Skip to content
Kenniscentrum - sinds 2005 - met ruim 2000 artikelen over gezondheid!BEKIJK ALLE ONDERWERPEN

Bloeddrukverlagende medicatie en effect op darmmicrobioom

Recente studies hebben een relatie gesuggereerd tussen de darmmicrobiota en hypertensie en ook hart- en vaatziekten. Patiënten met hypertensie blijken darmmicrobiota-onevenwichtigheden, veranderde microbiële metabolietproductie en pathologische veranderingen in de darm te vertonen.

Verhoogde populaties van bacteriën uit geslachten zoals Klebsiella, Parabacteroïden, Salmonella, Prevotella, Enterobacter, Alistipes, Streptococcus, Eggerthella, Fusobacterium, Anaerotruncus, Ruminococcus en Eubacterium werden waargenomen, samen met verminderde aantallen bacteriën uit geslachten zoals Faecalibacterium [1].

Hypertensie; de stille moordenaar

Bloeddrukverlagende medicatie en effect op darmmicrobioomHypertensie wordt wereldwijd erkend als een risicofactor voor hart- en vaatziekten. Volgens gegevens van de World Heart Federation treft hypertensie maar liefst 1,3 miljard mensen en is het goed voor ongeveer de helft van alle sterfgevallen veroorzaakt door hartziekten en beroertes. Hypertensie veroorzaakt geen symptomen, daarom wordt het vaak de “stille moordenaar” genoemd.

Onderzoekers veronderstellen dat hypertensie het gevolg is van individuele genetische factoren en een ongezonde levensstijl. Het wijdverbreide gebruik van antihypertensieve geneesmiddelen heeft geleid tot een wereldwijde daling van de gemiddelde bloeddruk. In de afgelopen decennia is het probleem van hypertensie echter herrezen als gevolg van vergrijzing van populaties en blootstelling aan risicofactoren zoals een hoge natriuminname, lage kaliuminname, alcoholgebruik, fysieke inactiviteit, ongezonde voeding, roken, luchtvervuiling, stress, lawaai en het gebrek aan slaap.

Bepaalde darmmicrobiota geassocieerd met bloeddrukvariabiliteit

Studies van Dinakis et al. onthulden dat bepaalde bacteriële taxa ( Oscillibacter, Butyrivibrio, Paraprevotella, Roseburia, Bifidobacterium, Coprococcus) direct geassocieerd zijn met de variabiliteit van de bloeddruk. Verhoogde aantallen Lactobacillus bacteriën werden waargenomen bij personen met een normale bloeddruk, terwijl hogere aantallen Clostridium en Prevotella spp. bacteriën werden gevonden bij personen met een verhoogde bloeddruk.

Onderzoek van Palmu et al. waarbij een groep van 6953 Finse deelnemers betrokken was, identificeerde correlaties tussen bloeddruk en de aanwezigheid van 45 microbiële geslachten, waarvan 27 behoren tot Firmicutes. Bovendien werden negatieve associaties gevonden tussen 19 soorten Lactobacillus en bloeddrukindices.

Studies [1] hebben ook aangetoond dat de darmmicrobiota de therapeutische effecten van antihypertensieve geneesmiddelen beïnvloedt, waardoor hun absorptie, metabolisme en farmacokinetiek worden beïnvloed. Onderzoek toonde aan dat de darmmicrobiota de biologische beschikbaarheid van amlodipine, een calciumkanaalblokker, binnen 72 uur met 21,3% verminderde.

Recent farmacomicrobiomisch onderzoek geeft aan dat darmbacteriën geneesmiddelen metaboliseren door middel van enzymatische reacties (bijv. esterasen, reductasen, oxidatiemiddelen, deacetylassen), waardoor hun biologische beschikbaarheid kan verminderen.

Het is belangrijk om te benadrukken dat ondanks de grote verscheidenheid aan beschikbare antihypertensiva, ongeveer 10-20% van de patiënten niet vatbaar is voor behandeling. Dit betekent dat hun bloeddruk verhoogd blijft ondanks de toediening van drie verschillende soorten antihypertensieve geneesmiddelen, waaronder één diureticum.

Probiotische micro-organismen verlagen de bloeddruk

Bloeddrukverlagende medicatie en effect op darmmicrobioomNaast conventionele farmacotherapie gericht op het verlagen van de bloeddruk, is aangetoond dat probiotische micro-organismen de bloeddruk verlagen bij zowel mensen als dieren. Het moduleren van de darmmicrobiota en zijn metabolieten zou kunnen dienen als een preventieve maatregel tegen hypertensie. De bevindingen van negen gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken wezen op verlagingen van 3,56 mmHg in systolische bloeddruk en 2,38 mmHg in diastolische bloeddruk bij patiënten die probiotica kregen.

Een grotere werkzaamheid bij het verlagen van de bloeddruk werd waargenomen wanneer meerdere probiotica gelijktijdig werden toegediend, waarbij de effectiviteit afhankelijk was van de gebruikte stam en dosering. In gerandomiseerde studies met 30 patiënten met de diagnose hypertensie leidde de dagelijkse toediening van de probiotische stammen Lactobacillus helveticus (7,0 × 10 11 CFU/dag) en Saccharomyces-cerevisiae (2,5 × 10 9 CFU/dag) gedurende 8 weken tot verlaging van de systolische bloeddruk van 14,1 mmHg en diastolische bloeddruk van 6,9 mmHg.

Evenzo toonde onderzoek naar 70 personen met normale bloeddrukwaarden aan dat het gedurende 8 weken consumeren van yoghurt die E. faecium en S. thermophilus bevatte, de systolische bloeddruk met 8 mmHg en de diastolische bloeddruk met 4 mmHg verlaagde. Naruszewicz et al. voerde studies uit met 36 gezonde personen die rookten, waarbij gedurende een periode van 6 weken een drankje werd toegediend met de probiotische stam L. plantarum 299v (5 × 10 7 CFU / dag). Vermindering van de systolische bloeddruk van 13 mmHg en diastolische bloeddruk van 5 mmHg werden waargenomen.

Het concept van de “darm-hart-as”

Bloeddrukverlagende medicatie en effect op darmmicrobioomHet begrijpen van hoe darmbacterieën bijdragen aan cardiovasculair risico begint met de erkenning dat de darm niet geïsoleerd is — ze heeft een systemische invloed. De metabole bijproducten van darmmicroben kunnen zowel ontstekingsremmend als ontstekingsbevorderend zijn, en dat onderscheid is essentieel om hun invloed op het arteriële systeem te begrijpen. Zo is een onevenwicht dat bepaalde Firmicutes ten opzichte van Bacteroidetes bevoordeelt in verband gebracht met hogere totale en LDL-cholesterol — beide risicofactoren voor coronaire hartziekten. De regulatie van de bloeddruk wordt dus ook beïnvloed door darmmicrobiële activiteit.

De verbinding tussen darmmetabolieten en het cardiovasculaire systeem heeft vooral aandacht gekregen door de stof trimethylamine-N-oxide (TMAO). TMAO ontstaat wanneer darmbacterieën choline en L-carnitine (in rood vlees en eieren) metaboliseren en is in verband gebracht met plaquevorming in de slagaders, verhoogde stollingsneiging en een hoger cardiovasculair risico. Verontrustend is dat sommige populaire probiotische stammen onbedoeld populaties kunnen bevorderen die TMAO produceren, waardoor het risico op hartziekten juist toeneemt.

Darmmicrobioom complexiteit onderzoeken met darmmicrobioomtesten

Deze darmmicrobioom complexiteit onderstreept de noodzaak van personalisatie. Niet iedereen reageert hetzelfde op een bepaald probioticum, vooral omdat de samenstelling van het bestaande microbioom sterk varieert. Daarom spelen darmmicrobioomtesten een cruciale rol bij het identificeren of een probioticum een specifiek persoon kan helpen of juist kan schaden. Ook de juiste dieetadviezen met de juiste vezeltypen spelen een belangrijke rol.

Het concept van de “darm-hart-as” verwijst naar de bidirectionele communicatie tussen het gastro-intestinale microbioom en het cardiovasculaire systeem. Abnormaliteiten in deze communicatie — vaak veroorzaakt door onevenwicht in darmmicrobiële gemeenschappen kunnen aanzienlijke implicaties hebben voor hartfunctie en ziekterisico.

Bloeddrukverlagende medicatie en effect op darmmicrobioomGeneesmiddelinteracties met probiotica zijn helaas nog slecht gedocumenteerd. Veel hartpatiënten gebruiken medicijnen zoals statines, bloedverdunners en bètablokkers. Bepaalde darmmicrobiële enzymen kunnen, zoals we hier boven beschreven hebben, de manier waarop deze geneesmiddelen gemetaboliseerd worden beïnvloeden. Dit kan hun werkzaamheid doen verminderen of de toxiciteit doen toenemen. Bovendien kan het toevoegen van slechte kwaliteit probiotica het diagnostische proces bemoeilijken. Dan wordt het lastig te bepalen of veranderingen in symptomen door medicatie of door darmmicrobiële effecten komen.

Het voorkomen van hartziekten richt zich op leefstijlaanpassingen, persoonlijk dieet, lichaamsbeweging en stoppen met roken, naast suppletie van bepaalde nutriënten. Hoewel effectief, laat deze aanpak een steeds duidelijker wordende factor in cardiovasculair risico buiten beschouwing: het darmmicrobioom. Het vermogen om het darmmicrobioom te analyseren, te identificeren en eventueel te wijzigen geeft zorgverleners nieuwe mogelijkheden voor vroege, gepersonaliseerde preventie van hartziekten.

Darmmicrobioomtesten maken het mogelijk bacteriesoorten te identificeren die geassocieerd worden met een hoger cardiovasculair risico. Denk aan microben die voedingsstoffen omzetten in TMAO, of een tekort aan SCFA-producerende bacteriën die normaal beschermend en ontstekingsremmend werken. Met deze informatie kunnen zorgverleners gericht deze onevenwichtigheden aanpakken met een dieet op maat, prebiotica en de juiste probiotica (met de juiste stamnummers; bijvoorbeeld Lactobacillus Rhamnosus LGG, Lactobacillus paracasei, L. CASEI 431, Bifidobacterium, BB-12, Lactobacillus acidophilus, LA-5 met wetenschappelijk aangetoonde effectiviteit) die zijn samengesteld op basis van het individuele darmmicrobioomprofiel.

 

Bloeddrukverlagende medicatie en effect op darmmicrobioom

Darm Microbioom Zelftest Premium (ontlastingstest) 

Nauwkeurigheid (XLEAP-SBS chemie): de Illumina MiSeq i100 Sequencing Plus bij Ganzimmun
Veel wetenschappelijke artikelen over darmmicrobioom onderzoeken worden gedaan op basis van 16S rRNA Sequencing analyse. De Illumina MiSeq i100 maakt gebruik van een nieuwe, veel nauwkeurigere chemie om het DNA te lezen.

De oudere 16S NGS had soms moeite om sterk op elkaar lijkende bacteriestammen uit elkaar te houden vanwege “leesfouten” (sequencing noise).

De Illumina MiSeq i100 is veel exacter, wat resulteert in een hogere resolutie tot op soort-niveau. Ganzimmun (Medivere ontlastingonderzoeken) maakt gebruik van de Illumina MiSeq i100 Sequencing sinds augustus 2025. Onderzoekers en behandelaren krijgen daardoor een nog zuiverder beeld van de darmmicrobiota zonder ruis (sequencing noise).

Hier te bestellen.

Bronnen:

[1] Drugs Versus Microbiota: How Pharmacotherapy Affects Gut and Probiotic Bacteria. Pharmaceuticals
2025, 18(9), 1372; https://doi.org/10.3390/ph18091372
Analyses zijn gedaan met 16S rRNA Sequencing en Sequentie Analyse.
[2] Saman Khalesi, Jing Sun, Nicholas Buys, Rohan Jayasinghe, Effect of Probiotics on Blood Pressure A Systematic Review and Meta-Analysis of Randomized, Controlled Trials, Hypertension 2014 Oct.
[3] Avery, E. G., Bartolomaeus, H., Maifeld, A., Marko, L., Wiig, H., Wilck, N., … & Müller, D. N. (2021). The gut microbiome in hypertension: recent advances and future perspectives. Circulation Research, 128(7),934-950.
[4] Toral, M., Robles-Vera, I., De la Visitacion, N., Romero, M., Yang, T.,Sánchez, M., … & Duarte, J. (2019). Critical role of the interaction gutmicrobiota–sympathetic nervous system in the regulation of bloodpressure. Frontiers in physiology, 10, 231.
[5] Yan, Q., Gu, Y., Li, X., Yang, W., Jia, L., Chen, C., … & Ma, Y.(2017). Alterations of the gut microbiome in hypertension. Frontiers incellular and infection microbiology, 7, 381.
[6] Khalesi, S., Sun, J., Buys, N., & Jayasinghe, R. (2014). Effect ofprobiotics on blood pressure: a systematic review and meta-analysis ofrandomized, controlled trials. Hypertension, 64(4),897-903.

Natuurdiëtisten.nl