skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1500 artikelen over gezondheid!

Met voeding grip op ontstekingen

Het lichaam bezit een verbazingwekkend beschermingsmechanisme dat het afweersysteem wordt genoemd. Het is ontworpen om te verdedigen tegen talloze bacteriën, schimmels en virussen. Het afweersysteem is een complex systeem dat uit allerlei onderdelen bestaat. Een goede samenwerking tussen al die onderdelen is cruciaal. Het werkt 24 uur per dag, onopvallend en op ontelbare verschillende manieren. Pas als er iets niet goed gaat merken we daar iets van.

Ziekteverwekkers zoals bacteriën, virussen en schimmels komen we iedere dag tegen. We ademen er duizenden in en ook in ons voedsel zitten ze verborgen. Een eerste, belangrijke barrière vormt de huid en de slijmvliezen van mond, neus, longen en darmen. Ook de werking van tranen, speeksel en maagzuur speelt een belangrijke rol in de afweer tegen deze ongewenste indringers.

Specifieke en niet-specifieke afweer

Als ziekteverwekkers deze fysieke barrière toch doorbreken stuiten zij als eerste op de zogeheten “niet-specifieke” afweer. Deze bestaat uit verschillende typen witte bloedcellen zoals de neutrofielen en macrofagen. Deze cellen produceren krachtige signaalstoffen (cytokines) die allerlei onderdelen van het afweersysteem kunnen activeren. Bovendien eten deze witte bloedcellen indringers op en breken ze af tot hapklare brokjes. De combinatie van deze hapklare brokjes met voldoende cytokines zorgt voor de activering van weer een andere witte bloedcel, de lymfocyt. Deze lymfocyt speelt een centrale rol in de zogenaamde specifieke afweer.

Deze lichaamscellen kunnen gericht bepaalde indringers herkennen. Ze hebben het vermogen om lichaamseigen weefsel te onderscheiden van niet-lichaamseigen weefsel of van geïnfecteerd weefsel dat opgeruimd moet worden. Lymfocyten kunnen bovendien onthouden welke indringers er al eens eerder geweest zijn, en vormen daarmee een ‘immunologisch geheugen’. Bij een volgend contact met dezelfde indringer staan de lymfocyten door dit geheugen al paraat voordat de indringer goed en wel binnen is.

Op hol geslagen immuunsysteem

Het immuunsysteem speelt echter niet alleen een belangrijke rol bij de afweer. Ook bij verschillende chronische ziekten spelen de hierboven genoemde cellen en cytokines een belangrijke rol. Bij deze ziekten gaat het immuunsysteem fouten maken. Het is als het ware op hol geslagen. Daardoor ontstaan spontaan ontstekingsreacties, zonder dat er daadwerkelijk een virus of bacterie aanwezig is waartegen gevochten moet worden. Deze chronische ontstekingen zijn niet meer te controleren door het eigen lichaam. Men noemt dit een auto-immuun reactie.

Door nieuwe inzichten proberen onderzoekers meer grip te krijgen op het ontstekingsproces. Eén daarvan is het specifiek ingrijpen op de cytokines. Deze spelen een cruciale rol bij het op gang brengen van het ontstekingsproces.

Interleukine-1

Interleukinen zijn een groep cytokinen die geproduceerd worden door geactiveerde macrofagen  en lymfocyten (beide zijn leukocyten vandaar -leukine) gedurende een immuunrespons. Interleukine-1 (afgekort IL-1) speelt als signaalstof (cytokine) een belangrijke rol bij de communicatie tussen cellen en het in gang zetten van een afweerreactie. Interleukine- 1 geproduceerd door macrofagen, activeert lymfocyten tot productie van allerlei andere cytokines, bijvoorbeeld TNF-α. Deze cytokines activeren op hun beurt als een cascade weer andere onderdelen van het afweersysteem.

Zo zorgt IL-1 indirect bijvoorbeeld voor koorts, wat nuttig is omdat het de groei van bacteriën en virussen remt en tegelijkertijd de activiteit van het afweersysteem doet toenemen. Een teveel aan IL-1 heeft echter weer een negatief effect. De witte bloedcellen blijven voortdurend actief en beschadigen weefsels.
De werking van IL-1 wordt geblokkeerd door een eiwit dat interleukine-1receptor antagonist (IL-1Ra) heet. Onder normale omstandigheden remt de van nature aanwezige interleukine-1 receptor antagonist de werking van het IL-1. Bij reuma patiënten bijvoorbeeld, is de hoeveelheid natuurlijke IL-1Ra onvoldoende om de schadelijke werking van IL-1 tegen te gaan. Het natuurlijk evenwicht is verstoord en de ontsteking blijft zo  bestaan.

Voeding en cytokinevorming

Cytokines komen ook vrij bij de afbraak van IgG voedselallergieën, aanhoudende belastende stress en laaggradige ontstekingen. Laaggradige ontstekingen (low grade inflammations) spelen verder een rol bij ME/CVS, diabetes type II, artritis, de ziekte van Crohn, Parkinson, MS, reuma, fibromyalgie, de ziekte van Alzheimer en slaapproblemen.

Het immuunsysteem kan heftig reageren op biogene aminen (zoals histamine) in voeding. De ‘gewone’ immuunreactie is herkenbaar aan de vorming van IgE (immuun globuline E) antistoffen. Het immuunsysteem kan ook op een andere, langzamere manier reageren, namelijk met de vorming van IgG antilichamen. Deze worden normaliter gevormd als beschermingsmechanisme bij bacteriële infecties.

Bij een IgG voedselallergie ontstaan IgG antilichamen tegen diverse voedingsstoffen. Deze antigeen-antilichaam-complexen worden vervolgens door het lichaam afgebroken. Bij deze afbraak ontstaan inflammatoire stoffen (stoffen die ontstekingsreacties veroorzaken), zoals prostaglandinen, leukotriënen en cytokinen (TNF-α). Dit proces is als zodanig vergelijkbaar met een ontstekingsproces.

Stress en cytokines

Cytokines komen niet alleen vrij bij ontstekingsreacties en bij IgG voedselallergieën. Aanhoudende chronische stress,psychologische trauma’s, angststoornissen, vaccinaties, medicatie die de darmflora doen afnemen met kans op een lekkende darmsyndroom verhogen ook de afgifte van cytokines.

Cytokines zijn stoffen die een rol spelen in de communicatie tussen cellen. Het zijn boodschappers tussen cellen die een centrale rol spelen in o.a. ontsteking. Ze zijn belangrijk in het regelen van celfunctie en celgroei. In het lichaam zijn er zogenaamde ontstekingsbevorderende cytokines en cytokines die ontsteking tegen gaan. Normaal moeten deze met elkaar in balans zijn.

Communicatie verstoringen

De cellen van het afweersysteem communiceren met elkaar via eiwitten (cytokines) en door elkaar direct te herkennen met behulp van receptoren (een eiwit waaraan een specifiek molecuul zich kan binden). Verschillende cytokines vertellen de afweercellen waar ze naar toe moeten gaan. Ze vertellen of ze wel of niet moeten aanvallen, welke type cellen ze moeten aanvallen en hoe sterk die aanval moet zijn. Met het toenemen van de ontsteking wordt de roep om aanvallen steeds sterker en bij het beëindigen van de ontsteking steeds zwakker.

Virussen, schimmels en bacteriën en de door hun geproduceerde toxinen (gifstoffen) kunnen dit onderdeel van het afweersysteem verstoren. Waar de communicatie door cytokines gebeurt, kan een virus bijvoorbeeld die communicatie verstoren. Dit kan door andere cytokines te maken, of door eiwitten te maken die heel veel op cytokines lijken. Deze virale eiwitten geven ook cytokinereacties die de afweer verstoren. Deze strategie wordt uitgevoerd door onder andere het pokkenviruss, Epstein-Barr virus en cytomegalovirus (de laatste 2 virussen veroorzaken de ziekte van Pfeiffer en een vergelijkbaar ziektebeeld).

Verschillende interleukines

Er bestaan diverse soorten interleukines (groep cytokinen). Ontstekingsbevorderende (pro-inflammatoire) cytokines (CRP, IL-1, IL-6, IL-8, MCP-1, TNF-α) bijvoorbeeld remmen de insulinesecretie en de insulinegevoeligheid. Cytokines worden beïnvloed door de hoeveelheid en de samenstelling van voedsel, massa en verdeling van vetweefsel, beweging en psychosociale factoren, zoals slaapgebrek en depressie.

Als de cytokines toenemen, ontstaat een chronische laaggradige ontsteking. Dat heeft een negatieve invloed op het functioneren van bloedvaten (endotheelfunctie), immuunsysteem, spierweefsel, vetweefsel, zenuwweefsel, botweefsel, kraakbeen, hersenen, darmen, hart, lever en eilandjes van Langerhans (pancreas). Dit staat dus aan de basis van veel ziekten.
Bestanddelen van voedsel zoals glucose, zetmeel, verzadigde vetzuren en de bereidingswijze aan voedsel werken alle pro-inflammatoir, terwijl vitamine D en plantenvezels juist de ontsteking remmen.

Darmflora en probiotica

Een belangrijke taak van het maag-darmkanaal is de vertering van voedsel. Dankzij de aanwezigheid van een darmflora zijn we in staat om complexe koolhydraten te benutten. De meerderheid van de micro-organismen die zich in ons maag-darmkanaal bevinden worden als gezondheidsbevorderend beschouwd. Echter een minderheid van de darmbacteriën bestaat uit pathogenen (ziekmakers). Het maag-darmkanaal heeft meerdere verdedigingsmechanismen om zich te beschermen tegen deze vijandige buitenwereld. Het defensieve arsenaal van het maag-darmkanaal berust op de volgende 3 pijlers die continue in gesprek staan met elkaar: de darmflora, de darmbarrière en het immuunsysteem.

De aanwezigheid van nuttige bacteriën (commensalen) in het maag-darmkanaal voorkomt kolonisatie of overgroei met potentieel ziekmakende (pathogene) bacteriën. Dit mechanisme heet ‘kolonisatie resistentie’. Daarnaast de nuttige bacteriën (commensale darmflora) voeren continue een ‘dialoog’ met het darmepitheel, waarbij wederzijds expressie van genen wordt gemoduleerd. Zo brengt de kolonisatie van het darmepitheel met die commensale bacteriën een verhoogde expressie op gang van enkele honderden genen in het darmepitheel die vooral betrokken zijn in de maturatie ( geleidelijk ontvouwen van voorbestemde genetische informatie) van het maagdarmkanaal en de integriteit van de darmbarrière.

Goed darmmilieu voorkomt ontstekingen

Het wordt meer en meer duidelijk dat deze ingenieuze communicatie tussen bacterie en gastheer een belangrijk doel heeft. Het moet de kolonisatie van commensale bacteriën bevorderen in het nadeel van de pathogene bacteriën. Ook is de aanwezigheid van een commensale microflora essentieel voor het onderhouden van ontstekingsremmende cascades die het darmepitheel beschermen tegen ongecontroleerde ontstekingen.

Een mogelijkheid om de symbiose de darmflora te ondersteunen of te versterken is door de inname van nuttige bacteriën, beter bekend als probiotica. De term probiotica komt van het Griekse woord ‘probios’ wat zoveel betekent als ‘voor het leven’. Probiotica wordt gedefinieerd als levende microbiologische voedingssupplementen, die de gezondheid van bevordert door het microbiële evenwicht in de darm te verbeteren. Op zijn beurt is het belangrijke dat de probiotica zélf goed te eten krijgt. Zodat deze ‘dierentuin’ in leven blijft en zijn beschermende taken kan uitvoeren.

Commentaar NDN

Lange tijd is voeding gezien als het eten van voedingsstoffen om de lichaamsprocessen in stand te houden. Dat voeding zoveel meer met zich meebrengt wordt uit diverse onderzoeken langzaam duidelijk. Het immuunsysteem kan heftig reageren op voeding. Deze immuunreactie is herkenbaar aan de vorming van IgE antilichamen. Het immuunsysteem kan ook op een andere, langzamere manier reageren. Namelijk met de vorming van IgG antilichamen. Deze worden normaliter gevormd als beschermingsmechanisme bij bacteriële infecties.

Bij een voedingsmiddelenintolerantie (voedselallergie type 3) ontstaan IgG antilichamen tegen diverse voedingsstoffen. Er vormen zich antigeen-antilichaam-complexen die vervolgens door het lichaam worden afgebroken. Bij deze afbraak ontstaan inflammatoire stoffen, zoals prostaglandines, leucotriënen en TNF-α. Dit proces is als zodanig vergelijkbaar met een ontstekingsproces. TNF-alfa (tumor necrosis factor) is een cytokine die het optreden van een ontstekingsreactie bevordert. Het blijven eten van voedingsmiddelen die het immuunsysteem laten reageren, veroorzaakt een continue aanmaak van IgE en IgG antistoffen. Dit zal dan ook leiden tot een continu afbraakproces (chronisch ontstekingsproces).

Zo leidt een verhoging van TNF-α. tot insulineresistentie. De cellen in het lichaam nemen alleen de koolhydraten op onder invloed van de hormonen insuline en insuline-like growth factor 1. De prikkel van deze stoffen vindt plaats op zogenaamde receptoren aan de celwand. Dit is te vergelijken met antennes waar het signaal binnenkomt. Op het moment dat TNF-α de antenne blokkeert, blokkeert deze dus ook de opname van de koolhydraten in de cel. De koolhydraten worden dan opgeslagen als vet en de cel zal minder voedingstof opnemen.
TNF-α speelt ook een rol in de beschadiging van weefsels leidend tot reumatische klachten, Morbus Crohn en andere chronische ontstekingen. Steeds meer onderzoeken laten een verband zien met de voedselallergie type 3. Het veranderen van het voedingspatroon leidde tot een afname van zowel CRP, TNF-α, insuline en het overgewicht.

Langzaam maar wordt duidelijk dat ziekteprocessen te beïnvloeden zijn door de aanpassing van de voeding. Een IgG antistoffentest zoals in Nederland (Pro Health Medical) de ImuPro300 test, geeft een uitgebreid overzicht van de reacties op voedingsmiddelen op basis van een analyse van 300 allergenen.
De natuurdiëtist kan u helpen bij het eliminatiedieet n.a.v. de uitslag van dit onderzoek.

Voedings- en laboratoriumtesten

Laboratoriumtesten urine bloed ontlasting en speekseltesten Natuurdiëtisten kunnen als geen ander uw voedingsstatus inschatten en adviezen geven op het gebied van voeding in relatie tot ziekte en gezondheid. Dit doen ze aan de hand van laboratoriumtesten.

Met laboratoriumbepalingen is de natuurdiëtist in staat uw voedingsstatus te bepalen en de dieetadviezen op maat te maken en door laboratoriummonitoring te evalueren en zo nodig bij te stellen.

Wij werken samen met de Duitse fabrikant van laboratoriumtesten Medivere. Medivere levert laboratorium diagnostische diensten waarbij de conventionele geneeskunde als ook aanvullende (complementaire) medische diagnostica en therapieën optimaal worden gecombineerd.

Op onze pagina over voedings- en laboratoriumtesten kunt u alle Medivere testen bekijken en bestellen.

Literatuur en links:

Bron:
IgG antibodies against food antigens are correlated with inflammation and intima media thickness in obese juveniles. M.Wilders-Truschnig, H.Mangge, 2007

Clinical relevance of IgG antibodies against food antigen in Crohn’s Disease – A double blind cross over diet intervention study: 2007

Syllabus Darmtherapie (ontlasting onderzoek en voedingsinterventies) door micro bioloog Ralf Abels en natuurdiëtist Marijke de Waal Malefijt. De syllabus wordt gebruikt op de opleiding van Ortho Linea.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen