skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1500 artikelen over gezondheid!

Prebiotica maakt darmmicrobioom sterker

De rol van het darmmicrobioom wordt steeds meer gezien als een controlecentrum. Het onderhouden van een goede diversiteit en kwaliteit is daarom belangrijk. Vezelrijke (glyconutrienten) en gefermenteerde voeding ondersteunen de darmen, maar ook probiotica en prebioticasuppletie doen dat.

Het is belangrijk om voldoende vezels te eten. Niet alleen vezels met prebiotische eigenschappen, maar ook andere soorten vezels. Eet daarom voldoende verschillende vezelrijke voedingsmiddelen zoals volkorenbrood en graanproducten, groente en fruit, peulvruchten en noten.

Prebiotica worden niet door ons lichaam afgebroken en opgenomen. Ze worden afgebroken door de bacteriën in de dikke darm. Dat heet fermentatie. Bacteriën gebruiken prebiotica in feite als voedsel. O.a. de groei van lactobacillen en bifidobacteriën in de darm worden hiermee gestimuleerd.

Deze bacteriën zetten prebiotica om in korte-keten vetzuren die belangrijk zijn voor de gezondheid van de darmwand. Verandering in de juiste bacteriepopulatie in de darm wordt in verband gebracht met allerlei gezondheidseffecten zoals verbeterde weerstand tegen infecties, minder kans op allergie en minder risico op overgewicht en diabetes. Omdat prebiotica meestal vezels zijn, dragen ze ook bij aan een gezonde stoelgang. Prebiotica bevatten in tegenstelling tot probiotica zelf geen levende bacteriën, maar dienen ter ondersteuning van de probiotica en versterken de al aanwezige goede bacteriën in het darmmicrobioom. Prebiotica worden aangeduid als oplosbare vezels terwijl niet-oplosbare vezels (voedingsvezels) het beste bekend staan voor het stimuleren van de stoelgang.

Prebiotische vezels passeren intact de maag en het bovenste deel van de dunne darm. In het onderste deel van de dunne darm en in de dikke darm worden de vezels gefermenteerd door verschillende soorten bacteriën en gistsoorten. In ruil voor deze voeding produceren ze een reeks van stoffen. De micro-organismen produceren onder andere vitaminen, endocannabinoiden en korte keten vetzuren zoals butyraat, lactaat, acetaat en propionaat.

Prebiotica is ook als supplement verkrijgbaar. De meest bekende prebioticasupplementen zijn:

  • Inuline
  • Fructo-oligosachariden (FOS)
  • Arabinogalactaan
  • Alfa Galacto-Oligosachariden (GOS)
  • Beta Galacto-Oligosachariden (GOS)
  • Xylooligosachariden (XOS)
  • Soja-oligosachariden (SOS)
  • Accacia Sengal
  • Appelpectine vezels
  • Paddenstoelen-extracten
  • N-Acetyl galactosamine

Optimaliseren van het darmmicrobioom

Prebiotica soorten verbeteren en complementeren de werking van probiotica. Met een dergelijke combinatie lever je niet alleen diverse beschermende bacteriën en gistsoorten aan, maar ook direct de voeding waar ze lekker op gedijen. Dit is een natuurlijke mest waarmee de levensvatbaarheid en robuustheid van iemands persoonlijke darmmicrobioom wordt geoptimaliseerd.

Prebiotica zorgt bijvoorbeeld voor een vijfvoudige toename van het aantal ‘goede’ bifidobacteriën in het maagdarmstelsel van mensen met overgewicht, aldus toonde wetenschappers van het Maastricht UMC+ aan in een publicatie in het wetenschappelijke tijdschrift Gastroenterology. Het aantal gunstige bifidobacteriën nam toe, maar de insulinegevoeligheid, verschillende ontstekingsfactoren en de energiestofwisseling bleven echter onveranderd.

Het gaat dus blijkbaar niet alleen om het verhogen van een enkelvoudige bacteriesoort maar een samenspel van diverse bacteriesoorten die verhoogd dienen te worden. Daarom gaat er niks boven voeding met een breed palet aan vezelsoorten die een voedingsbodem zijn voor een grote diversiteit aan darmflorabacteriën.

Om welke bacteriesoorten gaat het? Welke soorten willen we om gezondheidsredenen graag in de juiste aantallen hebben voor een gezond darmmicrobioom? Wanneer is er sprake van een ideaal darmmicrobioom?

Met de kennis van nu kan worden gesteld dat een ideale darmmicrobioom bestaat uit:

  1. Een grote darmdiversiteit (verscheidenheid en soortenrijkdom aan bacteriën).
  2. Voldoende aantallen van butyraat (korte-keten-vetzuur) producerende bacteriën. Butyraat zorgt voor voeding en energie voor epitheelcellen.
  3. Voldoende aantallen van de Akkermansia muciniphilia (geeft stabilisatie darmbarrière en darmslijmvliesherstel).
  4. Lage aantallen gram – negatieve proteobacteriën. Deze soorten groeien op eiwitten en geven inflammatie en een sterke immunrespons.
  5. Voldoende aantallen Faecalibacterium praunizia. Een toereikend aantal van boterzuurproducerende bacteriën zoals Faecalibacterium prausnitzii kunnen symptomen tegengaan van verhoogde intestinale rottingsacitiveteit met een forse histamineproductie. Histamine speelt een centrale rol bij allergische reacties. Verhoogde fecale histamineconcentraties kunnen veroorzaakt zijn door een toegenomen histamine-inname via de voeding of verhoogde intestinale rottingsactiviteit en histamine-synthese door overgroei van bepaalde darmbacteriënsoorten. Deze bacteriële metabole activiteit wordt voornamelijk veroorzaakt door het hoge aantal Proteobacteria.
  6. Voldoende actetaat/propionaatvormende bacteriën
  7. Voldoende lactaatvormende saccharolytische (koolhydraten) bacteriën (Bifidobacterium spp, Bifidobacterium adolescentis, Enterococcus spp, Lactobacillus spp)
  8. Voldoende vezels-splitsende bacteriesoorten; bifidobacteriën en Ruminococcus spp.
  9. Lage aantallen LPS producerende bacteriën. Lipopolysachariden (LPS), ook bekend als lipoglycanen, zijn grote moleculen bestaande uit een lipide en een polysacharide bijeengehouden door een covalente binding. Ze komen voor in de buitenmembraan van gramnegatieve bacteriën. Het zijn endotoxinen, die een sterke immuunrespons(cytokinen/interleukine verhogend= ontstekingen) veroorzaken. Bekende LPS soorten zijn: Citrobacter spp., Enterobacter spp, Escherichia spp, Klebsiella spp, Providencia spp, Pseudomonas spp, Serratia spp, Sutterella spp.
  10. Lage aantallen methaanvormende bacteriën, Methanobacteria, Methanobrevibacter (geven veel gasvorming en obstipatie).
  11. Lage aantallen Clostridiaceae. Deze soorten geven inflammatie en een immunrespons.
  12. Lage aantallen sulfaatreducerende bacteriën (Bilophila wadsworthia, Desulfobacter spp, Desulfuromonas spp, Desulfovibrio spp). Hoge aantallen die van eiwitten leven, geven chronische ontstekingen door verhoogde productie van waterstof sulfide (H2S)(rotte eieren lucht).
  13. Geen schimmels- en gistenovergroei (Candida spp, Candida albicans, Geotrichum candidum, Aspergillus, Saccharomyces cerevisiae, gisten).
  14. Voldoende Oxalobacter formigenes (geeft minder kans op oxalaatstenen)
  15. Voldoende immuunmodulerende bacteriën (waaronder enterococcen)
  16. Voldoende neuroactieve bacteriën. Neuroactieve microbiota (Bifidobacterium adolescentis, Bifidobacterium dentium, Lactobacillus brevis, Lactobacillus plantarum, Lactobacillus paracasei) zijn microbiota, die meewerken aan het metabolisme van neuroactieve stoffen of dergelijke stoffen vormen.

Samenvattend gaat het dus om balans houden tussen de diverse soorten darmbacteriën. Niet te veel en niet te weinig zodat iedereen zijn taken goed kan uitvoeren. Laten we een paar belangrijke soorten voor het behoud van onze darmmicrobioomgezondheid nader bekijken.

1. Butyraat producerende bacteriën

Dergelijke butyraatproducerende bacteriën verminderen darmontstekingsprocessen door de vorming van regulerende T-cellen te bevorderen en door de vorming van pro-inflammatoire cytokinen van macrofagen en dendritische cellen te remmen. Het geproduceerde butyraat (boterzuur) verhoogt bovendien het zuurstofverbruik van de darmcellen (colonocyten) en verbetert het fenomeen van “fysiologische hypoxie” van het mucosa, dat bijdraagt aan de ondersteuning van de darmbarrièrefunctie. Butyraatvormende bacteriën zijn vooral: Faecalibacterium prausnitzii, Eubacteriumspp., Roseburia spp., Ruminococcus spp. en Butyrivibrio crossotus.

Een vermindering van de butyraatvormers kan ontstekingsprocessen bevorderen die de permeabiliteit van het darmslijmvlies (lekkende darm) verhogen en de verschijning van ontstekingsziekten (ziekte van Crohn, Colitis Ulcerosa), prikkelbare darmsyndroom, voedselintoleranties en coeliakie bevorderen.

2. Mucinedegraderende bacteriën

Mucinedegraderende bacteriën zijn vooral Akkermansia muciniphila en Prevotella-species. Dergelijke bacteriën kunnen mucine afbreken en zijn essentieel voor de vernieuwing van de fysiologische mucinelaag. Daardoor ondersteunen ze butyraatvormende bacteriën (waaronder Faecalibacterium prausnitzii) die zorgen voor het behoud van een intacte darmbarrière. Bij verhoogde aantallen mucinedegraderende bacteriën verstoren ze de darmbarrière.

De hoeveelheid Akkermansia muciniphila bacteriën variëren per individu en vervolgonderzoek toonde aan dat in bepaalde situaties een ‘Akkermansia-tekort’ kan ontstaan. Als er een tekort aan de bacterie is ontstaan, kan dat resulteren in een verlaagde darmbarrièrefunctie en een verhoogde vetopslag. Vervolgens bleek dat deze bacterie de negatieve effecten van een vetrijk dieet vermindert en daardoor belangrijke gezondheidseffecten kan hebben voor patiënten met obesitas.

3. Acetaat- / propionaatvormende bacteriën

Tot de Acetaat- / propionaatvormende vormende bacteriën horen de Alistipes, Bacteroides spp en Dorea spp. Korteketenvetzuren (acetaat, propionaat) worden in de dikke darm door o.a. deze bacteriën geproduceerd, waarna ze deels worden gebruikt als brandstof door darmcellen, deels worden opgenomen via de darm in de bloedsomloop en deels worden uitgescheiden met de ontlasting. Hoewel deze korte ketenvetzuren een belangrijke voedingsbron zijn voor darmcellen kunnen zij bij hoge concentraties in het bloed ook negatieve toxische effecten hebben.

Het geslacht Alistipes behoort tot het fylum van de Bacteroidetes. Het zijn obligaat anaerobe bacteriën die ongeveer 1-3% van het microbioom uitmaken. Alistipes worden, net zoals Bacteroides, in hun groei gestimuleerd door een eiwitrijke voeding (David et al., 2014). Verhoogde aantallen Alistipes boven 3,0 x 10^10 kve/g feces wijzen op een dysbiose.

Verhoogde aantallen ziet men bijvoorbeeld bij kinderen met het prikkelbare darmsyndroom en terugkerende buikklachten (Saulnier et al., 2011). Naast Bilophila wadsworthii komen Alistipessoorten ook vaak voor in inflammatoir weefsel van de blindedarm bij kinderen (Rautio et al., 2003). Een vezelrijke voeding reguleert een juiste hoeveelheid aan Alistipes. Bacteroides worden, net zoals Allistipes, in hun groei gestimuleerd door een eiwitrijke voeding (David et al., 2014). Een vezelrijke voeding werkt regulerend op de aantallen Bacteroides die bij te veel eiwitgebruik een overgroei gaan vertonen en dan buikklachten kunnen geven.

4. Lactaatvormende saccharolytische bacteriën

Lactaatvormende saccharolytische vormende bacteriën zijn: Bifidobacterium spp, Bifidobacterium adolescentis, Enterococcus spp, Lactobacillus spp. Saccharolytische bacteriën in de darm zijn verantwoordelijk voor de splitsing van complexe poly- en oligosacchariden zoals bijvoorbeeld resistent zetmeel. Het lactaat (melkzuur) dat bij de splitsing ontstaat, dient voor andere bacteriën zoals Ruminococcus bromii of Faecalibacterium prausnitzii als basis voor de productie van boterzuur. Een sleutelrol speelt hierbij Bifidobacterium adolescentis, wat in een studie met gezonde proefpersonen onderzocht is (Venkataraman et al. Microbiome 2016).hersenen

5. Neuroactieve microbiota

Neuroactieve microbiota zijn microbiota, die meewerken aan het metabolisme van neuroactieve stoffen of dergelijke stoffen vormen.
Tot de neuroactieve microbiota horen de: Bifidobacterium adolescentis, Bifidobacterium dentium, Lactobacillus brevis, Lactobacillus plantarum, Lactobacillus paracasei, Alistipes spp, Oscillibacter.
Alistipes-soorten zijn indol-positief en kunnen daarmee bij verhoogde aantallen de beschikbaarheid van tryptofaan beïnvloeden. Omdat tryptofaan de voorloper is van serotonine, kan het verhoogde kiemgetal van Alistipes daarom het evenwicht van het serotonerge systeem in de darm verstoren.

Oscillibacter vormt valeriaanzuur als de belangrijkste metaboliet. Valeriaanzuur heeft een structurele gelijkenis met gamma-aminoboterzuur (GABA) en kan, net als GABA, binden aan GABA-receptor en deze remmen. Belangrijk is dus om geen verhoogde aantallen Oscillibacter te krijgen. Dit ziet men vaak bij verstopping (Tigchelaar et al., 2016), als gevolg van biliaire insufficiëntie (galstenen) (Keren et al., 2015). Een vertraagde ontlasting-transit en een langdurige verstopping geven dus een risico op de Oscillibacter (Misciagna et al., 1996; Hofmann, 2005).

Bacteriën die het neuroactieve gamma-aminoboterzuur (GABA) kunnen vormen, omvatten o.a. Bifidobacterium adolescentis, Bifidobacterium dentium, Lactobacillus brevis, Lactobacillus plantarum en Lactobacillus paracasei. GABA werkt als een natuurlijke rustgever, remt de zenuwimpulsen en heeft een stressregulerende activiteit.

Samenvattend

Hoe kunnen we naast prebiotica en probiotica onze bacteriefamilies in balans houden? Voornamelijk door een evenwichtig dieet. Daar kunnen natuurdiëtisten u bij helpen.

 

 

Marijke de Waal Malefijt

 

 

 

Darm Microbioom Plus ontlastingtest

Verkoopprijs (incl. BTW): € 289,95
Koop deze test hier

Het intestinale microbioom, het totaal van alle micro-organismen, die de darm koloniseren, is van vitaal belang voor de menselijke gezondheid. Een dysbiose van het darmmicrobioom wordt – zoals talrijke studies bewijzen – geassocieerd met verschillende ziekten: metabool syndroom, diabetes, inflammatoire darmziekten zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa, prikkelbare darmsyndroom, darmkanker, calciumoxalaat-nierstenen, cardiovasculaire ziektes, reumatoïde artritis, evenals neurologische aandoeningen.

De analyse van het intestinale darmmicrobioom wordt uitgevoerd door middel van DNA-sequentie (next-generation sequentie). Deze methode bracht een revolutie teweeg in de diagnostiek, omdat het de detectie van bijna alle tot dan bekende bacteriën mogelijk maakte.

BacteriënVoedingReferentie
Akkermansia

Municiphila

Volkorengranen: bruine rijst, haver, boekweit, gort, volkoren couscous, quinoa,

gierst, volkoren pasta.

FOS (oligofructose) o.a. uien, knoflook, prei, artisjokken

Resistent zetmeel uit gekookte en afgekoelde aardappel, pasta of rijst

Dao, 2016, Akkermansia muciniphila and improved metabolic health during a dietary intervention in obesity: relationship with gut microbiome richness and ecology.

Everard, 2013, Cross-talk between Akkermansia muciniphila and intestinal epithelium controls diet-induced obesity.

Topping, D. L. and P. M. Clifton (2001). Short-chain fatty acids and human Colonic function: roles of resistant starch and nonstarch polysaccharides. Physiol Rev 81(3): 1031-64.

Alistipes

 

 

Balans tussen eiwitrijke voeding en vezels (groene stengels)

Alistipes worden in hun groei gestimuleerd door proteïnerijke voeding

Een vezelrijk dieet leidt tot vermindering van aantallen Alistipes.

David et al., 2014

Verhoogde aantallen zie je in studies, bijvoorbeeld bij kinderen met het prikkelbare darmsyndroom en terugkerende buikklachten (Saulnier et al., 2011).

Naast Bilophila wadsworthii komen Alistipessoorten ook vaak voor in inflammatoir weefsel van de blindedarm bij kinderen (Rautio et al., 2003).

 

BacteroidesGroei; zetmeel en vet

Afname: beperken van zetmeel en vet.

Bacteroidetes-soorten zijn in staat om vitamines te synthetiseren (Biotine, Riboflavine, Pantotheenzuur, Foliumzuur en Vitamine C).

Voldoende (niet te hoog) Provatella zijn nodig om B-vitamines  (B1, B2, B3) beter op te nemen.

Bifidobacteria

 

Polyphenolen uit o.a. blauwe bessen, groene thee, druiven Prebiotica o.a. in aardperen, amandelen, artisjokken, asperges, bieten, broccoli, kool, pistache noten, prei, rogge, witlof, uien,

knoflook, venkel, okra.

Gefermenteerde voeding zoals zuurkool uit het vat, ingemaakte groenten, kimchi, natto, tempeh, miso

kefir en kombucha.

Let op gefermenteerde voeding kan biogene aminen (histamine) problemen geven

Brinkworth, 2009, Comparative effects of very low-carbohydrate`, high-fat and high-carbohydrate`, low-fat weight-loss diets on bowel habit and faecal short-chain fatty acids and bacterial populations.

Meyer, 2009, The bifidogenic effect of inulin and oligofructose and its consequences for gut health.

Ukhanova, 2014, Effects of almond and pistachio consumption on gut microbiota composition in a randomised cross-over human feeding study.

Liu, 2014, Prebiotic effects of almonds and almond skins on intestinal microbiota in healthy adult humans.

Jennings, 2014, Intakes of anthocyanins and flavones are associated with biomarkers of insulin resistance and inflammation in women.

Chen, 2006, Konjac acts as a natural laxative by increasing stool bulk and improving colonic ecology in healthy adults.

World J Gastroenterol. 2010 Sep 28;16(36):4532-40. Association of symptoms with gastrointestinal microbiota in irritable bowel syndrome.

Malinen E1, Krogius-Kurikka L, Lyra A, Nikkilä J, Jääskeläinen A, Rinttilä T, Vilpponen-Salmela T, von Wright AJ, Palva A.https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/20857523

Biophila wadsworthiaVerminder vlees.

Gebruik plantaardige olie; olijf olie, lijnzaadolie, walnootolie, pompoenolie

Gebruik noten & zaden en avocado.

Gebruik yoghurt, rawpowder kefir en karnemelk.

Veiga, 2014, Changes of the human gut microbiome induced by a fermented milk product.
Collinsella aerofaciens (afbraak galzuren)

 

Ze fermenteren vooral koolhydraten. Resistent zetmeel verhoogt het aantal Collinsellabacteriën.

Een koolhydraatarm dieet leidt tot een afname van Collinsellabacteriën.

Haverzemelen

Complete Genome Sequence of Collinsella aerofaciens Isolated from the Gut of a Healthy Indian Subject.

Satyabrata Bag, Tarini Shankar Ghosh, and Bhabatosh Das. Genome Announc. 2017 Nov; 5(47): e01361-17. Published online 2017 Nov 22. doi:  10.1128/genomeA.01361-17https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC5701492/

Kassinen, A., Krogius-kurikka, L., Paulin, L., Corander, J., Malinen, E., Apajalahti, J., & Palva, A. (2007). The Fecal Microbiota of Irritable Bowel Syndrome Patients Differs. Gastroenterology, 133, 24–33.

Walker, A. W., Ince, J., Duncan, S. H., Webster, L. M., Holtrop, G., Ze, X., Flint, H. J. (2011). Dominant and diet-responsive groups of bacteria within the human colonic microbiota. The ISME Journal, 5(2), 220–230.

Tyrrell, K. L., Citron, D. M., Warren, Y. A., Nachnani, S., & Goldstein, E. J. C. (2003). Anaerobic bacteria cultured from the tongue dorsum of subjects with oral malodor. Anaerobe, 9, 243–246.

Clostridium difficileVerminder vet- en vlees inname en stop met gebakken eiwit plus vet combinatie, vermijd verhitte oliesoorten.

Yoghurt, rawpowder kefir of karnemelk Groene thee.

Lee, 2006, Effect of tea phenolics and their aromatic fecal bacterial metabolites on intestinal microbiota.
Clostridium perfringensGOS (Galactooligosaccharides)

Bonen en peulvruchten, zoals linzen, kikkererwten etc.

Groene thee.

Arabinogalactan

Medicinale paddenstoelen extracten

Scott, 2011, Nutritional influences on the gut microbiota and the consequences for gastrointestinal health.

Woodmansey, 2007, Intestinal bacteria and ageing.

Choi, 2016, Genetic Variation in the TAS2R38 Bitter. Taste Receptor and Gastric Cancer Risk in Koreans.

EnterobacterVerminder vet en eiwit inname.

Geen bewerkt voedsel

Zhang, 2010, Interactions between gut microbiota`,host genetics and diet relevant to development of metabolic syndromes in mice.
Faecalibacteria

prausnitzii

Bepaalde koolhydraten, zgn. oligosacchariden bevorderen de groei van F. prausnitzii en A. muciniphila. F.prausnitzii produceert butyraat, vermindert ontstekingen en stabiliseert samen met A. muciniphila het slijmvlies.

Gefermenteerd voedsel.

FOS/GOS

Prebiotica van inuline uit witlof, uien, knoflook en aardpeer.

GOS uit bonen, peulvruchten en noten.

Scott, 2013, The influence of diet on the gut microbiota).
LactobacillusProbiotica  yoghurt (LGG), Kefir (water of melk), KarnemelkVemuri R., Gundamaraju R., Shastri M.D., Shukla S.D., Kalpurath K., Ball M., Tristram S., Shankar E.M., Ahuja K., Eri R. Gut microbial changes, interactions, and their implications on human lifecycle: An ageing perspective. BioMed Res. Int. 2018. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/29682542
Provatella copriGranen Uit onderzoeken bleek dat RA-patiënten bij manifestatie van de ziekte bijzonder vaak hoge aantallen P. copri vertoonden. In experimenten kon aangetoond worden dat kolonisatie met P. copri niet het gevolg, maar de oorzaak van systemische ontstekingen en auto-immuunziekten kan zijn.
Roseburia

 

Verhoog inname van complexe koolhydraten van volkoren granen (voornamelijk volle glutenvrije granen) , haver, wilde- en bruine rijst, quinoa, amaranth, teffvlokkenScott, 2011, Nutritional influences on the gut microbiota and the consequences for gastrointestinal health.

Russell, 2008, Anti-inflammatory implications of the microbial transformation of dietary phenolic compounds.

David, 2014, Diet rapidly and reproducibly alters the human gut microbiome.

Ruminococcus

 

Resistent zetmeel uit gekookte en afgekoelde aardappel, pasta of rijst.

Peulvruchten

Ruminococcus verteert plantmaterialen. Bij een tekort aan groentevezels kunnen deze bacteriën de slijmwand afbreken om te gebruiken als voeding, waardoor de weerstand van de slijmlaag afneemt en er klachten ontstaan.

 

Martínez, 2010, Resistant starches types 2 and 4 have differential effects on the composition of the fecal microbiota in human subjects.

https://www.csiro.au/en/Research/BF/Areas/ Nutrition-and-health/Nutrition-and-gut-health/  Resistant-starch?ref=/CSIRO/Website/Research/ Health/Healthier-foods/Resistant-starch

Tzounis, 2011, Prebiotic evaluation of cocoaderived flavanols in healthy humans by using a randomized`, controlled`, double-blind`, crossover intervention study.

Referenties

Canfora EE, van der Beek CM, Hermes GD et al. Supplementation of Diet with Galacto-oligosaccharides Increases Bifidobacteria, but not Insulin Sensitivity, in Obese Prediabetic Individuals. Gastroenterology, april 2017; pii: S0016-5085(17)35408-2. doi: 10.1053/j.gastro.2017.03.051.
https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/28396144
Altered Tryptophan Levels in Patients With Inflammatory Bowel Disease Owing to Colonic Leakage, Metabolism, or Malabsorption?
https://www.gastrojournal.org/article/S0016-5085(18)30308-1/fulltext Br J Nutr. 2010 Aug;104 Suppl 2:S1-63. doi: 10.1017/S0007114510003363.
Prebiotic effects: metabolic and health benefits.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen