skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Voeding als natuurlijke beschermingsfactor tegen de zon

Zonlicht is noodzakelijk voor vrijwel alle leven op aarde. De mens is afhankelijk van blootstelling van de huid aan zonlicht voor de productie van vitamine D3. Overmatige blootstelling aan zonlicht kan echter tot problemen leiden in het bijzonder bij mensen met auto-immuunziekten.

Blootstelling aan UV-straling is de belangrijkste risicofactor voor het ontstaan van huidkanker. Niet alleen directe beschadiging van de huid door UV-licht, maar ook onderdrukking van het immuunsysteem in de huid speelt hierbij een belangrijke rol. Het aantal gevallen van huidkanker is in de afgelopen jaren fors gestegen.

UV-straling en het immuunsysteem

Wanneer de huid aan UV-licht wordt blootgesteld beïnvloedt dit de reactie van het immuunsysteem in de huid. Er treedt een onderdrukking op van de cellulaire immuniteit namelijk de zogenaamde Th1 reactie (verantwoordelijk voor bijvoorbeeld het bestrijden van infecties, maar ook betrokken bij een aantal auto-immuunaandoeningen).
De humorale immuniteit de zogenaamde Th2 reactie wordt niet beïnvloed. (Th2 is betrokken bij bijvoorbeeld allergieën).

Vrijmaking van een aantal ontstekingsstoffen in de huid speelt een belangrijke rol bij het optreden van onderdrukking van het immuunsysteem. Het gaat dan bijvoorbeeld om o.a. de verhoogde vrijmaking van tumor necrosis factor alpha en interleukine 10. Hierbij is opvallend dat personen met een lichte huid grotere hoeveelheden van deze mediatoren vrijmaken dan personen met een mediterrane huidskleur. Types (omschreven als Type I en Type II) met een lichte tot zeer lichte huidskleur verbranden sneller dan personen met huidtype III en IV.
Er is een relatie aangetoond tussen de onderdrukking van het immuunsysteem in de huid en het optreden van huidkanker.

DNA schade

Het immuunsysteem is immers verantwoordelijk voor het opruimen van beschadigde cellen, zoals deze ontstaan bij blootstelling van de huid aan UV-licht. Het falen van dit systeem kan er toe leiden dat cellen waarvan het DNA beschadigd is ernstig ontsporen, en zo een tumor kunnen vormen.
Uw immuniteit verzwakt al vóórdat de eerste roodheidsverschijnselen
op uw huid te zien zijn.
Het is van belang te weten dat onderdrukking van het immuunsysteem optreedt vóórdat de eerste verschijnselen van roodheid worden waargenomen. Dit betekent dat iemand die een zonnebrandcrème gebruikt, waardoor hij of zij langer in de zon kan zitten, zich weliswaar kan beschermen tegen de zonnebrand, maar niet tegen de onderdrukking van het immuunsysteem in de huid.

Beschadiging van de huid door UV-licht

Onder normale omstandigheden vindt er bij beschadiging van de huid door UV-licht een aantal processen plaats. De schade die ontstaat  door UV-licht in de cellen van de huid berust voornamelijk op de directe beschadiging van DNA, maar ook de vorming van vrije zuurstofradicalen speelt een rol. Tegelijkertijd geeft blootstelling aan UV-licht een verhoging van de hoeveelheid nuclear factor kappa bèta (NF-kB) in de huid. Deze stof wekt een ontstekingsreactie op, gekenmerkt door roodheid, zwelling en vrijmaking van vele ontstekingsmediatoren.

Bescherming van de huid kan met behulp van bepaalde voedingsstoffen. Van diverse groepenstoffen is een positief effect beschreven: anti-oxidanten en essentiële vetzuren.
Carotenoïden en andere anti-oxidanten als vitamine E en vitamine C kunnen diverse vrije radicalen onschadelijk maken.
Bèta-caroteen is in verschillende onderzoeken in staat gebleken om de weerstand van de huid tegen zonnebrand te verhogen, wat bleek uit een verminderde roodheid van de huid na blootstelling aan UV-licht. Raadzaam is wel hier ruim van tevoren mee te beginnen om een voldoende hoge concentratie in de huid te bereiken.

Carotenoïden zijn goede beschermers

Carotenoïden zijn, naast chlorofyl en flavonoïden, de belangrijkste kleurstoffen van de natuur. Ze zijn verantwoordelijk voor de rode, oranje en gele kleur van fruit en groenten. In de natuur komen meer dan 600 verschillende rode en gele carotenoïden voor. Hoewel er, behalve van bètacaroteen, geen officiële aanbevelingen bestaan voor de meeste carotenoïden, blijkt uit diverse onderzoeken dat de westerse mens niet genoeg groenten en fruit eet om adequate hoeveelheden carotenoïden binnen te krijgen.

Mensen met een lage carotenoïdeninname of met lage concentraties carotenoïden in het serum blijken een verhoogd risico te lopen op het ontwikkelen van degeneratieve aandoeningen en kanker. Verschillende carotenoïden hebben een regulerende werking op de celgroei en -proliferatie. Deels vanwege het vermogen om de communicatie tussen de cellen te verbeteren.

Bètacaroteen is onderdeel van de zogenaamde gap-junctions waarlangs cellen onder andere groeifactoren uitwisselen. Verstoring van deze communicatie kan de celgroei doen ontremmen en vorming van tumoren tot gevolg hebben. Aan de andere kant houden carotenoïden de integriteit van de celmembraan in stand door in de celmembraan voor antioxidantbescherming te zorgen.
Uit een groot aantal humane en epidemiologische studies blijkt dat de mensen met de hoogste inname van carotenoïdenrijke groenten en fruit en/of met de hoogste serum-carotenoïdenconcentraties steevast het laagste risico hebben op verschillende soorten kanker en dus ook huidkanker.

Tomatenpuree

Recent onderzoek wijst specifiek op de anticarcinogene werking van lycopeen (vooral in tomatenpuree) , alfacaroteen, cryptoxanthine en luteïne.
Van bètacaroteen en andere carotenoïden is al geruime tijd bekend dat ze in meer of mindere mate kunnen worden omgezet in vitamine A, waarbij bètacaroteen de beste omzetting geeft omdat het uit twee vitamine A moleculen bestaat.
Alfacaroteen, cryptoxanthine, lycopeen, luteïne en zeaxanthine kunnen niet worden omgezet in vitamine A.

Carotenoïden zijn veiliger dan vitamine A zelf (retinol) als vitamine-A-bron omdat het lichaam carotenoïden alleen omzet in vitamine A als daar behoefte aan is.Mengsels van carotenoïden bieden echter een betere antioxidatieve bescherming dan elk carotenoïde afzonderlijk.

Astaxanthine gemaakt door plankton en algen

Astaxanthine is een veel krachtiger antioxidant en vrije radicalenvanger dan andere vetoplosbare antioxidanten zoals tocoferolen (vitamine E) en verwante carotenoïden (bètacaroteen, luteïne).

Astaxanthine is een relatief onbekende carotenoïde die wordt gemaakt door plankton, algen en sommige planten, schimmels en bacteriën om zich te weren tegen de schadelijke effecten van zonlicht en zuurstof. De hoogste concentratie astaxanthine wordt aangetroffen in de groene microalg Haematococcus pluvialis. Vanuit deze bronnen komt astaxanthine in de voedselketen terecht.

Astaxanthine is de belangrijkste roze-rode kleurstof in waterdieren zoals zalm, forel, garnaal, krab, zeekreeft en rivierkreeft; ook danken sommige vogels zoals de flamingo hun kleur aan astaxanthine. Voor deze dieren is astaxanthine niet alleen een belangrijk pigment, het is tevens een vitamine-achtige stof die essentieel is voor hun groei en overleving: Astaxanthine beschermt tegen beschadiging door UV-straling (foto-oxidatie), voorkomt oxidatie van onverzadigde vetzuren en reguleert het immuunsysteem.

Astaxanthine nog effectiever dan bètacaroteen

UV-straling genereert vrije (zuurstof)radicalen waaronder singlet zuurstof [een zeer reactieve vorm van zuurstof die in een soort aangeslagen toestand verkeert en schade kan aanrichten aan diverse structuren in het lichaam] die schade aanrichten aan structuren zoals lipiden, eiwitten en DNA (foto-oxidatie). Een belangrijke functie van carotenoïden in de natuur is het bieden van bescherming tegen de schadelijke effecten van UV-straling.
Carotenoïden zoals astaxanthine worden daarom vaak aangetroffen in weefsels die direct blootstaan aan zonlicht zoals de huid en ogen.

Uit laboratoriumonderzoek is gebleken dat astaxanthine betere bescherming biedt tegen foto-oxidatie van lipiden dan bètacaroteen (tot 200x beter) en luteïne (tot 1000x beter).(15,16) Het is bekend dat bètacaroteen de huid beschermt tegen zonnebrand, ontsteking en veroudering; astaxanthine is naar verwachting effectiever dan bètacaroteen.

Inname van groene alg en astaxanthine is veilig

Inname van de groene alg Haematococcus pluvialis en astaxanthine zijn veilig. Supplementen met astaxanthine zijn ook al meer dan 10 jaar zonder problemen op de Amerikaanse, Japanse en Europese markt. In de Verenigde Staten heeft astaxanthine de GRAS-status (Generally Recognized As Safe). Een gebruikelijke dosis die aan mensen wordt geadviseerd is 2-12 mg astaxanthine per dag.

Uit in-vitro onderzoek is gebleken dat astaxanthine fase-1-detoxificatie-enzymen in de lever, longen en nieren activeert; vermoedelijk gaat het bij de mens vooral om activering van (cytochroom P450 enzymen) CYP3A4 en CYP2B6, maar niet om CYP1A en CYP2C-enzymen.(60,62)
Het voordeel is dat astaxanthine helpt om lichaamsvreemde, giftige stoffen (xenobiotica) af te breken. Het nadeel kan zijn dat astaxanthine de effectiviteit van (lichaamsvreemde) medicijnen kan beïnvloeden die door CYP3A4 of CYP2B6 worden gemetaboliseerd. Daarom moet bij medicijngebruik rekening worden gehouden met een mogelijke interactie met astaxanthine.

Omega 3 en omega 6 vetzuren

Zoals eerder beschreven is de roodheid die optreedt bij zonnebrand een onderdeel van een ontstekingsreactie, die bedoeld is beschadigde cellen te vernietigen. Essentiële vetzuren kunnen het beloop van ontstekingsreacties beïnvloeden door veranderingen in de aanmaak van zogenaamde prostaglandinen. Raadzaam is daar altijd anti-oxidanten (zoals vitamine E) bij te combineren om de lipidperoxydes in de huid laag te houden.

Omega 3 en 6 vetzuren hebben een hoge gevoeligheid voor oxidatie. Van de effecten van GLA(gamma-linoleenzuur) zijn minder onderzoekseffecten bekend dan van visolie ten aanzien van de huid, maar in de praktijk heeft GLA een remmende werking op ontstekingsreacties die vele malen sterker lijkt dan die van visolie. Wanneer de effecten van zonnebrand, met name wanneer het gaat om overreacties als zonneallergie, bestreden moeten worden lijkt toepassing van GLA daarom een goede keuze.

Commentaar NDN

Een dagelijkse voedingscocktail voor uw huid als natuurlijke beschermingsfactor tegen de zon lijkt dus een zinnige maatregel. Een ruim gebruik van rode, gele en oranje groenten en fruit, omega 3/6 oliemixen, kiemgroenten (ook o.a. rijk aan bètacaroteen) voeden de huid.

Daarnaast is het ook nog belangrijk de glutathion aan te vullen. Excessieve blootstelling aan UV-straling heeft een ongunstig effect op de glutathionstatus. Avocado en de biologische aardappel (mét schil eten) is o.a. rijk aan glutathion. Het is natuurlijk niet zomaar dat alle hierboven genoemde voedingsmiddelen in ruime mate aanwezig zijn in de zomer.

Glutathion is een antioxidant dat in alle lichaamscellen wordt aangetroffen. Het is het belangrijkste afweermechanisme van de cel tegen oxidatieve stress. Het speelt een rol in de energiestofwisseling, celdeling en een groot aantal andere functies. Daarom is het essentieel voor het voortbestaan van de cel.
Glutathion is een tripeptide dat uit drie aminozuren bestaat: L-cysteïne, L-glutaminezuur en L-glycine. Meestal is L-cysteïne het limiterende aminozuur, daarom wordt het nemen van het supplement NAC (N-acetyl-cysteine) door veel onderzoekers aanbevolen om de glutathionproductie te stimuleren. Bij extreme blootstelling aan de zon is onderzoek naar de glutathionstatus dus ook belangrijk.

Samenvattend is uw voedingsconditie belangrijk voor een goede huidconditie. Met dit artikel willen we aantonen dat het niet alleen belangrijk is veel geld uit te geven voor zonnebrandmiddelen maar ook aan de juiste voedingsmiddelen. Laat u dus gerust wel een wortel -met ruim bètacaroteen- voor houden.

Bronnen:

Referenties:

1. Yamashita E. The effects of a dietary supplement containing astaxanthin on skin condition. Carotenoid Science 2006;10:91-95.

2. Spiller GA et al. Safety of an astaxanthin-rich Haematococcus pluvialis algal extract: a randomized clinical trial. J Med Food. 2003;6:51-6.

3. Ullrich, S.E. Does exposure to UVR radiation induce a shift to a Th-2-like immune reaction? Photochem. Photobiol. 1996;64:254-258

4. Mosmann, T.R., Sad, S. The expanding universe of T-cell subsets: Th1, Th2 and more. Immunol. Today. 1996;17:138-146

5. Nishigori, C., Yarosh, D.B., Donawho, C., Kripke, M.L. The immune system in ultraviolet carcinogenesis. J. Investig. Dermatol. Symp. Proc 1996:1:143-146

6. Walker, S.L., Tsang, W., Chadwick, C., Sheehan, J., Barr, R.M. Potten, C.S., Young, A.R. DNA damage, cytokine release and alloantigen presentation in vivo and their relationship to skin type in humans exposed to solar simulated ultraviolet radiation. Photochem. Photobiol. 1998;67:71

7. Deirdre A. Kelly, Antony R. Young, Jane M. McGregor, Paul T. Seed, Christopher S. Potten, and Susan L. Walker. Sensitivity to sunburn is associated with susceptibility to ultraviolet radiation-induced suppression of cutaneous cell-mediated immunity. The Journal of Experimental medicine2000;191(3):561-566.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen