skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Leverbelasting door slechte vertering en darmmilieu

Steeds vaker vragen mensen zich af waarom hun lichaam steeds gevoeliger wordt omdat ze heftiger reageren op tal van verschillende voedingsmiddelen. Er kunnen diverse dingen aan ten grondslag liggen, maar vaak gaat het om een slecht werkende vertering, een darmbarrière die hyper doorlaatbaar wordt met als gevolg een toenemende leverbelasting.

Een gezonde darm is een doorgeefluik aan het lichaam voor goed verteerde micro- en fytonutriënten. Voor grotere moleculen is de doorgang geblokkeerd. Is de vertering verstoord en ontstaan er tal van rottings- en gistingsproducten dan wordt de darm uiteindelijk te permeabel (doorlaatbaar) en wordt dit lekkende darmsyndroom genoemd.

Oorzaken van het lekkende darmsyndroom zijn heel divers. Te denken valt aan:

  • een verminderde maagzuur- en pancreasenzymenproductie,
  • belasting met pathogenen als schimmels, gisten en parasieten door bijvoorbeeld te hoog suikerverbruik,
  • medicijnen als maagzuurremmers, antibiotica,
  • voeding met pesticiden,
  • niet nageleefde of niet-bekende voedselovergevoeligheden(gluten, noten, zaden, ei, zuivel) kunnen een lekkende darmsyndroom veroorzaken.

Het is een vicieuze cirkel: door de hyper doorlaatbare darm passeren te grote brokstukken waardoor het lokale immuunsysteem continu geprikkeld wordt. Hierdoor ontstaan diverse vormen van overgevoeligheidsreacties.

De lichaamsvreemde voedingsbrokstukken, rottings-en gistingsproducten (aldehyden) als gevolg van de slechte vertering en de gevormde immuuncomplexen moeten worden afgebroken en afgevoerd (ontgift). Dit vergt veel inspanning van de lever en dus ook goede verzorging van de lever om deze zware taken te kunnen uitvoeren.

Lever: voeden en afvoeren

In de totale behandeling van vertering, darmmicrobioom en lever kunnen gerichte dieetadviezen, voedingssuppletie en kruiden zowel de vertering als de ontgifting ondersteunen. Hierdoor worden er tijdens de spijsvertering minder toxische stoffen geproduceerd door rotting en gisting als gevolg van onverteerd voedsel, zodat de darmwand en het leversysteem minder worden belast. Ook de gifstoffen die ontstaan als gevolg van het afdoden van een overgroei aan pathogenen (bacteriën en schimmels/gisten) worden door behandelingsondersteuning makkelijker afgevoerd.

Acht stappen naar een goede darmbarrière

Hoewel de darmepitheelcel zich iedere 1,5 dag vernieuwt, beslaat het herstel van een lekkende darm toch snel uit weken, dan wel maanden. De belangrijkste pijlers in de aanpak:

  1. Vermijd bekende voedseltriggers (bekende allergenen en intoleranties). Dit is eventueel in kaart te brengen door middel van diverse soorten voedselallergie/-intolerantietesten.
  2. Zorg dat je gerichte spijsvertering-, darm- en levervoedingsadviezen toepast.
  3. Bevorder voldoende maagzuurproductie, eventueel met behulp van betaïne HCl suppletie.
  4. Zorg dat de galproductie gestimuleerd wordt om de activiteit van de pancreas verteringsenzymen te activeren. Dit kan met behulp van gemmotherapie, fytotherapie, taurine (aminozuur), choline, artisjok, paardenbloemen (thee), radijs, spinazie, geelwortel.
  5. Ondersteun de spijsvertering als deze lang verzwakt is en blijft door een zorgvuldig uitgezocht enzymen suppletie passend bij je dieetmenu. Ook zijn er specifieke kruidenextracten om de spijsvertering te ondersteunen.
  6. Zorg voor voldoende bouwstoffen voor het darmepitheel. Denk aan de inname van voldoende zwavelhoudende aminozuren, glutamine, zink, vitamine A, omega 3, vitamine D, aloë verasap en symbiotica voor een gezonde darmflora.
  7. Breng de darmflora en eventuele pathogenen in kaart met behulp van een ontlastingsanalyse (zie de genoemde zelftesten bij ons op de site). Bij aanwezigheid van pathogenen dienen deze te worden behandeld.
  8. Ondersteun de lever met behulp van de juiste voedingsadviezen, bijvoorbeeld met bittere groenten, avocado, hüttenkäse en wortel(sap). De lever kan daarnaast extra ondersteund worden door gemmotherapie, fytotherapie, homeopathie en extra nutriënten.

De lever in relatie met de vertering

De meeste mensen denken aan hun maag als ze verteringsproblemen ondervinden, maar de lever en de galblaas zijn zeker zo essentieel in het hele proces. Optimale galblaasfunctie plaveit de weg voor een gezonde lever en darmen. Een slecht functionerende galblaas kan verantwoordelijk zijn voor een aantal symptomen, waaronder:

  • Opboeren tot uren na de maaltijd
  • Bittere smaak in de mond
  • Slecht vet eten verdragen
  • Pijn rond de galblaas en soms pijn naar de rechterschouder en schouderblad
    Indigestie
  • Galvorming en opgeblazen gevoel
  • Vermoeidheid
  • Jeuk
  • Droge huid en haar
  • Tekort aan vet oplosbare vitamines (A,D,E,K)

Tijdens de maaltijd begint de vertering al op gang te komen door eten goed te kauwen waardoor Amylase in het speeksel in de mond dan al de vertering inzet. Goed kauwen is daarom essentieel.
De zure etensbrij (chymus) met de al wat opgeloste vetten gaat van de maag naar het duodenum, waardoor de galblaas door dit zure eten tot een reflex wordt aangezet tot het afscheiden van galsap.

De pancreas (alvleesklier) scheidt een aantal enzymen uit (o.a. lipase, amylase} als het eten in het duodenum is aangekomen. Omdat vet niet oplosbaar is in water komen nu de galzouten van pas om het vet af te breken. Goed afgebroken vetten geven o.a. ook minder overgroei van een pathogeen als de Clostridium (een bacterie die houdt van onverteerd eiwit en vet en daardoor lekker kan gaan groeien in de darmen).

Commentaar Natuurdietisten Nederland

Normale, gezonde gal bestaat gemiddeld uit 70% galzouten, 22% lecithine, 3% proteïnen en 0,3% bilirubine. Het galzurensecretieproces staat onder invloed van secretine en glucagon . Tijdens het verteringsproces produceren we tot tweemaal meer gal die direct in het duodenum vloeit via de sfincter van Oddi . Galblaascontracties staan onder invloed van cholecystokinine. Oliën, eierdooier en MgS04 bevorderen zo’n lediging.

Cholecystokinine (CCK) is een hormoon en een neurotransmitter. Het is samengesteld uit verschillende aminozuren en wordt in het lichaam afgegeven door de twaalfvingerige darm en het jejunum. CCK lijkt qua structuur erg op gastrine. Er bestaan 3 verschillende versies van CCK met een verschillend aantal aminozuren.

Als hormoon werkt CCK in op de alvleesklier, die daardoor enzymen afscheidt die zorgen voor de vertering van proteïnen, vetten en koolhydraten. Ook werkt het in op de galblaas, die daardoor gal afscheidt, dat zorgt voor het emulgeren van vetten, zodat die gemakkelijker door het lichaam worden opgenomen. Ook zorgt het voor een verzadigingssignaal, door inwerking op de nervus vagus, die op zijn beurt zal inwerken op de nucleus tractus solitarii.

Galzuren(zouten) worden gemaakt door hydroxylatie van cholesterol. Voor deze hydroxylatie is als cofactor vitamine C nodig. Een tekort aan vitamine C kan zodoende zorgen voor onvoldoende hydroxylatie van cholesterol en dat leidt tot eventuele vorming van galstenen, aangezien de gehydroxyleerde cholesterol oplosbaar is in waterige omgeving maar cholesterol niet.

De twee belangrijkste fysiologische taken van cholecystokinine (CKK) zijn de stimulatie van de exocriene secretie van de pancreas en de contractie van de galblaas. Tang et al.[1] heeft aangetoond dat de receptoren voor CCK in de menselijke pancreas en galblaas verschillend van elkaar zijn. In de pancreas bevinden zich voornamelijk CCK-B-receptoren, terwijl in de spierlaag van de galblaas alleen CCK-A-receptoren werden aangetoond.

Deze bevinding kan belangrijke farmacologische gevolgen hebben wanneer men de functies van de galblaas of die van de exocriene pancreas afzonderlijk wil stimuleren of afremmen. Ook kan er sprake zijn van polymorfisme[2] bij niet goede werking.

Gelijktijdig gebruik van natuurproducten en geneesmiddelen

Het is zeer gebruikelijk dat mensen bij maag-darmklachten advies krijgen van de huisarts/specialist en ook bij de drogist advies vragen en vaak nog een derde persoon consulteren in de hoop dat hun klachten snel verdwijnen.
Onderzoek toont aan dat men zowel van complementaire als allopathische zorg gebruikmaken. Nadeel is dat ze dit niet altijd durven te melden aan behandelaren. De mogelijkheid om gelijktijdig gebruik te signaleren en een risicobeoordeling te maken vervalt daarmee helaas.

Gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen en voedingsproducten kan zowel positief als negatief uitpakken. Gebruikers van zelfzorgproducten vergeten echter dit te melden aan hun voorschrijvend behandelaar, arts/specialist of apotheker. Uit onderzoek bij cliënten die zowel van complementaire als allopathische zorg gebruikmaken, blijkt dat zij dit vaak niet durven te melden aan hun behandelaren.

Patiënten en voorschrijvers zijn zich niet bewust van het belang hiervan. Om een eventuele interacties te kunnen beoordelen, is het belangrijk het gelijktijdig gebruik wel te melden.
Het is onduidelijk hoe vaak gelijktijdig gebruik van natuurlijke producten (voedingssupplementen en kruidenpreparaten) en geneesmiddelen voorkomt.

Recent vond een onderzoek [3] plaats in Duitsland, gedaan in vijf verschillende klinieken naar gelijktijdig gebruik van complementaire (voedingssupplementen en kruidenpreparaten) en alternatieve zorg onder patiënten bij het ondergaan van een kankerbehandeling. Er waren 711 van de 1000 mensen die hun vragenlijst retour zonden.

Bijna dertig procent daarvan maakte gebruik van complementaire middelen. Bij 55 procent van hen was er sprake van gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen en voedingssupplementen of kruidenpreparaten. Combinaties kunnen risico’s geven voor interacties en dus raden wij u aan, precies aan te geven bij al uw behandelaars wat u inneemt. Lever- en galklachten, verteringsproblemen en een slecht darmmicrobioom zijn vaak ook een gevolg van (te veel) medicatiegebruik, maar een onverstandige combinatie met complementaire middelen in een poging het tij te keren maakt het dikwijls slechter in plaats van beter.

Marijke de Waal Malefijt

Literatuur
[1]Tang C, Biemond I, Lamers CBHW. Cholecystokinin receptors in human pancreas and gallbladder muscle: a comparative study. Gastroenterology 1997;111:1621-6.
Biochem Genet. 2016 Jun 10. [Epub ahead of print]
[2]Polymorphism and Expression Profile of Cholecystokinin Type A Receptor in Relation to Gallstone Disease Susceptibility.
Kazmi HR, Chandra A, Nigam J, Baghel K, Srivastava M, Maurya SS, Parmar D.
[3] Firkins, R., Eisfeld, H., Keinki, C., Buentzel, J., Hochhaus, A., Schmidt, T., & Huebner, J. (2018). The use of complementary and alternative medicine by patients in routine care and the risk of interactions. Journal of Cancer Research and Clinical Oncology, 144(3), 551–557.