skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Enzymtherapie: kiezen van de juiste enzymen

Meer dan 3,5 miljoen Nederlanders hebben regelmatig spijsverteringsklachten waaronder: boeren, opgeblazen gevoel, winden, brandend maagzuur, verstopping, diarree, maag-darmkrampen, divertikels, ontlastingsincontinentie. In dit artikel worden diverse oorzaken besproken met de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van enzymtherapie om de vertering te ondersteunen bij hardnekkige verstoringen.

Wat is er met de spijsvertering aan de hand dat er zoveel mensen zijn met bovengenoemde klachten? De spijsvertering is een vrij ingewikkeld, maar goed georganiseerd systeem. Een systeem dat heel wat kan verduren en dat is ook nodig, want elke dag wordt er veel van gevraagd. Het voedsel moet worden getransporteerd, afgebroken en gescheiden in nuttige, nutteloze en schadelijke stoffen. Ook wordt het systeem belaagd door ‘aanvallers’ uit de buitenwereld (bacteriën, virussen en min of meer giftige stoffen).

Eten of drinken van (teveel) prikkelende stoffen is vaak de oorzaak van spijsverteringsklachten: alcohol, koffie, scherpe kruiden of tabak. Maar ook te snel, te veel, te heet, te vet, of op zeer onregelmatige tijden eten, kan tot klachten leiden. Ook je levensstijl (stress of spanning, te laat naar bed, extreem moe zijn) is van invloed op de spijsvertering. Daarnaast kunnen ook hormonale veranderingen spijsverteringsklachten geven. Maar het grootste probleem momenteel is dat vele enzymsystemen onder functioneren.

Verstoring van de maagzuurproductie

De maagzuurproductie komt op gang bij het zien, ruiken en proeven van eten. Doordat mensen nu steeds minder in de keuken staan, worden de zintuigen minder geprikkeld en wordt de maagzuurproductie niet optimaal gestimuleerd. Bij gemaksvoedsel, waar je niks meer hoeft te bereiden, is de prikkeling van de verschillende zintuigen minder.

Voor de productie van maagzuur is acetylcholine nodig. Acetylcholine wordt geproduceerd bij rust en ontspanning. Tijdens inspanning of stress wordt het niet geproduceerd. De bouwstof van acetylcholine is choline en deze stof zit alleen in ruime mate in lever en eieren. Dit zijn nou net twee voedingsmiddelen die men te weinig eet. Want eieren verhogen het cholesterol en dat is slecht voor de gezondheid. Althans volgens oude achterhaalde voedingsadviezen.

Naast acetylcholine is histamine ook nodig voor de productie van maagzuur. Tegenwoordig eet men veel te veel zakjes, pakjes, en plantaardige oliën. Het leidt tot een overschot aan het omega-6 vetzuur linolzuur (LA) dat weer wordt omgezet in het vetzuur arachidonzuur (AA) en vervolgens in prostaglandine type E2 (PGE2). Prostaglandine type E2 remt de aanmaak van histamine, wat resulteert in een tekort aan gastrine.

Gastrine is een hormoon met als voornaamste doel het stimuleren van de maagzuurproductie. Mensen met een allergie hebben meestal last van een overschot aan histamine. Hier wordt histamine door het immuunsysteem verbruikt en dit gaat ten koste van de maagzuurproductie. In de praktijk wordt men dan regelmatig met antihistaminica behandeld. Deze medicijnen blokkeren de werking van histamine en onderdrukken zo de allergische reacties, maar het zorgt er helaas ook voor dat de aanmaak van voldoende maagzuur in gevaar komt.

Wat zijn de gevolgen van te weinig maagzuur?

Maagzuur heeft vier belangrijke functies, namelijk:

  1. Het ‘voorverteren’ van eiwitten tot aminozuren. Een tekort aan maagzuur zal leiden tot een slechte eiwitvertering. Het resultaat is dan dat eiwitten in de darm gaan rotten. Dit geeft stinkwinden en ontlasting die naar rotte eieren ruikt. Wat je ruikt is kadaverine, geproduceerd tijdens het proces van eiwitrotting en ontbinding in je darmen.
  2. Het splitsen van mineraalverbindingen die aan aminozuren zijn gebonden.
  3. De opname van vitamine B12. Maagzuur bevat het stofje ‘intrinsieke factor’ dat nodig is voor de opname van vitamine B12 in de darm.
  4. Het doden van bacteriën, schimmels en gisten.

De meest voorkomende symptomen van een tekort aan maagzuur zijn:

  • slechte adem, slechte lichaamsgeur
  • veel boeren en oprispingen
  • opgeblazen, zwaar, vol gevoel na het eten
  • vermoeidheid
  • brandend maagzuur
  • verstoorde spijsvertering
  • gasvorming
  • misselijkheid

Steeds meer mensen hebben last van maag(zuur)klachten. Het ontstaan van maagklachten is meestal een combinatie van factoren zoals te veel-, te vet- of te snel eten, overmatig gebruik van koffie en alcohol en stress, spanningen en angsten. Dit uit zich in klachten als brandend maagzuur, misselijkheid, refluxklachten en een opgeblazen gevoel rondom de maagstreek.

Huisartsen schrijven vaak maagzuurremmers voor om de maagklachten te verminderen, terwijl niet iedereen baat heeft bij maagzuurremmers. Het kan zelfs voor meer klachten zorgen. De functie van maagzuur is het doden van (schadelijke) bacteriën. Maagzuurremmers zorgen ervoor dat de hoeveelheid van het maagzuur afneemt, waardoor de pH-waarde van het maagzuur stijgt boven de drie. Hierdoor kunnen bacteriën beter overleven en op die manier voor een overgroei zorgen wat zich weer uit in een disbalans in de darmen.

Ook zorgt een verhoogde pH-waarde in de maag voor een minder goede vertering en opname van macronutriënten zoals koolhydraten, eiwitten en vetten. Wanneer de macronutriënten niet goed verteerd en opgenomen kunnen worden, heeft dit ook een negatief effect op de micronutriënten zoals vitaminen en mineralen. Deze stoffen worden dan minder goed opgenomen waardoor er tekorten in het lichaam kunnen ontstaan. Dit kan weer resulteren in allerlei andere (vage) klachten.

Welke stappen zijn nodig om de maagzuurproductie te verbeteren?

Eenvoudige zelftesten om te zien of je spijsverteringsklachten verminderen zijn:

  1. Appelciderazijn. Probeer een eetlepel appelciderazijn met een klein beetje water te drinken na het eten. Als dit je helpt duidt het op te weinig maagzuur en is aanzuren dus belangrijk.
  2. Citroen: neem een eetlepel citroensap wanneer je last hebt van maagzuur. Citroensap en appelazijn ondersteunen de spijsvertering. Helpt dit dan kun je er mee door gaan.
  3. Natriumbicarbonaat. Neem een afgestreken theelepeltje bicarbonaat in een beetje water opgelost en drink dit op een lege maag. Bij genoeg maagzuur zal het bicarbonaat in gas worden omgezet en na een paar minuten ga je dan boeren. Drink dan meer water om het effect van het bicarbonaat te verminderen. Krijg je hier geen effect op dan heb je hoogst waarschijnlijk een tekort aan maagzuur.

Verergeren klachten, stop dan met bovengenoemde maatregelen. Helpen de maatregelen ga dan door en verander je voedingspatroon met behulp van een natuurdiëtist.

Wordt het ondanks de voedingswijzigingen niet beter dan is suppletie mogelijk van betaïne HCL, en indien dat niks oplost, zelfs nog betaïne HCL met pepsine. Je neem de betaïne HCL bij een complexe maaltijd die eiwitten en vet bevat. Dus niet een eenvoudige maaltijd met voornamelijk koolhydraten zoals sla, soep of fruit. Wanneer klachten blijven zal er behoefte zijn aan Betaïne HCL met pepsine en dan is het van belang dat je zoekt naar de juiste dosering. Krijg je te veel maagzuur en dus meer klachten van de aanvulling van betaïne HCL, dan direct stoppen. Meestal komt dit doordat er dan geen sprake was van een tekort aan maagzuur.

De pancreasenzymen worden onvoldoende geproduceerd

Exocriene Pancreas Insufficiëntie (EPI) is het tekort schieten van het afscheiden van de spijsverteringsenzymen door de alvleesklier (pancreas). Hierdoor ontstaan er spijsverteringsproblemen. De alvleesklier heeft globaal twee hoofdfuncties: een zogenaamde endocriene- en een exocriene functie. De endocriene functie bestaat hierin dat de pancreas het hormoon insuline aan de bloedbaan afgeeft (daarom endocrien) dat nodig is om het bloedsuikergehalte te verlagen. De exocriene functie geeft spijsverteringsenzymen af aan je darmen (daarom exocrien), Deze enzymen zijn nodig voor een goede vertering van de eiwitten, koolhydraten en vetten die je dagelijks eet.

Bij Exocriene Pancreas Insufficiëntie (EPI) worden er dus onvoldoende spijsverteringsenzymen geproduceerd. Het betreft de volgende enzymen:

  1. Lipase (is nodig om vetten af te breken).
  2. Amylase (is nodig om koolhydraten af te breken).
  3. Trypsine en chymotrypsine (zijn nodig om eiwitten af te breken).
  4. Aminopeptidasen (zijn nodig om eiwitten af te breken).

Vroege symptomen die aan een verteringsprobleem doen denken zijn:

  • Winderigheid en opgeblazen buik die ontstaan een half uur na het eten.
  • Hoorbaar ‘gerommel en geborrel’ in de buik.
  • Een vol gevoel in de maag en darmen alsof het eten ‘blijft hangen’ en niet verder gaat.
  • Stinkende ontlasting met veel gassen en onverteerde etensresten. Rottende eierenlucht duidt op slechte vertering van de eiwitten. Bij veel gasvorming en een zuur ruikende ontlasting is er sprake van een slechte vertering van koolhydraten. Een plakkerige ontlasting duidt op een slechte vetvertering.
  • Massieve ‘explosieve’ stoelgang (met veel gasknallers).
  • Schuimende ontlasting met veel slijmproppen.
  • Onduidelijke en vage buikklachten (krampen, steken, zwaar zompig gevoel, bolle uitpuilende buik).
  • Pijn rondom de navel en steeds meer uitstralend naar de hele bovenbuik.
  • Slecht kunnen verdragen van alcohol, granen (vooral tarwe), koffie, gebakken vet, histaminerijke producten zoals ananas, noten, bepaalde kaas- en vissoorten en zuurkool.

Aandoeningen van de pancreas worden heel vaak toegeschreven aan de maag. Het gevoel wat mensen beschrijven als ‘slechte doorstroming’ van voedsel kan komen door een zwakke maagzuurproductie waardoor eiwitten niet goed verteren. Steeds vaker is een slechte enzymatische vertering echter ook de schuld van de pancreas. En als je dan over een schuldige spreekt, zijn de eigenaren van de pancreas weer schuldig aan een onjuist voedingspatroon. Zodra de maag niet optimaal maagzuur produceert en de pancreas zijn enzymen niet voldoende aanmaakt, dan stagneert het eten en gaat het bovenin ‘rotten’. Dit geeft zuurbranden met soms een zogenaamde ‘reflux’ tot gevolg. De verzuurde maaginhoud komt omhoog tot in de slokdarm. Een verkeerde diagnose van dit probleem wordt vertaald in een verkeerd advies met maagzuurremmers.

Maagzuurremmers zijn een groep van ‘genees’ middelen die in de top vijf staan. De schijn kan bedriegen, want een behandeling met maagzuurremmers lijkt de juiste te zijn, maar is het niet. De foute gedachtegang is het gevolg van de omschrijving die mensen aan hun klacht geven: namelijk als ‘maagzuurbranden’. Dit zuurbranden is niet het gevolg van overtollig maagzuur, maar van de vertraging van de maagfunctie waardoor het voedsel door het lange verblijf in de maag ‘verzuurt’ en omhoog stuwt (reflux).

Een vicieuze cirkel

In tegenstelling tot je maag zijn het milieu en je vertering in je twaalfvingerige darm afhankelijk van een basisch milieu, dat voor een belangrijk deel onder invloed staat van je maag. Gelijktijdig met de achteruitgang van je maagfunctie komt er een teruggang in de functie van je twaalfvingerige darm. Door een veranderde zuurgraad (pH) in dit deel van je darm kunnen de pancreasenzymen niet optimaal hun werk doen. Dit geeft opnieuw verteringsstoornissen omdat de vet-, koolhydraat- en eiwitsplitsende enzymen van je pancreas half hun verteringshuiswerk doen. Omdat je maag onvoldoende zuur aanmaakt, wordt je pancreas onvoldoende aangezet om het milieu basisch te maken met zijn natriumbicarbonaatproductie. Daarmee wordt een vicieuze cirkel actief.

Het gebruik van enzympreparaten kan (tijdelijk) een oplossing zijn. Hierdoor is te zien of dit je klachten verbetert en is de ‘diagnose’ te stellen dat er een verteringsprobleem is. Ook worden je darmen even ontlast van onverteerd voedsel en daarmee van giftige gistings- en rottingsmetabolieten. Je lever hoeft dan op zijn beurt weer minder hard te werken om deze ‘smurrie’ van rottings- en gistingsmetabolieten te ontgiften.

Aanvulling van enzymen in tabletvorm (afhankelijk van de soort) kan je pancreas ‘luier’ (afhankelijker) maken in zijn eigen enzymproductie, wanneer deze tabletten langdurig ingezet worden. Daarnaast zijn enzymen in tabletvorm minder effectief, wanneer je darmmilieu niet gelijktijdig wordt aangepakt met de juiste voedingsadviezen.

Een slechte vertering geeft het risico, dat er onvoldoende mineralen en vitamines uit je voeding gehaald kunnen worden. De mineralen staan hierbij het meest onder druk. Mineralen zoals chroom, mangaan, selenium, zink, etc. heeft de pancreas o.a. nodig voor zijn enzymaanmaak. In de voeding zijn mineralen en spoorelementen meestal gebonden aan eiwitten of andere organische verbindingen. Sommigen kunnen in deze vorm worden opgenomen door je dunne darm.

De meeste mineralen en spoorelementen kunnen slechts als ion worden opgenomen. Daarvoor moeten ze eerst worden vrijgemaakt uit hun gebonden vorm, door je voeding goed te kauwen en verderop in het maag-darmkanaal door een goede vertering. De vitaminen- en mineralenopname wordt ook slechter, omdat je darmwand geïrriteerd en ontstoken raakt door de onverteerde gistende en rottende voedselresten.

Enzymtherapie: kiezen van de juiste enzymen

Mensen met een langdurige en hardnekkig problematische spijsvertering kunnen baat hebben bij het gebruik van specifieke verteringsenzymen (enzymtherapie). De meest stabiele en effectieve enzymen zijn die van plantaardige en microbiële oorsprong. Deze spijsverteringsenzymen degraderen niet tijdens de maagpassage en behouden hun werking. Tevens zijn ze over een veel breder pH-gebied (2-8) werkzaam, waardoor de enzymen over een langer traject in het maag-darmkanaal actief zijn.

Voor een grotere biologische activiteit worden bij voorkeur enzymen van verschillende bronnen gecombineerd. Een dergelijk complex kan verrijkt worden met een aantal andere gespecialiseerde enzymen, zoals lactase, maltase, alfa-galactosidase, hemicellulase, invertase en fytase.

Maar hoe komen we tot een juiste enzym(en) keuze, want er zijn nogal wat enzymen. Dus laten we eerst kijken welke er alzo zijn en waar ze voor dienen.

Indeling soorten enzymen

Enzymen worden grofweg ingedeeld in drie soorten:

  1. enzymen voor de stofwisseling,
  2. enzymen voor de spijsvertering,
  3. voedingsenzymen

Enzymen voor de stofwisseling spelen een cruciale rol in elke levende cel. Ze hebben invloed op alle processen, van groei en herstel van cellen. Essentieel om te zorgen dat de organen goed blijven werken, en ze zorgen ook voor celdood en het verwijderen van afvalstoffen uit het bloed.

Enzymen voor de spijsvertering breken het voedsel af tot voedingsstoffen die door de cellen kunnen worden opgenomen en gebruikt. Deze enzymen worden voornamelijk in de alvleesklier en de dunne darm gevormd. Enzymen zoals proteases, amylases en lipases werken respectievelijk door eiwitten af te breken tot aminozuren, koolhydraten tot suikers, en vetten tot vetzuren.

Voedingsenzymen zijn afkomstig van rauw voedsel dat we eten. Ze zijn uiterst belangrijk, omdat de natuurlijke vorming van enzymen in het lichaam tussen het twintigste en dertigste levensjaar begint af te nemen. Vervolgens blijft het elke tien jaar met ongeveer 13 procent dalen. Naarmate we ouder worden, vormt onze maag ook minder zoutzuur, waardoor de enzymen voor de spijsvertering minder effectief worden. Ook bijvoorbeeld milde ontstekingen door voedselallergieën, medicatie, chronische zware metalen belasting, problemen van de alvleesklier(exocriene pancreasfunctie insufficiëntie en chronische pancreatitis) en chronische stress kunnen tot enzymtekorten leiden.

Juiste zuurgraad voor betere werking enzymen

De werking van enzymen heeft een juiste zuurgraad nodig. De twaalfvingerige darm heeft voor een goede vertering een basisch milieu nodig. Door een verkeerde pH-waarde in de twaalfvingerige darm kunnen enzymen van de pancreas niet optimaal functioneren. Door een pancreasinsufficiëntie ontstaan storingen in de eiwit- en vetvertering (zoals exocrine, verstoorde secretie van galzuren). Hierdoor ontstaat een ongewenst en te alkalisch (pH-verhogend) darmmilieu. Gezonde darmen hebben een pH-waarde van tussen de 6.0 – 7.0. Eenzijdige voeding of een niet goed werkend verteringssysteem leidt tot een onjuiste darmflora.

Spijsverteringsenzymen zijn zowel noodzakelijk voor een optimale vertering van alle macronutriënten als voor de opname van vetoplosbare vitaminen en mineralen. Een goede vertering verhoogt de biologische beschikbaarheid van nutriënten, verbetert de voedseltolerantie en remt de vorming van toxinen en andere belastende substanties in het spijsverteringskanaal. Hierdoor verminderen bijbehorende klachten zoals opgeblazenheid, flatulentie, buikpijn, stoelgangproblemen, vermoeidheid en diverse gerelateerde aspecifieke klachten.

Om ruim voldoende actieve enzymen in ons lichaam te hebben, moeten alle cofactoren die in de bodem voorkomen (zoals mineralen) vervolgens in de gewassen aanwezig zijn. Biologisch dynamische voeding bevat meer mineralen. Mensen hebben tegenwoordig steeds vaker enzymtekorten. Zelfs bij jonge kinderen ziet men brandend maagzuur als gevolg van enzymtekorten.

Als het lichaam niet voldoende enzymen vormt en ook niet voldoende enzymen uit het eten en drinken kan halen, dan verzwakt het afweersysteem, herstel van weefsels en de productie van hormonen. Als gevolg daarvan zijn mensen vaak moe en krijgen ze allerlei gezondheidsklachten. Typische symptomen van enzymtekorten zijn ontsteking, gewrichtspijn, fibromyalgie (spierreuma), overmatige bacteriegroei in het maag-darmkanaal, waardoor problemen ontstaan zoals een opgeblazen gevoel en spijsverteringsklachten, brandend maagzuur, prikkelbare darmsyndroom, een wazig gevoel in het hoofd, hoofdpijn, huiduitslag, acne en stemmingswisselingen.

Spijsverteringsenzymen en systemische enzymen

Enzymen zijn precies zo gebouwd dat ze effect hebben op een bepaalde chemische binding. Een en hetzelfde enzym kan zo een rol spelen in veel verschillende lichaamsfuncties: door in elk proces op atoomniveau precies dezelfde knip of binding te maken. Enzymtherapie (enzymensuppletie) wordt noodgedwongen steeds vaker ingezet bij diverse gezondheidsklachten.

Systemische enzymen, ook wel metabole of eiwitsplitsende enzymen genoemd, zijn bepaalde spijsverteringsenzymen die tussen maaltijden in (dus niet met voedsel worden ingenomen), waardoor ze op andere delen van het lichaam kunnen werken (bijvoorbeeld op de gewrichten, bloedsomloop, ontstekingen, etc.). Wanneer deze systemische enzymen minimaal 1 uur vóór het eten van voedsel worden ingenomen of tussen de maaltijden in (bij voorkeur liefst ‘s morgens vroeg, voor het eten, en ‘s avonds laat voor het naar bed gaan), kunnen proteolytische enzymen in het hele lichaam werken tegen ontsteking, gewrichtspijn, overmatige bacteriegroei, problemen met het immuunsysteem en andere gezondheidsproblemen.

Grondlegger van de systemische enzymtherapie is de Oostenrijker prof.dr. Max Wolf (1885-1976). Wolf ontdekte het verband tussen een tekort aan bepaalde enzymen en gezondheidsproblemen. Hij constateerde ook dat bepaalde proteolytische enzymen in het serum van gezonde cellen een bijdrage leveren aan de selectieve vernietiging van kankercellen. Door experimenten toonden hij en zijn medewerkers, onder wie de Amerikaanse celbiologe dr. Helen Benitez, aan dat bepaalde combinaties van plantaardige en dierlijke enzymen veel effectiever zijn dan afzonderlijke enzymen. Deze combinaties vormen nu nog de basis voor de systemische enzymtherapie.

Spijsverteringsenzymen die gebruikt worden om de vertering te ondersteunen worden tijdens de maaltijden ingenomen. Systemische enzymen worden tussen de maaltijden ingenomen zodat ze niet verbruikt worden voor de vertering, maar opgenomen worden om elders in het lichaam hun ‘huiswerk’ te doen.

Hoe worden enzymen gemaakt?

Fungale stammen zoals Aspergillus oryzae en Aspergillus niger worden al lang gebruikt in de voedingsindustrie voor de fermentatie van voedsel en hebben van de FDA het label GRAS gekregen (Generally Recognized As Safe). Deze stammen produceren in tegenstelling tot bijvoorbeeld Aspergillus flavus geen mycotoxinen zoals aflatoxinen. Daarbij worden deze fungale enzymen via strenge procedures gezuiverd van fungale cellen, sporen en andere belastende stoffen. Spijsverteringsenzymen worden over het algemeen goed verdragen. Ze mogen ook tijdens de zwangerschap worden gebruikt mits de zwangere zich aan de aanbevolen dosering houdt. Echter, de kans op een allergische reactie kan nooit uitgesloten worden daar enzymen ook eiwitten zijn.

Contra-indicaties zijn: pancreatitis, eerste fase van de acute vorm, Ileus, galblaas-emphyseem (etterophoping), galwegen-obstructie, (ernstige) leverfunctiestoornissen. De spijsvertering, specifiek de eiwitvertering en de opname van vitamine B12, wordt negatief beïnvloed door het gebruik van maagzuurremmers. Antibiotica kunnen door het afdoden van de microbiotica de spijsvertering en derhalve de resorptie van nutriënten remmen.

Veel medicatie waaronder anti-epileptica, antidepressiva en andere psychofarmaca zijn zo ontwikkeld dat ze ongevoelig zijn voor fysiologische hoeveelheden spijsverteringsenzymen in de dunne darm. Het is onwaarschijnlijk dat hun werking wordt beïnvloed door inname van orale spijsverteringsenzymen.

Het is de ervaring van natuurdiëtisten dat in de praktijk sommige mensen reacties kunnen krijgen op bijvoorbeeld de enzymen papaïne en bromelaïne. Jammer, want beide enzymen blijken bijzondere positieve effecten te hebben op het immuunsysteem bij systemische inname.

De rol van enzymen in het immuunsysteem

Enzymen spelen ook een belangrijke rol in het immuunsysteem. Bij bacteriële of virale infecties, auto-immuunziekten, algemene ontstekingen en vaataandoeningen zijn het de enzymen die het lichaam in staat stellen ‘handelend op te treden’.
Inflammatie- of ontstekingsprocessen gaan vaak gepaard met metabole ontregeling in de koolhydraat-, eiwit- en vetstofwisseling. Verhoogde waarden aan pro-inflammatoire cytokinen lijken hierbij een voorname rol te spelen. Cytokinen hebben ook een negatieve invloed op de eetlust.

Bromelaïne heeft zowel direct als indirect een effect op diverse enzymsystemen die een rol spelen bij inflammatie (cytokinen) en pijn. Ontstekingsremmende en pijnstillende geneesmiddelen van het non-steroïde-anti-¬inflammatoire-drugs-type (NSAID’s) remmen het enzym cyclo-oxygenase, dat betrokken is bij de omzetting van arachidonzuur in prostaglandines van de 2-serie. In plaats van de arachidonzuurcascade te blokkeren, vermindert bromelaïne selectief de vorming van thromboxaan A2 en wijzigt de ratio thromboxaan/prostácycline (PGI2) ten gunste van het prostacycline. Bromelaïne remt tevens de vorming van PGE2, zij het iets minder krachtig dan NSAID’s.

Bij diverse auto-immuun aandoeningen kunnen overmatig immuuncomplexen (antigeen-anti-lichaamcomplexen) neerslaan in de weefsels én in het bloed circuleren. De functie van organen kan hierdoor afnemen en de auto-immuniteit toenemen. Dit proces kan onder meer bij reumatoïde aandoeningen, multiple sclerose en auto-immune nefritis optreden. Bromelaïne kan een regulerend effect op dit proces uitoefenen, waardoor overmatige vorming van immuuncomplexen en neerslag. daarvan in organen worden verminderd.

Welke enzym doet wat

Hieronder staan de spijsverteringsenzymen vermeld die goedgekeurd zijn voor humaan gebruik en hun effecten op de spijsvertering.

Vertering van koolhydraten; granen, plantenvezels (groenten)

Alpha-Galactosidase: verteert graan, bonen, peulvruchten en koolsoorten

Alpha Galactosidase helpt bij de vertering van complexe koolhydraten uit granen, bonen en zetmeel. Dit enzym helpt effectief bij het afbreken van de vele niet- of moeilijk verteerbare suikers in voedingsmiddelen. Alpha Galactosidase kan in geval van glutenintolerantie en andere voedselgevoeligheden helpen bij de vertering van aardappel, tarwe, maïs, rijst, zetmeel, bonen, kool en noten. Wanneer de sachariden uit deze voedingsmiddelen niet goed worden verteert, resulteert dit vaak in buikklachten, gasvorming en een opgeblazen gevoel.

Cellulase: verteert groenten en vezels

Bèta-Glucanase: verteert granen.
Bèta-Glucanase verteert de glycosidische bindingen van bèta-glucaan in granen. Glycosidische bindingen bestaan uit polysacchariden en vezels gemaakt van verschillende glucose subeenheden. Graankorrels van tarwe, gerst en rogge bevatten bèta-glucanen. Wanneer deze niet goed of onverteerd blijven, kunnen ze in het darmkanaal stroperig en taai worden en zo de natuurlijke peristaltiek (intestinale contracties) vertragen. Bèta-glucanase hydrolyseert deze glucanen, waardoor de viscositeit vermindert en de natuurlijke peristaltiek weer in balans wordt gebracht.

Maltase /Malatase glucomylase: verteert granen en groenten.
Glucoamylase (maltase) is verantwoordelijk voor het snel omzetten van koolhydraten, zetmeel en maltose in glucose, wat de energie levert voor het lichaam. Zonder een adequaat glucoamylase niveau kunnen onverteerde koolhydraten en zetmeel blijven hangen in het spijsverteringsstelsel, waar het een voedingsbodem wordt voor bacteriën en schimmels. Wanneer onverteerde voeding gaat rotten en gisten ontstaat er een opgeblazen gevoel, indigestie, gas en winderigheid. Glucoamylase heeft door het verbeteren van de spijsvertering aangetoond dat het de effecten van IBS en andere gastro-intestinale problemen vermindert. Het heeft een anti-inflammatoire aspect en zou kunnen helpen bij het verminderen van voedselallergieën. Glucoamylase werkt in combinatie met amylase aan de afbraak van het koolhydraat gedeelte uit gluten.

Xylanase: verteert zetmeel, granen, vezels, noten en polyfenolen (groenten en fruit). Gluten en graangewassen bevatten verschillende types xylanase-inhibitoren.

Hemmicellulase: verteert granen, vezels van fruit en groenten.
Hemicellulase heeft het vermogen om lange suikerketens om te zetten in bruikbare bestanddelen. Dit enzym is vereist voor het verteren van fruit, groenten, granen en de “harde” hemicellulose koolhydraten, waarvan bekend is dat ze de spijsvertering en de opname van verschillende voedingsstoffen vertragen. Wanneer grote hoeveelheden plantaardig materiaal gegeten worden en er niet genoeg hemicellulase is, kan het niet afgebroken worden tot prebiotica.

Diastase (onder diastase wordt tegenwoordig verstaan: alpha-amylase, beta-amylase en gamma-amylase): verteert zetmeel, plantencellen.

Amylase: verteert zetmeel
Amylase ondersteunt de vertering van koolhydraten en zetmeel. Het zorgt voor de glucoseproductie en dus ook voor energie. Voldoende amylaseactiviteit draagt bij aan het verminderen van sommige degeneratieve ziekten, omdat het lichaam wordt geholpen bij de vertering en het uitscheiden van dode witte bloedcellen. Amylase wordt ook beschouwd als een natuurlijk antihistaminicum en kan helpen bij hooikoorts, allergieën, huiduitslag en een slechte conditie van de sinussen.

Lage amylase-levels worden in verband gebracht met verschillende aandoeningen, waaronder type II diabetes, bloedsuikerschommelingen, hypoglykemie, verlangen naar koolhydraten en suikers (cravings) en vele vormen van voedselovergevoeligheden. Pancreasaandoeningen, stress en veroudering kunnen bijdragen aan een amylasetekort.

Glucoamylase (Amyloglucosidase): verteert zetmeelachtige koolhydraten.

Pectinase/Phytase : verteert fruit, groenten en fytinezuur.
Pectinase ondersteunt samen met cellulase en hemicellulase de vertering van plantaardig voedsel. Het helpt bij het verhogen van hun voedingswaarde en de prebiotische waarde. Pectine is een onderdeel van onze voeding door de aanwezigheid in fruit en groente. Het wordt ook veel gebruikt als geleer- en verdikkingsmiddel. Pectine heeft een indrukwekkende invloed op nuttige darmbacteriën, mede door verhoging van de productie van specifieke korte keten vetzuren die de ideale pH-omstandigheden voor deze bacteriën bieden. Het is daarom van belang dat pectine goed omgezet wordt in ons lichaam.

Een goede omzetting zorgt voor een gastvrije omgeving voor nuttige bacteriën en vetzuren, zoals boterzuur. Dit helpt een groot percentage van de brandstof te leveren die nodig is voor de dikke darm. Een goede vertering kan een positieve invloed uitoefenen op de mucosale doorbloeding, intestinale motiliteit en de permeabiliteit van de darm. Het helpt de darmgezondheid te handhaven en de dreiging van de absorptie van potentiële allergenen door de darm te verminderen. Er wordt een betere toegang tot belangrijke voedingsstoffen en mineralen mee gecreëerd.

Transglucosidase (α-Glucosidase): transglucosidase kan zetmeel omzetten in prebiotische vezels en koolhydraten omzetten in oligosacchariden in het spijsverteringskanaal. Onverteerbare oligosacchariden worden voornamelijk gebruikt door de Bifidobacteria.

Vertering van vetten

Lipase : verteert vetten en verhoogt de opname van lipofiele nutriënten (vitamine A en D).
Lipase is nodig voor vertering van oliesoorten en (room)boter.

Vertering van eiwitten

Protease: vertering van eiwitten. Bij zwaar verteerbare eiwit in combinatie met vet (denk aan; vette vis, vet vlees, ei); is een combinatie van lipase en protease nodig.

Vertering van suikers

Lactase : melksuiker
Isomerase: fructose
Gluco-isomerase: fructose
Invertase (saccharase): sucrose/saccharose
Invertase ondersteunt de vertering en omzetting van complexe suikers in bloedsuiker (glucose) en heeft het sterke vermogen om actief te blijven binnen een brede reeks pH- niveaus. Invertase heeft veel antioxiderende eigenschappen en is een krachtig middel tegen schadelijke organismen. Het vermindert de maagtoxiciteit door ervoor te zorgen dat suikers niet lang genoeg in de maag blijven om toxische fermentatie te maken. Toxische fermentatie veroorzaakt de aanmaak en toename van bacteriën en aandoeningen in het spijsverteringskanaal.

Vertering van gluten, granen, bonen, koolsoorten

DPP-IV: verteert gluten en granen
Alpha-Galactosidase: verteert granen, bonen, peulvruchten en koolsoorten
Maltase: verteert granen
Xylanase: verteert zetmeel, granen, vezels, noten
Hemmicellulase: verteert granen, vezels
Tolerase: verteert gluten

Vertering van fruit

Pectinase/Phytase: fruit en fytinezuur
Pectinase ondersteunt samen met cellulase en hemicellulase de vertering van plantaardig voedsel. Het helpt bij het verhogen van hun voedingswaarde en de prebiotische waarde. Pectine is een onderdeel van onze voeding door de aanwezigheid in fruit en groente. Het wordt ook veel gebruikt als geleer- en verdikkingsmiddel. Pectine heeft een indrukwekkende invloed op nuttige darmbacteriën, mede door verhoging van de productie van specifieke korte keten vetzuren die de ideale pH-omstandigheden voor deze bacteriën bieden.

groenten en fruitHet is daarom van belang dat pectine goed omgezet wordt in ons lichaam. Een goede omzetting zorgt voor een gastvrije omgeving voor nuttige bacteriën en vetzuren, zoals boterzuur. Dit helpt een groot percentage van de brandstof te leveren die nodig is voor de dikke darm. Een goede vertering kan een positieve invloed uitoefenen op de mucosale (darmslijmvlies) doorbloeding, intestinale motiliteit(bewegelijkheid) en de permeabiliteit van de darm. Het helpt de darmgezondheid te handhaven en de dreiging van de absorptie van potentiële allergenen door de darm te verminderen. Er wordt een betere toegang tot belangrijke voedingsstoffen en mineralen mee gecreëerd.

Isomerase: verwerkt fructose
Hemmicellulase: verteert vezels van fruit en groenten
Hemicellulase heeft het vermogen om lange suikerketens om te zetten in bruikbare bestanddelen. Dit enzym is vereist voor het verteren van fruit, groenten, granen en de “harde” hemicellulose koolhydraten, waarvan bekend is dat ze de spijsvertering en de opname van verschillende voedingsstoffen vertragen. Wanneer grote hoeveelheden plantaardig materiaal gegeten worden en er niet genoeg hemicellulase is, kan het niet afgebroken worden tot prebiotica.
Gluco-isomerase: fructose

Vertering van polyfenolen

Voor de vertering van polyfenolen zijn de enzymen Xylanase en Cerecalase nodig. Polyfenolen komen voor in veel groente en fruit. Met name de granaatappel, druiven, bessen, olijven, cacao, walnoten en pinda´s. Polyfenolen komen niet alleen voor in het vruchtvlees maar ook in de schil.
Probiotische bacteriën spelen een belangrijke rol in de stofwisseling en absorptie van flavonolen. Flavonolen of metabolieten daarvan die het colon bereiken, worden gemetaboliseerd door bacteriële enzymen en vervolgens geabsorbeerd. Iemands vermogen om specifieke flavonolen te metaboliseren en te absorberen hangt dus af van een evenwichtige microbiële flora (grote diversiteit van het darmmicrobioom) van die persoon.

Vertering van zuivelzuivel_Tessa Gottschal

Lactase: verwerking van melksuiker
Lactase helpt bij het verteren van lactose (melksuiker) uit zuivelproducten. Het splitst lactose in glucose en galactose. Het lichaam produceert van nature het enzym lactase in de Brush Border van de dunne darm, tenzij we lactose-intolerant zijn. Bepaalde spijsverteringsaandoeningen en zelfs kleine verwondingen aan de darmen kunnen de enzymbalans aantasten en wijzigen. Wanneer het lactase- niveau ontoereikend is, kan het lichaam de zuivelproducten niet volledig afbreken. De voedingsresten komen onverteerd in de dikke darm en worden daar gefermenteerd door bacteriën. Hierbij komen kooldioxide, waterstofgassen en organische zuren vrij. Dit kan leiden tot pijnlijke gasvorming, maagzuur, maagklachten, opgezette buik, symptomen van IBS en uiteindelijk tot langdurige uiteenlopende lichamelijke klachten.
Protease: verteert de eiwitten in de zuivel.

Vertering van bonen/peulvruchten

Alpha-Galactosidase en Xylanase; zijn nodig voor de vertering van peulvruchten.
Xylanase zorgt voor een betere vertering van plantaardig voedsel, zoals bonen, granen, vezelige groenten en algen. Dit kan helpen om gas of intestinale ongemak te verminderen en draagt bij aan het verhogen van de beschikbaarheid van nutriënten. Xylanase verzwakt de biofilm (beschermlaag) van diverse schadelijke micro-organismen, zodat deze aangepakt en opgeruimd kunnen worden en ze geen infecties meer veroorzaken of toxinen afgeven.

Vertering van noten, zaden en granen

Fytase: fytase heeft het vermogen om fosfaat (fytaat) en anorganische residuen van fytinezuur (fytine) vrij te zetten. Deze verbinding wordt gevormd tijdens het rijpingsproces van planten, zaden, noten en granen. Fytinezuur wordt een antinutriënt genoemd. Het bindt zich in de darmen aan vitaminen, mineralen en spoorelementen die daardoor niet meer opgenomen kunnen worden. Het negatieve effect van fytaat op zinkexcretie is relatief groot doordat ook endogeen zink, met name afgegeven door de pancreas, door fytaat gebonden kan worden, waardoor terugresorptie wordt verhinderd.

Fytase verhoogt de opname en de biologische beschikbaarheid van essentiële mineralen, waaronder zink, fosfor, calcium, magnesium, natrium, kalium en ijzer. Fytase vermindert de behoefte aan calciumfosfaat en is daarom een sleutelenzym voor gezonde botten. Fytase blijkt ook invloed uit te oefenen op de intestinale alkalische fosfatase. Alkalische fosfatase is een enzym (heeft zink nodig) dat fosfaatmoleculen van andere stoffen kan verwijderen (defosforylering), dit proces levert energie op. Fosfor is een essentieel element voor de groei en de bescherming van de botdichtheid. Het toedienen van fytase blijkt niet alleen de beschikbaarheid van fosfor te verhogen, maar ook te leiden tot een beter lichaamsgewicht, een efficiënte spijsvertering en totale botsterkte. Er is bewezen dat fytase significant de prestaties kan verhogen.

Richtlijn voor het innemen van enzymen

Je kunt vrij verkrijgbare spijsverteringsenzymen bij de maaltijd innemen. Let dan op de volgende richtlijnen:

  1. Neem enzymen voor systemisch gebruik driemaal per dag in, minimaal een uur voor en een uur na het eten (‘s morgens vroeg, na het eten en ‘s avonds voor het naar bed gaan).
  2. Gebruik geen enzymproducten waarbij niet het aantal eenheden van elk enzym apart is vermeld, en slechts wordt vermeld dat het om een ‘mengsel’ van een of meer enzymen gaat.
  3. Kies bij voorkeur plantaardige enzymen; die zijn veel vriendelijker voor het lichaam dan dierlijke.
  4. Let op eventuele hulpstoffen, vooral in enzymmengsels. ‘Magnesiumstearaat en sorbitol geven soms maagklachten en kleurstoffen, Ve-tsin (mononatriumglutamaat, E621), natuurlijke smaakstoffen, sorbitol (E420) en andere stoffen kunnen de werking van het product verminderen.
  5. Wees voorzichtig als je bloedverdunners gebruikt of een bloedingsstoornis hebt, omdat eiwitsplitsende enzymen als natuurlijke bloedverdunners werken.
    Als je last krijgt van bloedneuzen, diarree of andere symptomen of ongemakken, stop of verlaag dan je dosis totdat de symptomen zijn verdwenen en je spijsvertering weer tot rust is gekomen.

De internationaal erkende en geaccepteerde meetstandaard die op etiketten van enzymflesjes wordt gebruikt, is ‘FCC-eenheden’ (FCC: Food Chemicals Codex). Voor elk type enzym kunnen deze eenheden echter worden uitgedrukt in verschillende eenheden van activiteit. Dat kan dus heel verwarrend zijn, ook al omdat sommige etiketten alleen het aantal milligrammen vermelden.
Je kunt de volgende eenheden van activiteit aantreffen:
U (Units, enzymeenheden),
HUT (haemoglobin units, tyrosine basis)
DU (gebruikt in de brouwerij) is hetzelfde als SKB
LU (lipase units, lipase-eenheden)
FIP-eenheden (testmethoden van de Fédération Internationale Pharmaceutique)

Hierbij een voorbeeld van een etiket:

Per capsule:
Amylase Thera- blend TM   23.000 DU
Protease Thera- blend TM   80,000 HUT
Cellulase Thera- blend TM  3,000 CU
Lipase Thera- blend TM      4,000 FCCFIP
Alpha Galactosidase            450 GaIU
Glucoamylase                        50 AGU
Beta Glucanase                     25 BGU
Maltase                                   200 DP
Invertase                                240 SU
Pectinase(w/Phytas)           45 Endo-PGU
Hemicellulase                       30 HCU

Om eerst een indruk te krijgen van je verteringscapaciteit en de gevolgen daarvan op je darmmilieu, kun je zelf een ontlastingstest laten doen:

Gezondheidscheck Darm Plus

Gezondheidscheck Darm PlusVerkoopprijs (incl. BTW): € 216,25
Koop deze test op Yours-Healthcare.nl
Uitgebreide bepalingen van de microbiologische analyse van de aerobe en anaerobe hoofdkiemen (darmflora), schimmels en gisten (Candida albicans en Candida spp.) en ook de kwantitatieve bepaling van de gistingsresiduen. Bovendien worden bepaald: α-1-antitripsine, calprotectine, galzuren, pancreas-elastase, secretoir IgA, ontstekingsparameters met EPX, bèta-Defensie en lactoferine.

De Gezondheidscheck Darm Plus test bevat naast de bepaling van de florastatus:

– de beoordeling van het spijsverteringsvermogen
– de beoordeling van de spijsverteringscapaciteit
– de bepaling van de conditie en functie van het darmslijmvlies
– de beoordeling van het darmgeassocieerde immuunsysteem

Indicaties:

– voor algemene preventie
– ter controle van het verloop bij gastro-intestinale aandoeningen
– bij stoornissen van het immuunsysteem (allergieën, gevoeligheid voor infecties etc.)
– ter controle na een antibioticakuur
– ter beoordeling van voedingsgewoonten
– ter verduidelijking van een dysbiose in de darm

Marijke de Waal Malefijt

Marijke de Waal Malefijt

Bronnen:

Boeken:
MicroMiracles: Discover the Healing Power of Enzymes door Dr. Ellen Cutler.
Ein Leben für die Enzymtherapie (German Edition) Max Wolf
Enzymes & Enzyme Therapy; Anthony J. Cichoke
Bromelain; Anthony J. Cichoke
The Healing Power of Enzymes: Dr. DicQie Fuller-Looney
The Enzyme Advantage: For Health Care Providers And People Who Care About Their Health: Dr. Howerd Loomis

Referenties:

[1] Gianluca Ianiro, Silvia Pecere, Valentina Giorgio, Antonio Gasbarrini, and Giovanni Cammarota: Digestive Enzyme Supplementation in Gastrointestinal Diseases, Curr Drug Metab. 2016 Feb; 17(2): 187–193. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC492370
[2] Felicilda-Reynaldo RF, Kenneally M.: Digestive Enzyme Replacement Therapy: Pancreatic Enzymes and Lactase, Medsurg Nurs. 2016 May-Jun;25(3):182-5.https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/27522847
[3] Ann Pharmacother. 2011 May;45(5):658-66. doi: 10.1345/aph.1P770. Epub 2011 May 3.
Giuliano CA1, Dehoorne-Smith ML, Kale-Pradhan PB. Pancreatic enzyme products: digesting the changes. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/21540403
[4] Roxas M. The Role of Enzyme Supplementation in Digestive Disorders. Altern Med Rev 2008;13(4):307-314. PMID: 19152478
[5] Dominiquez-Munoz JE. Pancreatic enzyme therapie for pancreatic exocrine insufficiency. Curr Gastroenterol Rep. 2007 Apr;9(2):116-22
[6] Keller J, Layer P. Pancreatic Enzyme Supplementation Therapy. Curr Treat Options Gastroenterol. 2003 Oct;6(5):369-374
[7] Munasinghe SA, Oliff C, Finn J, Wray JA. Digestive Enzyme Supplementation for Autism Spectrum Disorders: A Double-Blind Randomized Controlled Trial. J Autism Dev Disord. 2010 Mar 5.[Epub ahead of print]
[8] Siegel M, Bethune MT, Gass J, et al. Rational design of combination enzyme therapy for celiac sprue. Chem Biol. 2006 Jun;13(6):649-58
[9] Rizello CG, DeAngelis M, DiCagno R, et al. Highly Efficient Gluten Degradation by Lactobacilli an Fungal Proteases during Food Processing: New Perspectives for Celiac Disease. Applied and Environmental Microbiology. July 2007;73(14):4499-4507
[9] Hoffmeister D, Keller NP. Natural products of filamentous fungi: enzymes, genes, and their regulation. Nat. Prod. Rep., 2007; 24: 393-416. DOI: 10.1039/b603084j
[10] Cornell HJ, Macrae FA, Melnv J, et al. Enzyme therapy for management of coeliac disease. Scand J Gastroenterol. 2005 Nov;40(11):1304-12. PMID: 16243716
[20] Ehren J, Moro’n B, Martin E, et al. A Food-Grade Enzyme Preparation with Modest Gluten Detoxification Properties. 2009. PLoS ONE 4(7):e6313. doi:10.1371/journal.pone.0006313
[21] Cerf-Bensussan N, Matysiak-Budnik T, Cellier C, Heyman M. Oral proteases: a new approach to managing celiac disease. Gut 2007;56:157-160. doi: 10.1136/gut.2005.090489
[22] Lankisch PG. What to do when a patient with exocrine pancreatic insufficiency does not respond to pancreatic enzyme substitution, a practical guide. Digestion. 1999;60 Suppl 1:97-103
[23] Gonzalez NJ, Isaacs LL. Evaluation of proteolytic enzyme treatment of adenocarcinoma of the pancreas, with nutrition and detoxification support. Nutr Cancer. 1999;33(2):117-24
[24] Griffin SM, Alderson D, Farndon JR. Liver, biliary, and pancreas Acid resistant lipase as replacement therapy in chronic pancreatic exocrine insufficiency: a study in dogs. Gut. 1989, 30, 1012-15
[25] Pointer H, Flegel U. Treatment of exocrine pancreatic insufficiency with fungal lipase. Arzneimittelforschung. 1975 Nov;25(11):1833-5
Perri F, Pastore M, Festa V, et al. Intraduodenal lipase activity in celiac disease assessed by means of [26] 13C mixed-triglyceride breath test. J Pediatr Gastroenterol Nutr. 1998 Oct;27(4):407-10
Otte M, Thurmayr GR, Dageförde J, et al. Pancreatic secretion in domestic sprue. Dtsch Med wochenschr. 1985 Feb 15;110(7):259-64
[27] Regan PT, DiMagno EP. Exocrine pancreatic insufficiency in celiac sprue: a cause of treatment failure. Gatroenterology. 1980 Mar;78(3):484-7
[28] Farmacotherapeutisch kompas; http://www.fk.cvz.nl/default.asp?soort=preparaattekst&naam=pancreatine
[29] Spök A. Safety