skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Reuk- en smaakstoornissen

Reuk en smaak zijn twee aparte zintuigen. Toch hebben ze veel met elkaar te maken. De beleving van eten heeft voor een groot deel te maken met reuk. Niet alleen vooraf, als we langs de bakker lopen en de geur van versgebakken brood opsnuiven waardoor we trek krijgen, maar ook tijdens het eten speelt reuk een belangrijke rol. Wat zijn belangrijke oorzaken van reuk- en smaakstoornissen?

Als voedsel in de mond gekauwd wordt, komen er geurmoleculen vrij. Deze moleculen bereiken je neusepitheel via de achterkant van de mondholte. Hoe iets smaakt in je mond, wordt dus voor een groot deel bepaald door de geur ervan. Smaak laat je genieten van eten en drinken.

Reuk

Met behulp van onze neus krijgen we informatie binnen uit de buitenwereld. Vanuit evolutionair oogpunt is een goed reukvermogen in meerdere opzichten relevant. Op basis van geur bepaal je of voedsel gegeten kan worden en of er gevaar dreigt. Zonder reukvermogen zouden we niet in de gaten hebben dat we bedorven voedsel aan het eten zijn, of dat er gas lekt. Maar ook voor de partnerkeuze is geur belangrijk. Of iemand lekker ruikt kan de mate waarin we ons seksueel tot iemand aangetrokken voelen, beïnvloeden. En, ergens aan ruiken brengt herinneringen terug.

Reukvermogen

Wat jij ruikt komt niet altijd overeen met wat een ander ruikt. Dit heeft te maken met de geurreceptoren in je neus. Welk signaal er door deze receptoren naar de hersenen wordt gestuurd, is afhankelijk van de genen. Een gen bestaat uit een of meerdere stukjes DNA. Het DNA bestaat uit nucleobasen en codeert voor eiwitten, die op hun beurt zijn opgebouwd uit aminozuren.

Een klein verschil in de volgorde van de aminozuren zorgt voor ontelbare variaties, waardoor de ene persoon een geur anders waarneemt dan een andere persoon. De blauwdruk van onze geurwaarneming ligt vast in onze genen, maar wordt tijdens ons leven afgesteld door toenemende ervaring en blootstelling aan geuren.

Manipulerende geuren

Naast de verschillen in de combinatie van receptoren, waar we zelf niets aan kunnen veranderen, is het mogelijk om het brein te “foppen” door de manier waarop we een geur waarnemen, te veranderen. Onderzoek laat zien dat dezelfde geur anders geroken wordt als de verpakking een andere kleur heeft of als het gewicht van de fles verandert.

De geur wordt niet zozeer lekker of minder lekker gevonden, maar anders. Dus geurprikkels zijn moeilijk los te zien van andere prikkels, zoals visuele prikkels. Dit wordt crossmodale associatie genoemd. Dit effect wordt veelal toegepast bij het ontwerpen van flessen, logo’s en labels van parfums.

Reukstoornissen

De algemene term voor een gestoorde reuk is dysosmie. Bij verminderde reuk door ouderdom spreekt men van presbyosmie. Bij 1 op de 4 mensen boven de 53 jaar is enige mate van reukverlies vast te stellen.

Vaak wordt een onderscheid gemaakt tussen kwalitatieve en kwantitatieve reukstoornissen.
Bij kwalitatieve reukstoornissen is de aard van waarnemen veranderd; geuren worden anders, intenser of als onaangenaam ervaren. De volgende termen worden gebruikt:
– kakosmie: geuren worden als vies, onaangenaam ervaren;
– parosmie: waarneming van geuren die er niet of in een andere vorm aanwezig zijn
– pseudosmie: inbeelding van geuren onder invloed van hevige emoties;
– fantosmie: geurhallucinaties;
– agnosmie: het onvermogen om waargenomen geuren te benoemen;
– hyperosmie: overmatige waarneming van geuren; geuren ruiken veel sterker dan normaal.

Kwantitatieve reukstoornissen

Bij kwantitatieve reukstoornissen is er sprake van een meetbare vermindering van het reukvermogen. Hiervoor worden de termen anosmie (volledig afwezige reukzin) en hyposmie ( verminderde reuk) gebruikt. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de oorzaak van reukverlies in zo’n 20 tot 40% van de gevallen te wijten is aan een virale bovensteluchtweginfectie, in 20 tot 30% aan nasale en sinusproblematiek en in 10 tot 20% aan een schedeltrauma. In ongeveer een kwart van de gevallen wordt geen oorzaak gevonden.

Minder vaak voorkomende oorzaken zijn medicatie (amfetaminen) en blootstelling aan toxische stoffen (chloor, zware metalen). Verminderd reukvermogen is ook geassocieerd met systeemziekten (Cushing, hypothyreoïdie en diabetes mellitus) en psychiatrische aandoeningen (depressie). Daarnaast kan reukverlies een vroeg symptoom zijn van de ziekte van Parkinson of Alzheimer. Tenslotte heeft roken een negatieve invloed op het reukvermogen.

Met het wegvallen van het reukvermogen verliezen patiënten het grootste deel van hun smaakbeleving en dat heeft een negatieve invloed op hun eet- en drinkpatroon. Patiënten kunnen zich ook onzeker gaan voelen over hun persoonlijke hygiëne. Daarnaast kan het potentieel gevaarlijke situaties opleveren omdat patiënten rook, gassen en de geur van bedorven voedsel niet meer waarnemen.

Behandeling reukstoornissen

De mogelijkheden van behandelingen van reukstoornissen zijn afhankelijk van de aard van de stoornis.

  • Reukstoornissen veroorzaakt door verstopping van de neus, verbeteren vaak door behandeling van de verstopping door medicijnen of operatie.
  • Voor reukstoornissen t.g.v. beschadiging van het reukepitheel, zenuwbaan of hersenen bestaat tot op heden geen effectieve behandeling.
  • Bij reukverlies na een schedeltrauma is het reukverlies over het algemeen permanent en is er ook geen behandeling mogelijk.

Geur en emoties

Het reukvermogen heeft een sterke relatie met emoties en herinneringen. Het gevolg is dat geuren diepe, emotionele herinneringen kunnen oproepen. De hersenen zitten zo in elkaar dat er krachtige en korte verbindingen gevormd kunnen worden tussen een geur en een emotie. Anders dan bij sommige andere zintuigen, kunnen deze herinnering de tijd vaak goed doorstaan.

Dit kan verklaard worden door de relatief sterke associaties (dat wil zeggen: verbindingen) die kunnen ontstaan tussen geuren, emoties en herinneringen. Onderzoek heeft uitgewezen dat vrouwen over het algemeen een beter reukvermogen hebben en gevoeliger zijn voor emotionele signalen.

Hoeveel geuren kunnen we ruiken?

De mens kan onderscheid maken tussen zeker 10 biljoen verschillende geuren. Dat hebben wetenschappers berekend na geurexperimenten, meldt het blad Science.
In de wetenschappelijke literatuur wordt soms gezegd dat de mens 10.000 verschillende geuren kan onderscheiden, maar de onderzoekers noemen dat getal nattevingerwerk en zeggen dat het nooit goed is onderzocht. Ze vonden het getal aan de lage kant, omdat de neus zo’n 400 geurreceptoren heeft. Het oog heeft maar drie kleurreceptoren, maar kan daarmee wel tien miljoen verschillende kleuren zien.

Mixen

De wetenschappers hebben nu voor het eerst in een laboratorium vastgesteld hoeveel geuren mensen kunnen ruiken. Bij het experiment gebruikten ze 128 verschillende geurmoleculen, zoals bijvoorbeeld gras of citrus, in verschillende combinaties. Proefpersonen werd gevraagd om uit drie buisje met gemixte geuren de unieke geur te halen.

Uit de gemiddelde score van de deelnemers konden de wetenschappers afleiden hoeveel van alle geurcombinaties van de 128 geuren mensen zouden herkennen. Zo kwamen ze op minstens 10 biljoen verschillende geuren.

Twijfel

Wetenschapper Rick Gerkin twijfelt aan de resultaten van het onderzoek uit 2014. “De aanname dat mensen minimaal één biljoen geuren kunnen herkennen is gebaseerd op een fragiel wiskundig model. Kleine variaties in de data kunnen het eindresultaat beïnvloeden.”

Hadden de wetenschappers een iets conservatievere statistische analyse toegepast of minder proefpersonen uitgenodigd, dan zou blijken dat mensen slechts 5.000 geuren kunnen herkennen. Dit getal komt overeen met eerdere onderzoeken.

Smaak

Proeven is een complexe ervaring. In de volksmond zegt men wel eens dat we ook eten met onze neus en ogen. Smakelijk uitziende gerechten roepen vanzelf al smaaksensaties op en doen je zin krijgen om te eten. Het waarnemen van smaak is een functie van de smaakorgaantjes, ook wel gustatoire sensorische organen genoemd.

Een smaakorgaantje bestaat uit 50 tot 120 cellen. De meeste smaakorgaantjes bevinden zich op de tong, gegroepeerd in de verschillende smaakpapillen. Daarnaast bevinden ze zich in het slijmvlies van het gehemelte en de keelholte.

Somato-sensorische receptoren

Wat wij ‘smaak’ noemen is eigenlijk een samenspel van meerdere zintuiglijke waarnemingen. Naast de waarneming van zoet, zuur, zout en bitter en umami (hartig) wordt in de mondholte ook de structuur, temperatuur, scherpte en kruidigheid waargenomen. Dit verloopt via een ander systeem, de somato-sensorische receptoren, via de vijfde hersenzenuw. Deze receptoren spelen bij het proeven van voedsel en drank een belangrijke rol. Knapperige, warme friet smaakt beter dan wanneer ze slap en koud zijn.

Speeksel

Speeksel speelt een belangrijke rol in het op gang brengen van de smaakoverdracht. Vast voedsel wordt opgelost in het speeksel en de smaakstoffen worden via het speeksel getransporteerd naar de smaakorgaantjes. Daarnaast zitten er in speeksel verschillende stoffen die de wondgenezing herstellen en een belangrijke rol spelen bij het onderhouden van de smaakorgaantjes.
Ook zorgt speeksel voor een gezond evenwicht in de mondholte, doordat het verschillende eiwitten met een antimicrobiële werking bevat.

Smaakstoornissen

Verlies van smaak kan het voedingspatroon zodanig veranderen dat het leidt tot gewichtsverlies of juist toename, ondervoeding en weerstandsverlies. Het kan aanleiding geven tot overconsumptie van zout en suikers. Ook ontbreekt de waarschuwingsfunctie voor bedorven voedsel, dat vaak een vieze smaak heeft. Tenslotte speelt de smaak een rol bij reflexen die de spijsvertering op gang brengen. Smaakstoornissen gaan vaak samen met een reukstoornis, maar kunnen ook op zichzelf staan. Er zijn kwantitatieve en kwalitatieve aandoeningen te onderscheiden.

De kwantitatieve stoornissen zijn:
– Ageusie: het onvermogen om smaak waar te nemen
– Hypogeusie: een verminderd smaakvermogen
– Hypergeusie: een versterkt smaakvermogen

De kwalitatieve stoornissen zijn:
– Parageusie: andere dingen proeven dan men in werkelijkheid in zijn mond heeft
– Phantogeusie: het waarnemen van een smaak zonder smaakstimulus

Oorzaken van smaakstoornissen

  1. Ontstekingen in het tandvlees, gebit of speekselklier.
  2. Virusinfecties in de mondholte, door bijv. herpes simplex virus, varicella zoster virus en coxsackie- virus of een schimmelinfectie
  3. Medicijnen zoals bepaalde anti-hogebloeddrukmiddelen, de zogenaamde ACE-remmers
  4. Reflux : het omhoog komen van maagzuur (gastro-oesofageale reflux).
  5. Bij een extreem droge mond, door onvoldoende aanmaak van speeksel, bijv. bij de ziekte van Sjögren
  6. Verbranding waardoor de smaakorgaantjes beschadigen.
  7. Gezwel in de tong
  8. Aangezichtsverlamming
  9. Ooroperatie waarbij de chorda tympani (een smaakzenuw) wordt doorbroken.
  10. Beschadiging van het hersengedeelte van de smaak, door bijv. een herseninfarct of -tumor
  11. Systeemziekten die de stofwisseling van het smaaksysteem beïnvloeden bijv.: hypothyreoïdie, suikerziekte, lever- en nierziekten.
  12. Tijdens de zwangerschap is er in de eerste drie maanden sprake van een verhoogde gevoeligheid en afkeur voor bitter. Na 3 maanden is er een voorkeur voor zout.
  13. Bij tong- en mondbranden wordt ook vaak een verminderde of veranderde smaak gezien.

Behandeling van smaakstoornissen

– Ontsteking: bij infecties in de mondholte herstelt de smaak na behandeling.
– Bij een virusinfectie in de mondholte treedt spontaan herstel van de smaakfunctie op na genezing van de infectie. Een schimmelinfectie wordt met medicijnen bestreden.
– Zenuwbeschadiging: bij uitval door druk of trek aan de zenuw bij een operatie kan de functie weer herstellen.
– Bij een verminderde schildklierfunctie (hypothyreoïdie) verbetert de smaak na toediening van schildklierhormoon.
– Bij ondervoeding herstelt de smaak na normalisering van de voeding en inname van voedingssupplementen.
– Na bestraling van het hoofd-halsgebied verbetert de smaak vaak na verloop van tijd.
– Bij onvoldoende speekselproductie verbetert de smaak na gebruik van kunstmatig speeksel.
– Bij geneesmiddelengebruik herstelt de smaak vaak spontaan na stoppen met inname van het betreffende middel.

Wanneer geen oorzaak wordt gevonden voor de smaakstoornis verdwijnt deze in de meeste gevallen spontaan binnen één tot twee jaar.

Algemene adviezen bij smaakstoornissen

-Zorg voor goede mondhygiëne en tandheelkundige verzorging.
-Zorg voor voldoende voedselinname. Smaakverlies kan de eetlust doen verminderen.
-Pas op voor overconsumptie van suikers en zout.
-Pas de voeding aan om de smaakervaring te verbeteren door accentueren van de structuur, temperatuur, pittigheid en kruidigheid van het eten. Vermijd echter het gebruik van smaakversterkers zoals monosodiumglutamaat (Ve-tsin, E621). Deze geven o.a. een grotere kans op obesitas [1,2].

Marijke Verstege

 

 

 

Bronnen

[1] https://www.natuurdietisten.nl/kenniscentrum/bloedsuiker-atuurvoeding/smaakversterker-e-621-ve-tsin-msg-en-obesitas/
[2] https://www.natuurdietisten.nl/opinie-gistextract-vergist/
[3] https://www.scientias.nl/waarom-jij-niet-ruikt-wat-ik-ruik/
[4] http://www.kno.nl/index.php/patienten-informatie/neus/reuk/
[5] https://www.henw.org/archief/volledig/id4938-reukverlies.html
[6] http://reuksmaakstoornis.nl/geur-en-herinneringen-de-wetenschap-aan-het-woord/
[7] https://www.scientias.nl/de-mens-kan-geen-biljoen-geuren-onderscheiden /
[8] https://nos.nl/artikel/626088-mens-ruikt-verschil-10-biljoen-geuren.html
[9] http://www.kno.nl/index.php/patienten-informatie/keel/smaak/
[10] https://www.gezondheidenwetenschap.be/richtlijnen/smaakstoornissen
[11] https://www.reukensmaakcentrum.nl/reuk-en-smaakstoornissen/over-smaak/