt zich vooral met deze klus bezig. Het cytochroom-P450 (CYP) enzymsysteem van de lever is betrokken bij het metabolisme en de eliminatie van bijna alle reguliere geneesmiddelen, maar ook van alternatieve geneesmiddelen (zoals vitaminesupplementen, kruiden, etc.). De capaciteit van het systeem verschilt van persoon tot persoon. Dit leidt ertoe, dat niet iedereen op een bepaalde dosis van een (genees)middel hetzelfde reageert.
Cytochroom P450 (CYP 450) is een enzymgroep die uit circa vijftig verschillende enzymen bestaat. De enzymen zijn ingedeeld in families en subfamilies op basis van hun aminozuurstructuur. De nomenclatuur bij de naamgeving is als volgt: voor bijvoorbeeld het enzym CYP3A4 beschrijft de 3 de familie, A de subfamilie en 4 het individuele gen. Soms is er op internet bij de beschrijving van medicatie de mate van belasting voor de diverse CYP enzymen te vinden. We noemen een aantal bekende enzymen waar onderzoeksgegevens over bekend zijn. De CYP450 enzymen CYP1A2, CYP2C9, CYP2C19, CYP2D6 en het al genoemde CYP3A4 zijn de belangrijkste enzymen in het metabolisme van geneesmiddelen. Dit laatste enzym neemt ca. 40-50% van alle geneesmiddelen voor zijn rekening.

Veranderde levercapaciteit

Leveraandoeningen kunnen een veranderde effectiviteit en bijwerkingen van geneesmiddelen veroorzaken. Bepaalde leverfuncties zijn dan gestoord, waardoor CYP- afhankelijke biotransformatie van medicijnen wordt vertraagd. Genetische variaties en veranderingen (polymorfisme) kan ook leiden tot een minder werkzaam of zelfs inactief enzym of juist een enzym met hogere activiteit. Dit kan belangrijke gevolgen hebben zoals een verlengd farmacologisch effect, bijwerkingen, afwezigheid van werking en metabolisme via andere routes die soms schadelijk kunnen zijn. Vooral bij de enzymen CYPP2C9, CYP2C19 en CYP2D6 kunnen genetische veranderingen en variaties een rol spelen.
Van invloed zijn niet alleen genen en leveraandoeningen, maar ook bepaalde voedingsstoffen, roken, etnische afkomst en bepaalde constitutie typen (vanuit de ayurveda bezien vooral de Vata typen). Effectiviteit of bijwerkingen van geneesmiddelen zijn bij verschillende etnische groepen niet gelijk. Er zijn diverse onderzoeken bekend van verschillen tussen Aziaten, Japanners en Koreanen. Van een aantal psychofarmaca zoals van slaapmiddelen en antidepressiva is aangetoond dat de eliminatiesnelheid bij rokers hoger is dan bij niet-rokers.

Ayurvedische brede kijk op de lever

Iedere cultuur ontwikkelde in de loop der eeuwen ideeën over gezondheid en ziekte. Veel culturen zagen en zien de leer der elementen als sleutel tot genezing. De elementen aarde, water, vuur, lucht en ether komen in diverse verhoudingen terug in de constitutie. Raakt de verhouding van die elementen binnen de oorspronkelijke constitutie uit balans, dan leidt dit tot fysieke en psychische verstoringen.
Constitutie is op te vatten als het geheel van bij de geboorte aanwezige lichamelijke en geestelijke eigenschappen. Iemands volstrekt persoonlijke aanleg. Het zorgvuldig leven naar de richtlijnen voor die persoonlijke constitutie is de makkelijkste manier om je beste kwaliteiten tot bloei te laten komen.
De Ayurveda benadrukt, dat iedereen geboren wordt met een volstrekt individuele constitutie. Deze constitutie is een vast gegeven dat de persoonlijke basis vormt voor gezondheid. Door te letten op de constitutie kan een gezondheidsevenwicht zich herstellen. Het betekent ook, dat als iemand geen acht slaat op zijn constitutie, dit uiteindelijk tot ziekte leidt.

De constitutie van ieder mens is gebaseerd op een bepaalde relatie van drie fundamentele en vitale energieën, ook wel dosha’s genoemd. Deze zijn bekend onder de Sanskrietnamen Vata (het lucht/etherelement), Pitta (het vuurelement) en Kapha (het aarde/waterelement) en vormen de kern van de Ayurveda. Ze bepalen het vermogen tot gezondheid en de manier waarop iemand reageert op omstandigheden, situaties en mensen.
Kennis van de constituties helpt in het samenstellen van een evenwichtiger voedingsadvies en het adviseren van medicatie (zowel regulier als van supplementen).

De drie constituties en de CYP enzymsystemen van de lever

Van de drie constituties reageert het lucht/ethertype het meest gevoelig op middelen. Door deze gevoeligheid hebben ze vaak veel minder nodig van reguliere en andere geneesmiddelen, zoals voedingssupplementen, kruidenpreparaten e.d. De natuurdiëtisten zien in de praktijk drie opvallende reacties.

  • Ze reageren heftiger dan de anderen. Slechts al bij een minimale dosis.
  • Ze hebben vaker bijwerkingen (volgens de bekendstaande bijwerkingen van het middel).
  • Ze vertonen vaker andere bijwerkingen die niet of minder bekend zijn van het middel.

Verschillen in geneesmiddelenverwerking

Hieronder worden de enzymen kort besproken met voorbeelden van mogelijke complicatie die kunnen ontstaan ten gevolgen van veranderingen en variaties (polymorfisme).
CYP2D6Circa 20-25 % van de geneesmiddelen die op de markt zijn worden door dit enzym omgezet. Polymorfisme van het CYP2D6 enzym geeft:

  • Geen enzymreactie (PM= poor metabolisers)
  • Gereduceerde activiteit (IM= intermediate metabolisers)
  • Normale activiteit (EM= efficiënt metabolisers)
  • Verhoogde activiteit (UM= ultrarapid metabolisers)

Wat betekent dit in de praktijk? Als mensen bijvoorbeeld een anti-depressiemiddel innemen dan heeft ongeveer 90% een dosis nodig van 75 tot 150 mg om een bloedspiegel van 200 tot 600 nmol/l te halen. PM mensen hebben maar 10 tot 20 mg nodig om dezelfde concentraties te halen. Vaak krijgen langzame metaboliseerders bijwerkingen als ze de ‘normale’ dosis ontvangen. Voor UM mensen is een dosis van 300 tot 500 mg per dag noodzakelijk om therapeutische bloedspiegels te kunnen bereiken. Een ‘normale’ dosis van het middel heeft bij snelle metaboliseerders geen effect.

Polymorfisme is ook van belang bij bijvoorbeeld de omzetting van codeïne in morfine bij pijnbestrijding. Codeïne wordt door CYP2D6 in zijn actieve vorm omgezet. PM mensen hebben geen of nauwelijks pijnstillend effect van codeïne, omdat er geen omzetting naar morfine plaats vindt.
CYP2C9Circa 10-20 % van de geneesmiddelen die op de markt zijn worden door dit enzym omgezet. Mensen met een probleem op het CYP2C9 enzym lopen een groter risico op overdosering van bepaalde middelen zoals coumarinederivaten, warfarine, acenocoumarol, fenprocoumon, fenytoine, orale bloedsuikerverlagers en NSAID’s. Hierdoor kunnen eerder bijwerkingen optreden.
CYP2C19Behalve de maagmiddelen (protonpompremmers) worden onder andere vele antidepressiva, malariamiddelen (proguanil) en kalmeringsmiddelen (diazepam) door dit enzym gemetaboliseerd. UM mensen hebben weinig effect van bijvoorbeeld een maagmiddel en PM mensen krijgen (te)veel effect, met een risico van dosisafhankelijke bijwerkingen.

Interacties

Interacties(communicatie over en weer) kunnen ook van invloed zijn op de CYP enzymen. Sommige stoffen remmen (inhibitie) of activeren (inductie) het enzym. Een remming kan komen doordat er door tussen twee (genees)middelen concurrentie ontstaat om de bindingsplaats van het enzym. Dit wordt opgeheven door het niet meer innemen van het concurrerende middel maar het kan ook het enzym inactief of kapot maken. In het laatste geval moet eerst indien nog mogelijk een nieuw enzym aangemaakt worden. Bijwerkingen zoals spierpijn, vermoeidheid, hoofdpijn, jeuk kunnen dan langer aanhouden. Na staking van een middel kunnen de klachten gemiddeld wel twee tot drie weken aanhouden.

Bepaalde voeding remmen

Wordt tegelijkertijd met een geneesmiddel bepaalde voedingsstoffen gegeten dan kunnen er interacties optreden, die de effectiviteit van het geneesmiddel beïnvloeden. Een voorbeeld hiervan is de gelijktijdige inname van het neurolepticum (clozapine) en het drinken van cafeïnehoudende dranken zoals koffie en cola, wat allerlei bijwerkingen geeft.

Omdat zowel het genoemde geneesmiddel als cafeïne voor de omzettingen afhankelijk zijn van hetzelfde enzym (CYP1A2-enzym) zijn de stoffen in staat om elkaars eliminatie te remmen. Het gevolg daarvan is versterking van hun effect.
Van sommige groenten zoals broccoli, knollen, kool, radijs, rapen en fruit (grapefruit) is bekend dat ze de activiteit van bepaalde CYP-enzymen remmen. Ook dit heeft effect op het metabolisme van bepaalde geneesmiddelen.

Literatuur en links:

Referenties:
Zie boek in onze webshop; Energieherstelplan (voedingsadviezen voor de lever), uitgever Schors; Marijke de Waal Malefijt & Tanja Visser.

Sternbach H. The serotonin syndroom. Am J Psychiatry 1991; 148: 705-713.
Bertilsson L, Lou YQ, Du YL, et al. Pronounced differences between native Chinese and Swedish populations in the polymorphic hydroxylations of debrisoquine and S-mephenytoin. ClinPharmacol Ther 1992; 51: 388-397.
Goff DC, Baldessarini RJ. Drug interactions with antipsy-chotic agents. J Clin Psychopharmacol 1993; 13: 57-67.
Brockmöller J, Roots I. Assessment of liver metabolic function. Clin Pharmacokin 1994; 27: 216
Vainer JL, Chouinard G. Interaction between caffeine and clozapine. J Clin Psychopharmacol 1994; 14: 284-285.
Carillo JA, Jerling M, Bertilsson L. Comments to ‘Inter-action between caffeine and clozapine’. J Clin Psycho-pharmacol 1995; 15: 376-377.
Kall M, Vang O, Andersen O, Clausen J. In vivo induction of human phase I and phase II enzymes by diet [abstract]. J Cell Biochem Suppl 1995; 19A: 197.
Faber ED. Cytochroom-P450-isoenzymen. Pharm Sel 1995; 11: 73-77.
Moleman P, Bruijn JA, Tulen JHM. Het nut van bepaling van bloedspiegels van antidepressiva in de klinische praktijk. Tijdschr Psychiatr 1996; 38: 16-29. 248.
McKinnon R.A. Cytochrome P450 multiplicity and function. Australian journal of hospital pharmacy 2000;30:54-6
Wolf CR, Smith G, Smith RL. Science, medicine and the future: Pharmacogenetics. BMJ 2000;320:987-90.
N Engel J Med 348;6. www.nejm.org February 6, 2003. Inheritance and drug Respons. Richard Weinshilbourn, M.D. (genomic medicine).
Oscarson M. Pharmacogenetics of drug metabolising enzymes: importance for personalised medicine. Clin. Chem.. lab. Med. 2003: 41(4):573-80
Pirmohamed M. Park BK. Cytochrome P450 enzyme polymorphisms and adverse drug reactions. Toxicology 2003: 193(1):23-32
Meyer UA. Pharmacogenetics and adverse drug reactions. Lancet 2000; 356(9242):1667-71
Ingelman-Sundberg M. Pharmacogenetics of cytochrome P450 and its applications in drug therapy: the past, present and future. Trends Pharmacol Sci 2004;25(4):193-200.
Ingelman-Sundberg M. Genetic polymorphisms of cytochrome P450 2D6 (CYP2D6): clinical consequences, evolutionary aspects and functional diversity. Pharmacogenomics. J 2005;5(1):6-13
Kirchheiner J, Brockmoller J. Clinical consequences of cytochrome P450 2C9 polymorphisms. Clin. Pharmacol. Ther 2005;77(1):1-16
Furuta T, Shirai N, Sugimoto M, Nakamura A, Hishida A, Ishizaki T. Influence of CYP2C19 pharmacogenetic polymorphism on proton pump inhibitor-based therapies. Drug Metab Pharmacokinet. 2005;20(3):153-67
Wilkinson GR. Drug metabolism and variability among patients in drug response. N.Engl.J Med 2005;352(21):2211-21
Bondolfi G, Morel F, Crettol S, Rachid F, Baumann P, Eap CB. Increased clozapine plasma concentrations and side effects induced by smoking cessation in 2 CYP1A2 genotyped patients. Ther Drug Monit. 2005;27(4):539-43