skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Geneesmiddelen tasten brein aan

Veel van deze medicijnen blijken schade toe te brengen aan de hersenstructuur. Dit gebeurd doordat ze het hersenvolume doen krimpen en cruciale vetstructuren van de hersencellen vernietigen, waardoor er abnormale weefselophoping ontstaat in belangrijke hersenstructuren.

Van de 36 miljoen Amerikanen die momenteel bijvoorbeeld statinen gebruiken, zouden naar schatting 162.000 ernstige cognitieve aftakeling hieraan ondervinden. Steeds vaker komen diverse onderzoekers tot de conclusie dat niet een natuurlijke cellulaire degeneratie, maar eerder vergiftiging door bepaalde medicatie de oorzaak is van dementie. Dit omdat de vergiftiging de hersenen beschadigd.

Antidepressiva

Sommige medicijnen brengen schade toe aan de hersenstructuur en tasten zo de werking van de hersenen aan. Tot de meest schadelijke medicijnen behoren de antidepressiva, die specifiek op de witte stof van de hersenen blijken aan te grijpen. De witte stof is te vergelijken met een telefoonnetwerk dat zorgt voor de snelle doorgave van zenuwimpulsen en de communicatie tussen cellen. Antidepressiva lijken de hippocampus te doen krimpen. Dit is een deel van het limbisch systeem van de hersenen dat is betrokken bij het lange termijn geheugen, de ruimtelijke oriëntatie, het leervermogen en de stemming. Onderzoek toont aan dat patiënten die chronisch antidepressiva gebruiken, met name SSRI’s – selectieve serotonine heropnameremmers – zoals Seroxat (paroxetine) en Zoloft (sertraline), een kleinere hippocampusstructuur hebben dan de controlepersonen.

Statinen

Statinen (‘cholesterolsyntheseremmers’), cholesterolverlagende medicatie, lijken ook een versnelde mentale achteruitgang met zich mee te brengen. Men was in de veronderstelling dat cholesterolverlaging bij ouderen vooral goed voor de hersenen was en dat statinen juist Alzheimer konden voorkomen. Statinen kunnen de bloed-hersenbarrière passeren en het cholesterolmetabolisme in de hersenen veranderen. Een positieve invloed op de ziekte van Alzheimer blijken ze echter niet te hebben.

Uiteindelijk werd het gebrek aan effectiviteit van statinen voor de behandeling van de ziekte van Alzheimer vorig jaar vastgesteld. Twee onderzoekers analyseerden onafhankelijk van elkaar twee grootschalige gerandomiseerde onderzoeken die in totaal 26.340 patiënten omvatten en plaatsvonden in het kader van de HPS 2000 en PROSPER 2002 studies. Bij de bespreking van hun bevindingen kwamen zij tot de volgende conclusie: statinen die op latere leeftijd worden geslikt door personen met aanleg voor vaatproblemen blijken geen effect te hebben op het voorkómen van de ziekte van Alzheimer of dementie.

Graveline en Cohen deden via internet een literatuuronderzoek naar ernstige cognitieve problemen of geheugenverlies bij gebruik van Lipitor op Medwatch. Medwatch is de databank van de geneesmiddelentoezichthouder FDA (US Food and Drug Association) die bijwerkingen van medicijnen registreert. Zij vonden 662 meldingen, waaronder 399 gevallen van geheugenverlies en 236 gevallen van geheugenverslechtering. Ze ontdekten dat in de loop van de tijd de meldingen in aantal toenamen. Het resultaat van deze speurtocht van Graveline en Cohen werd ook nog ondersteund door een meta-analyse van de Duke University in Durham.

Antipsychotica & Benzodiazepinen

Nog een boosdoener die dementie veroorzaakt, zijn de ‘antipsychotica’. De meest erge combinatie blijkt een antidepressivum samen met een antipsychoticum. Het tempo waarmee dementie zich dan ontwikkelt, wordt met deze combinatie verviervoudigd. Naast de belangrijkste antipsychotische middelen zijn kalmeringsmiddelen en slaappillen uit de groep van benzodiazepinen verantwoordelijk voor cognitieve achteruitgang.

Om een indicatie te geven; momenteel worden in de Verenigde Staten zes miljoen patiënten behandeld voor dementie. Daarmee is een bedrag gemoeid van 90 miljard dollar (65 miljard euro); één derde van de totale uitgaven aan medische zorg. Er wordt dus zeer veel geld uitgegeven aan een aandoening die grotendeels door medicatie zelf is veroorzaakt.

Andere medicijnen die u beter kunt vermijden

Het bewijs neemt toe dat u behalve de hierboven genoemde middelen ook de volgende genoemde medicatie beter kunt vermijden. Stimulerende middelen zoals methylfenidaat (Ritalin). Een groot aantal dierstudies bevat aanwijzingen dat alle amfetaminen onder meer leiden tot het krimpen van bepaalde hersengedeelten. Ook veroorzaakt dit een degeneratie van dopaminecellen in de hersencellen en zorgt het ervoor dat het overleven van neuronen in de hippocampus vermindert. Dan zijn er nog de middelen zoals; Bètablokkers, calciumblokkers, ACE-remmers en andere krachtige bloeddrukverlagers. Deze kunnen de bloedtoevoer naar de hersenen verlagen, wat Alzheimer tot gevolg kan hebben.

Antihypertensiva worden verondersteld de bloeddruk te verlagen. Toch maken deze middelen de kwaal soms alleen maar erger en verhogen ze bij een opvallend aantal patiënten juist de bloeddruk. In een nieuwe studie bleken deze medicijnen, waaronder diuretica (plaspillen), calciumblokkers, bètablokkers en ACE-remmers, de bloeddruk bij 16 procent van de 945 patiënten te verhogen. Dit geeft reden tot bezorgdheid omdat deze patiënten de middelen juist kregen vanwege een gevaarlijk hoge bloeddruk.

Cognitieve achteruitgang

Dan zijn er nog de middelen tegen hartritmestoornissen. Deze worden voorgeschreven om het hartritme te normaliseren, maar kunnen eveneens tot dementie leiden. Een grote categorie medicijnen voor aandoeningen aan bijvoorbeeld het maag-darmkanaal zoals diverticulitis, colitis ulcerosa, luchtwegaandoeningen zoals astma, en urogenitale problemen zoals blaasontsteking en prostatitis, worden bij ouderen geassocieerd met cognitieve achteruitgang.

Verder zijn er de opioïden die delirium kunnen veroorzaken en de niet-steroïdale ontstekingsremmers (NSAID’s). Aanvankelijk werd aangenomen dat deze een beschermende werking tegen de ziekte van Alzheimer zouden hebben. Recent onderzoek toont aan dat de meeste van deze gangbare pijnstillers echter allerlei cognitieve veranderingen teweeg kunnen brengen; van delirium (indomethacine en sulindac) tot geheugen- en concentratieproblemen (naproxen en ibuprofen). Als laatste noemen we de Levodopa. Dit anti-parkinson middel geeft bij 60 procent van de gebruikers cognitieve bijwerkingen.

Hersenen in het vet

Yeon-Kyun Shin, hoogleraar in de biofysica aan de Iowa State University, vindt dat een hoog cholesterol essentieel is voor een goede hersenfunctie. Gebrek aan cholesterol tast het denkvermogen en de geheugenfunctie aan. ‘Wie cholesterol aan de hersenen onthoudt, treft hiermee direct de machinerie die de afgifte van neurotransmitters in gang zet. Neurotransmitters beïnvloeden het doorgeven van informatie en de geheugenfunctie, met andere woorden: ze bepalen hoe slim u bent en hoe goed u dingen kunt onthouden’, aldus Shin. (Proc Natl Acad Sci USA, 2009; 106: 5141-5146)

De rol van co-enzym Q10

Het is een bekend feit dat gebruikers van statinen het co-enzym Q10 verliezen. De mate waarin hangt samen met de dosis statine. Statinen blokkeren de productie van zowel cholesterol als Co-Q10 door onderdrukking van de precursor van beide stoffen. Co-Q10 is onderdeel van chemische reacties, vooral van celenergieproductie en helpt de celmembranen meer weerbaar te maken tegen zuurstofschade.

Q10 wordt in ruime mate aangetroffen in het hart, voornamelijk vanwege de enorme energiebehoefte van hartcellen. Onderzoek heeft een verband aangetoond tussen gebrek aan dit enzym, hartfalen en verslechterde hartfunctie. Negen van de 15 gepubliceerde studies hebben bevestigd dat statinen Co-Q10 significant verminderen (lees meer op www.orthokennis.nl).

Tegenstanders van statinen zijn van mening dat statinegebruik leidt tot een toename van ‘statine-cardiomyopathie’. Het hart verliest dan het vermogen om het bloed rond te pompen of het hartritme raakt verstoord, wat tot een onregelmatige hartslag leidt. De geneesmiddelenfabrikanten geven dit effect stilzwijgend toe. Dit blijkt uit de productie van verscheidene medicijnen waarin een statine wordt gecombineerd met Co-Q10.

Een minder bekend probleem bij het blokkeren van Co-Q10 is het effect op het cognitief functioneren, zoals geheugenverlies en verward denken. Bij ouderen wordt dit vaak afgedaan als leeftijdgebonden dementie. Andere onderzoekers hebben ontdekt dat statinen de werking van celmitochondria (de energiecentrales van het lichaam) kunnen belemmeren en mutaties daarin veroorzaken. Veel neurodegeneratieve aandoeningen worden aan gemuteerde of veranderde mitochondria toegeschreven.

Commentaar NDN

Is het mogelijk om met de juiste voeding de hersenen in goede conditie te houden? Scherp van geest en alert blijven, vereist de volgende leefregels: regelmatig bewegen, een volwaardige voeding met veel antioxidanten en de juiste vetten, aanhoudende hersentraining door bijvoorbeeld kruiswoordpuzzels of lezen en een sociaal netwerk. Daarnaast komt er een nieuwe boodschap bij: vermijd zoveel medicijnen als mogelijk is. Welke voedingsstoffen zijn belangrijk voor het ‘voeden’ van de hersenen? We bespreken er een paar hieronder.
DMAEDimethylaminoethanol (DMAE) komt van nature voor in het menselijk lichaam. In de voeding wordt het vooral in vette vis aangetroffen, zoals sardientjes. DMAE heeft een remmend effect op de enzymen die de neurotransmitter acetylcholine afbreken. DMAE kan hierdoor de concentraties van acetylcholine in de hersenen en andere neurologische systemen verhogen. De neurotransmitter acetylcholine speelt een grote rol in het gedrag, leervermogen en de geheugenfunctie.
Acetyl-L-Carnitine Acetyl-L-carnitine is een vorm van carnitine met hoge biologische beschikbaarheid. Het vervult een sleutelfunctie in de mitochondriale energieproductie uit vetzuren. Acetyl-L-carnitine ondersteunt tevens het intracellulaire transport van (on)verzadigde vetzuren over alle cellulaire membranen, de opbouw van celmembranen, de genregulatie en detoxificatie van bepaalde organische zuren. Acetyl-L-carnitine is belangrijk voor een normale functie van de hersenen.

Het carnitinesysteem wordt onder meer gereguleerd door zogenaamde peroxisome proliferator-activated receptors en hormonen, zoals insuline, glucagon, noradrenaline en het schildklierhormoon. Aangetoond is, dat koolhydraatrijke maaltijden (vooral suiker!) en hoge insulinewaarden het carnitinesysteem remmen, door stijging van de intracellulaire concentratie van malonyl-CoA, waardoor de synthese van vetzuren sterk toeneemt en de verbranding van vetzuren sterk daalt.
Phospholipiden waaronder phosphatidylserinePhospholipiden zijn essentieel voor het transport en metabolisme van lipiden, cholesterol en vitamine A; de opbouw en functie van cellulaire membranen en receptoren; de energiehuishouding van de cel en diverse biochemische processen waaronder de hersenen. Van alle phospholipiden is lecithine (phosphatidylcholine) de bekendste. Gangbare lecithineproducten bevatten gemiddeld 20-25% lecithine en géén of slechts enkele microgrammen phosphatidylserine. Phosphatidylserine staat de laatste jaren sterk in de wetenschappelijke belangstelling in relatie tot ‘voeding voor de hersenen’.

De omzetting van de B-vitamines (die tevens belangrijk zijn voor een goede hersenfunctie) thiamine (B1), riboflavine (B2) en pyridoxine (B6) in hun biochemisch actieve coënzymevorm (resp. thiaminedifosfaat, riboflavinefosfaat en pyridoxaal-5-fosfaat) is afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende fosfaatgroepen (dus van phospholipiden). Bij diverse (erfelijke) stofwisselingsziekten kan de activatie (omzetting) van B-vitaminen en andere fosforyleringsprocessen dan niet optimaal verlopen.

Over de vitaminen B in hun actieve vorm leest u volgende week meer.

Congres ‘Voeding voor ‘The mind’’U bent van harte welkom op het congres van Patrick Holford. Iedereen (ook consumenten) die belangstelling heeft voor dit onderwerp kan zich opgeven. Doe het snel want er zijn maar een beperkt aantal plaatsen beschikbaar.

Literatuur en links:

Food is better medicine than drugs. Patrick Holford & Jerome Burne

Medisch dossier jaargang 13 nr 1 December 2010/januari 2011. Het beschadigde brein; dementie door medicijngebruik. www. medischdossier.org.

Jackson GE. Drug-induced Dementia. AuthorHouse, 2009

Drugs Aging, 1999; 15: 15-28

Presentation at the American Academy of Neurology 60th Anniversary Annual Meeting in Chicago, IL, 17 april 2008

Postgrad Med J, 2004; 80: 388-393

Am J Hypertens, 2010; doi: 10.1038/ajh.2010.114

Alzheimer Dis Assoc Dis, 2003; 17: 63-67

J Neurochem, 2000; 74: 231-236

Stroke, 2008; 39: 857-862

Proc Natl Acad Sci USA, 2003; 100: 1387-1392

Am J Pathol, 2001; 158: 453-468

Proc Natl Acad Sci USA, 2009; 106: 5141-5146

J Affect Disord, 2009; 117: 24-29

Alzheimer Dis Assoc Disord, 13 mei 2010, doi: 10.1097/WAD.0b013e3181d61fea

Cochrane Database Syst Rev, 2009; 2: CD003160

Pharmacotherapy, 2003; 23: 871-880

World J Biol Psychiatry, 2000; 1: 204-214

J Neurol Neurosurg Psychiatry, 2007; 78: 233-239

Int J Geriatr Psychiatry, 2005; 20: 872-875

Lancet Neurol, 2009; 8: 151-157; doi: 10.1016/S1474-4422(08)70295-3
BMJ, 2005; 330: 874

Arch Gen Psychiatry, 2003; 60: 585-594

Vertex, 2001; 12: 272-275

Neurol Sci, 2002; 23: 69-74

Canitine;http://www.eur.nl/fgg-biochem,
http://www3.ncbi.nlm.nih.gov/Omim/,
http://www.ncbi.nlm.gov/PubMed

Balch Ph A. Nutritional Healing. ISBN 1-58333-077-1, Avery Publisher, 2000