skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Tegenwoordig willen veel mensen zo snel mogelijk een maaltijd op tafel zetten die zo goed mogelijk smaakt. Daar is op zich niks mis mee, maar de voedingsmiddelenindustrie speelt hier natuurlijk graag op in. Veel kant-en-klaar producten, soepen, sauzen, bouillons, vleeswaren, enz. bevatten de smaakversterker E621 (ook wel mononatriumglutamaat, MSG of ve-tsin genoemd). Het is een relatief goedkope manier om smaak aan voedingsmiddelen te geven.

Smaakversterkers in de voeding

Aan een snelle, makkelijke en goedkope eetstijl zitten absoluut nadelen voor de gezondheid. Zo is uit veel onderzoeken gebleken dat E621 een neurotoxische (schadelijk voor de hersenen) en een eetlustverhogende werking heeft doordat dit het endocriene systeem (hormoonsysteem) kan ontregelen. Dit hormoonsysteem regelt namelijk uw honger- en verzadigingscentrum.

Grotere kans op obesitas door smaakversterkers

Het ontstaan van overgewicht en obesitas ligt weliswaar ten grondslag aan een positieve energie balans (meer calorie-inname dan verbruik) maar er spelen meer factoren spelen een rol die de calorie-inname ‘onevenredig’ doen toenemen. De literatuur wijst onder meer in de richting van gedrags- en verslavende factoren die de ‘setpoint’ van de honger en verzadiging beïnvloeden. Als deze factoren geen rol zouden spelen zou er ongetwijfeld minder sprake zijn van overgewicht en obesitas.

Kan de energie homeostase (balans) in de hersenen, door ‘gewone’ ingrediënten in de voeding, verstoord kan raken doordat men meer gaat eten dan men verbrandt?
Het antwoord is: Ja!
Mononatriumglutamaat kan de eetlust doen toenemen, zonder dat het lichaam voedsel nodig heeft. Daarnaast kan door onderstaande factoren het lichaam uit balans raken. Overgewicht kan dan het gevolg zijn.

Hoge concentraties mononatriumglutamaat

Wat gebeurt er in het lichaam bij de hoge concentraties van mononatriumglutamaat?
– Verminderde groeihormoon secretie
– Verminderde glucose tolerantie
– Insuline resistentie
– Verhoogd triglyceride spiegel
– Verhoogde eetlust (vooral voor koolhydraten)
– Het onvermogen om calorische inname te reguleren.

Proefdieronderzoek: dikke muizen

De onderzoeken zijn gedaan op proefdieren, maar we kunnen ervan uitgaan dat bij mensen hetzelfde effect verkregen kan worden, doordat neurowetenschappers hebben geconstateerd dat de mens vijf keer zo gevoelig is voor E621 dan de muis.
Deze constatering is gemaakt op basis van de bloedplasma niveaus van glutamaat na een orale dosis (via de mond) van 150mg/kg glutaminezuur (Stegink et al, 1978). Uit het onderzoek bleek dat de concentratie vrij glutamine in het bloedplasma van de mens opvallend hoger opliep dan bij de proefdieren.

E621 bij zwangerschap en jonge kinderen

Vooral jong zenuwweefsel is gevoelig voor mononatriumglutamaat, dus bij kinderen zal ik voeding wat E621 bevat absoluut afraden.
Uit onderzoek gebleken dat mononatriumglutamaat voornamelijk schade kan toebrengen aan de hersenen van proefdieren in de ontwikkelingsfase. E621 inname in de eerste levensfasen kan de incidentie van obesitas vergroten. Dit wil zeggen dat voor zwangere- en borstvoedende vrouwen, zuigelingen en kinderen extra aanbevelingen ten opzichte van mononatriumglutamaatinname, belangrijk zijn.

Gevaar voor foetus en zuigeling

Mononatriumglutamaat kan potentieel permanente schade aanrichten aan de ontwikkelende hersenen en zenuwstelsel van een foetus en zuigeling. Dit komt doordat glutamaat de placenta barrière kan passeren (mononatriumglutamaat kan voorkomen in moedermelk). Eenmaal in de bloedstroom kan glutamaat de bloed-hersen barrière passeren. Er is bewijs dat tijdens zwangerschap glutamaat geconcentreerd wordt in de foetale kant van de placenta, zodat de foetus een hogere dosis krijgt.

Effect op de hersenen

Het proces dat in de hersenen plaatsvindt bij inname van mononatriumglutamaat in de ontwikkelingsfase zal hier kort worden beschreven. Tijdens de normale ontwikkeling van de hersenen worden er meer dendrieten (uitsteeksels van zenuwcellen die boodschappen ontvangen van andere zenuwcellen) en axonen (uitloper van de zenuwcel die uitgaande signalen doorstuurt) ontwikkeld dan nodig.

Het teveel wordt uiteindelijk selectief uitgedund door glutamaat. Wanneer glutamaat eenmaal zijn taak van het uitdunnen van de extra dendrieten heeft volbracht, wordt het niveau van glutamaat verminderd en stopt het uitdunnen. Wanneer er een overmaat aan glutamaat in de hersenen komt tijdens deze kritische periode van ontwikkeling, wordt het process van deze uitdunning verstoord en worden er teveel dendrieten weggehaald. Hierdoor kan er een verlies aan synaptische verbindingen ontstaan.

De hersenen van baby’s en jonge kinderen zijn vijf keer meer gevoelig voor beschadiging dan hersenen van volwassenen. Daarnaast maken de hersenen bij de foetus in de laatste drie maanden van de zwangerschap en bij de baby en peuter tot twee jaar, een snelle ontwikkeling door. Overmatig glutamaat en andere excitotoxinen (chemische stoffen die zenuwcellen kunnen beschadigen of zelfs doden door ze overdreven te stimuleren) hebben invloed op de ontwikkeling van de hersenen en kunnen bijdragen aan het proces van verminderde ontwikkeling hiervan. De opname van mononatriumglutamaat in de hersenen van foetale proefdieren is twee keer zo groot als in de hersenen van volwassen.

Door deze aantasting van mononatriumglutamaat aan de hersenen onstaat er een disbalans in de hormoonhuishouding, waardoor het eetgedrag al op jonge leeftijd beïnvloed kan worden. Hierdoor is de kans op overeten groter, waardoor obesitas kan ontstaan. Tegenwoordig heeft 1 op de 7 kinderen overgewicht. Dit komt enerzijds door verminderde lichaamsbeweging, maar anderzijds door eetlustverhogende voeding en vermindering van neurobeschermende voeding (zie verder).

Andere risicogroepen

Mensen met tekorten aan voedingsstoffen (vitamines, mineralen, anti-oxidanten, vetzuren) lopen groter risico om schade te ondervinden door mononatriumglutamaat. Deze risicogroepen zijn onder andere:
– mensen met een ongezond voedingspatroon
– ouderen met ondergewicht
– mensen met eetstoornissen

Aan ouderen met ondergewicht worden juist vaak smaakversterkers geadviseerd, maar door tekort aan essentiele voedingsstoffen kan dit juist negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid.De stoffen die een neurobeschermende werking hebben moeten dus juist geadviseerd worden.

Stoffen met een neurobeschermende werking

  • Anti-oxidanten, zoals vit-C, vit-E, selenium, zink, flavonoiden. Deze staan bekend om hun vermogen om de energie productie in de cel te verhogen.
  • Melatonine. Melatonine is een hormoon en fungeert ook als belangrijke anti-oxidant. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat melatonine een neurobescherming geeft tegen glutamaat excitotoxiciteit en oxidative stress.
  • Curcumine. Dit is een in vet oplosbare stof die in geelwortel voorkomt, het is een van de meest hoogwaardige antioxidanten die in de natuur voorkomt en heeft een sterke beschermingsfunctie op de hersenen. Onderzoek heeft tevens aangetoond dat curcumine beschermt tegen excitotoxiciteit.
  • B-Vitamines : B2 (riboflavine), B3 (nicotinezuur), B5 (pantotheenzuur), B6 (pyridoxine), B9 (foiliumzuur), B12 (cyanocobalamine). Onderzoek heeft uitgewezen dat deze B-vitamines niet alleen nodig zijn voor de normale hersenfunctie, maar tevens een neurobeschermende werking hebben tegen de toxiciteit in de hersenen.
  • Magnesium. Er is uit wetenschappelijk onderzoek aangetoond dat het niveau van magnesium in de hersenen verlaagd is bij hersenbeschadiging. Door suppletie van magnesium werden bij proefdieren siginificante verberingen van neurologische hersenfunctie gezien in vergelijking met de controlegroep.
  • Co-enzyme Q10. Dit anti-oxidant kan een herstellende werking op de mitochodrien in de hersenen hebben. Dit is aangetoond in wetenschappelijk onderzoek bij Parkinson patienten. Bij suppletie van co-enzym Q10 trad een gedeeltelijke verbetering op van de beschadigde mitochondriën.
  • Choline. Dit is een essentieel nutriënt voor de structurele samenhang en signaalfuncties van de cel membranen.
  • Taurine. Taurine is een aminozuur dat in grote hoeveelheden voorkomt in weefsels van veel dieren, vooral zeedieren. De neurobeschermende functie van taurine is te wijten aan het feit dat het de intracellulaire calciumconcentraties kan verlagen, die door de toename van glutamaat zijn ontstaan.
  • Essentiële vetzuren. Essentiële vetzuren zijn van belang bij het beschermende effect op de hersenen. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die te weinig essentiele vetzuren binnenkrijgen, op latere leeftijd kwetsbaarder kunnen worden voor de toxische effecten van MSG. In de ontwikkelingsfase is het consumeren van essentiele vetzuren dus van groot belang.
  • Vezels. Als laatste is gebleken dat vezel inname de toxische effecten van MSG kunnen tegengaan. Uit een wetenschappelijke studie bleek een hoge vezelinname het overeten, evenals het ontstaan van oxidatieve stress door MSG consumptie, te verminderen.

Adviezen

Indien men een tekort heeft aan bovenstaande neurobeschermende stoffen en regelmatig E621 bevattende voeding eet, raken we in een vicueuze cirkel. De behoeften aan ongezonde voeding blijft hoog en de inname van essentiele voedingsstoffen wordt verlaagd. Hierdoor kan men steeds ongezonder worden en eerder obesitas en welvaartsziekten ontwikkelen.
Om zo min mogelijk mononatriumglutamaat binnen te krijgen, adviseer ik om zoveel mogelijk producten waarop ‘E621, mononatriumglutamaat en MSG’ staat te vermijden. Vooral de risicogroepen, zoals zwangere vrouwen, kinderen, ouderen en ondervoede mensen.

Niets gaat boven vers en zélf maken

Kook zoveel mogelijk met verse producten en maak zelf sauzen, soepen en bouillons. Biologische producten bevatten over het algemeen geen smaakversterkers of in ieder geval niet in de vorm van E621. Biologische vleeswaren mag ook geen E621 bevatten. Daarnaast is het belangrijk om voldoende van bovenstaande neurobeschermende stoffen binnen te krijgen. Dit doe je door zoveel mogelijk aan de richtlijnen van de natuurdietisten te houden.

Literatuur en links:

Literatuur

1. Blaylock, R.L. Excitotoxins: The Taste That Kills. Santa Fe, NM: Health Press; 1997.

2. Blaylock, R.L. 2004 Seminar at Wise Traditions Conference

3. Bunyan J, Murrell EA, Shah PP. The induction of obesity in rodents by means of monosodium glutamate. British Journal of Nutrition. 1976 Jan;35(1):25-39.

4. Chen WQ, Jin H, Nguyen M, Carr J, Lee YJ, Hsu CC, Faiman MD, Schloss JV. Role of Taurine in regulation of intracellular calcium level and neuroprotective function in cultured neurons. Journal of Neuroscience Research. 2001 Nov 15;66(4):612-9.

5. Dolnikoff M, Martin-Hidalgo A, Machado UF, Lima FB, Herrera E. Decreased lipolysis and enhanced glycerol and glucose utilization by adipose tissue prior to development of obesity in monosodium glutamate (MSG) treated-rats. International Journal of Obesity Related Metabolic Disorders. 2001 Mar;25(3):426-33.

6. Erlanson-Albertsson C. How Palatable Food Disrupts Appetite Regulation. Basic & Clinical Pharmacology & Toxicology 2005, 97, 61–73.

7. Hermanussen M, Garcia AP, Sunder M, Voigt M, Salazar V, Tresguerres JAF. Obesity, voracity, and short stature: the impact of glutamate on the regulation of appetite. European Journal of Clinical Nutrition. 2006 60, 25-31.

8. Hermanussen M, Tresguerres J. A new anti-obesity drug treatment: first clinical evidence that, antagonising glutamate-gated Ca2+ ion channels with memantine normalises binge-eating disorders. Economics and Human Biology. 2005 Jul;3(2):329-37

9. Hirata AE, Andrade IS, Vaskevicius P, Dolnikoff MS. Monosodium glutamate (MSG)-obese rats develop glucose intolerance and insulin resistance to peripheral glucose uptake. Brazilian Journal of Medical and Biological Research. 1997 May;30(5):671-4.

10. Iwase M, Yamamoto M, Iino K, Ichikawa K, Shinohara N, Yoshinari M, Fujishima M. Obesity induced by neonatal monosodium glutamate treatment in spontaneously hypertensive rats: an animal model of multiple risk factors. Hypertension Research. 1998 Mar;21(1):1-6.

11. Kamsteeg, J. E=Eetbaar?, Alle E-nummers, kunstmatige zoetstoffen en andere geur-, kleur- en smaakstoffen. 5e druk 2003.

12. Kanarek RB, Marks-Kaufman R. Increased carbohydrate consumption induced by neonatal administration of monosodium glutamate to rats. Neurobehavioral Toxicology and Teratology. 1981 Fall;3(3):343-50.

13. Kanarek RB, Meyers J, Meade RG, Mayer J. Juvenile-onset obesity and deficits in caloric regulation in MSG-treated rats. Pharmacology Biochemistry and Behavior. 1979 May;10(5):717-21.

14. Komeda K, Yokote M, Oki Y. Diabetic syndrome in the Chinese hamster induced with monosodium glutamate. Experientia. 1980 Feb 15;36(2):232-4.

15. Lin Y, Desbois A, Jiang S, Hou ST, Group B vitamins protect murine cerebellar granule cells from glutamate/NMDA toxicity, Neuroreport. 2004 Oct 5;15(14):2241-4.

16. Lorden JF, Caudle A. Behavioral and endocrinological effects of single injections of monosodium glutamate in the mouse. Neurobehavioral Toxicology and Teratology. 1986 Sep-Oct;8(5):509-19.

17. Macho L, Fickova M, Jezova, Zorad S. Late effects of postnatal administration of monosodium glutamate on insulin action in adult rats. Physiological Research 2000;49 Suppl 1:S79-85.

18. Matteucci A, Frank C, Domenici MR, Balduzzi M, Paradisi S, Carnovale-Scalzo G, Scorcia G, Malchiodi-Albedi F. Curcumin treatment protects rat retinal neurons against excitotoxicity: effect on N-methyl-D: -aspartate-induced intracellular Ca(2+) increase. Experimental Brain Research. 2005 Dec;167(4):641-8.

19. Olney JW. Brain lesions, obesity, and other disturbances in mice treated with monosodium glutamate. Science. 164(880):719-21, May 9, 1969

20. Pruimboom, L. Eetstoornissen, veel meer dan een psychisch probleem. Seminar, Nederland, 2005.

21. Sant’ Diniz, Y. et al. Monosodium glutamate in standard and high fiber diets: metabolic syndrome and oxidative stress in rats. Nutrition 21 (2005) 749-755.

22. Sarjeant, Doris, (1999), Hard to Swallow the truth about food additives. Alive Books,

23. Tresguerres, JAF. [Effect of monosodium glutamate given orally on appetite control (a new theory for the obesity epidemic)] Anales de la Real Academia Nacional de Medicina. 2005;122(2):341-55

24. Winkler-Stuck K, Wiedemann FR, Wallesch CW, Kunz WS. Effect of coenzyme Q10 on the mitochondrial function of skin fibroblasts from Parkinson patients. Journal of neurological Science, 2004 May 15;220(1-2):41-8

25. Yu T, Zhao Y, Shi W, Ma R, and Yu L. Effects of maternal oral administration of monosodium glutamate at a late stage of pregnancy on developing mouse fetal brain. Brain Research. 747(2):195-206, Feb 7, 1997.

26. Zeisel SH. Choline: critical role during fetal development and dietary requirements in adults. Annual Review of Nutrition, 2006;26:229-5