skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Melk van gehoornde en onthoornde koeien

Van nature hebben koeien hoorns. Omdat hoorns in de huidige veehouderij vaak als problematisch worden ervaren, worden koeien onthoornd. De moeilijkheid van het houden van koeien met hoorns zit hem in het voorkomen van, soms ernstige, verwondingen als gevolg van gevechten tussen de koeien.

De gevechten komen voort uit onrust in de koppel, veelal gaat het om rangordegevechten. In een stalsysteem waarbij de koeien elkaar vaak tegenkomen en ze weinig uitwijkmogelijkheden hebben kunnen deze rangordegevechten verkeerd aflopen. Het onthoornen is dan ook massaal ingevoerd na de introductie van de ligboxenstal in de jaren ’70. Een extra reden om koeien te onthoornen is de veiligheid van de boer. Inmiddels worden er d.m.v. selectie koeien gefokt zonder hoorns.

Aan de koe aangepaste stal

In de biologisch-dynamische (en soms ook in de biologische) veehouderij worden koeien niet onthoornd. Hoorns worden gezien als onderdeel van de koe als geheel, ze hangen samen met allerlei lichaamsprocessen en als uitgangspunt wordt hier genomen dat de koe het recht heeft haar hoorns te behouden.

Een van de fundamentele verschillen tussen de gangbare sector en de biologisch-dynamische sector, is dat in de laatste meer vanuit de koe wordt gedacht. De omstandigheden, waaronder het stalsysteem, worden zoveel mogelijk aangepast aan het gedrag van de koe in haar natuurlijke toestand, dus met hoorns. En niet andersom. Onthoornen is een voorbeeld van een ingreep bij de koe om deze te laten functioneren in het stalsysteem.

Groei horens hangt af van stofwisselingsactiviteit

Vrijwel alle kalfjes die geboren worden hebben hoorns. Hoornloze rassen hebben zich niet ontwikkeld in de evolutie, ondanks dat hoornloosheid een dominant overervend gen is. De snelheid waarmee de hoorns groeien hangt af van de stofwisselingsactiviteit. Deze kan worden beïnvloed door bijvoorbeeld dracht, ziekte of tekort aan voedsel.

Als een koe ieder jaar een kalf krijgt is dit te terug te zien aan de insnoeringen in haar hoorns, en kun je de leeftijd aflezen aan de gevormde hoornringen. Aan het eind van de dracht en aan het begin van een lactatie is de stofwisselingsactiviteit beduidend lager. (Baars & Brands, 2000)

Functie van de hoorns

Koehoorns zijn doorbloede en zenuwbevattende delen van de koe. Over de precieze functie van de hoorns is vooral in de biologisch-dynamische literatuur veel geschreven. De grondlegger van de biologisch-dynamische landbouw is Rudolf Steiner.

Kenmerkend voor deze beweging is de holistische benadering. Alles hangt met elkaar samen en heeft invloed op elkaar en dat moeten we in balans houden. Die visie is op alle facetten van het leven toepasbaar, in het groot en in het klein, dus ook op de landbouw. Zo worden koehoorns gezien als een onlosmakelijk deel van de koe. “Zonder hoorns is een koe verminkt.” (Demeter, 2009)

Celluloserijk voer leidt tot grotere horens

De hoorn, en trouwens ook de hoef, kan worden gezien als stuworgaan, dat voor de bijzondere stofwisselingsprestaties van de koe zorgt. (Seelbach, 1982) Zo kunnen zich goedaardige microflora in de pens ontwikkelen. (Schad, 1971) Hiermee wordt het verteringsproces van het celluloserijke voer gestimuleerd. In de praktijk is te zien dat vooral bij koeien die veel celluloserijk voer tot zich nemen, de hoorns ook meer ontwikkeld zijn.

Dit duidt op een verband tussen hoorngrootte en de rijkheid van de grond waarop zij grazen. Afrikaanse N’dama-runderen hebben enorme hoorns, in tegenstelling tot het Friese vee van de relatief rijke Nederlandse gronden (Demeter, 2009). Tijdens het grazen worden de hoorns van de koe warm. En ook bij het herkauwen worden zij extra doorbloed.

Horens spelen een rol bij oriëntatie in de ruimte

Naast de samenhang met het verteringsproces, zijn de hoorns ook functioneel voor de oriëntatie en het evenwicht van de koe (Bio-Ring Allgäu, 2009). Ze bieden haar zekerheid bij het zich verplaatsen in de ruimte. Ook schijnt bij onthoornde koeien het waarnemingsvermogen voor de kwaliteit van het voer minder te zijn dan bij gehoornde koeien (Seelbach, 1982).

Koeien met horens zijn assertiever

Hoorns hebben invloed op de mate waarin het eigen karakter van de koe naar voren komt. Oplettende boeren kunnen aan de houding en de blik van hun koeien zien dat ze beter in hun vel zitten met hoorns. Ze kunnen merken dat koeien met hoorns veel assertiever zijn dan onthoornde koeien, die banger en onzekerder over komen. Hierover is nooit wetenschappelijk onderzoek gedaan; het dit is de ervaring van een aantal boeren (Bioveem, 2006).

Hoornbewegingen geven rangorde aan

Een ander belangrijk facet waar hoorns veel invloed op hebben is de positie van de koe in de kudde. De rangorde wordt er deels door bepaald. Via subtiele hoornbewegingen geeft een koe signalen af aan haar kuddegenoten. Die vangen dit dan op. De rangordegevechten, of het tegen elkaar drukken van de schedels is bedoeld als krachtmeting in de strijd om het leiderschap.

De hoorns zijn dus niet bedoeld als wapen, maar zijn meer een teken van kracht en dwingen respect af. In de praktijk is ook duidelijk te zien dat gehoornde dieren een hogere positie hebben dan onthoornde dieren. Dit valt op bij boeren die bijvoorbeeld in omschakeling zijn naar biologisch-dynamisch en dus tijdelijk een gemengde kudde hebben.

Stand van de horens geeft vruchtbaarheidstoestand aan

Nog een laatste interessante noot over de functie van de hoorns: In de tijd dat onthoornen nog niet grootschalig werd toegepast, werd in de fokkerij gelet op de stand van de hoorns. Hieraan kon men zien hoe vruchtbaar een koe of stier was. Voor de fokkerij speelde het beoordelen van de hoorns een rol; men kon aan de verschillende hoornstanden bepalen, hoe het met de vruchtbaarheidstoestand gesteld was. Koeien bijvoorbeeld met een lange bronst laten bijzondere hoornvormen zien.” (Stichting Demeter)

Technieken om de kwaliteit van melk te onderzoeken

Langzamerhand dringt ook bij wetenschappers door dat er wel eens verbanden zouden kunnen zijn die we in eerste instantie niet zo duidelijk zien, maar die er wel zijn. In Nederland is het Louis Bolk Instituut bezig met technieken om de kwaliteit van melk te onderzoeken. Een hiervan is de Hagalis Kristalanalyse.

Dit is een analysemethode, ontwikkeld in Duitsland, waarbij de kwaliteit van melk wordt bekeken vanuit een holistische visie. Dat wil hier zeggen: niet alleen de losse ingrediënten zeggen iets over kwaliteit, maar ook de interne samenhang tússen die ingrediënten, zeggen iets over de kwaliteit.

Duidelijk verschil tussen melk van gehoornde en onthoornde koeien

In Duitsland zijn verschillende onderzoeken gedaan naar het verschil in kwaliteit van melk van gehoornde koeien en die van onthoornde koeien. Ook Jenifer Wohlers van de Universiteit van Kassel-Witzenhausen heeft in 4 termijnen melksamples genomen van 25 tot 28 gehoornde zwartbonte koeien en 21 tot 37 onthoornde zwartbonte koeien, en deze vergeleken (Wohlers, 2003).

De koeien kwamen van dezelfde boerderij en de leeftijd, het lactatiestadium, de melkgift en de inhoudsstoffen van de melk onderscheidden zich tussen de twee groepen niet. M.b.v. de zogenoemde “Steigbildmethode” van Wala en de Koperchloride-kristallisatie van Pfeiffer worden de melksamples onderzocht.

Dit resulteerde in 4 beelden bij de Steigbildmethode en 12 beelden bij de kristallisatie methode per proefmonster. Deze zijn allemaal geanalyseerd. De conclusie van de analyse was dat de melk van de gehoornde dieren zich duidelijk onderscheidt van melk van onthoornde dieren. Hierbij is gekeken naar breedte van de zichtbare banen, de structuur, de kleur van de vlakken, aanwezigheid van stippen, de dikte van de rand, etc.

Melk van onthoornde koeien lijkt meer op verouderde melk

Een opvallend resultaat is dat op zowel de beelden van de Steigbildmethode als op de kristallisatiebeelden te zien is dat de melk van onthoornde dieren qua structuur meer lijkt op verouderde melk. De beelden van de melk van gehoornde dieren zijn juist “Rohmilchtypisch”, vrij vertaald: typisch voor verse rauwe melk.

Ook zijn ‘verouderingsrijen’ gemaakt, Wohlers heeft per monster gedurende meerdere dagen bekeken hoe de beelden veranderden. Zij ontdekte dat de melk van onthoornde dieren sneller veroudert, dan de melk van gehoornde dieren.

Of in de praktijk ook de snelheid van het zuur worden van melk van onthoornde dieren hoger is dan bij melk van gehoornde dieren, zou verder onderzocht moeten worden (Wohlers, 2003).

Melk van gehoornde koeien bevat meer levenskracht

Ook voedingswetenschapster Renate Irion uit Unterreit heeft onderzoek gedaan naar de kwaliteit van melk van gehoornde dieren versus onthoornde dieren. Zij had vergelijkbare resultaten als Jenifer Wohlers. Uit haar wetenschappelijke onderzoek concludeert zij: “In melk van hoorndragende koeien kan meer levenskracht worden aangetoond”. Haar resultaten zijn gebaseerd op kinesiologische tests, en tests met beeldvormende methoden en kristallisatie-onderzoek (Irion, 2002).

Een andere onderzoeker, de Duitse arts Wilhelm Höfer, heeft niet alleen de melk onderzocht, maar ook het bloed en de urine. Ook hij ontdekt dat bij gehoornde koeien een meer samenhangend beeld ontstaat na de koperchloridekristallisatie van bloed, urine en melk.Hij heeft van 8 biologische bruinvee koeien samples genomen.

Hiervan waren er 4 onthoornd, en 4 gehoornd. Om eventuele andere factoren zoveel mogelijk uit te sluiten, koos hij voor koeien die leefden onder dezelfde omstandigheden, van hetzelfde bedrijf. De conclusie van zijn onderzoek was dat het onthoornen op zowel de melk, het bloed, als de urine een duidelijk zichtbaar effect heeft. De ingreep werkt door in de gehele koe. De levenskracht in het organisme neemt af.

Melk van gehoornde koeien langer houdbaar?

Deze conclusie komt overeen met de ervaring van een aantal Nederlandse boeren dat hun melk langer houdbaar is bij de niet onthoornde koeien. Hier is geen wetenschappelijk bewijs voor, maar het is zeker een interessante waarneming.

Zie hier voor foto’s van melk afkomstig van ongehoornde en gehoornde koeien. Bij de analyse van deze beelden wordt gelet op vele eigenschappen van de kristalbeelden. Een van de eigenschappen is de structuur. De geometrisch geordende vormen die te zien zijn bij de onthoornde dieren, zijn te wijten aan degeneratieve processen. Het heeft een negatieve invloed op het “Nervensinnessystem”, vrij vertaald, het zenuw- en waarnemingssysteem van de koe. Bij de urinesamples zijn vergelijkbare beelden te zien.

Melk van de gehoornde dieren geeft een beeld dat typisch is voor verse rauwe melk, de melk van onthoornde dieren geeft een meer ‘hoekige’ structuur weer wat duidt op verouderde melk. Een interpretatie hiervan is dat de melkkwaliteit van onthoornde dieren lager is dan bij gehoornde dieren. Ook de beelden van het bloed en de urine zijn duidelijk verschillend, door de onderzoekers wordt het geïnterpreteerd als een afname in ‘levenskracht’ bij de onthoornde dieren.

Commentaar NDN

Leidt melk van gehoornde koeien tot vermindering koemelkallergie? Bovengenoemde bevindingen leiden tot vele nieuwe vragen. Onder andere op het gebied van gezondheid van melk kan nog veel worden onderzocht. Interessant is bijvoorbeeld het verband tussen de algehele gezondheid van de koe, of specifiek het onthoornen, en het voorkomen van koemelkallergie bij mensen. Er zijn al onderzoekingen die erop wijzen dat biologisch-dynamisch melk, van gehoornde dieren, klachtenvermindering oplevert bij mensen met koemelkallergie.

Literatuur en links:

Bron: Stichting Demeter

Animal Sciences Group (2007) Ongerief bij rundvee, varkens, pluimvee, nertsen en paarden inventarisering en prioritering en mogelijke oplossingsrichtingen, Divisie Veehouderij, Wageningen Universiteit, http://www.wageningenuniversiteit.nl/NR/rdonlyres/2D906425-
D17B-4812-A10E-1D3E84ACD46D/49630/71.pdf.

Baars T., Brands L. (2000) Een koppel koeien is nog geen kudde.

Baars T., Adriaanse R., Huber M., Wohlers J. (2005) Milchqualität und mensliche Gesundheit, http://www.wiz.uni-kassel.de/bdl/dokumente/2005.Milchqualitaet%20LE%20artikel.pdf.

Baars T. (2000) Koeien hebben hoorns, Ekoland 2.

Bio-Ring Allgäu (2009) Die Kuh und Ihre Hörner.

CDA (2009) Standpunten t.a.v. dierenwelzijn,
http://www.cda.nl/standpunten.aspx?I=143&language=nl-NL.

Council of the European Union (2007) Council Regulation (EC) No 834/2007 of 28 June
2007 on organic production and labelling of organic products and repealing Regulation (EEC) No 2092/91,
http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/site/en/oj/2007/l_189/l_18920070720en00010023.pdf

Demeter Duitsland (2009) Höchste Milchqualität – ohne Homogenisierung,
http://demeter.de/index.php?id=1537&F=&MP=12-1490 .

Demeter Nederland (2009) – Demeter voorwaarden in Nederland, http://www.demeterbd.nl/Downloads/NieuweDemeterVoorwaarden.pdf

Goonewardene L.A. en Hand R.K. (1991) Studies on dehorning steers in Alberta feedlots,
Can. J. Animal. Science. 71:1249-1252,
http://www.cababstractsplus.org/abstracts/Abstract.aspx?AcNo=19900180970

Groenthouten (2009) Biologische Zuivelboerderij te Leuth, www.groenhouten.nl.
Höfer, W. (2003), Das Kuhhorn als Beitrag zür Milchqualität, Labor für Kristallanalyse und Qualitätsforschung, Überlingen,
http://www.zalp.ch/aktuell/suppen/suppe_2003_05/su_ho.html .

Iepema G. et al (2006) Bioveem – Inspirerend Boeren – tien systemen die werken in de praktijk, door DLV, LBI & ASG,
http://library.wur.nl/wasp/bestanden/LUWPUBRD_00356909_A502_001.pdf .

Irion R. (2002) Milchkühe mit und ohne Hörner – ein Vergleich. Arbeitskreis
Hörnertragende Kühe, Die Kuh braucht ihre Hörner, Heft 2, 28-33, http://www.wiz.unikassel.de/bdl/dokumente 2005.Milchqualitaet%20LE%20artikel.pdf .

Kimstedt W.M. (1974) Untersuchungen über die Rangordnung beim Hausrind in
Abhängigkeit von der Enthornung, Inaugural-Dissertation, Justus Liebig-Universität, Giessen.

Kremer H.-J. (2002) Gesichtspunkte zum Rind in der Biologisch-Dynamischen
Wirtschaftsweise und in der anthroposophischen Literatur, Universität Gesamthochschule

Kassel. http://orgprints.org/2492/01/2492-kremer-h-2001-Gesichtspunkte-Rind.pdf .

Laden S.A., Wohlt J.E., Zajac P.K. en Carsia R.V. (1985) Effects of Stress from Electrical Dehorning on Feed Intake, Growth, and Blood Constituents of Holstein Heifer Calves, Cook

College, Rutgers – The State University, New Brunswick, Journal of Dairy Science Vol. 68 No. 11 3062-3066, http://jds.fass.org/cgi/content/abstract/68/11/3062 .

Nickel R., Schummer A. en Seiferle E. (1976) Lehrbuch der Anatomie der Haustiere. – Bd. III, 3, Berlin.

Partij voor de Dieren (2009) Verkiezingsprogramma, http://www.partijvoordedieren.nl/content/view/160 .

Remeker (2008), De koe bij de hoorns vatten – ervaringen met praten met koeien, Biologische kaasboerderij te Lunteren, weblog Irene van der Voort, http://www.remeker.nl/nl/nieuws.html .

Schad W. (1971) Säugetiere und Mensch. Zur Gestaltbiologie vom Gesichtspunkt der Dreigliederung. – Verl. Freies Geistesleben, Stuttgart, 296 S.

Seelbach V. (1982) Das Wesen der Kuh, Uitgavenserie dierwetenschappen – deel 1, Tierwesenkunde – Philosophisch-Anthroposophischer Verlag, Dornach.

Stichting SKAL (2009) Normen veehouderij, www.skal.nl

Weiblinger S., Baars T., Menke C. (2000) Understanding the cow – the central role of humananimal relationship in keeping horned dairy cows in loose housing, NAHWOA paper Clermontferrand.

Wohlers J. (2003) Auswirkung der Enthornung von Kühen auf die Milchqualität im Spiegel der bildschaffenden Methoden CuCl2-Kristallisation und Steigbild, Diplomarbeit Universität Kassel-Witzenhausen

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen