skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Vette verwarring over verzadigd vet en hart- en vaatziekten

Uit een grote meta-analyse is gebleken dat het eten van verzadigd vet het risico van hart- en vaatziekten niet vergroot. Dit staat recht tegenover de algemene opvatting, zoals ook al jaren van het Voedingscentrum, dat minder verzadigd vet de gezondheid van hart en vaten ten goede komt.
Wetenschappers bekeken 21 prospectieve, epidemiologische onderzoeken naar de relatie tussen verzadigd vet in de voeding en het risico van coronaire hartziekte, een beroerte en hart- en vaatziekten. Het totaal aantal proefpersonen kwam uit op ruim 345.000. Deze mensen werden tussen de 5 en 23 jaar lang gevolgd.

Tijdens de onderzoeksperiode werden 11.000 proefpersonen getroffen door een coronaire hartziekte of beroerte. De inname van verzadigde vetten met de voeding hield geen verband met een verhoogd risico van coronaire hartziekte, een beroerte of hart- en vaatziekten. Correctie van de onderzoeksgegevens voor leeftijd, geslacht en kwaliteit van de onderzoeksopzet veranderde hier niets aan.

Wanneer men het aandeel verzadigde vetten in de voeding wil verlagen, worden deze vetten meestal vervangen door andere stoffen, waaronder koolhydraten of zoals bij de nieuwste hype ‘het dr. Frank dieet’ de eiwitten. Vervolgonderzoek zal moeten uitwijzen wat de invloed van deze voedingsstoffen op het risico van hart- en vaatziekten precies is.

Kokosolie en de middellange keten vetzuren

Recent onderzoek met dieren naar middellange keten vetzuren (Engels: medium chain fatty acids, afgekort: MCFA) heeft nieuw licht geworpen op de effecten hiervan op onder andere insulineresistentie. MCFA zijn een belangrijk bestanddeel van kokosolie. Ongeveer 75% van de vetzuren in kokosolie is van dit type.

Het onderzoek toonde aan dat wanneer gangbaar vet, gewoonlijk rijk aan langeketen vetzuren, vervangen werd door middellange keten vetzuren, de vetverbranding steeg, insulineresistentie in spier- en vetcellen afnam en vetopslag afnam.

Wel zou het eten van MCFA weer kunnen leiden tot vetopslag in de lever. De onderzoekers raden dan ook aan om, naast meer MCFA, ook visolie te gebruiken, omdat de vetzuren in visolie weer helpen het levervet af te breken.

Commentaar NDN

Het blijft altijd belangrijk om een gebalanceerde vetinname te hebben. Zo blijkt ook weer uit bovengenoemde artikelen. Naast een gezonde dosis MCFA hebben we ook een behoefte aan visvetzuren, korteketen vetzuren en omega-6 en-9 vetzuren. Omega-9-vetzuren zijn bijvoorbeeld te halen uit avocado of olijfolie.
De meeste mensen krijgen van een aantal soorten vetzuren te weinig binnen. Kokosolie voorziet in ieder geval in korteketen en middellangeketen vetzuren.
In de praktijk blijkt dat veel mensen met spijsverteringsklachten die veroorzaakt worden door een zwakke galleverfunctie, maar ook door een zwakke pancreas enzymwerking (lipase) het beter doen op roomboter en kokosolie dan op oliesoorten.

De pancreas is één van de grootste klieren van het menselijk lichaam en bestaat eigenlijk uit twee klieren: een endocriene klier die hormonen produceert (o.a. insuline en glucagon) en een exocriene klier die pancreassap (o.a. spijsverteringsenzymen en elektrolyten) afgeeft aan het duodenum. Westerse aandoeningen worden met name gerelateerd aan een pancreas waarvan de insulineproducerende capaciteit is aangedaan. De verteringsfunctie van de pancreas wordt vaak vergeten in de diagnostiek bij spijsverteringsklachten.
Huidige leefstijl belastend voor spijsverteringDe huidige levensomstandigheden zoals psychosociale stress, het niet houden aan eetritmen, het verkeerd combineren van voedingsmiddelen, het eten van knutselvoeding, inname van bespoten voedsel, gebruik van toxische stoffen blijken sterk belastend te zijn voor de pancreas. Naast de invloed op de glucosestofwisseling blijken deze omstandigheden vooral een verminderde productie van spijsverteringsenzymen tot gevolg te hebben. Hierdoor verloopt de vertering van eiwitten, koolhydraten en vetten steeds moeizamer. Een situatie die herkenbaar is aan klachten als ‘een opgeblazen gevoel’ na het eten, regelmatige obstipatie, voedingsintoleranties, een vieze reuk uit de mond, een plakkerige en brijachtige ontlasting en een gevoel van algemeen onwelbevinden.
Aanpak pancreasfunctie bij chronische aandoeningenVeel mensen die lijden aan ziektebeelden zoals hart en vaatziekten, diabetes mellitus (1 en 2), darmpathologieën zoals irritable bowel syndrome (IBS), obstipatie, diarree en auto-immuun aandoeningen (bijv. Colitis ulcerosa en Morbus Crohn) zijn gebaat bij het leggen van accenten op hun verteringscapaciteit, vetzurenverhoudingen (omega 3, omega 6, omega 9 en de middellange keten vetzuren) en de pancreasfunctie. Verandering van de voeding en herstel van de spijsverteringscapaciteit behoren tot de belangrijkste interventies. Daarbij hoort niet alleen het accent te liggen op het angstvallig vermijden van verzadigde vetten, maar meer op de verhouding en de soorten eiwitten, vetten en koolhydraten en de kwaliteit (biologisch) en bereiding hiervan.

Literatuur en links:

Siri-Tarino PW, Sun Q, [..], Krauss RM. Meta-analysis of prospective cohort studies evaluating the association of saturated fat with cardiovascular disease. Am J Clin Nutr 2010; Jan 13 [Epub ahead of print]

Turner N et al. Enhancement of Muscle Mitochondrial Oxidative Capacity and Alterations in Insulin Action Are Lipid Species Dependent: Potent Tissue-Specific Effects of Medium-Chain Fatty Acids. Diabetes, November 2009 58:2547-2554

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen