skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Kans op Carnitine-tekort bij vegetariers?

Steeds meer mensen besluiten om uit gezondheidsoverwegingen vegetariër te worden. Dit houdt uit voedingskundig oogpunt in dat aan een aantal -uitsluitend in dierlijke voedingsmiddelen aanwezige- aminozuren mogelijke tekorten kunnen ontstaan. Belangrijke aminozuren waaraan een tekort kan ontstaan zijn carnitine en taurine. Dit artikel gaat voornamelijk in op het mogelijk ontstaan van een carnitine-tekort.

Aminozuren zijn de bouwstenen van eiwit. De dagelijkse eiwitbehoefte bestaat uit een behoefte aan aminozuren. De aminozuren in de voeding kunt u onderscheiden in twee groepen:
– essentiële en
– niet-essentiële aminozuren.
De essentiële worden niet door het lichaam aangemaakt en moeten door de voeding aangeleverd worden. Dit zijn de aminozuren histidine, isoleucine, leucine, lysine, methionine, fenylalanine, threonine, tryptofaan en valine.

‘Niet-essentieel’ en toch net zo belangrijk

Niet-essentiële aminozuren zijn net zo belangrijk voor een goede gezondheid, maar kunnen (eventueel) door het lichaam worden aangemaakt uit essentiële aminozuren. Eigenlijk is de term niet-essentieel misleidend. Als het eten van essentiële aminozuren niet optimaal is, dan kan de behoefte aan niet-essentiële aminozuren toenemen.

Zowel essentiële als niet-essentiële aminozuren worden door het lichaam gebruikt voor de aanmaak van hormonen, enzymen, neurotransmitters (chemische boodschappers waaronder ook taurine), antistoffen en vele andere eiwitverbindingen. Zwavelhoudende aminozuren functioneren als bouwstenen van huid, haar en nagels. Ook werken ze als belangrijke anti-oxidanten.

Vegetariër in de knel met carnitine

Daar waar het aantal vegetariërs, vooral jonge vrouwen, al jaren min of meer constant is, neemt het aantal mensen dat minder vlees eet of het eten van vlees zelfs helemaal achterwege laat gestaag toe. Op vlees- en vis gelijkende producten op basis van plantaardig eiwit, zoals vegetarische vissticks en hamburgers, worden steeds populairder. Samen met op sojaeiwit en het fermentatieproduct Quorn gebaseerde voedingsmiddelen vormen deze alternatieven voor vlees een steeds groter aandeel van de dagelijkse voedselaankopen.
Een vleesarme of zelfs vleesloze voeding is een gezonde keuze en heeft verschillende voedingskundige voordelen boven dierlijke voeding. Een vegetarische of vleesarme voeding voorziet in een hogere inname van vitamines, anti-oxidanten, essentiële cofactoren, vezels en andere –vaak nog niet gedefinieerde– plantaardige stoffen.
Bovendien is een dergelijke voeding relatief arm aan verzadigd vet en cholesterol en bevat het ook minder purines.

Purines, jicht en artritis

Purines zijn afkomstig van nucleïnezuren, de bestanddelen van DNA. Vlees, dat rijk is aan DNA, geeft aanleiding tot purinevorming. Purines worden omgezet in urinezuur dat in grote hoeveelheden aanleiding geeft tot jicht en artritis-achtige klachten.
Een vegetarische voeding draagt het risico in zich van een onvoldoende inname van vitamine B12, ijzer, zink en bepaalde aminozuren. In het bijzonder zijn de aminozuren carnitine en taurine voedingsstoffen die bijna in zijn geheel ontbreken in een vegetarische voeding. Wanneer de inname van carnitine laag is, is het lichaam voor een goede voorziening van dit aminozuur geheel aangewezen op haar eigen productiecapaciteit.

Een vegetarische voeding is echter vaak minder rijk of heeft zelfs een tekort aan enkele belangrijke grondstoffen voor de lichaamsproductie van carnitine, zoals de essentiële aminozuren lysine en methionine. Het synthese(aanmaak)proces, waarbij in totaal vijf verschillende enzymen zijn betrokken, is daarnaast ook nog afhankelijk van vitamine C, vitamine B3 (niacine) in de vorm van NAD en vitamine B 6.

Het carnitine systeem

In het lichaam blijkt carnitine in alle cellen en lichaamsvloeistoffen voor te komen, maar in heel verschillende concentraties. In de cellen is de concentratie veel hoger dan daarbuiten. De meeste carnitine zit in de skeletspieren. In hersenen en in plasma is de concentratie totaal carnitine respectievelijk 15 en 90 maal lager.
Het carnitinesysteem wordt onder meer gereguleerd door bepaalde receptoren (de zogenaamde peroxisome proliferator-activated receptors) en hormonen, zoals insuline, glucagon, noradrenaline en het schildklierhormoon. Aangetoond is, dat koolhydraatrijke maaltijden en hoge insulinewaarden het carnitinesysteem remmen.

Vrij en totaal carnitine kunnen worden bepaald in het bloed. Hoewel plasma-carnitine geen goede indicatie geeft over de carnitine-status in de weefsels, zijn lage spiegels toch een goede aanwijzing voor klinische problemen.

Effecten carnitinetekort

Verschillende publicaties in de medisch wetenschappelijke literatuur rapporteren over de effecten van een tekort aan L-carnitine. Kinderen die vegetarische voeding krijgen en daardoor een bron van carnitine uit de voeding missen zijn nog kwetsbaarder voor een carnitine-tekort dan volwassenen. Tijdens groei en ontwikkeling heeft het lichaam namelijk een verhoogde behoefte aan carnitine. Duursporters, zoals marathonlopers, hebben ook lagere concentraties carnitine in hun bloed, ondanks een omnivore voeding.  Dit wordt veroorzaakt door een toegenomen uitscheiding via de nieren en, in minder mate via het zweet, van veresterd carnitine.

Onderzoek maakt duidelijk dat vegetarische duursporters nog lagere carnitine-gehaltes in het bloed hebben. Na een periode van zware lichamelijke inspanning lopen vegetariërs het risico op een carnitinetekort. Om dit tegen te gaan, kunnen vegetariërs met carnitine verrijkte voedingsmiddelen gebruiken of hun voeding aanvullen met een carnitinesupplement om hun fysieke prestaties te optimaliseren, vermoeidheid tegen te gaan en het herstelproces na inspanning te verbeteren.

Carnitine suppletie

Carnitine suppletie wordt o.a. ook toegepast bij ADHD, bepaalde spierziekten, bepaalde vormen van depressie, mentale ouderdomsgebreken en volwassenen met het chronisch vermoeidheid syndroom.
Men vergeleek therapie met acetyl-L-carnitine en propionylcarnitine bij patiënten met het chronisch vermoeidheid syndroom. Acetyl- en propionylcarnitine worden meestal gebruikt bij hersen- en  hartaandoeningen. Hoewel meer onderzoek naar de optimale dosering gewenst is, bestaat de indruk dat acetyl- en propionylcarnitine werkzaam zijn bij een lagere dosering dan L- carnitine.

Glycine propionyl-l-carnitine  is een verbinding tussen de aminozuren glycine en carnitine. Carnitine is een aminozuur dat het transport van (lange)vetzuurketens in de mitochondria verzorgt. Vooral voor de lever, het hart en het spierweefsel is carnitine belangrijk, omdat deze afhankelijk zijn van vetten voor het vrijmaken van energie. Glycine propionyl-l-carnitine  is in dit verband een heel effectieve vorm. Onderzoek toont aan dat deze vorm een positief effect heeft op de energiehuishouding.

Nieuwe ziekten die in aanmerking zouden komen voor suppletie met carnitine zijn: autoimmuunziekten, endocrinologische ziekten, immuunziekten, mitochondriale ziekten, neuro-degeneratieve ziekten, neuro-endocrinologische ziekten, ontstekingsziekten, ouderdomsziekten en ziekten door oxydatieve stress.

Vrouwen met endometriose kunnen ook baat hebben bij suppletie van carnitine. Het kan de resultaten van een IVF-behandeling mogelijk vergroten (Bron; Mansour G; Fertil Steril 2008 april 2).

Vuistregels voor carnitine-supplementatie op basis van plasma-carnitine spiegel zijn als volgt. Neonaten substitutie bij vrij carnitine<10 µM en kinderen en volwassenen bij vrij carnitine <20 µM. Hoe lager het vrije carnitine hoe hoger het ziekte-risico.

Commentaar NDN

Carnitine is belangrijk voor een normale functie en goede gezondheid van spieren, hart, hersenen, zenuwen, botten, ogen, immuunsysteem en zaadcellen.
Dierlijke voedingsmiddelen, zoals biologische lams-, rund- en varkensvlees bevatten de grootste hoeveelheden carnitine en vis bevat een hoog taurine gehalte. Lagere gehalten worden gevonden in biologische zuivelproducten. In de meeste plantaardige voedingsmiddelen kan carnitine niet worden aangetoond (wel zijn lage concentraties gevonden in paddenstoelen).
Voor het lichaam is de natuurlijke vorm, de L-vorm, het meest geschikt. Dit is de vorm waarin aminozuren voorkomen in de voeding.

Granen, noten en zaden bevatten relatief weinig lysine. Peulvruchten bevatten daarentegen voldoende lysine, maar zijn weer arm aan methionine, de andere grondstof voor carnitine. Methionine zit in ei, vis, cottage cheese (natuurwinkel) en hüttenkäse.

Om een volwaardig pakket aan essentiële aminozuren binnen te krijgen moet in de vegetarische voeding voldoende variatie in de diverse plantaardige eiwitleveranciers worden aangebracht. Heeft iemand klachten door een carnitine en/of taurine tekort dan is suppletie (carnitine is in een vegetarische vorm verkrijgbaar) aan te bevelen. De natuurdiëtist kan u helpen bij bovengenoemde voedingspuzzel.

Literatuur en links:

Referenties:

Carnitine: Arrigoni-Martelli E, Caso V. ‘ Carnitine protects mitochondria and removes toxic acyls from xenobiotics’ Drugs Exp Clin Res. 2001;27 (1):27-49.
Bacurau RF, Navarro F, Bassit RA et al. ‘ Does exercise training interfere with the effects of L-carnitine supplementation?’ Nutrition 2003 Apr;19 (4):337-41.
Barlett K, Pourfarzam M. ‘ Defects of beta-oxidation including carnitine deficiency. Int Rev Neurobiol. 2002;53:469-516.
Hoppel C. ‘ The role of carnitine in normal and altered fatty acid metabolism’. Am J Kidney Dis. 2003 Apr;41 (4 Suppl 4):S4-12.
Krajcovicova-Kudlackova M et al: ‘ Correlation of carnitine levels to methionine and lysine intake’; Physiol. Rev. 49:399-402. 2000
Llansola M, Erceg S, Hernandez-Viadel M, Felipo V. ‘ Prevention of ammonia and glutamate neurotoxicity bij carnitine: molecularmechanisms’. Metab Brain Dis. 2002 Dec;17 (4):389-97.
Muller DM, Seim H, Kiess W et al. ‘Effects of oral L-carnitine supplementation on in vivo long-chain fatty acid oxidation in helathy adults’. Metabolism. 2002 Nov;51 (11):1389-91.
Pauly DF, pepine CJ. ‘The role of carnitine in myocardial dysfunction’. Am J Kidney Dis. 2003 Apr;41 (4 suppl 4):S35-43.
Tein I. ‘Carnitine transport:pathophysiology and metabolisme of known molecular defects’. J Inherit Metab Dis. 2003;26 (2-3):147-69.
Vaz FM, Wanders RJ.’Carnitine biosynthesis in mammals’. Biochem J. 2002 Feb 1;361 (Pt 3):417-29.
Proefschrift van A. Moesker. ‘ Complex regional pain syndrome, formerly called reflex sympathetic dystrophy, treatment with ketanserin and carnitine’.
Taurine: Aerts L, Van Assche FA. ‘ Taurine and taurine-deficiency in the perinatal period’. J Perinat Med. 2002;30 (4):281-6.
Hansen SH. ‘The role of taurine in diabetes and the development of diabetic complications’. Diabetes Metab Res Rev. 2001 Sep-Oct;17 (5):330-46.
Lima l, Obregon F, Cubillos S et al. ‘Taurine as a micronutrient in development and regeneration of the central nervous system’. Nutr Neurosci. 2001;4 (6):439-43.
Olive MF. ‘Interaction between and ethanol in the central nervous system’. Amino Acids.2002;23 (4):345-57.
Schaffer S, Takahashi K, Azuma J. ‘Role of osmoregulation in the actions of taurine’. Amino Acids. 2000;19 (3-4):527-46.
Schaffer S, Solodushko V, Azumuma J. ‘Taurine-deficient cardiomyopathy:role of phospholipids, calcium and osmotic stress. Adv Exp Med Biol. 2000; 2000:483:57-69.
Schuller-Levis GB, Park E. ‘Taurine: new implications for an old amino acid. FEMS Microbiol Lett. 2003 Sep 26:226 (2)195-202.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen