skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1500 artikelen over gezondheid!

Boekrecensie ‘Kanker voorkomen doe je ook zelf’

Kanker voorkomen doe je ook zelf van David KhayatKhayat zet met het boek ‘Kanker voorkomen doe je ook zelf’ in op preventie. Want ook al heeft u aanleg voor kanker, door zelf maatregelen te nemen kunt u de kans om uiteindelijk kanker te krijgen, verminderen. Hij brengt in het boek voor het merendeel wetenschappelijke feiten en vertaalt die naar praktische adviezen. Op het gebied van voeding, maar ook op het vlak van leefstijl, zoals beweging, het gebruik van diesel, roken en e-sigaretten.

Enkele van de adviezen zijn nog niet hard bewezen, maar wil hij de lezer niet onthouden. Zo heeft hij sterk de indruk dat broccoli een ‘superfood’ is tegen kanker en dat de stoffen in broccoli (glucosinolaat of sulforafaan) een beschermend effect hebben.

Uiteindelijk komt hij in het boek tot een top 7 van “superfoods” tegen kanker (granaatappel, knoflook, selenium, kurkuma, quercitine, groene thee en broccoli), aanbevelingen per type kanker en zelfs 20 gouden antikankertips. Daarnaast is er een hoofdstuk waarin hij duidelijk maakt dat een gelukkig leven ook een grote impact kan hebben op de gezondheid.

Maar wanneer u aan het eind van het boek bent, komt toch het besef dat ondanks alle tips die u kunt opvolgen, u nog steeds kanker kunt krijgen. Maar dat realiseert Khayat zich ook en hij relativeert zelf de impact van het opvolgen van al zijn adviezen. Het is duidelijk; hij wil geen valse hoop wekken.

Het is een lekker leesbare boek met een samenvatting van de stand van de wetenschap met daarbij een praktische vertaling. Een minpunt is dat er bij de vertaling geen deskundige op voedingsgebied is ingeschakeld, want dan kwamen de gehaltes van voedingsstoffen uit de NEVO tabel en waren de typisch Franse (merk)producten vervangen door Nederlandse.

Ook vanuit de natuurdiëtisten oogpunt gezien rammelen de voedingsadviezen en druisen in tegen de orthomoleculaire visie.

Zelf de touwtjes in handen nemen

De meeste mensen worden passief nadat ze hebben gehoord dat ze kanker hebben, en dragen de regie over hun leefstijl in ieder geval tijdelijk over aan de medische machinerie, die hopelijk hun ziekte zal genezen. Een ruime minderheid reageert echter anders en neemt graag zelf zo veel mogelijk de touwtjes in handen.

Een gezondere leefstijl verbetert hun perspectieven, denkt die minderheid. Op zich is dat correct, volgens studies, maar niet als die verandering van leefstijl vooral neerkomt op het gebruik van supplementen. Oncologen spreken hun bezorgdheid hierover uit.

In NRC Handelsblad van vrijdag 3 april verscheen het artikel: ‘Vette vis en chemotherapie gaan niet goed samen (1). Utrechtse oncologen hadden al bij muizen gezien dat specifieke vetzuren afweercellen kunnen activeren die er vervolgens voor zorgen dat tumorcellen ongevoelig worden voor de werking van chemotherapie met het middel Cisplatinum.

Remming behandeling

Visolie- en Omega 3-capsules blijken deze specifieke vetzuren te bevatten. Bij gezonde proefpersonen werd gezien dat de bloedspiegel na inname 20 keer zo hoog was als normaal. Ook na het eten van vette vis als makreel en haring bleek dit zo, in tegenstelling tot zalm en tonijn. Na 24 uur waren de vetzuren weer uit het bloed verdwenen.

Bij de muizen bleek een lage concentratie van het vetzuur al te leiden tot een ernstige remming van de chemotherapie. Het is lastig om dit bij mensen te testen, je kunt mensen moeilijk vragen om een zware behandeling met chemotherapie te ondergaan in combinatie met een mogelijk remmende werking (2).

Visolie tijdens chemotherapie

Kankerpatiënten gebruiken vaak voedingssupplementen om hun algehele gezondheid te optimaliseren. Maar wat een mogelijk gunstig effect heeft bij gezonde mensen is juist schadelijk voor patiënten die behandeld worden met chemotherapie. Het onderzoek heeft geleid tot het advies aan kankerpatiënten om tijdens behandeling met chemotherapie geen visoliecapsules te gebruiken.

Ook bij het gebruik van andere supplementen waaronder alternatieve medicatie of homeopathische middelen wordt het gebruik door oncologen ontraden op de eerste dagen na de chemotherapie, omdat meestal niet is onderzocht of er interactie is met chemotherapie.

Commentaar NDN

De vraag is of oncologen voor alle supplementen een negatief advies moeten geven aan patiënten.
Khayatt is zelf als oncoloog helemaal niet negatief over suppletie. Over sommige is hij zelfs enthousiast zoals: selenium, qeurcitine, groene thee, kurkuma, B 6 en methionine. Wel suggereert hij dat het geadviseerd moet worden door deskundigen die verstand van zaken hebben.

Daar zijn wij het helemaal mee eens; het kind met het badwater weggooien is geen goede wetenschap bedrijven. De vraag is ook of oncologen voldoende verstand van voeding, voedingssupplementen en voldoende biochemische kennis hebben van deze aparte tak binnen de voedingsgeneeskunde om patiënten goed te adviseren?

We laten u graag nog wat onderzoeken zien die het noodzakelijk maakt de juiste discussie te voeren i.p.v. patiënten bang te maken voor alle vormen van suppletie. Cocktails van reguliere medicatie zijn ook nog lang niet allemaal in kaart gebracht en daar wordt minder angstvallig voor gewaarschuwd en worden ook niet altijd gemeld bij het Lareb.

Meten van een nutriëntenprofiel

Natuurdietisten (orthomoleculair geschoold) pleiten voor het meten van een nutriëntenprofiel, vetzurenprofiel in het bloed. Dat geeft meer duidelijkheid en dan worden tekorten en een biochemische onbalans zichtbaar. Dit wordt nog veel te weinig gedaan (ook binnen de oncologie). Bijvoorbeeld een genetische afwijking van bijvoorbeeld een foliumzuurmetabolisme (omzetting in actieve vorm 5-methyltetrahydrofolaat) kan negatieve gevolgen hebben bij een chemokuur door een slecht functionerend methylering.

L-Glutamine

Bijwerkingen van chemo-en radiotherapie, vooral de slijmvlies(mucositis)problemen, zich klinisch manifesterend in pijn in de mond, slikklachten, diarree en gewichtsdaling, maar ook de perifere polyneuropathie, ototoxiciteit en myocard schade, hebben niet alleen een ongewenst zeer nadelige invloed op de inname en absorptie van voedsel (Green e.a. 2010) maar ook op de kwaliteit van leven (Keefe e.a. 2007). Ze beperken bovendien de beschikbare ruimte voor een optimale dosering bij de behandeling van het primaire tumorproces.

Bij het ontstaan van de structurele en functionele schade van het slijmvlies van het maagdarmkanaal door cytostatica en bestraling, spelen, waarschijnlijk multipele factoren een rol. Allereerst vindt directe celschade plaats van de snel delende enterocyten/epitheelcellen, die ontstaan uit de diep in de crypten van het darmepitheel liggende stamcellen, maar ook van de goblet cellen die mucus maken om het epitheel te beschermen, en van de “tight junctions” die zorgen voor een stevige samenhang tussen de epitheelcellen

Ook de rol van vrije radicalen en van de invasieve bacteriële druk bij de pathogenese van de mucositis speelt mee. Tijdens de chemo-en radiotherapie, ontstaan door energie overdracht tijdens de ioniserende bestraling en door ontregeling van de mitochondriale celstofwisseling, vrije zuurstofradicalen, die “stress response genen” activeren.

Dit uit zich in de afgifte van proinflammatoire cytokinen en matrix metalloproteïnasen, stoffen die alle waarschijnlijk een belangrijke rol spelen bij de beschadiging van de slijmvliescellen en van de overige weefsels tijdens chemo- en/of radiotherapie (Sonis 1998, 2002, Ong e.a. 2010, Lalla e.a. 2010, Al-Dasooqi e.a. 2009, 2010).

De beschadiging van de gobletcellen van het slijmvlies uit zich o.a. in het wegvallen van de beschermende mucus productie en in een verandering van de intestinale microflora. In hoeverre deze veranderingen van belang zijn, voor de verminderde afweer tegen invasieve pathogene micro-organismen en de translocatie van bacteriële endotoxinen is nog speculatief (Stringer e.a. 2009, van Vliet e.a. 2010), maar de darmwandbeschadiging heeft wel een verhoogde bacteriële en endotoxinen translocatie tot gevolg.

Suppletie van bijvoorbeeld L-glutamine is o.a. een mogelijkheid als ondersteuning van een aantal glutamine-afhankelijke fysiologische functies. Een voorbeeld hiervan vormen de, voor de afweer belangrijke, sterk van glutamine afhankelijke, snel delende darmepitheel- en GALT/BALT -cellen en de cellen van het monocyten/macrofagen systeem. Tijdige aanvulling van de deplete glutamine pool in het lichaam maakt dat de patiënt beter is opgewassen tegen de bacteriële invasie druk vanuit de darm en beter in staat is tot absorptie van de voeding.

Glutamine heeft echter een veel breder zeer complex functieondersteunend werkingsspectrum. Dit maakt L-glutamine tot een conditioneel essentieel aminozuur. Adequate, tijdige, aanvulling van dit aminozuur in de vorm van een suppletie op de voeding, is dan gewenst. Glutamine deficiëntie bij patiënten met een maligne proces en het gevolg voor de opvang van vrije radicalen ontstaan door de werking van cytostatica (7-21).

Carotenoïden

Een hoger gehalte aan carotenoïden in het plasma is geassocieerd met een 18-28% lager risico op borstkanker. Uit een follow-up (3) van de grote Amerikaanse Nurses Health Study blijkt dat hogere gehaltes aan α-caroteen, β-caroteen, lycopeen en totaal carotenoïden in het plasma geassocieerd zijn met een 18-28% lager risico op borstkanker (vooral voor de agressievere en fatale varianten van borstkanker).

In eerdere studies is ook een hogere carotenoïdeninname via de voeding, al geassocieerd met een lager risico op borstkanker.

Arginine

Suppletie van arginine ondersteunt het herstel van patiënten die vanwege hoofd- of nekkanker een ingreep ondergingen (4). Het gunstige effect was zichtbaar aan het verminderde aantal fistels en het kortere verblijf in het hospitaal.
Drie dosissen werden uitgetest: 5,7 gram, 12,3 gram en 18,9 gram per dag. De duur van hospitalisatie bedroeg respectievelijk 32 dagen, 28 dagen en 25 dagen. De resultaten komen min of meer overeen met een zestal andere studies, waar gemiddeld een reductie van 3,5 dagen gerapporteerd werden.

Ondervoeding vormt een groot probleem bij hoofd- en nekkanker. De behandeling is zwaar en chirurgische ingreep kan complicaties zoals infecties en fistels met zich meebrengen. Patiënten ondervinden na een ingreep dikwijls moeilijkheden bij het eten en zijn erg verzwakt door behandeling en/of ziekte.

Het metabolisme van arginine zou inderdaad verstoord zijn bij kankerpatiënten. Hoewel het aminozuur niet-essentieel is, heeft het een grote rol in synthese van DNA, signaalstoffen, proline en stikstofmonoxide.

Groene thee geeft minder mucositis

Kankerpatiënten die een speciaal mondspoelmiddel met groene thee-extract gebruiken (6), krijgen minder last van irritaties aan het mondslijmvlies (orale mucositis). Onderzoekers uit Pisa stelden dat vast bij patiënten die behandeld werden voor een bloedkanker. Het mondspoelmiddel bleek erg effectief: 50 % liep mucositis op ten opzichte van 81 % in de controlegroep.

Het aantal ernstige gevallen van mucositis (grade 3 en 4) halveerde en de symptomen van mucositis verminderden. Zowel de controlegroep als de groep van het mondspoelmiddel volgden bovendien de reguliere richtlijnen om mucositis te voorkomen.

Mucositis is een frequent probleem bij kankerpatiënten die chemotherapie moeten ondergaan. In de meest ernstige gevallen belemmert dit het eten en kunnen levensbedreigende infecties optreden. Afhankelijk van de omstandigheden krijgt tot drie kwart van de patiënten die een stamceltransplantatie ondergaat, mucositis.

Paddenstoelen; Maitake

Een Amerikaanse onderzoeksgroep (5) stelde vast dat de medicinale paddenstoel ‘maitake’ de immuniteit stimuleert bij patiënten met myelodysplasie. Myelodysplasie is een syndroom door ontwikkelingsstoornissen van stamcellen in het beenmerg. Myelodysplasie veroorzaakt een tekort aan bloedcellen en verhoogt het risico op acute myelogene leukemie. Tekort aan neutrofielen (neutropenie) is een frequent kenmerk, en longinfecties vormen dan een grote bedreiging.

Maitake (Grifola frondosa) bevat bepaalde bètaglucanen die de rijping van voorlopercellen van witte bloedcellen bevorderen. Bètaglucanen zijn vertakte ketens van glucose-eenheden, die op een specifieke manier aan elkaar verbonden zijn. Bètaglucanen uit haver zijn dus niet hetzelfde als bètaglucanen uit paddenstoelen. Onderzoek suggereert dat bètaglucanen de aanmaak van granulocyte colony-stimulating factor (G-CSF) stimuleren, die de competentie van immuuncellen kan verhogen.

Onderzoek op alleen mannen en ratten

Deze week verschenen berichten dat in de gezondheidszorg onvoldoende aandacht wordt besteed aan onderzoek bij vrouwen waardoor onvoldoende rekening wordt gehouden met de specifieke problemen bij vrouwen en de bijwerkingen van medicijnen bij vrouwen.

Ook binnen de voedingswereld zou meer aandacht moeten worden besteed aan de specifieke voedingsbehoeften van meisjes tijdens de puberteit, zwangerschap, lactatieperiode, bij pilgebruik (orale anticonceptie) en de menopauze, maar dus ook bij een oncologisch traject. Het mogen ook duidelijk zijn dat onderzoek op ratten toch biochemisch iets anders is dan op mensen.

Marijke de Waal Malefijt.

Winkelen online met de NDN kortingscode; biologische oliesoorten, granen(ook glutenvrij), dranken, baby- en peutervoeding, sportvoeding. superfoods, dieetvoeding en nog veel meer.

Literatuur en links:

1. NRC Handelsblad: Vette vis en chemotherapie gaan niet goed samen. vrijdag 3 april 2015.

2. Daenen et. al. Increased plasma levels of chemoresistance-inducing fatty acid after consumption of fish and fish oil. 16:4 (n-3) JAMA Oncology, april 2015.

3. Eliassen A.H., Liao X., Rosner B. et al. (2015). Plasma carotenoids and risk of breast cancer over 20 y of follow-up. Am. J. Clin. Nutr. 101: 1197-1205. http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/25877493

4. De Luis DA, Izaola O, Terroba MC, Cuellar L, Ventosa M, Martin T. Effect of three different doses of arginine enhanced enteral nutrition on nutritional status and outcomes in well nourished postsurgical cancer patients: a randomized single blinded prospective trial. Eur Rev Med Pharmacol Sci. 2015 Mar;19(6):950-5

5. Wesa KM, Cunningham-Rundles S, Klimek VM et al. Maitake mushroom extract in myelodysplastic syndromes (MDS): a phase II study. Cancer Immunol Immunother. 2015 Feb;64(2):237-47

6. Carulli G, Rocco M et al. Treatment of oral mucositis in hematologic patients undergoing autologous or allogeneic transplantation of peripheral blood stem cells: a prospective, randomized study with a mouthwash containing camelia sinensis leaf extract. Hematol Rep. 2013 Apr 4;5(1):21-5

7. Kuhn KS, Muscaritoli M, Wischmeyer P, Stehle P. Glutamine as indispensable nutrient in oncology: experimental and clinical evidence. Eur J of Nutr.2010;49(4):197-210

8. Green R, Horn H, Erickson JM. Eating experience of children and adolescents with chemotherapy-related nausea and mucositis. J of Pediatric Oncology Nursing.2010;27(4):209-214

9. Keefe DM, Schubert MM, Elting LS, Sonis ST, Epstein JB, Raber-Durlacher JE, Migliorati CA, McGuire DB, Hutchins RD, Peterson DE. Updated clinical practice guidelines for the prevention and treatment of mucositis. Cancer 2007;109(5)820-831

10. Ong ZY, Gibson RJ, Bowen JM, Stringer AM, Darby JM, Logan RM, Yeoh ASJ, Keefe DM. Pro-inflammatory cytokines play a key role in the development of radiotherapy-induced gastrointestinal mucositis. Radiation Oncology 2010;5:22

11. Al-Dasooqi N, Gibson RJ, Bowen JM, Keefe DM. Matrix metalloproteinases: key regulators in the pathogenesis of chemotherapy-induced mucositis. Cancer Chemother Pharmacol 2009;64:1-9

12. Wischmeyer PE. Glutamine and heat shock protein expression Nutrition 2002;18:225-8

13. Xue H, Sufit AJ, Wischmeyer PE. Glutamine therapy improves outcome of in vitro and in vivo experimental colitis models. JPEN J Parenter Enteral Nutr. 2011 Mar-Apr;35(2):188-97.

14. Coeffier M, e.a. Modulating effect of glutamine on IL-1beta-induced cytokine production by human gut. Clin Nutr.2003;22:407-13

15. Singleton KD, Beckey VE, Wischmeyer PE Glutamine prevents activation on NFkB and stress kinase pathways, attenuates inflammatory cytokine release and prevents acute respiratory distress syndrome (ARDS) following . Shock 2005;24(6):583-589

16. Vermeulen MAR, de Jong J, Vaessen MJ, van Leeuwen PAM, Houdijk APJ. Glutamate reduces experimental intestinal hyperpermeability and facilitates glutamine support of gut integrity. World J 17. Gastroenterol.2011;17(12):1569-1573.

Matés J.M, e.a. Glutamine and its relationship with intracellular redox status, oxidative stress,and cell proliferation/death. Int J Biochem Cell Biol.2002;34:439-58.

18. Soeters PB, Grecu I. Have we enough glutamine and how does it work? A clinician’s view. Ann Nutr and Metab.2012;60:17-26

19. Cerchietti LC, Navigante AH, Lutteral MA e.a. . Double-blinded, placebo-controlled trial on intravenous L-alanyl-L-glutamine in the incidence of oral mucositis following chemoradiotherapy in patients with head-and-neck cancer. Int J Radiat Oncol Biol Phys. 2006 Aug 1;65(5):1330-7. Epub 2006 Jun 9

20. Neu J, De Marco V and Li N. Glutamine: clinical applications and mechanisms of action.Protein and amino acid metabolism . Current Opinion in Clinical Nutrition & Metabolic Care. 5(1):69-75, January 2002

21. Van Vliet M, Harmsen HJM, de Bont ESJM, Tissing WJE. The role of intestinal microbiota in the development and severity of chemotherapy-induced mucositis.PLoS Pathog2010 6(5):e1000879.doi:10.1371/journal.ppat.1000879

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen