skip to Main Content
Kenniscentrum met meer dan 2000 artikelen over gezondheid!BEKIJK ALLE ONDERWERPEN

Gezondheidsvoordelen schapenmelk?

Een woordvoerder van het Voedingscentrum over de verschillende melkvarianten: “Bij koemelkallergie ontraden we geitenmelk, omdat er een grote kans is dat u dan ook allergische reacties krijgt. Bij andere melksoorten, zoals paarden-, ezelinnen- en schapenmelk is die kans veel minder groot, dus die soorten zou u bij koemelkallergie voorzichtig kunnen proberen. Bij lactose-intolerantie ontraden we alle dierlijke melksoorten, omdat ze allemaal lactose bevatten”.

Lactosewaarde

Voor lactosewaardes zijn geen grote verschillen gevonden. De buitenlandse literatuur laat zien dat schapenmelk gemiddeld 10g/kg meer lactose heeft dan geitenmelk en koeienmelk. De lactosewaardes gevonden in de Nederlandse literatuur over geiten en koeien wijken niet af van de buitenlandse literatuur [1].

Vetgehalte

Van koemelk liggen de meeste waardes in de buitenlandse literatuur tussen 35 en 40 g/kg. De hoge uitschieters 50 en 51,4 zijn waarnemingen afkomstig van Jersey-koeien. Duidelijk is dat schapenmelk de hoogste vetgehaltes heeft, ongeveer 40-100% hoger dan in geiten- en koeienmelk. Gehaltes bij de geit en koe liggen rond hetzelfde gemiddelde, alleen hebben de gehaltes in geitenmelk een bredere spreiding [1].

De Nederlandse gegevens over het vetgehalte in schapenmelk lopen nogal uiteen (49,15 tot 74g/kg). Volgens Verkaik et al. (2006) ligt het gemiddelde vetgehalte van 4 biologische schapenbedrijven tussen 49,15 en 54,22. Dit ligt behoorlijk onder het gemiddelde vetgehalte uit buitenlandse literatuur (60-82g/kg).
Voor de Nederlandse situatie geldt dus ook dat het vetgehalte hoger is in schapenmelk dan in geiten-en koeienmelk. Het verschil lijkt echter minder groot te zijn dan in het buitenland (nl. 40-85%).

Melk- en yoghurtproducten van schapenmelk bevatten aanmerkelijk hogere hoeveelheden van bijvoorbeeld CLA dan dezelfde producten gemaakt van koemelk [1].

Uit de directe vergelijkingen blijkt dat het Omega-6 % het hoogst is in schapenmelk gevolgd door geitenmelk en dan koeienmelk. Als we alle gegevens van Omega-3 tegelijk bekijken kan voorzichtig gesteld worden dat schapenmelk een hoger percentage Omega-3 in het totaal aan vetzuren bevat. Schapenmelk heeft de laagste verhouding Omega-6/-3 (meest gunstig), in geitenmelk is deze hoger en koemelk heeft de hoogste verhouding [1].

In een grote literatuurstudie (Park et al., 2007) heeft men gevonden dat schapenmelk samen met geitenmelk het grootste aantal kleinste vetglobulines van <3,5μm bevat. Sommige studies geven
zelfs aan dat 65% van de vetglobulines in schapenmelk kleiner zijn dan 3μm. Dit zou goed zijn voor de verteerbaarheid en leiden tot een efficiėnter vetmetabolisme in vergelijking met koemelk [1].

Eiwitgehalte

Wat betreft eiwit in schapenmelk vallen de meeste waardes (buitenland) tussen 50 en 60g/kg. De eiwitwaardes in koemelk liggen dicht bij elkaar. De meeste vallen tussen 32-35 g/kg. De eiwitwaardes voor geitenmelk liggen ietsje hoger. Voor eiwit liggen de waardes gevonden in de Nederlandse literatuur, voor alle besproken melksoorten, dicht bij de gemiddelden gevonden in de buitenlandse literatuur [1].

Caseļne is een eiwit dat medebepalend is voor de hoeveelheid kaas die van melk gemaakt kan worden. Uit de onderzoeken (uit het buitenland), waarin naar caseļne gekeken is, blijkt dat schapenmelk tot 2x meer caseļne bevat dan geiten- en koeienmelk [1].

Of een persoon wel of niet tegen schapen- geiten- of koeienmelk kan is afhankelijk van het eiwit waarvoor de persoon allergisch is en of dit eiwit in de melk van de betreffende diersoort voorkomt.

Vitaminen en mineralen

In de gevonden onderzoeken is niet zo vaak gekeken naar vitamines en mineralen. Per onderdeel zijn er dan ook maar weinig gegevens beschikbaar. Voor vitamines zijn alle gegevens afkomstig uit literatuuronderzoeken waarin waarschijnlijk ook verschillenden meetmethodes gebruikt zijn.

Voor vitamine A liggen de gevonden de waardes behoorlijk ver uit elkaar. Schapenmelk bevat meer vitamine A dan geiten- en koeienmelk. Dit is ook het geval voor vitamine B1, B 2, B3, B5, B6 en B 12 [1].

Voor vitamine C zijn zeer uiteenlopende waardes gevonden, maar alle bronnen geven een duidelijk hoger gehalte aan in schapenmelk dan in geitenmelk en koemelk. Voor vitamine D geven beide bronnen flink hogere waardes aan in schapenmelk, nl. ruim 3,5x zoveel als in geiten en koeienmelk. Orootzuur of vitamine B13 zit volgens Wehrmuller et al. (2008) vele malen meer in koemelk dan in schapenmelk [1].

Er zit ruim 30% meer calcium in schapenmelk dan in geitenmelk en ruim 70% meer dan in koemelk. Schapenmelk bevat bijna 40% meer magnesium dan geitenmelk en 85% meer dan koemelk. Alle gebruikte bronnen die Fosfor bekeken, geven bijna gelijke waardes voor geiten- en koeienmelk. Voor ijzer, koper, jodium en zink zijn twee bronnen gevonden, Park et al. (2007) en Raynal-Ljutovac et al. (2008). De waardes die zij vinden zijn tegenstrijdig waardoor geen conclusie te trekken is [1].

Voeding van schaap heeft invloed op samenstelling melk

In veel van de geraadpleegde bronnen wordt gevonden dat voeding de belangrijkste invloed heeft op de vetzuursamenstelling van schapenmelk (Tsiplakou et al., 2006a, Addis et al., 2005, Tsiplakou et al., 2006b, Tsiplakou en Zervas, 2008, Tsiplakou et al., 2008, Slaghuis en De Wit, 2007, Elgersma, 2010 en Prandini et al., 2007).

Weidegang blijkt hier een cruciale rol in te spelen. Er werd in dit kader gekeken naar bijvoorbeeld het CLA-gehalte in schapenmelk. Dit is hoog, maar ook biologische producten van andere diersoorten hebben onder invloed van weidegang, een hoog CLA-gehalte. Dit is in overeenstemming met de grote invloed van voeding op de vetzuursamenstelling die gevonden is bij geiten en koeien (Chillard en Ferlay, 2004, resp. de Vries en de Wit 2007b) [1].

Commentaar Natuurdiėtisten Nederland

Niet iedere melk is hetzelfde met betrekking tot de caseļne (eiwit) die het bevat. Verschillende soorten melk zijn onder te verdelen in twee groepen: A1 en A2. Zo bevat koemelk bijvoorbeeld andere caseļne dan geiten-, schapen- en paardenmelk. Koemelk heeft ongeveer 32 gram eiwit, waarvan 82% caseļne en 18% wei.

Tot nu toe zijn er vier subklassen caseļne ontdekt: alfa-s1-, alfa-s2-, bčta- en kappacaseļne. De caseļne uit koemelk bestaat voornamelijk uit 25-30% bčtacaseļne. Van dit laatste type caseļne zijn dertien genetische varianten gevonden, waarvan type A1 en A2 het meest voorkomen. Het verschil tussen A1 en A2 zit hem in kleine stofjes: histidine, dat in A1 voorkomt en proline in A2.

Het blijkt dat het enzym elastase uit de pancreas, de bčtacaseļne A1 op de histidineplek kan splitsen. Daarbij wordt de peptide BCM-7 (betacasomorfine-7) er afgehaald. Het in het spijsverteringskanaal vrijgekomen BCM-7 is een zeer krachtige opioļd en oxidant en wordt gezien als de boosdoener bij veel klachten. De meeste koeien (75%) in de wereld (ook in Nederland) produceren A1-melk. Guernsey- en Jersey-koeien produceren A2-melk. Geiten- en schapenmelk bevatten bčtacaseļne type A2.

Een studie liet zien dat A1-melk aanleiding gaf tot dunnere ontlasting, buikklachten en pijn terwijl A2-melk dat niet deed. De studie werd gepubliceerd in het European Journal of Clinical Nutrition [3]. Opmerkelijk is dat de EFSA in haar rapport stelt dat het relatief grote BCM-7-molecuul de darmwand niet gemakkelijk kan passeren, tenzij sprake is van een verhoogde darmpermeabiliteit. Dit kan erop wijzen dat mensen met een leaky gut eerder problemen ondervinden van zuivel.

Tot nu toe zijn er slechts enkele kleine humane studies uitgevoerd naar de effecten van A2-melk op darmklachten of indirecte metingen hiervan. Er zijn grotere en meer betrouwbare onderzoeken nodig om te onderbouwen of A2-melk bij sommige mensen daadwerkelijk minder darmklachten geeft dan gewone zuivel (los van lactose-intolerantie of koemelkallergie).

Bij andere melksoorten, zoals paarden-, ezelinnen- en schapenmelk is die kans op klachten veel minder groot, dus die soorten zou u bij koemelkallergie voorzichtig kunnen proberen. Er zijn naast allergie (type IgE) echter ook andere soorten reacties mogelijk (ook op schapenmelk) zoals een vertraagde IgG-voedselallergie (type III). Vaak blijven deze voedselreacties onopgemerkt omdat de symptomen over het algemeen pas na een paar uur of zelfs dagen na het eten van een bepaald voedingsmiddel optreden. Dat maakt het extreem moeilijk om het voedingsmiddel te identificeren.

De darmwand kan worden beschadigd en kan lekken als gevolg van stress, infecties of medicijnen. Zo kunnen voedingsdeeltjes in de bloedbaan terecht komen. Het immuunsysteem denkt dat dit (ten onrechte) schadelijke stoffen zijn en produceert specifieke antilichamen (IgG-antistoffen). Dit kan leiden tot de vorming van immuuncomplexen die zich vervolgens vestigen in een deel van het lichaam, waar het de reacties veroorzaakt.

Enkele voorbeelden van een vertraagde IgG-voedselallergie (type III) zijn:
Ziekte van Crohn, diarree, obstipatie, Colitus ulcerosa, maagzuur, ulcus, hernia diaphragmatica, Chronisch VermoeidheidsSyndroom (CVS), hoofdpijn/migraine, reumatische problemen, autisme, ADHD, overgewicht/ondergewicht, huidproblemen: eczeem en psoriasis .

Een Natuurdiėtist kan u helpen bij het identificeren van dit type (typeIII) IgG-voedselallergiereacties met behulp van een bloedtest.

Lees ook op onze site; Melk van gehoornde en onthoornde koeien

Literatuur en links:

[1] Gezondheidsvoordelen van schapenmelk; Wageningen UR; http://edepot.wur.nl/170181
[2] Gezondheidsvoordelen van geitenmelk; https://www.natuurdietisten.nl/kenniscentrum/kinderen-en-natuurvoeding/geitenmelk/
[3] Eur J Clin Nutr. 2014 Sep;68(9):994-1000. doi: 10.1038/ejcn.2014.127. Epub 2014 Jul 2.
Comparative effects of A1 versus A2 beta-casein on gastrointestinal measures: a blinded randomised cross-over pilot study. Ho S, Woodford K, Kukuljan S, Pal S. Nutr J. 2016 Apr 2;15:35. doi: 10.1186/s12937-016-0147-z.
[4] Effects of milk containing only A2 beta casein versus milk containing both A1 and A2 beta casein proteins on gastrointestinal physiology, symptoms of discomfort, and cognitive behavior of people with self-reported intolerance to traditional cows’ milk. Jianqin S, Leiming X, Lu X, Yelland GW, Ni J, Clarke A. Nutrients. 2017 Jan 28;9(2). pii: E94. doi: 10.3390/nu9020094.
[5] A2 Milk Enhances Dynamic Muscle Function Following Repeated Sprint Exercise, a Possible Ergogenic Aid for A1-Protein Intolerant Athletes? Kirk B, Mitchell J, Jackson M, Amirabdollahian F, Alizadehkhaiyat O, Clifford T.
[6] Review of the potential health impact of β-casomorphins and related peptides 1. Report of the DATEX Working Group on β-casomorphins. EFSA, 29 January 2009.
[7] Heck J, Schennink A, van Valenberg H et al. Effects of milk protein variants on the protein composition of bovine milk. J Dairy Sci 2009;92:1192-1202.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen