skip to Main Content
Kenniscentrum met meer dan 2000 artikelen over gezondheid!BEKIJK ALLE ONDERWERPEN

Voedingsstoffen met anti histamine werking tegen hooikoorts

Naar schatting hebben twee miljoen Nederlanders last van hooikoorts en dit aantal stijgt flink.
Hooikoorts (allergische rhinitis) is een allergische reactie van de slijmvliezen op pollen (stuifmeelkorrels). Al in februari kunnen de eerste bomen stuifmeel gaan produceren, zoals berk, els en hazelaar. Grassen produceren hun pollen meer in de zomermaanden. Maar tuin- en kamerplanten, zoals klimop, yucca en ficus, kunnen een eveneens een rol spelen bij het ontstaan van hooikoortsklachten.

Regulier wordt hooikoorts vaak behandeld met antihistaminica. In het complementaire veld maakt men vaak gebruik van natuurlijke stoffen met een anti-histaminewerking, zoals flavonoïden. Denk aan: OPC (oligomere proanthocyanidines), quercetine en het kruid Scutellariae.

Scutellariae

Scutellariae is een kruid, rijk aan flavonoïden, waarvan is vastgesteld dat deze de afgifte van histamine remmen. De voornaamste indicatie van dit kruid is dan ook het verminderen van allergische reacties (hooikoorts). In de traditionele Chinese geneeskunde wordt de plant als ‘blussend kruid bij vurige aandoeningen’ gezien. Toepassingen in China zijn naast het bestrijden van allergieën, het remmen van andere ‘vurige’ ontstekingsbeelden.

Diverse Westerse, wetenschappelijke onderzoeken bevestigen het positieve effect van Scutellariae bij hooikoortsklachten. Scutellariae remt zoals gezegd de afgifte van histamine waardoor de hooikoortsklachten afnemen. Scutellariae kan overigens toegepast worden bij alle histaminereacties, waaronder jeuk, oedeem en hoofdpijn. Scutellariae is verkrijgbaar in plantaardige capsules waardoor inname vergemakkelijkt wordt. Een dagelijkse dosering van 500 tot 3000 mg wordt aangeraden. Scutellariae kent geen bijwerkingen. Gebruik tijdens zwangerschap of lactatie wordt afgeraden.

Quercetine

Ook quercetine wordt vaak toegepast bij hooikoortsklachten. Het is een stof die van nature voorkomt in bijvoorbeeld uien, broccoli en knoflook. Quercetine heeft vele eigenschappen, waaronder het verminderen van symptomen van allergieën, doordat het de productie van histamine kan verhinderen. Raadzaam is het om quercetine in complexvorm met andere bioflavonoïden en vitamine C te gebruiken. Dit is de vorm waarin quercetine in de natuur aangetroffen wordt. Ook quercetine is verkrijgbaar in plantaardige capsules.

Flavonoïden in de voeding

Bijna alle fruit, groenten, kruiden (o.a. Scutellariae , Ginkgo Biloba) en specerijen bevatten flavonoïden. Flavonoïden worden ook aangetroffen in ander voedsel, zoals gedroogde bonen (bepalend voor de kleur van rode en zwarte bonen) en granen (waar de kleur vanwege de flavonoïden meestal geel is). De meest kleurrijke componenten van het voedsel, zoals de schil van fruit, bevatten vaak de hoogste concentraties flavonoïden. Een uitzondering is de witte pulpachtige massa tussen vrucht en schil bij citrusvruchten. Deze pulpachtige massa is zeer rijk aan bioflavonoïden, terwijl de citrusschil en het citrusfruit zelf veel lagere concentraties bevatten.

Factoren die bijdragen aan een tekort aan flavonoïden zijn onvoldoende inname van groenten en fruit. Ook routinematig eten van industrieel verwerkte groenten en fruit dragen bij aan een tekort. Symptomen die kunnen wijzen op een tekort aan flavonoïden zijn: zeer gemakkelijk bloeden (tandvlees, neus), gemakkelijk blauwe plekken krijgen die vervolgens maar langzaam verdwijnen en het gemakkelijk opzwellen na blessures. Ook immuun zwakte kan wijzen op een tekort. Denk aan het gemakkelijk oppikken van een verkoudheid of een andere infectie.

Er bestaan zeer veel soorten flavonoïden. Er zijn diverse subklassen (flavonolen, quercetine, isoflavonen, flavonen, anthocyaninen) te onderscheiden, waardoor er een grote variëteit aan flavonoïden bestaat, met vaak uiteenlopende biochemische en fysiologische eigenschappen.

Veel soorten flavonoïden

De groep flavonen komen veel minder wijdverspreid voor dan flavonolen in fruit en groenten. De enige belangrijke eetbare bronnen van flavonen zijn selderij en peterselie.
1. FlavonolenDe groep flavonolen, in het bijzonder de genoemde quercetine maar ook kaempferol, myricetine, fisetine, isorhamnetine, pachypodol, rhamnazine, komen veel voor in het plantenrijk. De hoeveelheid in de voeding is echter vaak erg laag. De rijkste bronnen zijn uien, boerenkool, prei, broccoli en bosbessen.

Cacao is een rijke bron van flavanolen. Veel chocoladefabrikanten verwijderen de flavanolen omdat ze bitter smaken. Omdat dergelijke informatie niet op het etiket hoeft te worden vermeld, blijven we daar vaak onwetend over.
2. QuercetineQuercetine komt voor in voedingsmiddelen die veel gegeten worden, zoals appelen, uien, thee, bessen, koolsoorten, zaden, noten, rode druiven, frambozen, groene thee en knoflook. Veel medicinale planten danken hun activiteit aan een hoog quercetinegehalte.
3. IsoflavonenDe groep isoflavonen worden vanwege hun structurele verwantschap met oestrogenen ook wel aangeduid als plantenhormonen of fyto-oestrogenen. Hoewel ze geen steroïden zijn, hebben ze vanwege hun moleculaire structuur het vermogen om te binden aan oestrogeenreceptoren. Isoflavonen worden uitsluitend in peulvruchten aangetroffen (voornamelijk in sojabonen). De drie belangrijkste isoflavonen zijn genisteïne, daïdzeïne en glyciteïne.
4. FlavanonenDe groep flavanonen is een relatief kleine groep flavonoïden, die alleen in hoge concentraties voorkomt in citrusvruchten. Bijvoorbeeld hesperidine in sinaasappels, naringenine in grapefruit, eriodictyol in citroenen. Tomaat en aromatische planten als munt bevatten een geringe hoeveelheid flavanonen. In voedingssupplementen staat deze groep flavonoïden vaak vermeld als ’citrusbioflavonoïden’.
5. AnthocyaninenDe groep anthocyaninen zijn pigmenten die de roze, rode, blauwe of paarse kleur van bepaalde voedingsmiddelen geven. De kleurintensiteit zegt iets over het gehalte anthocyaninen en neemt toe met het rijpen van de vrucht. Anthocyaninen komen voor in druiven, bepaalde granen en sommige groenten (aubergines, kool, bonen, uien, radijs). Ze komen het meest voor in fruit.

Commentaar NDN

De biologische beschikbaarheid van flavonoïden in de voeding blijkt een stuk groter te zijn dan aanvankelijk werd verondersteld. Zelfs na koken bereiken de meeste flavonoïdenglycosiden de dunne darm intact.

Probiotische bacteriën spelen een belangrijke rol in de stofwisseling en absorptie van flavonoïden. Flavonoïden of metabolieten daarvan die het colon bereiken, worden gemetaboliseerd door bacteriële enzymen en vervolgens geabsorbeerd. Het vermogen om specifieke flavonoïden te metaboliseren en te absorberen hangt dus af van iemands microbiële flora kwaliteit. Traditionele sojaproducten als miso en tempeh zijn al gefermenteerd, waardoor de biologische beschikbaarheid toe neemt.

Bij hooikoorts en andere allergieën is er sprake van ongewenste reacties van het immuunsysteem. Om deze reacties op de lange termijn te beïnvloeden is het noodzakelijk om een gezond voedingspatroon rijk aan flavonoïden (rekening houdend met constitutie typen en weersveranderingen) te gebruiken. De stoffen die de allergische reactie veroorzaken of verergeren te vermijden en daarnaast de conditie van de slijmvliezen en de darmflora te verbeteren.

Literatuur en links:

Pharmacological effects and pharmacokinetics properties of Radix Scutellariae and its bioactive flavones. http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/21928297

Anti-inflammatory effects of Scutellaria baicalensis water extract on LPS-activated RAW 264.7 macrophages. http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0378874109004024

Ross JA, Kasum CM. Dietary flavonoids: bioavailability, metabolic effects, and safety. Annu Rev Nutr. 2002;22:19-34.

Flavonoids: Chemistry, Biochemistry and Applications. Andersen ØM, Markham KR, editor. CRC Publication; 2005.

Grotewold E. The science of flavonoids. Springer; 2005.

Williamson G. Common features in the pathways of absorption and metabolism of flavonoids. In: Davies AJ, Lewis DS, et al., editors. Phytochemicals: Mechanisms of Action Boca Raton: CRC Press; 2004. p. 21-33.

Manach C, Williamson G, Morand C, et al. Bioavailability and bioefficacy of polyphenols in humans. I. Review of 97 bioavailability studies. Am J Clin Nutr. 2005;81(1 Suppl):230S-42S. GRATIS: http://www.ajcn.org/cgi/content/full/81/1/230S

Clifford MN. Anthocyanins – nature, occurrence and dietary burden J Sci Food Agric. 2000;80(7):1063-72. GRATIS: http://www3.interscience.wiley.com/cgi-bin/fulltext/72502495/HTMLSTART

Es-Safi NE, Cheynier V, Moutounet M. Interactions between cyanidin 3-O-glucoside and furfural derivatives and their impact on food color changes. J Agric Food Chem. 2002;50(20):5586-95.
The devil in the dark chocolate. Lancet. 2007;370(9605):2070.

Arts IC, van De Putte B, Hollman PC. Catechin contents of foods commonly consumed in The Netherlands. 2. Tea, wine, fruit juices, and chocolate milk. J Agric Food Chem. 2000;48(5):1752-7.

Arts IC, van de Putte B, Hollman PC. Catechin contents of foods commonly consumed in The Netherlands. 1. Fruits, vegetables, staple foods, and processed foods. J Agric Food Chem. 2000;48(5):1746-51.

Santos-Buelga C, Scalbert A. Proanthocyanidins and tannin-like compounds: nature, occurrence, dietary intake and effects on nutrition and health. Journal of the Science of Food and Agriculture. 2000;80(7):1094-117.

Manach C, Scalbert A, Morand C, et al. Polyphenols: food sources and bioavailability. Am J Clin Nutr. 2004;79(5):727-47. GRATIS: http://www.ajcn.org/cgi/content/full/79/5/727
Setchell KD, Brown NM, Lydeking-Olsen E. The clinical importance of the metabolite equol-a clue to the effectiveness of soy and its isoflavones. J Nutr. 2002;132(12):3577-84. GRATIS: http://jn.nutrition.org/cgi/content/full/132/12/3577
Yuan JP, Wang JH, Liu X. Metabolism of dietary soy isoflavones to equol by human intestinal microflora–implications for health. Mol Nutr Food Res. 2007;51(7):765-81.
Heijnen CG, Haenen GR, van Acker FA, et al. Flavonoids as peroxynitrite scavengers: the role of the hydroxyl groups. Toxicol In Vitro. 2001;15(1):3-6.
Chun OK, Kim DO, Lee CY. Superoxide radical scavenging activity of the major polyphenols in fresh plums. J Agric Food Chem. 2003;51(27):8067-72.
Lotito SB, Frei B. Consumption of flavonoid-rich foods and increased plasma antioxidant capacity in humans: Cause, consequence, or epiphenomenon? Free Radic Biol Med. 2006;41(12):1727-46.
Frei B, Higdon JV. Antioxidant activity of tea polyphenols in vivo: evidence from animal studies. J Nutr. 2003;133(10):3275S-84S. GRATIS: http://jn.nutrition.org/cgi/content/full/133/10/3275S
Mira L, Fernandez MT, Santos M, et al. Interactions of flavonoids with iron and copper ions: a mechanism for their antioxidant activity. Free Radic Res. 2002;36(11):1199-208.
Hou Z, Lambert JD, Chin KV, et al. Effects of tea polyphenols on signal transduction pathways related to cancer chemoprevention. Mutat Res. 2004;555(1-2):3-19.
Williams RJ, Spencer JP, Rice-Evans C. Flavonoids: antioxidants or signalling molecules? Free Radic Biol Med. 2004;36(7):838-49.
Lambert JD, Yang CS. Mechanisms of cancer prevention by tea constituents. J Nutr. 2003;133(10):3262S-7S. GRATIS: http://jn.nutrition.org/cgi/content/full/133/10/3262S
Kawai M, Hirano T, Higa S, et al. Flavonoids and related compounds as anti-allergic substances. Allergol Int. 2007;56(2):113-23. GRATIS: http://ai.jsaweb.jp/fulltext/056020113/056020113_index.html
Bailey DG, Dresser GK. Interactions between grapefruit juice and cardiovascular drugs. Am J Cardiovasc Drugs. 2004;4(5):281-97.
Slimestad R, Fossen T, Vågen IM. Onions: a source of unique dietary flavonoids. J Agric Food Chem. 2007;55(25):10067-80.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen