skip to Main Content
Kenniscentrum met meer dan 2000 artikelen over gezondheid!BEKIJK ALLE ONDERWERPEN

Darmmicrobioom: effect laaggradige ontstekingen bij botopbouw

De botten in ons lichaam worden continue opgebouwd en afgebroken. Voeding speelt een belangrijke rol bij een goede balans tussen botopbouw en botafbraak. In dit artikel wordt de invloed besproken van laaggradige ontstekingen en het darmmicrobioom op de botgezondheid en de rol van voeding hierbij.

Evenwicht

De botten in ons lichaam worden continue opgebouwd en afgebroken. De botopbouwende cellen (osteblasten) vervangen afgebroken botweefsel door nieuw bot. De botafbrekende cellen (osteoclasten) breken het botweefsel af. Normaal gesproken is er een evenwicht tussen botopbouw en botafbraak. Tijdens de groei wordt er meer botweefsel opgebouwd dan afgebroken. Bij ziekteprocessen, zoals osteoporose (botontkalking) en paradontitis wordt er meer bot afgebroken dan opgebouwd. Een goed evenwicht tussen botopbouw en -afbraak is van belang om de botten in goede conditie te houden. osteoporose

Botopbouwende voeding

Voeding speelt een belangrijke rol bij het in goede conditie van de botten. Het dient vitamines en mineralen te bevatten, die een belangrijke rol spelen bij de mineralisatie (opbouw) van botweefsel. Het gaat daarbij niet alleen om calcium, maar ook om andere nutriënten, zoals fosfor, magnesium, borium, silicium, vitamine D en K2.
Vitamine K2 verkleint de kans op botbreuken niet alleen door een betere botmineralisatie maar ook door gunstige effecten op de botmicroarchitectuur (vorming en organisatie van collageen). (Fujita Y et al. 2012, Iwamoto J et al 2009).

Een belangrijk onderliggend werkingsmechanisme is dat vitamine K2 de vorming van (botopbouwende) osteoblasten stimuleert en de vorming van (botafbrekende) osteoclasten remt door het onderdrukken van NF-ĸB activering.( Yamaguchi M et al , 2011). NF-ĸB (Nuclear Factor kappa Beta) speelt een sleutelrol bij het reguleren van afweerreacties en (chronische) ontstekingen. Toename van de expressie van NF-ĸB is geassocieerd met chronische degeneratieve ziekten waaronder osteoporose, hart- en vaatziekten, auto-immuunziekten en kanker. Ook stimuleert vitamine K2 de differentiatie van osteoblasten (Igarashi M et al. 2007).

Voedingsbronnen voor de botopbouw

Rijk aan calcium zijn o.a. groene groenten, koolsoorten, noten, zaden, peulvruchten, melk en melkproducten. Magnesiumrijk zijn groene groenten, koolsoorten, noten, zaden, peulvruchten, volle granen (zilvervliesrijst, gierst, quinoa) en volkorenproducten, zoals volkorenbrood.
Zonlicht en vette vis zijn een belangrijke bron voor vitamine D. Rijk aan vitamine K2 zijn natto, een smaakmaker uit de Japanse keuken, en harde kazen.noten

Voedingsmiddelen die een remmende invloed op de botopbouw hebben zijn o.a. alcoholische dranken, suikerrijke producten en grotere hoeveelheden zoutrijke en cafeïnebevattende producten, zoals soep, bouillon, sauspoeder, gekruid vlees, zoutjes, koffie, cola en energiedranken.
Daarnaast heeft voeding invloed op processen die de botopbouw stimuleren en de botafbraak remmen. Te denken valt aan het reguleren van laaggradige ontstekingsreacties, de oestrogeenhuishouding en het darmmicrobioom.

Chronische laaggradige ontstekingen

Er komen uit onderzoek steeds meer aanwijzingen naar voren, dat osteoporose voor een deel het gevolg is van chronische laaggradige ontstekingsreacties in het lichaam (Magne L.D. 2011, Mundy R. 2007, Ginaldi L et al 2005). Ontstekingsbevorderende cytokines (hormoonachtige stoffen), zoals interleukine 1 (IL-1) en 6 (IL-6) en Tumor Necrosis Factor alfa (TNF-α) stimuleren botverlies door de activatie van osteoclasten en het remmen van de osteoblasten. Onderdrukking van ontstekingsbevorderende cytokines ondersteunt de groei van nieuw bot. Mensen met chronische systemische ontstekingen, zoals bij reuma, ziekte van Crohn, colitis ulcerosa, MS en SLE lopen een groter risico op botverlies. Het remmen van systemische ontstekingsreacties kan helpen om de botdichtheid en botsterkte vergroten.

Ontstekingsremmende effecten van oestrogenen

Oestrogenen remmen de productie van ontstekingsbevorderende cytokines, zoals IL-1, IL-6, MCSF en TNF-α. Hierdoor wordt de activiteit van de botafbrekende cellen (osteoclasten) en daarmee de botafbraak geremd. Oestrogenen verminderen daarnaast de gevoeligheid van de osteoclasten voor de stof RANKL, stimuleert de celdood (apoptose) van osteoclasten en remt de celdood van de botopbouwende cellen (osteoblasten). Hierdoor remmen oestrogenen de botafbraak en stimuleren ze de botopbouw. Wanneer de hoeveelheid oestrogenen in het lichaam daalt zoals na de menopauze of bij gebruik van oestrogeen(receptor)modulerende medicijnen (bijvoorbeeld anastrozol of tamoxifen), vermindert de botmassa en neemt het risico op osteoporose toe.

Ontstekingsremmende voeding

Een goed uitgebalanceerde voeding, rijk aan ontstekingsremmende en arm aan ontstekingsbevorderende producten, is daarbij een goede ondersteuning.
Zo zijn groenten, fruit en kruiden rijk aan ontstekingsremmende stoffen, anti-oxidanten en botopbouwende vitamines en mineralen, zoals calcium, magnesium, vitamine C en K.

|

Producten rijk aan omega-3 vetzuren, zoals in vette vis en lijnzaad(olie) hebben een ontstekingsremmende werking. Ze remmen de aanmaak van IL-1 beta, TNF-alfa en IL-6 (Simopoulos A.P. 2011). Ontstekingsbevorderend werken alcohol, cafeïne, suikerrijke producten, te grote hoeveelheden omega-6 rijke producten (zonnebloemolie, dieetmargarine, dieetolie) en verhitte vetten, zoals in frituursnacks, gegrilde en gebakken gerechten.

Omega-3 vetzuren

Omega-3 vetzuren spelen een belangrijke rol bij de botgezondheid via verschillende mechanismen. Ze verhogen de calciumabsorptie, hebben dus inflammatoire eigenschappen en stimuleren de aanmaak van osteoblasten in het beenmerg (Maggio M. et al 2009). In dierstudies werd gevonden dat het botverlies door daling van de oestrogeenspiegel werd geremd door het gebruik van visolie (Fernandes G. et al, 2003). Andere dierstudies toonden aan, dat het omega-3 vetzuur EPA de calciumabsorptie verbeterde, de calciumuitscheiding verminderde en de calciuminbouw in het bot bevorderde (Kruger M.C. et al, 1998). In een studie met postmenopauzale Koreaanse vrouwen werd een hoger gehalte aan omega-3 vetzuren EPA en DHA in de rode bloedcellen geassocieerd met een lager risico op osteoporose (Moon H.J. et al 2012).

In de Rancho Bernardo Study was een hogere verhouding tussen omega-6 en omega-3 geassocieerd met een lagere Bot Massa Dichtheid (BMD) in de heupen van alle deelnemende vrouwen en een lagere BMD in de ruggenwervels van vrouwen die geen hormoontherapie gebruikten (Weiss L.A. et al 2005).
Ondanks diverse studies die wijzen op een mogelijk positief effect van omega-3 vetzuren op de botgezondheid kwam er geen duidelijk positief effect uit de review van Orchard et al. naar voren. Echter, er werden wel positieve effecten gevonden in studies die over een langere periode (18 maanden of langer) werden uitgevoerd, bij gebruik van een vetzuurmix samen met calcium en wanneer naast EPA en DHA ook extra ALA (o.a. in lijnzaadolie) werd ingenomen (Orchard T.S. 2012). Hoewel er nog meer studies nodig zijn, lijken omega-3 vetzuren de calciumabsorptie, mineralisatie van het bot en de botmassa te verhogen en de calciumuitscheiding te verlagen. (M.C. Kruger, D.F et al. 1997)

Thee en geelwortel

Er zijn aanwijzingen dat het gebruik van (groene) thee en curcumine uit geelwortel de botgezondheid positief beïnvloedt. Curcumine remt de aanmaak van NFkB, IL-1 en 6, ontstekingsbevorderende cytokines die betrokken zijn bij de botafbraak en -opbouw. Een aantal in-vitro en dierstudies laten een botbeschermende werking zien van curcumine (Bharti A.C. et al 2004).
Het drinken van (groene) thee lijkt een positief effect te hebben op de botgezondheid (De Bacquer D. et al 2006, Chen Z. et al 2003).

Groene thee is rijk aan catechines (waaronder ECGC), stoffen met een anti-inflammatoir effect. Daarnaast zijn de catechines ECGC en ECG uit groene thee een goede voedingsbodem voor de groei van gunstige melkzuurbacteriën in de darmen. Ze remmen in vitro en/of vivo de groei van schadelijks micro-organismen, zoals Staphylococcus aureus, Propionibacterium acnes, Helicobacter pylori, Pseudomonas aeruginosa, Clostridium (difficile, perfringens), Escherichia coli, Bacillus cereus, Plesiomonas shigelloides, Blastocystis hominis, Listeria monocytogenes, Streptococcus pyogenes, en Candida albicans.( Yanagawa Y et al. 2003, Radji M et al. 2013, Archana S et al. 2011, Boyanova L. 2013, Al-Mohammed HI et al. 2013, Lee H et al. 2009,Isogai E et al. 2001, Evensen NA et al. 2009, Su P et al. 2008).
Een goede balans tussen gunstige en schadelijke darmbacteriën heeft een positieve invloed op de botgezondheid, zie hieronder.

Groene thee catechines remmen vermoedelijk aanhechting van pathogenen aan de (darm) slijmvliezen en beschadigen de celmembraanfosfolipiden van schadelijke micro-organismen. Verschillende studies linken het drinken van (groene) thee aan een matige verhoging van de Bot Massa Dichtheid (BMD) ((De Bacquer D. et al 2006, Chen Z. et al 2003).
In-vitro studies, dierstudies en humane epidemiologische studies doen vermoeden dat groene thee polyfenolen helpen bij de preventie van osteopenie, geassocieerd met chronische ontstekingsziekten (waaronder reuma, SLE en IBD) en (postmenopauzale) osteoporose.(Shen CL et al, 2010, Devine A et al, 2007, Muraki S et al, 2007)

In een dierstudie werd verlies aan botmassa, geïnduceerd door chronische ontsteking, significant tegengegaan door toevoeging van groene thee polyfenolen aan drinkwater (0,5%, overeenkomend met de consumptie van 4 koppen groene thee per dag door de mens).( Shen CL et al. 2010).
In een 6 maanden durende placebogecontroleerde studie in 2012 werd gekeken naar de invloed van groene thee polyfenolen (500 mg/dag) en tai chi (wekelijks 3x 60 minuten), al dan niet in combinatie, op oxidatieve stress bij 171 postmenopauzale vrouwen met osteopenie (voorstadium van osteoporose). (Qian G et al 2012, Shen CL et al, 2012). Oxidatieve stress speelt een belangrijke rol in het ontstaan van postmenopauzale osteoporose.

Beide interventies, apart en in combinatie, zorgden voor significante afname van 8-OhdG (een marker voor oxidatieve stress) in urine, vergeleken met placebo. De interventies hadden bovendien een additief effect: een significante verhoging van de ratio BAP/TRAP. BAP, bone-specific alkalische fosfatase, is een biomarker voor botvorming en TRAP is een biomarker voor botafbraak. Meer onderzoek is nodig om de effecten van geelwortel en (groene) thee op de botgezondheid vast te stellen.

Fyto-oestrogenen

Wanneer het oestrogeengehalte in het lichaam daalt, neemt de botafbraak toe. Fyto-oestrogenen in de voeding kunnen de botopbouw ondersteunen en botafbraak helpen afremmen. Fyto-oestrogenen, waaronder lignanen en isoflavonen komen voor in producten, zoals lijnzaad, sesamzaad, noten, peulvruchten, sojaproducten, bonen, rode klaver, kudzu en alfalfa. Van alle fyto-oestrogenen zijn de effecten van (isoflavonen uit) sojaproducten op de botgezondheid het meest onderzocht. erwten

In een systematische review van Wei et al uit werd gevonden dat het gebruik van isoflavonen uit soja de Bot Massa Dichtheid (BMD) met 54% verhoogde en de hoeveelheid deoxypyridinoline (DPD) met 23% verlaagde. DPD in de urine is een marker voor de mate van botverlies (botresorptie). De effecten waren het grootste voor postmenopauzale vrouwen die een dosering van meer dan 75 mg per dag gebruikten (Wei P. et al, 2012).

Verscheidene andere grote populatie-studies naar sojagebruik toonden ook een positief effect van soja op de botgezondheid aan. The Shanghai Women’s Health Study vond een relatief risico van 0.63 in het hoogste kwantiel van soja-eiwitinname (13 gram of meer per dag) (Zhang X.L. et al 2005). Deze studie onderzocht bij 75.000 Chinese vrouwen tussen 40 en 70 jaar oud de inname van traditionele sojaproducten, zoals tofu en verse sojabonen, en niet de inname van geïsoleerde isoflavonen. De Singapore Chinese Health Study bestudeerde ook de inname van traditionele sojaproducten en vond een significante reductie in heupfractuurrisico bij vrouwen, maar niet bij mannen bij een hogere soja-inname (Koh W. et al, 2009).

Er zijn aanwijzingen, dat een voedingspatroon met traditioneel sojaproducten waarschijnlijk een groter positief effect op de botgezondheid heeft dan het gebruik van uit soja geïsoleerde isoflavonen (Lanou A.J. et al, 2011, Reinwald S. et al, 2010).
Het effect van isoflavonen uit soja op de botgezondheid is onder andere afhankelijk van de omzetting van isoflavonen naar actieve metabolieten door darmbacteriën.

Darmmicrobioom

Het darmmicrobioom (de darmflora) heeft een grote invloed op de botgezondheid. Het zet niet alleen isoflavonen om in actieve metabolieten, maar doet nog veel meer. Het darmmicrobioom bepaalt hoe goed de bouwstenen voor de botten, zoals calcium en magnesium uit de voeding worden opgenomen. Daarnaast zetten goede darmbacteriën vitamine K1 uit o.a. groenten om in vitamine K2. Vitamine K2 bevordert de inbouw van calcium in de botten en het gebit.

Het darmmicrobioom reguleert de balans tussen ontstekingbevorderende (=botopbouwend) en ontstekingsremmende (=botafbrekende) processen. Bij een verstoorde darmflora worden onder invloed van ongustige darmbacteriën, schimmels en parasieten ontstekingsbevorderende stoffen gemaakt. Deze stoffen veroorzaken chronische laaggradige ontstekingen in de botten en stimuleren de botafbraak (Iqbal J, 2016). Gezonde darmbacteriën remmen juist de ontsteking.
Gezonde darmbacteriën maken vitamines, hormonen, hormoonachtige stoffen aan die de botopbouw stimuleren, zoals serotonine, insuline growth like factor en oestrogeenmetabolieten (Xu X, 2017, Mc Cabe L, 2015).

Darmbacteriën zetten fyto-oestrogenen (isoflavonen, lignanen, ellagitannine) om in actieve oestrogeenachtige metabolieten, zoals equol, enterolignanen en urolithines. Deze oestrogeenachtige metabolieten activeren de botopbouwende cellen en remmen het botverlies (Xu X, 2017, Landete JM, 2016)

Prebiotica

Voeding rijk aan prebiotica verhoogt de opname van mineralen, zoals calcium en magnesium, remt ontstekingsreacties en verhoogt de aanmaak van hormoonachtige stoffen die de botafbraak afremmen. Uit onderzoek bij proefdieren komt naar voren dat het gebruik van de prebiotica inuline, FOS en GOS de caliumabsorptie en inbouw verhoogt en de botmassadichtheid en botsterkte verhoogt. (Chonan O et al 1995, Weaver CM et al 2011, Legette LL et al 2012, Zafar TA et al 2004).

Bij onderzoek bij mensen bleken de effecten van prebiotica op de botgezondheid minder uitgesproken door variatie in dieet en onderzoeksgroep.
Desondanks lieten de meeste studies een positieve verandering in de mineraalabsorptie door het gebruik van prebiotica zien. (Coxam, V. 2007, McCabe, L et al 2015, Scholz-Ahrens, K.E et al 2007).

Een oligofructose-inuline mengsel liet een verhoogde calcium- en magnesiumabsorptie zien, vooral bij personen bij wie de botdichtheid voor aanvang van de studie verlaagd was. (Holloway, L. et al 2007). In een andere studie werd een 42% verhoogde calciumabsorptie gezien na 3 maanden gebruik van cichoreifructanen, terwijl de prebiotica TOS en lactulose de calciumopname met 16% verhoogden. (Van den Heuvel, E.G. et al 2000, Van den Heuvel, E.G. et al, 1999).

Interventies met prebiotica voor een hogere botdichtheid zijn mogelijk meer effectief bij kinderen en jongvolwassenen dan menopauzale vrouwen. Dagelijks gebruik van 8 gram inuline gedurende 1 jaar verhoogde significant de botmassa en -dichtheid van het skelet van tieners. (Abrams, S.A. et al 2005)

Er zijn meerdere mechanismen beschreven die het effect van prebiotica op de botgezondheid kunnen verklaren. Fermentatie van prebiotica zoals inuline, FOS en GOS door bijvoorbeeld bifidobacteriën (Weaver CM et al 2011) resulteert in de aanmaak van korte ketenvetzuren en een daling van de zuurtegraad. Deze zure darmomgeving met korte ketenvetzuren zorgt ervoor, dat er meer darmcellen (enterocyten) worden gemaakt en het darmoppervlak wordt vergroot. Hierdoor neemt de capaciteit om mineralen, zoals calcium en magnesium, op te nemen toe. (Scholz-Ahrens, K.E. et al 2007, Pérez-Conesa,D. et al 2007, Zdun´czyk, Z. et al 2004).
Negatief geleden korte ketenvetzuren binden daarnaast positief geladen mineralen, waardoor mineralen door passieve diffusie door de darmwand worden opgenomen (Trinidad, T.P. et al 1996, Trinidad, T.P. et al 1999). Dit vergroot de mineraalopname nog verder.

De prebiotica FOS en GOS en polyfenolen stimuleren de groei van melkzuurvormende bifidobacteriën en lactobacillen. Deze gunstige darmbacteriën remmen de groei van ontstekingsbevorderende schadelijke micro-organismen en moduleren het immuunsysteem, waardoor de aanmaak van ontstekingsbevorderende, botafbrekende cytokines wordt afgeremd. Daarnaast bevorderen de melkzuurvormende darmbacteriën de aanmaak van actieve metabolieten van isoflavonen (fyto-oestrogenen) in de darmen. Deze actieve metabolieten stimuleren de aanmaak van nieuw bot.

Rijk aan fyto-oestrogenen zijn o.a. noten en zaden, zoals lijnzaad, peulvruchten, sojabonen en sojaproducten, rode klaver, hop, kudzu en haver.knoflook Julia Rovagnati Dreamstime.com
Rijk aan inuline en FOS zijn artisjokharten, asperges (evt. uit glas op water), prei, ui, knoflook, zoete aardappel, aardpeer, arrowroot (een Japans bindmiddel van een wortelgewas, te koop in natuurvoedingswinkels), cichoreiwortel (cichoreikoffie van b.v. het merk Pacha puur, te koop in natuurvoedingswinkels).

Rijk aan GOS zijn onder andere bonen (sperziebonen, snijbonen, peultjes), peulvruchten, hazelnoten, zwarte bessen, bosbessen, blauwe bessen, yoghurt, kwark, cottage cheese, kefir. Goede polyfenolbronnen zijn bessen, druiven, granaatappel, citrusfruit, groene en zwarte thee, extra vierge olijfolie, olijven, uien, knoflook, cacao, noten, zaden, kruiden en specerijen.
Bovenstaande effecten van prebiotica op de botgezondheid pleit ervoor om een prebioticarijke voeding te adviseren aan personen met een verhoogd risico op verlies van botmassa. Meer humane studies zijn nodig om de exacte effecten op de botgezondheid te onderzoeken en de juiste soort en dosering prebiotica en de interventieduur vast te stellen.

Conclusie

Een ontstekingsremmende voeding, rijk aan mineralen, vitamine D en K, polyfenolen, FOS en GOS en een gezond darmmicrobioom spelen een belangrijke rol bij de botgezondheid. Een natuurdiëtist kan u adviseren welke voeding en supplementen u kunt gebruiken om uw botgezondheid te ondersteunen. Daarnaast kan zij of hij u adviseren welke onderzoeken zinvol zijn om uw behoefte aan botondersteunende nutriënten in kaart te brengen.

 

 

Tanja Visser, natuurdiëtist
www.dieetcare.nl

Recepten ter ondersteuning van de botopbouw

Bottenbouillon voor 2 liter
Rijk aan glucosamine, chondroitine en mineralen, zoals calcium, fosfor en magnesium, voor een goede opbouw van bot en kraakbeen.
Nodig:
1 ui
1 winterwortel
1 dunne prei
1 stengel bleekselderij
1 eetlepel extra vierge olijfolie
600 gram rundersoepbeen of 1 biologische soepkip (diepvries, natuurwinkel)
1 laurierblad
5 peperkorrels
1 takje tijm
2 theelepels zeezout
2 eetlepels natuurazijn

Pel de ui en snijd fijn. Schrap de wortel en snijd in plakken. Maak de prei en bleekselderij schoon en snijd in stukken. Verhit de olie in de soeppan en fruit hierin de groente. Voeg het soepbeen of soepkip, 2 liter water en de kruiden en specerijen en azijn toe. Breng het geheel aan de kook en laat op een zacht vuur 4 uur trekken. Schep eventueel het schuim van de soep af. Zeef de soep door hem door een fijne zeef of een met een nylonkous overtrokken zeef te gieten. Gebruik je kip, ontdoe het karkas van het vlees. Snijd het kippenvlees in kleine stukjes en voeg deze aan de bouillon toe.
Deze bouillon maak je sneller met een snelkookpan (bereidingstijd 2 uur).
Tip: Maak 1x per week deze bouillon en vries de bouillon daarna in porties van 150 ml in. Dan heb je altijd een portie op voorraad.
Groentensoep: Voeg aan de gezeefde bouillon 400 gram gesneden (soep)groenten toe en kook 5-7 minuten zachtjes mee. Optioneel; curcuma (niet bij gevoeligheid voor biogenene aminen waaronder histamine).

 

Voor meer botopbouwende recepten zie de recepten in het boek Energieherstelplan en de digitale brochure Geneeskrachtig koken Energieherstelplan deel 1 en 2.

Darmmicrobioomonderzoek

Gezien de belangrijke rol die de darmen spelen bij een gezonde botstofwisseling kan het zinvol zijn om het darmmicrobioom in kaart te brengen door middel van een ontlastingsonderzoek. Aan de hand van de uitslag van dit onderzoek kan een natuurdiëtist adviseren hoe u met voeding, leefstijl en suppletie de darmfunctie en daarmee de botgezondheid optimaliseert.

Darm Microbioom Plus ontlastingtest

Verkoopprijs (incl. BTW): € 289,95
Koop deze test hier

De microbioom plus ontlastingstest omvat de microbiologische analyse van aërobe en anaerobe sleutelbacteriën, alsook van schimmels en gisten (Candida albicans en Candida spp.), spijsverteringsresiduen en α-1-antitrypsine, calprotectine, galzuren, pancreas-elastase, secretorisch IgA en zonuline in de ontlasting. Verder wordt het menselijke intestinale microbioom bepaald door middel van sequentiebepaling van het genoom van de darmflora.

Over deze test
Het intestinale microbioom, het totaal van alle micro-organismen, die de darm koloniseren, is van vitaal belang voor de menselijke gezondheid. Een dysbiose van het darmmicrobioom wordt – zoals talrijke studies bewijzen – geassocieerd met verschillende ziekten: metabool syndroom, diabetes, inflammatoire darmziekten zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa, prikkelbare darmsyndroom, darmkanker, calciumoxalaat-nierstenen, cardiovasculaire ziektes, reumatoïde artritis, evenals neurologische aandoeningen en osteoporose.

De analyse van het intestinale microbioom wordt uitgevoerd door middel van DNA-sequentie (next-generation sequentie). Deze methode bracht een revolutie teweeg in de diagnostiek, omdat het de detectie van bijna alle tot dan bekende bacteriën mogelijk maakte. Door DNA-sequentie kunnen de effecten van afzonderlijke zeer complexe microbiota op de kolonisatieresistentie, spijsverteringsprocessen, opname van voedingsstoffen en vitaminen evenals op de immuniteit nauwkeuriger worden beoordeeld. In deze moleculair-biologische testmethode worden ook anaerobe bacteriën op het hoogste technische niveau gedetecteerd, die niet kunnen worden aangetoond via een bacteriecultuur (op kweek zetten).

Bovendien omvat deze test het Darmmicrobioom plus de parameters van de Gezondheidscheck Darm plus de Zonuline in de ontlasting. De Gezondheidscheck Darm omvat naast het onderzoek van de florastatus de beoordeling het spijsverteringvermogen en -capaciteit én de toestand en de functie van de intestinale mucosa en het darm-geassocieerde immuunsysteem.

Referenties

Iqbal J et al, From the gut to the strut: where inflammation reigns, bone abstains. J. Clin Invest 2016 Jun 1;1 26(6):2045-8
Landete JM et al, Bioactivation of Phytooestrogens: intestinal bacteria and health, Crit Rev Food Sci Nutr 2016 aug 17;56(11): 1826-43
Mc Cabe L et al, Prebiotic en probiotic regulation of bone health; Role of the intestine and its microbiome. Curr Osteoporos Rep 2015 dec 13(6):363-71
Xu X et al, Intestinal microbiota: a potential target for the treatment of postmenopausal osteoporosis. Bone Res 2017 oct4;5:17046.
Fujita Y et al. Association between vitamin K intake from fermented soybeans, natto, and bone mineral density in elderly Japanese men: the Fujiwara-kyo Osteoporosis Risk in Men (FORMEN) study. Osteoporos Int. 2012;23(2):705-14.
Iwamoto J et al. High-dose vitamin K supplementation reduces fracture incidence in postmenopausal women: a review of the literature. Nutr Res. 2009;29(4):221-8.
Yamaguchi M et al. Vitamin K2 stimulates osteoblastogenesis and suppresses osteoclastogenesis by suppressing NF-κB activation. Int J Mol Med. 2011;27(1):3-14.
Igarashi M et al. Vitamin K induces osteoblast differentiation through pregnane X receptor-mediated transcriptional control of the Msx2 gene. Mol Cell Biol. 2007;27(22):7947-54.
Chonan, O.; Watanuki, M. Effect of galactooligosaccharides on calcium absorption in rats. J. Nutr. Sci. Vitaminol. 1995, 41, 95–104.
Weaver, C.M.; Martin, B.R.; Nakatsu, C.H.; Armstrong, A.P.; Clavijo, A.; McCabe, L.D.; McCabe, G.P.; Duignan, S.; Schoterman, M.H.; van den Heuvel, E.G. Galactooligosaccharides improve mineral absorption and bone properties in growing rats through gut fermentation. J. Agric. Food Chem. 2011, 59, 6501–6510.
Legette, L.L.; Lee, W.; Martin, B.R.; Story, J.A.; Campbell, J.K.; Weaver, C.M. Prebiotics enhance magnesium absorption and inulin-based fibers exert chronic effects on calcium utilization in a postmenopausal rodent model. J. Food Sci. 2012, 77, 88–94.
Zafar, T.A.; Weaver, C.M.; Zhao, Y.; Martin, B.R.; Wastney, M.E. Nondigestible oligosaccharides increase calcium absorption and suppress bone resorption in ovariectomized rats. J. Nutr. 2004, 134, 399–402.
Magne L.D, : Inflammaging: the driving force in osteoporosis?. Med Hypotheses. 76 (3):317-321 2011 20961694
Mundy G.R.: Osteoporosis and inflammation. Nutr Rev. 65 (12):S147-S151 2007 18240539
Ginaldi L. et al: Osteoporosis, inflammation and ageing. Immun Ageing. 2005 2 14–14

Shen CL et al. Green tea polyphenols mitigate bone loss of female rats in a chronic inflammation-induced bone loss model. J Nutr Biochem. 2010;21:968-974.
Devine A et al. Tea drinking is associated with benefits on bone density in older women. Am J Clin Nutr 2007;86(4):1243-7.
Muraki S et al. Diet and lifestyle associated with increased bone mineral density: crosssectional study of Japanese elderly women at an osteoporosis outpatient clinic. J Orthop Sci. 2007;12(4):317-20.
Qian G et al. Mitigation of oxidative damage by green tea polyphenols and tai chi exercise in postmenopausal women with osteopenia. Plos One 2012;7(1):e48090.
Shen CL et al. Effect of green tea and Tai Chi on bone health in postmenopausal osteopenic women: a 6-month randomized placebo-controlled trial. Osteoporos Int. 2012;23(5):154152.
Weaver, C.M.; Martin, B.R.; Nakatsu, C.H.; Armstrong, A.P.; Clavijo, A.; McCabe, L.D.; McCabe, G.P.; Duignan, S.; Schoterman, M.H.; van den Heuvel, E.G. Galactooligosaccharides improve mineral absorption and bone properties in growing rats through gut fermentation. J. Agric. Food Chem. 2011, 59, 6501–6510.
Legette, L.L.; Lee, W.; Martin, B.R.; Story, J.A.; Campbell, J.K.; Weaver, C.M. Prebiotics enhance magnesium absorption and inulin-based fibers exert chronic effects on calcium utilization in a postmenopausal rodent model. J. Food Sci. 2012, 77, 88–94.
Zafar, T.A.; Weaver, C.M.; Zhao, Y.; Martin, B.R.; Wastney, M.E. Nondigestible oligosaccharides increase calcium absorption and suppress bone resorption in ovariectomized rats. J. Nutr. 2004, 134, 399–402.
Chonan, O.; Matsumoto, K.; Watanuki, M. Effect of galactooligosaccharides on calcium absorption and preventing bone loss in ovariectomized rats. Biosci. Biotechnol. Biochem. 1995, 59, 236–239.
Coxam, V. Current data with inulin-type fructans and calcium, targeting bone health in adults. J. Nutr. 2007, 137, 2527S–2533S.
McCabe, L.; Britton, R.A.; Parameswaran, N. Prebiotic and probiotic regulation of bone health: Role of the intestine and its microbiome. Curr. Osteoporos. Rep. 2015, 13, 363–371.
Scholz-Ahrens, K.E.; Ade, P.; Marten, B.; Weber, P.; Timm, W.; Açil, Y.; Glüer, C.C.; Schrezenmeir, J. Prebiotics, probiotics, and synbiotics affect mineral absorption, bone mineral content, and bone structure. J. Nutr. 2007, 137, 838S–846S.
Holloway, L.; Moynihan, S.; Abrams, S.A.; Kent, K.; Hsu, A.R.; Friedlander, A.L. Effects of oligofructose-enriched inulin on intestinal absorption of calcium and magnesium and bone turnovermarkers in postmenopausal women. Br. J. Nutr. 2007, 97, 365–372.
Tahiri, M.; Tressol, J.C.; Arnaud, J.; Bornet, F.R.; Bouteloup-Demange, C.; Feillet-Coudray, C.; Brandolini, M.; Ducros, V.; Pépin, D.; Brouns, F.; et al. Effect of short-chain fructooligosaccharides on intestinal calcium absorption and calcium status in postmenopausal women: Astable-isotopestudy. Am. J.Clin. Nutr. 2003,77, 449–457.
Kim, Y.Y.; Jang, K.H.; Kang, S.A.; Ha, W.K.; Lee, E.Y.; Cho, Y.H.; Choue, R.W. The effect of chicory fructan fiber on calcium absorption and bone metabolism in Korean postmenopausal women. Nutr. Sci. 2004, 7, 151–157.
Van den Heuvel, E.G.; Schoterman, M.H.; Muijs, T. Transgalactooligosaccharides stimulate calcium absorption in postmenopausal women. J. Nutr. 2000, 130, 2938–2942.
Van den Heuvel, E.G.; Muijs, T.; van Dokkum, W.; Schaafsma, G. Lactulose stimulates calcium absorption in postmenopausal women. J. Bone Miner. Res. 1999, 14, 1211–1216.
Van den Heuvel, E.G.; Schaafsma, G.; Muys, T.; van Dokkum, W. Nondigestible oligosaccharides do not interfere with calcium and nonheme-iron absorption in young, healthy men. Am. J. Clin. Nutr. 1998, 67, 445–451.
Abrams, S.A.; Griffin, I.J.; Hawthorne, K.M.; Liang, L.; Gunn, S.K.; Darlington, G.; Ellis, K.J. A combination of prebiotic short-and long-chain inulin-type fructans enhances calciumabsorption and bonemineralization in young adolescents. Am. J. Clin. Nutr. 2005, 82, 471–476.
Griffin, I.J.; Davila, P.M.; Abrams, S.A. Non-digestible oligosaccharides and calcium absorption in girls with adequate calcium intakes. Br. J. Nutr. 2002, 87, S187–S191.
Van den Heuvel,E.G.;Muys,T.;vanDokkum,W.;Schaafsma,G.Oligofructose stimulates calciumabsorption in adolescents. Am. J. Clin. Nutr. 1999, 69, 544–548.
Slevin, M.M.; Allsopp, P.J.; Magee, P.J.; Bonham, M.P.; Naughton, V.R.; Strain, J.J.; Duffy, M.E.; Wallace, J.M.; Mc Sorley, E.M. Supplementation with calcium and short-chain fructo-oligosaccharides affects markers of bone turnover but not bone mineral density in postmenopausal women. J. Nutr. 2014, 144, 297–304.
Pérez-Conesa,D.;López,G.;Ros,G.Effects of probiotic,prebiotic and symbiotic follow-up infantformulas on large intestine morphology and bonemineralisation inrats. J.Sci. FoodAgric. 2007,87,1059–1068.
Zdun´czyk, Z.; Jus´kiewicz, J.; Wróblewska, M.; Król, B. Physiological effects of lactulose and inulin in the caecum of rats. Arch. Anim. Nutr. 2004, 58, 89–98.
Trinidad, T.P.; Wolever, T.M.; Thompson, L.U. Effect of acetate and propionate on calcium absorption from the rectum and distal colon of humans. Am. J. Clin. Nutr. 1996, 63, 574–578. Trinidad, T.P.; Wolever, T.M.; Thompson, L.U. Effects of calcium concentration, acetate, and propionate on calcium absorption in the human distal colon. Nutrition 1999, 15, 529–533.
M.C. Kruger, D.F. Horrobin: Calcium metabolism, osteoporosis and essential fatty acids: a review. Prog Lipid Res. 36 (2-3):131-151 1997 9624425.
A.P. Simopoulos: Evolutionary Aspects of Diet: the Omega-6/Omega-3 Ratio and the Brain. Mol Neurobiol. 44 (2):203-215 2011 21279554
M. Maggio, A. Artoni, F. Lauretani, et al.: The impact of omega-3 fatty acids on osteoporosis. Curr Pharm Des. 15 (36):4157-4164 2009 20041817
G. Fernandes, R. Lawrence, D. Sun: Protective role of n-3 lipids and soy protein in osteoporosis. Prostaglandins Leukot Essent Fatty Acids. 68 (6):361-372 2003 12798656
M.C. Kruger, H. Coetzer, R. de Winter, G. Gericke, D.H. van Papendorp: Calcium, gamma-linolenic acid and eicosapentaenoic acid supplementation in senile osteoporosis. Aging-Clin Exp Res. 10 (5):385-394 1998
H.J. Moon, T.H. Kim, D.W. Byun, Y. Park: Positive correlation between erythrocyte levels of n-3 polyunsaturated fatty acids and bone mass in postmenopausal Korean women with osteoporosis. Ann Nutr Metab. 60 (2):146-153 2012 22507833
L.A. Weiss, E. Barrett-Connor, D. von Muhlen: Ratio of n-6 to n-3 fatty acids and bone mineral density in older adults: the Rancho Bernardo study. Am J Clin Nutr. 81 (4):934-938 2005 15817874
T.S. Orchard, X. Pan, F. Cheek, S.W. Ing, R.D. Jackson: A systematic review of omega-3 fatty acids and osteoporosis. Br J Nutr. 107:S253-S260 2012 22591899
P. Wei, M. Liu, Y. Chen, D.C. Chen: Systematic review of soy isoflavone supplements on osteoporosis in women. Asian Pac J Trop Med. 5 (3):243-248 2012 22305793
X.L. Zhang, X.O. Shu, H.L. Li, et al.: Prospective cohort study of soy food consumption and risk of bone fracture among postmenopausal women. Arch Intern Med. 165 (16):1890-1895 2005 16157834
WoonPuay Koh, A.H. Wu, RenWei Wang, et al.: Gender-specific associations between soy and risk of hip fracture in the Singapore Chinese Health Study. Am J Epidemiol. 170 (7):901-909 2009 19720865
A.J. Lanou: Soy foods: are they useful for optimal bone health?. Ther Adv Musculoskelet Dis. 3 (6):293-300 2011 22870487
S. Reinwald, C.M. Weaver: Soy components vs. whole soy: are we betting our bones on a long shot?. J Nutr. 140 (12):2312S-2317S 2010 20980647
156A.C. Bharti, Y. Takada, B.B. Aggarwal: Curcumin (diferuloylmethane) inhibits receptor activator of NF-kB ligand-induced NF-kB activation in osteoclast precursors and suppresses osteoclastogenesis. J Immunol. 172 (10):5940-5947 2004 15128775
158D. De Bacquer, E. Clays, J. Delanghe, G. De Backer: Epidemiological evidence for an association between habitual tea consumption and markers of chronic inflammation. Atherosclerosis. 189 (2):428-435 2006 16442546
159Z. Chen, M.B. Pettinger, C. Ritenbaugh, et al.: Habitual tea consumption and risk of osteoporosis: a prospective study in the women’s health initiative observational cohort. Am J Epidemiol. 158 (8):772-781 2003 14561667

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen