skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Integratieve geneeskunde bij borstkanker

Onder vrouwen tussen 30 en 59 jaar is het de meest voorkomende doodsoorzaak. Echter, driekwart van de vrouwen met borstkanker is ouder dan 50 jaar wanneer de diagnose gesteld wordt. Vanwege de enorme incidentie komt vrijwel iedere vrouw in aanraking met familieleden zoals moeders, zussen, tantes of bijvoorbeeld vriendinnen die de ziekte krijgen. Het roept allerlei vragen op, zoals “wat kan je zelf doen om de ziekte te voorkomen?” Hoewel mannen ook borstkanker kunnen krijgen, is deze veelal genetisch bepaalde vorm van kanker veel zeldzamer dan de vrouwelijke variant. In dit artikel wordt uitgegaan van borstkanker bij vrouwen. Het zet de huidige evidentie voor preventie en behandeling van borstkanker op een rij.

Borstkanker in twee groepen onderscheiden

Borsttumoren worden veelal in 2 groepen onderscheiden: de invasieve tumoren, waarbij de tumor doorgroeit in het onderliggende steunweefsel, en de tumoren die (in eerste instantie) beperkt blijven tot het klierweefsel van de borst (deze worden ‘in-situ’ of non-invasief genoemd). Wanneer de tumor ontstaat in een melkgang wordt er gesproken over ductaal carcinoom. Wanneer de kanker ontstaat in een melkklier, spreekt men van lobulair carcinoma. De meest voorkomende vorm van borstkanker in Nederland is invasief ductaal carcinoom, in circa 85% van de gevallen is er sprake van deze variant.

Risicofactoren

In circa 5% van de voorkomende borstkankers spelen erfelijke factoren een rol in het ontstaan van de ziekte. De meest bekende zijn afwijkingen aan genen die BRCA1 (BReastCAncer, op chromosoom 17) en BRCA2 (op chromosoom 13) genoemd worden. In veruit de meeste gevallen spelen leefwijze en andere omgevingsfactoren een rol. Uit onderzoek is gebleken dat veel vrouwen de rol van genen in het ontstaan van borstkanker overschatten, en de invloed van leefwijze onderschatten.
In de pdf onderaan dit artikel treft u de risico verhogende en verlagende factoren op een rijtje.

Kanker bevorderende voedingsmiddelen

Verschillende studies hebben aangetoond dat voeding vòòr de puberteit het risico op borstkanker beïnvloedt. Zo is er een verband gevonden tussen het eten van voeding met een hoge glycaemische lading en ook tussen het eten van rood vlees en borstkanker. Hoge plasmaniveaus van insuline en insulin-like growth factor (een belangrijke mediator voor celgroei, deling en differentiatie) zijn eveneens geassocieerd met het risico op borstkanker (en mogelijk het gevolg van deze voeding). De beschermende werking van veel groenten en fruit eten, is vooral bij postmenopausale vrouwen beschreven. Wat betreft de vetten uit de voeding: transvetzuren zijn positief gecorreleerd aan het risico op borstkanker, omega-3 vetzuren juist negatief. Alcohol verhoogt oestrogeen- en androgeen niveaus. Er is dan ook een positief verband gevonden tussen alcohol gebruik en borstkanker risico. Dit verband is sterker naarmate er meer alcohol wordt gedronken.

Per dag 1 uur bewegen verhoogt weerstand

Voldoende lichaamsbeweging heeft een beschermend effect op het ontstaan van borstkanker. Dit effect is aangetoond voor vrouwen van alle leeftijden in inmiddels ruim 60 publicaties uit diverse werelddelen. De schattingen van risico reductie lopen uiteen van 20 tot 80 procent. Hoewel het effect gevonden is voor vrouwen van iedere leeftijd, lijkt er een extra beschermende invloed te zijn van lichaamsbeweging gedurende de adolescentie en jonge volwassenheid (12-24 jaar). Dit is waarschijnlijk een gevolg van het modererende effect van beweging op de geslachtshormonen. Zo lijkt fysieke activiteit het oestrogeen metabolisme te beïnvloeden door zwakke oestrogeen metabolieten (zoals 2-hydroxyestronen) te bevoordelen.

Sommige studies suggereren dat de effecten van lichaamsbeweging samenhangen met de Body Mass index (BMI). Zo lijkt het effect van lichaamsbeweging het sterkst voor vrouwen met een normaal gewicht (BMI onder 25). Er blijkt daarnaast een verband te zijn tussen de mate van lichaamsbeweging en de risico reductie. De meeste auteurs adviseren circa een uur beweging per dag, maar minimaal 30 minuten. Een van de mechanismen die van invloed blijken is het verlagende effect van beweging op de insulin-like growth factor spiegel.

Blootstelling aan chemicaliën

Dioxinen en verwante stoffen zoals diverse pesticiden kunnen een hormoonverstorende werking hebben, ze functioneren als xeno-oestrogenen. Ze kunnen daarom van invloed zijn op processen die hormonaal gereguleerd worden en waarbij groeifactoren betrokken zijn, zoals de celdeling. Omdat xeno-oestrogenen in vet oplosbaar zijn stapelen ze zich in vetachtige weefsels zoals vlees, vis en zuivel. Onderzoeken op dit vlak zijn vooral associatief van aard. Zo is in studies gebleken bij dat vrouwen met borstkanker hogere organochlorine pesticiden niveaus in het serum aangetroffen werden dan in de gezonde controlegroep. Wat de directe invloed van deze stoffen op het ontstaan van borstkanker is, is tot op heden nog niet opgehelderd.

Slaapstoornissen verhoogt risico

In 2005 is een meta-analyse gedaan naar het verband tussen slaapstoornissen en borstkanker. Hieruit blijkt een verhoogd risico op borstkanker voor vrouwen die ’s nachts werken of ploegendienst draaien. Waarschijnlijk is dit verband te verklaren door een verminderde aanmaak van melatonine, wat oestrogeen niveaus kan verhogen, maar zeker is dit niet. Recent heeft vakcentrale FNV een oproep gedaan aan vrouwen met borstkanker die langdurig nachtwerk hebben verricht. Een woordvoerder zei dat het aantal reacties de verwachtingen ruim overtroffen. Er wordt wellicht een proefproces gestart om schadevergoeding te krijgen voor de getroffen vrouwen. In Scandinavische landen wordt borstkanker na langdurig nachtwerk als een beroepsziekte gezien.

Preventie met natuurvoeding

De laatste jaren is er een enorme hoeveelheid onderzoek verschenen naar de rol van voeding in de preventie van kanker. Hoewel deze invloed per type kanker verschillend kan zijn (bij darmkanker is de rol van voeding in de preventie bijvoorbeeld veel groter dan bij leukemie), is de algemene aanname momenteel dat voeding dezelfde invloed heeft op het ontstaan van kanker als roken: circa 30% van de kankers kan (mede) ontstaan als gevolg van het voedingspatroon.
Richard Belivreau is hoogleraar kankerpreventie en biochemicus aan de Universiteit van Montreal in Canada. Belivreau en zijn medewerkers onderzoeken de rol van voeding bij kanker, en vooral de invloed van diverse fytochemicaliën. Dit is een uitgebreid scala van stoffen die voorkomen in groenten en fruit en niet in de categorieën vitamines of mineralen vallen.

Volgens Belivreau gaan deze fytochemicaliën de progressie en proliferatie van micro-tumoren tegen door DNA beschadiging tegen te gaan, directe cytotoxische effecten op tumorcellen te hebben, of door angiogenese (vorming van nieuwe bloedvaten) van tumoren af te remmen. Zo blijkt indole-3-carbinol uit kruisbloemigen (koolsoorten zoals broccoli, bloemkool en spruitjes) sterke antiproliferatie activiteit tegen borstkankercellen te hebben. Ook blijkt uit verschillende studies dat indole-3-carbinol apoptose (celdood) kan induceren in borstkankercellen en het oestrogeenmetabolisme kan wijzigen ten gunste van ‘zwakke’ oestrogeen metabolieten (zoals 2-hydroxyestronen).

Onderzoekers Terry en Wolk schrijven in het Journal of the American Medical Association (JAMA, 2001) dat het dagelijks eten van 1 à 2 porties van deze kruisbloemigen het risico op borstkanker met circa 30% kan verlagen. Dit onderzoek is uitgevoerd met postmenopausale vrouwen, de groep die het grootste risico loopt op borstkanker. Op basis van de huidige studies sponsort het Amerikaanse National Institutes of Health momenteel klinisch onderzoek naar borstkankerpreventie met indole-3-carbinol (I3C). Indole-3-carbinol is ook te verkrijgen als voedingssupplement. Hoewel deze supplementen over het algemeen goed verdragen worden verdiend het toch de aanbeveling I3C via verse biologische groenten binnen te krijgen. Er is onvoldoende bewijs voor de veiligheid van I3C supplementen op de lange termijn. Daarnaast is er weinig bekend over de effectiviteit van deze supplementen.

Vetzuren & Soja

Op gebied van voedingsvetzuren lijken omega-3 vetzuren het risico op borstkanker in premenopausale vrouwen te verlagen. Dit is waarschijnlijk het gevolg van de mogelijkheid van omega-3 metabolieten om oestrogeen receptor binding te wijzigen, in het voordeel van zwakkere oestrogeen metabolieten (2-hydroxyestronen).
Met isoflavonen, coumestanen en lignanen uit soja zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. In-vitro blijken deze chemicaliën uit soja een remmend effect op de proliferatie van borstkankercellen te hebben. Ook wijzigen deze stoffen het oestrogeen metabolisme ten gunste van 2 hydroxyestronen. Het is echter onbekend wat de effectieve dagdosering in vrouwen is. Vrouwen kunnen gerust wat soja eten, maar kunnen geisoleerde soja-isoflavonen supplementen beter ongemoeid laten. Ook hier geldt dat de veiligheid van supplementen op de lange termijn niet gegarandeerd is, daarnaast bleek in onderzoek dat veel commerciële producten niet de hoeveelheid isoflavonen bevatten die gedeclareerd werden op het etiket. De epidemiologische onderzoeken waaruit bleek dat soja consumptie het risico op borstkanker verlaagd, zijn hoofdzakelijk in Azië uitgevoerd.

Zaden & Specerijen

Gemalen lijnzaad bevat ook verschillende fytochemicaliën, waaronder de fyto-estrogene lignanen. Daarnaast bevat lijnzaad het omega-3 vetzuur alfa-linoleenzuur. Studies hebben aangetoond dat lijnzaad aromatase activiteit afremt. Aromatase is een (groep) enzym dat androgenen uit vetweefsel kan omzetten in oestrogenen. Het eten van een muffin met daarin 25 gram lijnzaad, bleek het risico op borstkanker te verlagen, en daarnaast tumorgroei te inhiberen. Ditzelfde effect werd gevonden in een studie waar vrouwen dagelijks 2 eetlepels (10 gram) gemalen lijnzaad aten.

Geelwortel of kurkuma is een specerij dat veel in de Oosterse keuken gebruikt wordt. Studies lieten zien dat de werkstof curcumine een sterke inhibitoire werking heeft op aromatase enzymen. Geelwortel kan rijkelijk in de voeding gebruikt worden, de (slechte) opname kan verbeterd worden door wat peper toe te voegen aan het gerecht.
In een meta-analyse uit 2005 blijkt dat het drinken van enkele kopjes groene thee per dag het risico op borstkanker verlaagd. Ook hier wordt verwacht dat stoffen uit groene thee invloed uitoefenen op de aromatase activiteit en estrogeen metabolisme.

Vitamine D tekort door weinig zonlicht

Vitamine D deficiëntie is in meerdere studies geassocieerd met een verhoogd risico op kanker, waaronder borstkanker. Ook in Nederland blijken tekorten in deze vitamine vaker voor te komen dan gedacht. Het toegenomen gebruik van anti-zonnebrandmiddelen is voor sommige auteurs ook aanleiding tot zorg betreffende vitamine D deficiëntie. Het kan verstandig zijn de vitamine D status van vrouwen te beoordelen en eventueel een supplement te adviseren.

Complementaire behandeling bij borstkanker

Reguliere behandeling bestaat meestal uit chirurgisch ingrijpen, radiotherapie en/of chemotherapie. Ook worden hormoonbehandelingen, immuuntherapie en angiogeneseremmers gebruikt. De behandeling is afhankelijk van de specifieke situatie: de grootte en soort tumor, eventuele metastasering en meer. Hoewel deze behandelingen ingrijpend kunnen zijn en aanleiding kunnen geven tot diverse onplezierige bijwerkingen (misselijkheid, haarverlies, vermoeidheid zijn enkele veelvoorkomende) vergroten ze de overlevingskansen van de patiënt aanzienlijk.

De overlevingskansen van borstkankerpatiënten zijn daarom de laatste decennia sterk gestegen. Overigens zijn er ook voorbeelden dat complementaire zorg de effectiviteit van reguliere behandeling vergroot of kans op bijwerkingen vermindert. Zo blijkt uit onderzoek van de Mount Sinai School of Medicine dat een hypnose behandeling van 15 minuten voorafgaand aan borstchirurgie minder pijn, angst, pijnmedicatie en misselijkheid opleverden ten opzichte van de controlegroep. Ook scores op affect schalen van deze patiënten waren beter bij ontslag uit het ziekenhuis.

Integratieve oncologie

Volgens David Rakel, schrijver van het standaardwerk ‘Integrative medicine’ kan integratieve oncologie gedefinieerd worden als de omvattende, evidence-based benadering van zorg bij kanker die gericht is op alle betrokkenen, op ieder niveau van hun leven. Het gaat hier dus niet enkel om de biomedische of psychosociale aspecten van de patiënt, maar betrekt hierin ook de behandelaar en de sociale omgeving/partner van de patiënt in hun specifieke culturele en systemische context. Integratieve oncologische zorg is daarmee niet een vervanging van de reguliere zorg, maar omvat deze en bouwt hierop uit.

Matthew Mumber, arts en schrijver van het boek ‘Integrative oncology’ verdeelt complementaire behandelingseffecten in twee hoofdgroepen, die hij translationeel en transformationeel noemt. Translationele effecten zijn bijvoorbeeld de beschreven effecten van een bepaalde interventie, zoals een toegenomen fysieke flexibiliteit bij het regelmatig beoefenen van lichamelijke rekoefeningen. Transformationele effecten van een interventie zijn de mogelijkheid dingen met andere ogen te zien, een zeer individuele verschuiving van perspectief, een die bijdraagt aan een gevoel van zingeving en vervulling. Interventies met een transformationele insteek zijn meestal niet goed te kwantificeren, meten of definiëren. De uitkomst is vaak moeilijk te beschrijven en is deel van een uiterst persoonlijke ervaring.

Daarom is het primaire criterium van transformationele interventies de veiligheid. Veiligheid wordt dan beoordeeld aan de hand van gegevens over de kwaliteit van de behandelaar, de methoden, kosten en tijd die de patiënt investeert. Translationele behandelingen kunnen meestal wel op basis van beschikbaar bewijs beoordeeld worden, deze bewijslast is te vergelijken met die van reguliere behandelingen. Soms bevatten complementaire behandelingen aspecten van zowel translationele als transformationele aard. In dat geval is het zinvol aandacht te besteden aan de doelen die de patiënt wil bereiken met een behandeling.

Wanneer de patiënt bijvoorbeeld slaapproblematiek wil bestrijden door een yoga behandeling (een translationeel doel), dan kan de interventie beoordeeld worden op basis van veiligheid en effectiviteit inzake deze indicatie. Wanneer de patiënt een methode zoekt waarbij op basis van lichaamswerk en meditatie zijn zelf-inzicht vergroot kan worden, is het primaire criterium de veiligheid van de behandeling met betrekking tot de specifieke situatie van de patiënt.

Voeding uit een multi pil

Veel patiënten met borstkanker zoeken hulp in het complementaire circuit (volgens de meeste reviews liggen schattingen tussen 25 en 75%), door bijvoorbeeld een orthomoleculaire behandelaar te raadplegen. Het gevolg kan zijn dat patiënten grote hoeveelheden supplementen slikken, die mogelijk kunnen interacteren met de reguliere behandeling. Het is daarom altijd raadzaam de oncoloog op de hoogte te stellen van het gebruik van supplementen en deskundig advies te raadplegen voor er tot het gebruik van hooggedoseerde supplementen wordt overgegaan.

Over het slikken van supplementen met anti-oxidanten naast radio- of chemotherapie is redelijk wat controverse. Theoretisch zouden anti-oxidanten de effectiviteit van reguliere therapie kunnen verminderen. Er is bewijs pro- en contra dit argument. Uit veiligheidsoverwegingen kan het slikken van hoge doses anti-oxidanten in de vorm van supplementen daarom in het algemeen wellicht het beste afgeraden worden.
Op gebied van supplementen als interventie bij borstkanker zijn interessante studies gedaan (zoals bijvoorbeeld met melatonine, calcium-d-glucaraat en co-enzym Q10). Het is echter nog te vroeg om deze stoffen aan te bevelen aan patiënten met borstkanker. Eerst is er veel meer informatie nodig betreffende de doseringen en veiligheid van deze stoffen. Ook grootschalige klinische studies ontbreken veelal nog.

Lichaamsbeweging geeft minder vermoeidheid

Als complementaire therapie is lichaamsbeweging tijdens een reguliere borstkankertherapie goed gedocumenteerd. In diverse studies werden verschillende manieren van lichaamsbeweging onderzocht. Een gecontroleerde studie vond bijvoorbeeld dat drie maal 1 uur een groepsles aerobics (cardiovasculaire training) per week de misselijkheid die patiënten ervoeren significant lager was in de interventiegroep vergeleken met de controlegroepen (3 maal 1 uur lichte rekoefeningen of een groep zonder lichaamsbeweging).

Ook bleek in een vergelijkbare studie minder vermoeidheid op te treden. Drie tot 5 uur wandelen per week blijkt de kwaliteit van het leven van de patiënt op diverse punten te verbeteren. Enkele uitkomstmaten waren verminderde gevoelens van depressie en angst, minder vermoeidheid, een betere lichamelijke conditie en een positiever zelfbeeld. Ook training met gewichten (fitness training) kan een positieve bijdrage leveren aan de lichamelijke fitheid en het welbevinden van de patiënt. Het is daarom zinvol borstkankerpatiënten aan te moedigen lichamelijk actief te blijven, op een manier die bij hen past.

Stressvermindering door lichaamsmassage & meditatie

Sociologisch onderzoek toonde aan dat veel vrouwen met borstkanker zich sterk voordoen en het sociaal niet acceptabel vinden angst, woede of negatieve emoties te tonen. Daarnaast blijkt uit studies dat angst, depressie en gevoelens van onmacht relatief veel voorkomen. Gemiddeld lijdt 30% van de borstkankerpatiënten aan een depressie, en wordt deze vaak onvoldoende onderkend door de behandelaar. Depressie bij kanker is vaak goed te behandelen, mits juist gediagnosticeerd. Op gebied van stress reductie zijn er diverse complementaire behandelingen onderzocht.

Zo blijkt lichaamsmassage stress, angst en pijn te verminderen en de stemming te verbeteren. Voor aromatherapie is dit eveneens aangetoond. Meditatie, ademhalingsoefeningen en yoga kunnen angst en pijn verminderen. Ook het bijhouden van een dagboek of deelname aan psychotherapie of lotgenoten steungroepen kunnen bijdragen aan stress verminderen en het verbeteren van de kwaliteit van leven. Individuele psychotherapie kan ook pijnverminderend werken en lijkt kosten van verdere behandeling te besparen.

Positieve invloeden van yoga

Yoga therapie kent vele voordelen die voor borstkankerpatiënten van waarde kunnen zijn. Het draagt bij aan flexibiliteit en kracht, vergroot het uithoudingsvermogen, balans en botdichtheid en zorgt voor ontspanning en gewichtsbeheersing. Onderzoek toonde aan dat yoga een positieve invloed heeft op het immuunsysteem, de spijsvertering, stemming, bloedcirculatie en slaap. Vanwege de positieve onderzoeken bij kankerpatiënten zijn er steeds meer opleidingen voor yogadocenten beschikbaar die zich richten op het behandelen van of lesgeven aan kankerpatiënten.

Behandeling van bijwerkingen

Conventionele behandelingen kunnen aanleiding zijn voor bijwerkingen. Veelvoorkomende bijwerkingen zijn vermoeidheid, angst, misselijkheid, pijn en lymfoedeem. Deze bijwerkingen kunnen tevens een reden zijn om complementaire hulp te zoeken. Bij vermoeidheid lijken vooral lichaamsbeweging en stress-reducerende behandelingen effectief. Een op het individu afgestemd voedingsadvies zoals de natuurdietisten doen kan zeer nuttig zijn, blijkt uit een enkele studie.De natuurdiëtist kan samen met u een praktisch voedingsadvies ontwerpen met de laatste wetenschappelijk inzichten (zoals genoemd in de boeken van David Servan-Schreiber en Richard Belivreau). Uitgebreide praktische tips om uw weerstand te vergroten, de lever te ondersteunen bij chemotherapie en de voeding af te stemmen op bijwerkingen van bestraling.

Om angst te reduceren zijn stressreducerende interventies het meest effectief. Muziektherapie, healing en acupunctuur lijken hier veelbelovend.
Acupunctuur is de meest effectieve complementaire behandeling van misselijkheid. Ook in de behandeling van pijn is acupunctuur effectief, naast stressreducerende behandelingen zoals lichaamsmassage, aromatherapie en yoga. Bij lymfeoedeem is een door een deskundige uitgevoerde lymfe drainage massage de meest effectieve complementaire behandeling

Samenvattend

Hoewel er momenteel geen complementaire therapie is waarvan in wetenschappelijk onderzoek is aangetoond dat het borstkanker kan genezen, blijkt uit onderzoek wel dat diverse complementaire interventies positieve effecten op de preventie of behandeling van borstkanker kunnen hebben. Door gebruik te maken van complementaire therapie kan de kwaliteit van leven van de patiënt verbeteren en bijwerkingen van reguliere oncologie verminderen.

Veel patiënten vinden het prettig zelf ook een bijdrage een hun genezing te kunnen leveren. Door complementaire behandelingen kunnen zij geholpen worden weer grip krijgen op een situatie die allerlei emoties oproept. Een boek waarin, naast een indringend persoonlijk verhaal, ook uitgebreide voedingssuggesties, bewegingstips en meer staan is “Antikanker, een nieuwe levensstijl”, van David Servan-Schreiber. Dit boek geeft een mooi beeld van de strijd van een kankerpatiënt, en tegelijkertijd praktische tips om zelf weer wat regie te voeren over het leven.

Tenslotte spreekt het voor zich dat het in het belang van de patiënt is dat iedere complementaire behandeling in goed overleg met de behandelende oncoloog uitgevoerd dient te worden. Daarnaast is dit voor reguliere zorgverleners een goede gelegenheid te zien wat complementaire hulp wel of juist niet voor hun patiënten kan betekenen. Die ervaring kan ook voor anderen van waarde zijn.
Christianne Vink (biologisch psychologe)

Literatuur en links:

Referenties

Matthew P. Mumber, Integrative Oncology: Principles and Practice, Taylor and Francis Publishers, 2005 Informa Health Care

Montgomery GH, Bovbjerg DH, Schnur JB, David D, Goldfarb A, Weltz CR, Schechter C, Graff-Zivin J, Tatrow K, Price DD, Silverstein JH. (2007) A randomized clinical trial of a brief hypnosis intervention to control side effects in breast surgery patients. J Natl Cancer Inst. 2007 Sep 5;99(17):1304-12.

Galvao, D. A., & Newton, R. U. (2005). Review of exercise intervention studies in cancer patients. [Review]. Journal of Clinical Oncology, 23(4), 899-909.

Rakel, David Integrative Medicine 2nd petitiën Saunders Elsevier, 2007

Cijfermateriaal Nederland: RIVM rapportage kengetallen gezondheidszorg.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen