skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1500 artikelen over gezondheid!

Darmviroom-onbalans bij Colitis ulcerosa

Er is veel onderzoek gaande naar het darmmicrobioom, zoals bacteriestammen, schimmel- en gistsoorten, parasieten, maar ook darmvirussen blijken een belangrijke rol te spelen in de darmen. In de darmen komen 10 keer meer virussen voor dan bacteriën. Gezamenlijk worden deze darmvirussen het ‘darmviroom‘ genoemd.

In een onderzoek hebben Chinese onderzoekers gekeken naar het virus-DNA in de ontlasting van 167 verschillende mensen; 91 colitis ulcerosa patiënten en 76 gezonde vrijwilligers. [1]
Bij de gezonde groep vond men meer zogenaamde Caudovirales bacteriofagen. Een bacteriofaag of kortweg faag is een klein virus dat een specifieke bacterie infecteert. In de lijst van virussen staan 200 soorten fagen, waarvan 133 soorten behoren tot de orde van Caudovirales.

Bij de colitis ulcerosa patiënten vond men een opvallende vermindering van de Caudovirales diversiteit. De Escherichia-fagen en de Enterobacteria-fagen werden in hogere mate bij de Colitis patiënten gevonden.
Deze studie laat zien dat gezonde darmen niet alleen moeten bestaat uit een gezonde bacteriesamenstelling, maar ook uit een gezonde viroom-samenstelling.

Unieke viroom-samenstellingdarmmilieu

Iedereen heeft weer een andere samenstelling van darmbacteriën, dus wetenschappers zijn tegenwoordig niet meer verbaasd dat ook het viroom bij een ieder uniek is. Amerikaans onderzoekers uit Pennsylvania bestudeerden over een periode van 2,5 jaar de darmflora van een gezonde man [2]. Ze vonden tijdens deze studieperiode dat rond de 80% van het viroom stabiel bleef, maar een ander deel bleek aanzienlijk veranderd, in het bijzonder de Microviridae stam. Bepaalde virussen waren sterk aan verandering onderhevig. Mogelijk een verklaring waarom ziekten bij patiënten zich anders uiten en waarom bepaalde therapieën niet aanslaan.

Bacteriofagen kunnen de darmbacteriën infecteren, niet direct de mens zelf. Maar ze kunnen wel de gezondheidstoestand beïnvloeden door de darmflora te veranderen. Dat doen ze met genen die het fenotype (genetische codering) van de darmbacteriën kunnen veranderen, waardoor onschuldige goede darmbacteriën omgevormd kunnen worden tot ziekteverwekkers.

Het is pas sinds de toename van antibioticaresistentie dat men in het Westen interesse toont voor deze bacteriofagen. Sinds een tiental jaren stijgt het onderzoek naar, en het aantal wetenschappelijke artikelen over deze virussen.

Carbapenemase-producerende Enterobacteriaceae

Sommige Enterobacteriaceae-stammen produceren carbapenemase (CPE), wat resistentie voor carbapenem-antibiotica zoals imipenem en meropenem geeft. Deze stammen vormen een belangrijke bedreiging voor de klinische patiëntenzorg en gezondheidszorg.

De familie van de Enterobacteriaceae bestaat uit verschillende bacterie species. Carbapenem-resistentie komt vooral voor bij Klebsiella-species, Escherichia coli en Enterobacter- species. Bij resistentie voor carbapenemantibiotica kan de bacterie het enzym carbapenemase produceren. Dit enzym breekt het antibioticum af waardoor het onwerkzaam wordt. De bacterie kan alleen carbapenemase aanmaken als deze hiervoor de genetische informatie, ofwel genen heeft.

In Nederland komen CPE (nog) niet vaak voor. Minder dan 1% van de stammen is resistent. Echter het aantal stammen stijgt jaarlijks licht. Met name in de mediterrane regio wordt een hoog aantal CPE stammen gevonden. In een aantal landen is het aantal hoger dan 25%. Dus de kans dat CPE zich over een steeds groter gebied verspreidt is reëel.[3]

Stijging van voedselinfecties

Er is een stijging van voedselinfecties. Voedselinfecties worden veroorzaakt door eten met een ziekmakende hoeveelheid bacteriën, parasieten of virussen. Bij een voedselinfectie komt de bacterie of het virus in de darm terecht. Dit prikkelt of tast de darmwand aan. De bacterie of het virus kan nog enige weken in de ontlasting voorkomen waardoor een slechte hygiëne ook anderen kan besmetten.

Net als in voorgaande jaren was het norovirus de meest voorkomende ziekteverwekker. Daarnaast werden ook meer mensen ziek door infecties met salmonella en de campylobacter-bacterie. De meeste infecties ontstaan doordat er niet hygiënisch wordt gekookt, bijvoorbeeld door rauw vlees met ander voedsel in aanraking te laten komen.

Deze stijging van voedselinfecties is onder andere te wijten aan veranderingen in de voedselvoorziening. Er is een stijging in productie en distributie van voedsel over de hele wereld. Kleine familieboerderijen zijn in de loop van de tijd omgevormd tot grote bedrijven. Een kleine uitbraak op een bedrijf heeft daardoor een grotere impact.

De gewoonte van consumenten is veranderd door de grotere beschikbaarheid van fastfood en overvloed aan restaurants waarbij men vaker buitenshuis gaat eten. Uit onderzoek blijkt dat het risico op verkrijgen van bijvoorbeeld een E. coli infectie groter is wanneer men in een restaurant eet. Daarnaast is er een stijging van het deel van de bevolking dat gevoelig is voor voedselgeassocieerde ziektes. Denk aan ouderen, mensen met een verlaagde immuniteit of diegene die een immunosuppressieve therapie volgt (waaronder chemotherapie)[4].

Gastrointestinale gevoeligheid voor infecties

Campylobacter-infecties
De verschillende gevoeligheid voor een infectie met Campylobacter is afhankelijk van de species-samenstelling van het intestinale darmmicrobioom. Mensen met een hogere verscheidenheid (diversiteit) van hun darmmicrobioom en met een hogere frequentie van bacteriën uit de soorten Dorea en Coprococcus zijn duidelijk resistenter tegen een Campylobacter-infectie in vergelijking met mensen, die een lage diversiteit en lage frequentie van deze bacteriënsoorten hebben. Aan de andere kant verhogen bacteriën zoals Bacteroides, Escherichia coli en Streptococcus de gevoeligheid voor dergelijke infecties.

Salmonella/EHEC-infecties
Om de epitheellaag van het darmslijmvlies te bereiken, produceren enterohemorragische Escherichia coli (EHEC) mucinasen (enzymen), die de eiwit-hoofdketen van mucine-glycoproteïnen splitsen. De expressie van deze enzymen wordt door metabolieten verhoogd, die door bacteriën zoals Bacteroides thetaiotaomicron geproduceerd worden.

De kolonisatie door Bacteroides thetaiotaomicron verandert bovendien het metabole landschap in de darm, doordat de concentratie van organische zuren, zoals succinaat, verhoogd wordt en een gluconeogene omgeving door de groei van Escherichia coli (EHEC) gecreëerd wordt.

Aan de andere kant gebruiken Salmonella-species sialinezuur en fucose als koolstofbron in het darmlumen, om hun groei te bevorderen. Saccharolytische bacteriën van het darmmicrobioom, zoals Bacteroides thetaiotaomicron, zetten sialinezuur en fucose vrij en bevorderen zo de groei van salmonellen.

Clostridium difficile-infecties
Saccharolytische bacteriën van het darmmicrobioom, zoals Bacteroides thetaiotaomicron, zetten sialinezuur vrij en bevorderen daarmee de groei van Clostridium difficile. De behandeling met antibiotica verhoogt de concentratie van het vrije sialinezuurt en triggert bovendien de productie van
succinaat, wat met een extra groeivoordeel voor C. difficile verbonden is.

Vanwege de productie van secundaire galzuren, zoals desoxycholaat en lithocholaat, die de groei van vegetatieve C. difficile-cellen sterk remmen, is de aanwezigheid van Clostridium scindens in de darm aan de andere kant met een resistentie tegenover C. difficile-infecties geassocieerd.

Infecties door Rota- en Norovirussen
In studies vertoonde de analyse van de darmmicrobiota een significante grotere gevoeligheid voor het oplopen van een infectie van het Noro- en Rotavirus bij lage aantallen van Ruminococcus spp. en Faecalibacterium prausnitzii. Minder gevoeligheid voor het oplopen van een infectie van het Noro- en Rotavirus werd gevonden wanneer er voldoende van de Akkermansia muciniphila was vastgesteld.

Veel van de bovengenoemde goede bacteriesoorten die we graag zien in een gezonde darm, leven van een breed pakket aan glyconutriënten die zich in de voeding bevinden.

Besmetting in de voedselproductieketen

Om de besmetting in de voedselproductieketen te minimaliseren maakt men gebruik van verschillende behandelingen (fysische en chemische). Het belangrijkste nadeel van deze behandelingen is dat zij veel ongewenste effecten veroorzaken zoals een verandering in kwaliteit van het voedsel en de kans op aanwezigheid van residuen in het voedsel.

Andere behandelingen zijn gebaseerd op natuurlijke antimicrobiële middelen zoals plantextracten, of microbiële producten en enkele antimicrobiële behandelingstechnieken die gebruik maken van levende micro-organismen. Dit zijn zogenaamde ‘beschermende’ bacteriële culturen of bacteriofagen die pathogene en/of bedervende bacteriën in of op het voedsel afdoden.

Amerikaanse farmaceutische bedrijven verkochten in 1930 therapeutische middelen gebaseerd op fagen. Tijdens de tweede wereldoorlog gebruikten het Duitse en het Sovjet leger fagen tegen diarree. Ook door het Amerikaanse leger werd onderzoek uitgevoerd naar fagen . De ontdekking van antibiotica heeft het gebruik en het onderzoek naar fagen even stopgezet. Maar gezien het stijgende probleem van antibioticaresistentie wordt het onderzoek naar faagtherapie hervat.

Het in balans brengen en houden van het darmmicrobioom/viroom wordt een steeds complexere aangelegenheid. Wat voor gevolgen al dit ‘geknutsel’ heeft op ons darmmicrobioom/viroom zal de tijd leren.

Maar steeds duidelijker wordt dat er (voedings)therapieën op maat moeten komen, die de hele ‘beestenboel’ aan bacteriën, schimmels/gisten, parasieten en virussen goed met elkaar laat samenwerken voor het behoud van onze gezondheid.

Marijke de Waal Malefijt

 

 

 

 

Viome Microbioom € 349.00

Viome Gut Intelligence™ test.

Darm Microbioom Plus ontlastingtest

Verkoopprijs (incl. BTW): € 289,95
Koop deze test hier

De microbioom plus ontlastingstest omvat de microbiologische analyse van aërobe en anaerobe sleutelbacteriën, alsook van schimmels en gisten (Candida albicans en Candida spp.), spijsverteringsresiduen en α-1-antitrypsine, calprotectine, galzuren, pancreas-elastase, secretorisch IgA en zonuline in de ontlasting. Verder wordt het menselijke intestinale microbioom bepaald door middel van sequentiebepaling van het genoom van de darmflora. Het viroom(virussen) wordt niet bepaald in deze test. Wel of u gevoeliger bent voor de Rota- en Norovirussen.

Het intestinale microbioom, het totaal van alle micro-organismen, die de darm koloniseren, is van vitaal belang voor de menselijke gezondheid. Een dysbiose van het darmmicrobioom wordt – zoals talrijke studies bewijzen – geassocieerd met verschillende ziekten: metabool syndroom, diabetes, inflammatoire darmziekten zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa, prikkelbare darmsyndroom, darmkanker, calciumoxalaat-nierstenen, cardiovasculaire ziektes, reumatoïde artritis, evenals neurologische aandoeningen.

De analyse van het intestinale microbioom wordt uitgevoerd door middel van DNA-sequentie (next-generation sequentie). Deze methode bracht een revolutie teweeg in de diagnostiek, omdat het de detectie van bijna alle tot dan bekende bacteriën mogelijk maakte. Door DNA-sequentie kunnen de effecten van afzonderlijke zeer complexe microbiota op de kolonisatieresistentie, spijsverteringsprocessen, opname van voedingsstoffen en vitaminen evenals op de immuniteit nauwkeuriger worden beoordeeld. In deze moleculair-biologische testmethode worden ook anaerobe bacteriën op het hoogste technische niveau gedetecteerd, die niet kunnen worden aangetoond via een bacteriecultuur (op kweek zetten).

Bovendien omvat deze test het Darmmicrobioom plus de parameters van de Gezondheidscheck Darm plus de Zonuline in de ontlasting. De Gezondheidscheck Darm omvat naast het onderzoek van de florastatus de beoordeling het spijsverteringvermogen en -capaciteit én de toestand en de functie van de intestinale mucosa en het darm-geassocieerde immuunsysteem.

Zie voor nog meer ontlastingtesten onze zelftestenpagina.

Referenties

[1] Gut mucosal virome alterations in ulcerative colitis https://gut.bmj.com/content/68/7/1169
BMJ Journals; Gut, juli 2019
Tao Zuo1,2,3, Xiao-Juan Lu4, Yu Zhang5, Chun Pan Cheung2,3, Siu Lam2,6, Fen Zhang2,3, Whitney Tang3, Jessica Y L Ching3, Risheng Zhao2,3, Paul K S Chan1,6, Joseph J Y Sung2,3, Jun Yu2,3, Francis K L Chan1, Qian Cao5,7, Jian-Qiu Sheng4, Siew C Ng1,2,3.
[2] Rapid evolution of the human gut virome. Proc Natl Acad Sci U S A. 2013 Jul 23;110(30):12450-5. doi: 10.1073/pnas.1300833110. Epub 2013 Jul 8.
Minot S1, Bryson A, Chehoud C, Wu GD, Lewis JD, Bushman FD.
https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/23836644
[3] Carbapenemase-producerende Enterobacteriaceae https://www.rivm.nl/carbapenemaseproducerende-enterobacteriaceae
[4] De toepassing van bacteriofagen in de beheersing van pathogenen in eetwaren van dierlijke oorsprong. Literatuurstudie bacteriofagen, Universiteit Gent. Caroline Lantin.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen