skip to Main Content
Kenniscentrum - sinds 2005 - met ruim 2000 artikelen over gezondheid!BEKIJK ALLE ONDERWERPEN

Voeding bij darminfecties

Uit onderzoek van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMCJ), gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor geneeskunde (juni 2010), blijkt dat de ernst van darminfecties met de bacterie clostridium difficile (CDI) sterk toe neemt. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat de ziekte wordt overgedragen van mens op dier of omgekeerd, maar onderzoekers maken zich hierover wel zorgen. “We zijn ongerust over de grote overeenkomst tussen de bacterie die we bij de mens zien en die bij de varkens. We weten ook niet of dit het is of dat we slechts het topje van de ijsberg zien.” aldus hoofdonderzoeker dr. Ed. Kuijper.

Darminfecties als gevolg van de CDI zij al lang bekend. Meestal verliepen ze vrij mild, maar in 2005 manifesteerde zich een agressieve variant van de bacterie (type 027) die in diverse ziekenhuizen en verpleeghuizen tot uitbraken leidde. In Harderwijk overleden er enkele patiënten aan. Sindsdien leek dit type, dat vooral voorkomt bij zieke of zwakke ouderen die een antibioticakuur volgen, af te nemen, tot er begin dit jaar weer enkele uitbraken plaatsvonden.

Nieuw type 078 Clostridium

Nog meer zorgen zijn er over het nieuwste type (078), dat enkele jaren geleden voor het eerst opdook. Dit type blijkt ook bij varkens en kalveren voor te komen, bleek twee jaar geleden, en gaat gepaard met ernstiger diarree dan andere typen. Maar omdat 078 vooral bij mensen jonger dan 65 jaar voorkomt, zijn er doorgaans minder complicaties. Opvallens is wel dat 078 zich ook buiten zieken- en verpleeghuizen manifesteert.

Uit de registratie van veertien ziekenhuizen blijkt dat het aantal CDI-infecties (alle types samen) er is toegenomen van 162 in 2005 tot meer dan 800 in 2009. Het type 078 nam in de ziekenhuizen toe van 6 in 2005 tot 92 in 2008. Elders in Europa blijkt zich inmiddels dezelfde trend voor te doen. In veel gevallen worden mensen ziek van CDI-bacteriën na een antibioticakuur tegen een of andere infectie. Daardoor kunnen ‘goede’ bacteriën in de darmen het loodje leggen, en kan de kwaadaardige CDI-er oprukken. In zeer ernstige gevallen kan een CDI-infectie tot darmperforaties (gaten in de darm) leiden.

Commentaar NDN:

De bescherming van het darmslijmvlies en het zo in stand houden van zijn talrijke functies is in belangrijke mate afhankelijk van de stofwisselingsproducten van een gezonde bacteriënflora. Tot voor kort was men van mening dat de voeding van de cellen in het darmslijmvlies uitsluitend verzorgd wordt via de bloedvaten in het darmweefsel. Tegenwoordig weet men dat de darmepitheelcellen ook rechtstreeks vanuit de inhoud van de darm gevoed kunnen worden. Dit geschiedt bijvoorbeeld door middel van korte keten vetzuren, die door bepaalde darmbacteriën zoals bifidusbacteriën, lactobacillen, E.coli. en enterokokken gemaakt worden. Is het aantal van deze voedende kiemen gereduceerd, dan kunnen er veranderingen in de darmepitheelcellen ontstaan (bijvoorbeeld ontstekingen) of zelfs een atrofie van het slijmvlies met alle nadelige gevolgen van dien.
Verstoring darmfloraOudere mensen lijden vaker aan verstoringen van de darmflora. Veranderingen in de toestand van het gebit, slecht zittende gebitsprothesen, een eenzijdige en onevenwichtige voeding zonder de juiste hoeveelheid vezelsoorten evenals de algemene daling van de snelheid van de spijsvertering hebben een vermindering van de natuurlijke bacterieflora tot gevolg en een toename van de Clostridium-flora. Ook komt bij mensen met een chronische obstipatie een pathologische darmflora tot ontwikkeling. De afname van het aantal bifidusbacteriën en de coliflora gaat gepaard met een toename van de dysbiotische flora en bacteroides.

Clostridium difficile is een anaërobe sporenvormende bacterie die bij verstoring van de normale flora diarree kan veroorzaken. Clostridium difficile produceert twee toxinen, enterotoxine en cytotoxine; diarree wordt vooral veroorzaakt door enterotoxine. Mensen met een goede afweer hebben weinig te vrezen, maar ouderen en mensen met een zwakke gezondheid kunnen de giftige stoffen niet afbreken. Antibioticagebruik en schade aan de darmflora kan Clostridiumovergroei bevorderen.

Behandeling bestaat uit herstel van de flora. Probiotica die specifieke stammen bevatten zoals bifidobacteriën (waaronder de stammen Malyoth, BB 12), Lactobacillus ( waaronder de stammen LA-5, rhamnosus GG/LGG en W71, DSS-1, LB-51, NCFM) en enterococcen, hebben een gunstig effect bij darminfecties. Prebiotica-gebruik (zoals inuline) samen met de juiste voedingsvoorschriften verminderen de diarree.

Familieleden kunnen besmet zijn. Een faecestest voor hen is geïndiceerd, want ook mensen zonder klachten kunnen drager zijn van Clostridium difficile.
KruidenbehandelingBerberine verhindert de groeit van pathogene organismen door hun DNA deling te remmen. Ook de zeer interessante medicinale fungus Cordyceps militaris remt bacteriën en schimmels. De wortel van deze paddestoel bevat berberine chloride, een potente remmer van Clostridium zonder de eigen darmflora zoals Bifidobacterium en Lactobacillus te doden. Olijfblad extract bevat Oleuropeïne. Olijfblad extract gestandariseerd op Oleuropeïne is een krachtige bacterieremmer en is ook effectief gebleken tegen oa. Mycoplasma, Salmonella, E.coli, Klebsiella en Aspergillus.

Al eeuwenlang gebruiken de Zuid-Amerikaanse Indianen de binnenbast van de Pau d’ Arcoboom bij verschillende aandoeningen, waaronder diverse infectieziekten. Toen dit middel onder de aandacht van Westerse onderzoekers kwam, werd ontdekt dat het krachtige antiseptische eigenschappen had en zowel tegen virussen, bacteriën, schimmels en parasieten effectief bleek, zonder toxisch te zijn voor gezonde lichaamscellen.

Pau d’Arco extract is inmiddels ook bekend geraakt in de Westerse complementaire geneeskunde. Echter, veel Pau d’Arco bereidingen blijken weinig of niets meer van het actieve bestanddeel lapachol te bevatten, mede door onvoldoende identiteitscontrole op het materiaal (waardoor vermenging kan plaatsvinden). Daarom is juist bij Pau d’Arco extract standaardisatie op lapachol zo belangrijk.
VoedingDe juiste dieetmaatregelen bij een acute darminfectie zoals vetbeperking, eiwitbeperking, de juiste vezelsoorten in combinatie met de juiste pre- en probiotica preparaten en kruidenmiddelen kunnen het darm eco- milieu weer gezond maken. Nog beter is preventief aan de gang te gaan door controle met specifieke ontlastingtesten en vervolgens met voedingsadviezen (optimale voeding), versterkende darmkuur- middelen op maat het darm milieu te optimaliseren om darminfecties veroorzaakt door o.a. Clostridium soorten te voorkomen. Natuurartsen en natuurdiëtisten kunnen u hierin bijstaan.

Literatuur en links:

Aanbevolen leestip:
Het boek: Darmklachten door Saskia van As.

1.Warny M, Pepin J, Fang A, Killgore G, Thompson A, Brazier J, Frost E, McDonald LC.Toxin production by an emerging strain of Clostridium difficile associated with outbreaks of severe disease in North America and Europe. Lancet. 2005 Sep 24-30;366(9491):1079-84.

2.Surawicz CM.Treatment of recurrent Clostridium difficile-associated disease. CMAJ. 2005 Jul 19;173(2):167-70.

3.Dendukuri N, Costa V, McGregor M, Brophy JM. Probiotic therapy for the prevention and treatment of Clostridium difficile-associated diarrhea: a systematic review. Nat Clin Pract Gastroenterol Hepatol. 2004 Nov;1(1):32-

4.Collado MC, Gueimonde M, Hernandez M, Sanz Y, Salminen S. Adhesion of selected Bifidobacterium strains to human intestinal mucus and the role of adhesion in enteropathogen exclusion.J Food Prot. 2005 Dec;68(12):2672-8.

5.Lewis S, Burmeister S, Brazier J. Effect of the prebiotic oligofructose on relapse of Clostridium difficile-associated diarrhea: a randomized, controlled study. Clin Gastroenterol Hepatol. 2005 May;3(5):442-8.

6.Kuijper EJ, Debast SB, Van Kregten E, Vaessen N, Notermans DW, van den Broek PJ. Clostridium difficile ribotype 027, toxinotype III in The Netherlands Ned Tijdschr Geneeskd. 2005 Sep 17;149(38):2087-9.

7.Tegos G, Stermitz FR, Lomovskaya O, Lewis K. Multidrug pump inhibitors uncover remarkable activity of plant antimicrobials. Antimicrob Agents Chemother. 2002 Oct;46(10):3133-41.

8.Ahn YJ, Park SJ, Lee SG, Shin SC, Choi DH. Cordycepin: selective growth inhibitor derived from liquid culture of Cordyceps militaris against Clostridium spp. Agric Food Chem. 2000 Jul;48(7):2744-8.

9.Aziz NH, Farag SE, Mousa LA, Abo-Zaid MA. Comparative antibacterial and antifungal effects of some phenolic compounds. Microbios. 1998;93(374):43-54.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen