skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1500 artikelen over gezondheid!

Paleodieet: risico essentiële voedingstekorten?

Uit een Australisch onderzoek [1] blijkt dat het paleodieet leidt tot een duidelijke vermindering in de inname van calcium, jodium, thiamine (vitamine B1) en riboflavine (vitamine B2).

Het Paleodieet (oerdieet, oerdis, OERsterk) is een manier van eten, maar geen afvaldieet. Aanbevolen voedingsmiddelen zijn vlees, vis, groente, fruit en noten. Zout, suiker, zuivel, peulvruchten, granen en groenten uit de nachtschadefamilie (aardappelen, tomaat, paprika) moeten worden gemeden.

Aanhangers van het Paleodieet gaan ervan uit dat onze voorouders vroeger zo aten. De menselijke genen zouden daardoor perfect aan deze voedingsmiddelen aangepast zijn geraakt. Ons DNA zou nog niet zijn aangepast aan relatief moderne voedingsmiddelen zoals graanproducten en zuivel.

Diabetes type 2: baat bij een paleolithische voeding

Er zijn diverse aanwijzingen uit literatuurstudies dat het Paleodieet goede effecten heeft bij bijvoorbeeld diabetes type 2. Mensen met diabetes type 2 hebben meer baat bij een paleolithische voeding [2] dan bij een voeding volgens de richtlijnen van de American Diabetes Association (ADA).

Dit kortdurende kleine Amerikaans onderzoek onder 24 diabetespatiënten van 50-69 jaar toonde aan dat het volgen van beide diëten (gedurende 2 weken) een verbetering gaf in metabole waardes.
Maar bij de 14 deelnemers die een paleolithische voeding kregen, verbeterden de glucosecontrole en het lipidenprofiel meer.

Ook nam in de paleolithische groep de insulineresistentie af bij deelnemers met een hoge insulineresistentie. In beide groepen nam het gewicht van de deelnemers met gemiddeld circa 2 kg af, ondanks pogingen van de onderzoekers om gewichtsverlies tegen te gaan.

Het paleolithisch dieet bestond voornamelijk uit vlees, vis, gevogelte, eieren, groenten, fruit, noten zonder toevoeging van zout. Zuivel, graanproducten, peulvruchten en aardappelen waren geëlimineerd. Het dieet van ADA bestond uit een gezonde voeding, waarin wel magere zuivel en volkoren graanproducten waren opgenomen.

Opvallend genoeg bevatte het paleolithisch dieet iets meer koolhydraten dan het ADA-dieet: 58 energie% tegenover 54 energie%. De bronnen van koolhydraten waren wel anders. Fruit en groenten waren de belangrijkste bronnen in de paleolithische voeding en brood, pasta en rijst in het ADA-dieet. Ook het vezelgehalte was hoger in het paleolitisch dieet. Dat leverde per 2500 kcal 35 gram vezels en het ADA-dieet slechts 12 gram.

Oervoeding: beter resultaat dan gangbare adviezen

Uit een ander onderzoek [3] kwam naar voren dat oervoeding grotere verbeteringen geeft op metabool syndroom dan de gangbare voedingsadviezen. Gegevens uit vier gerandomiseerde klinische onderzoeken werden verzameld, waarbij oervoeding werd vergeleken met andere voedingspatronen. Er werden 159 personen geselecteerd die één tot vijf kenmerken van metabool syndroom hadden.

Triglyceriden, cholesterol en bloeddruk werden lager, en de bloedsuikerwaarden waren beter.
De Oervoeding bestond vooral uit mager vlees en gevogelte, (vette) vis, eieren, groenten, noten, fruit, bessen en zaden. Minder koolhydraten, meer eiwitten en een betere verhouding tussen omega-3- en omega-6-vetzuren.

Bij een onderzoek met postmenopauzale vrouwen werd aangetoond dat oervoeding op lange termijn gunstiger is voor de gezondheid. In vergelijking met een Nordic Diet, werd bij oervoeding een grotere reductie gemeten in vetmassa, buikvet en middelomtrek en daalde het triglyceridengehalte veel sterker [4].

Paleo: risico op essentiële voedingstekorten?

Hoe zijn de risico’s te verminderen van de genoemde tekorten uit het Australisch onderzoek [1]?
Calcium zit in zuivel, groente, noten en peulvruchten. Door alcohol, cafeïne in koffie, thee en cola, zout en suiker verliest het lichaam wat meer calcium via de urine. Deze stoffen worden niet geadviseerd in een Paleodieet, waardoor er dus minder verlies is van calcium.

De calciumabsorptie vanuit de dunne darm is mede afhankelijk van voldoende inname van vitamine D, magnesium en eiwitten. De juiste distributie van calcium in het lichaam is ook afhankelijk van voldoende vitamine K2. Vitamine K2 is in kleine hoeveelheden aanwezig in vlees, eieren en zuivel; Japanse natto (sojabonen gefermenteerd door Bacillus subtilis natto) is zeer rijk aan vitamine K2.

Nederlands onderzoek suggereert dat de meeste mensen een subklinisch tekort aan vitamine K (met name vitamine K2) hebben. Dus dat geldt voor de gangbare voeding en niet alleen bij het Paleodieet. Vitamine K1 wordt hoofdzakelijk door de lever opgenomen en zorgt voor activering van stollingsfactoren, terwijl vitamine K2 ook elders in het lichaam (zoals in de vaatwand) actief is. Een langdurige vitamine K(2)-insufficiëntie is waarschijnlijk een risicofactor voor leeftijdsgerelateerde (degeneratieve) ziekten waaronder osteoporose, hart- en vaatziekten en kanker [5,6].

Calciumaanvulling

In voeding komt calcium met name voor in zuivelproducten en in veel mindere mate in groenten zoals sperziebonen en broccoli (gemiddeld 80 mg per 200 gram groente). De Gezondheidsraad adviseert voor volwassenen tot 50 jaar een dagelijkse inname van 1000 mg calcium. Vanaf 50 jaar is de dagelijks geadviseerde inname nog hoger (1100-1200 mg), door een verminderd vermogen van het lichaam om calcium op te nemen uit voeding.

1000 mg calcium komt overeen met 4-5 glazen melk per dag (of 2,5 kg groente). Lang niet iedereen kan zuivel echter goed verdragen. Daarnaast zijn er mensen die om diverse redenen geen voorstander zijn van een ruime zuivelconsumptie. In die situaties kan een calciumsupplement uitkomst bieden, als aanvulling op de calciuminname uit de voeding.

Voor een optimaal effect op de botgezondheid is het van belang op tijd te zorgen voor een adequate calciumvoorziening. De botmassa neemt namelijk toe tot een maximum rond het dertigste levensjaar. Vanaf dat moment zal de botmassa langzaam maar zeker af gaan nemen. Bij vrouwen gaat dit proces sneller als zij de menopauze achter de rug hebben. De hormonale veranderingen die hiermee gepaard gaan, zorgen voor een forse toename in botverlies en daarnaast voor een verder verminderde calciumopname.

Met name voor vrouwen (maar ook voor mannen) is het belangrijk om een zo hoog mogelijke piekbotmassa te bereiken, door voldoende inname van onder andere calcium, vitamine D en vitamine K2 op jonge leeftijd in combinatie met voldoende lichaamsbeweging. Na het 30e levensjaar blijft inname van calcium en andere nutriënten die een gunstige invloed op botten hebben noodzakelijk. Belangrijk is om het proces van leeftijdsgebonden botafname zoveel mogelijk binnen de perken te houden.

Vormen van lichaamsbeweging waarbij er belasting van de botten plaatsvindt dragen ook bij aan het sterk houden van onze botten. Denk aan hardlopen, wandelen en tennissen. Zwemmen en fietsen zijn minder geschikt. Het Paleodieet bevat grotere porties groenten, noten en eieren dan de gangbare voeding, waardoor de K2-voorziening meer gewaarborgd is.

Jodiumaanvulling

Jodiumtekorten worden steeds vaker gezien, ook bij de gangbare voeding. Het mineraal jodium is essentieel voor de synthese van schildklierhormonen (thyroxine, trijodothyronine), die diverse belangrijke fysiologische processen in het lichaam reguleren. Een jodiumtekort leidt tot vertraagde groei en ontwikkeling, hypothyroïdie, struma en myxoedeem. Jodium is ook belangrijk voor de gezondheid en functie van onder meer slijmvliezen van mond en maag, huid, borstweefsel, speekselklieren en thymus.

Jodiumbronnen zijn: vis, schelpdieren, zeewier en (zee)algen (zoals kelp), zeezout, gejodeerd brood, gejodeerde ontbijtgranen. Symptomen van verminderde schildklierwerking en hypothyroïdie/myxoedeem zijn: vermoeidheid, koude-intolerantie, daling stofwisseling, gewichtstoename, moeite met denken, traagheid, opgeblazen gezicht, droge haren, haaruitval, trage hartslag, depressie, oedeem, krakende stem, vergrote schildklier.

Mensen met een Paleodieet kunnen dit bijvoorbeeld aanvullen met een ruim gebruik aan zeegroenten (zeewieren), zeekraal, lamsoren, kelpnoedels en ei. Kelpnoedels bevatten drie ingrediënten: water, kelp en natriumalginaat (dat uit bruine zeewier gewonnen wordt). Kelpnoedels smaken niet hetzelfde als gewone pasta. Ze zijn minder meelachtig en hebben een stevigere structuur. Door de neutrale smaak zijn Kelpnoedels goed te combineren en te variëren met andere gerechten.

Vitamine B1 en B2

Vitamine B1 komt veel voor in brood en graanproducten, aardappelen, groente, vlees en vleeswaren, melk en melkproducten. Vitamine B1 is oplosbaar in water, dus groenten rauw eten en stomen geeft minder verlies.

B1 is gevoelig voor verhitting en zonlicht. Bij bakken en frituren gaat 10 tot 20% van vitamine B1 verloren. Een andere kooktechniek van vlees geeft minder verlies: denk aan Römertopf en Tajine. Vitamine B 1 rijk zijn: eidooier, noten, pijnboompitten, zonnebloempitten, sesamzaad, avocado.

Gevolg van een B1 tekort of gebrek zijn: verminderde eetlust, gewichtsverlies, maagstoornissen, slechte spijsvertering, spierzwakte, verminderde reflexen, pijn, moeheid, nervositeit, verlaagde irritatiedrempel, depressie, misselijkheid, beri-beri, concentratieverlies en geheugenverlies.

Vitamine B2 zit vooral in melk en melkproducten, maar ook in vlees, vleeswaren, groente, fruit, brood en graanproducten. Vitamine B2 is oplosbaar in water. Het is daarom aan te raden groenten met deze vitamine in weinig water te koken en stukken niet te klein te snijden. Stomen is nog beter en vaak ook lekkerder van smaak. Vitamine B2 rijk zijn: eidooier, noten, zaden, wilde rijst, groene groenten.

Gevolg van een B2 tekort of gebrek zijn: ontstekingen van de huid, ontsteking mondhoeken, schilferige huid, droge lippen, haaruitval, spijsverteringsstoornissen, vermoeidheid, eczeem bij de geslachtsdelen, kromgroeien van vingernagels, branderig gevoel op de huid, rood worden van de tong en verlaging hemoglobinegehalte.

Commentaar NDN

Elke vorm van uitsluiting van voedingsgroepen geeft risico op tekorten. Regelmatige bloedcontrole op uw voedingsstatus is dus belangrijk. Door metingen in uw bloed van vitaminen en mineralen (nutriëntenstatus), heeft u meer zekerheid of uw voedingswijze ook echt in balans is. Dat de gangbare voeding aanpassingen behoeft lijkt ons duidelijk. We leven in toenemende mate in een complexe, drukke, stressvolle en vervuilde omgeving. De belasting van onze fysieke en mentale weerstand neemt toe. Onze gezondheid lijdt daaronder, klachten en ziektebeelden worden complexer.

Door de verhoogde druk is er bij mensen een toenemend bewustzijn van hun eigen gezondheid en de rol van voeding. Voeding is een relatief eenvoudige manier om preventief en zelfstandig aan gezondheid te werken.

Mensen gaan zelf op internet op zoek naar betrouwbare informatie. Bij ziekten worden mensen steeds vaker een team met hun arts/natuurdiëtist en zijn ze soms beter op de hoogte van de laatste voedingsontwikkelingen. Er ontstaat een nieuw type patiënt: bewuster, verantwoordelijker, met meer kennis van zaken.

In veel gevallen wordt het belang van voeding in de reguliere medische wereld niet onderkend of gebagatelliseerd. Maar ook als er wel een zekere mate van bewustzijn is, ontbreekt het artsen vaak aan tijd om zichzelf hierin te verdiepen.

In de reguliere geneeskunde wordt vaak lokaal en op ziektebeeld behandeld, niet vanuit de patiënt als geheel, als individu met een uniek lichaam, gestel en unieke persoonlijke omstandigheden. Er is daar over het algemeen weinig praktische kennis over de samenhang tussen voeding, gezondheidsproblemen en orgaansystemen in het lichaam. Zo worden de onderliggende oorzaken van, en samenhang tussen klachten vaak niet (h)erkend.

Het nieuwe type patiënt is zich wel steeds meer bewust van het belang van voeding en gaat op zoek naar betrouwbare informatie voor zichzelf, en om zijn arts zo nodig te overtuigen.
Onderzoek gestart naar voedingspatroon en ziektenOngeveer 2 miljoen Nederlanders hebben reumatische klachten en hiervan staan 1,6 miljoen Nederlanders onder behandeling van een arts. Diverse wetenschappelijke onderzoeken indiceren dat een voedingspatroon zowel een positieve als negatieve impact kan hebben op het ontstaan dan wel de symptomen van reuma.

Het zorgveld laat in Nederland nog geen innovatie zien bij reuma op het vlak van leefstijlinterventie met voeding als kernonderdeel. In samenwerking met de afdeling reumatologie van het Maxima Medisch Centrum in Eindhoven en Innovatie Netwerk startte in januari 2016 een pilot met enkele honderden patiënten waarbij wordt gekeken of voeding ook een mogelijk curatief effect kan hebben.

In september start een experiment waarbij 200 Nederlandse MS-patiënten gezamenlijk de uitdaging aangaan om 3 maanden lang anders te eten: vers, onbewerkt en gevarieerd. Voeding Leeft, Stichting MS-Anders en het Louis Bolk ,Instituut hebben met steun van Innovatie Agro & Natuur (Ministerie Economische Zaken) een programma ontwikkeld om op grotere schaal, en in een veilige setting, te verkennen wat het effect is van anders eten: vers, onbewerkt en gevarieerd. Het Eet Anders Experiment begint op 19 september 2016.

Allemaal goede initiatieven, waar we als de uitkomsten binnen zijn, ons voordeel mee kunnen doen om de voeding nog meer af te stemmen op de onderliggende biochemische ontregelingen, die ziekte veroorzaken.

Voedings- en laboratoriumtesten

Laboratoriumtesten urine bloed ontlasting en speekseltesten Natuurdiëtisten kunnen als geen ander uw voedingsstatus inschatten en adviezen geven op het gebied van voeding in relatie tot ziekte en gezondheid. Dit doen ze aan de hand van laboratoriumtesten.

Met laboratoriumbepalingen is de natuurdiëtist in staat uw voedingsstatus te bepalen en de dieetadviezen op maat te maken en door laboratoriummonitoring te evalueren en zo nodig bij te stellen.

Wij werken samen met de Duitse fabrikant van laboratoriumtesten Medivere. Medivere levert laboratorium diagnostische diensten waarbij de conventionele geneeskunde als ook aanvullende (complementaire) medische diagnostica en therapieën optimaal worden gecombineerd.

Op onze pagina over voedings- en laboratoriumtesten kunt u alle Medivere testen bekijken en bestellen.

Literatuur en links:

[1] Genoni A., Lyons-Wall P., Lo J. et al. (2016). Cardiovascular, metabolic effects and dietary composition of ad-libitum paleolithic vs. Australian guide to healthy eating diets: a 4-Week randomised trial. Nutrients 8: E314, 1-13 http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/27223304.

[2] Masharani U, Sherchan P, Schloetter M, Stratford S, Xiao A, Sebastian A, Nolte Kennedy M, Frassetto L.Metabolic and physiologic effects from consuming a hunter-gatherer (Paleolithic)-type diet in type 2 diabetes.Eur J Clin Nutr. 2015 Aug;69(8):944-8. doi: 10.1038/ejcn.2015.39. Epub 2015 Apr 1.

[3] Eric W Manheimer, Esther J van Zuuren, Zbys Fedorowicz, Hanno Pijl, Paleolithic nutrition for metabolic syndrome: systematic review and meta-analysis, Am J Clin Nutr October 2015, vol. 102 no. 4 922-932.

[4] Mellberg C, Sandberg S, Ryberg M, et al. Long-term effects of a Palaeolithic-type diet in obese postmenopausal women: a 2-year randomized trial. Eur J Clin Nutr. 2014 Mar;68(3):350-7. Council, N., Nordic Nutrition Recommendations 2012 – Part 1 2013: Copenhagen.

[5]Theuwissen E et al. Low-dose menaquinone-7 supplementation improved extra-hepatic vitamin K status, but had no effect on thrombin generation in healthy subjects. Br J Nutr. 2012 Jan 31:1-6.

[6]McCann JC, Ames BN. Vitamin K, an example of triage theory: is micronutrient inadequacy linked to diseases of aging? Am J Clin Nutr. 2009;90:889-907.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen