skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1500 artikelen over gezondheid!

Vitaminen en mineralen bij diabetes

Dat het spoorelement chromium een voor de mens essentieel mineraal is, is al in 1959 door Schwarz en Mertz aangetoond. Chromium is noodzakelijk voor een goed verloop van de stofwisseling van vetten en koolhydraten en in studies is gedemonstreerd dat het een positief effect heeft op de activiteit van insulinereceptoren. De mineralen mangaan, zink, selenium en vanadium ondersteunen ook het glucose- en insulinemetabolisme

In diverse studies blijkt chromium een bijzonder effect heeft op de werking van insuline. Chromium kan de activiteit van het insulinereceptor-tyrosinekinasesysteem aan de celmembraan tot 8 maal doen stijgen, waardoor er minder insuline nodig is om glucose in de cel te transporteren. Chromium werkt samen met insuline om het evenwicht tussen een laag en hoog bloedsuikerniveau te handhaven. Met name diabetes mellitus type 2 (DM2) is een aandoening waarbij het merendeel van de patiėnten insulineresistent is.

Naast DM2 wordt insulineresistentie ook in verband gebracht met diverse andere stoornissen, zoals hypertensie en dyslipidemie. In studies bij mens en dier is aangetoond dat chromiumdeficiėntie kan leiden tot symptomen die gelijken op diabetes en cardiovasculaire aandoeningen: glucose-intolerantie, aanhoudend verhoogde nuchtere insulinewaarden, verhoogd serum cholesterol en triglyceriden en sclerotische plaques in de aorta.

De pancreas

De pancreas bevat relatief hoge concentraties mangaan. Bij proefdieren wordt bij een mangaandeficiėntie een verslechtering van de glucosetolerantie en granulatie van de bčtacellen waargenomen. In een onderzoek van 122 diabetici en een testgroep bleek het bloed van de testgroep twee maal zoveel mangaan te bevatten als dat van de suikerzieken. Mangaan is tevens belangrijk voor de synthese van het schildklierhormoon. Voor een adequate synthese van insuline moeten de cellen van de pancreas over voldoende schildklierhormoon kunnen beschikken. Evenals zink bevordert mangaan de uitscheiding van koper.

Zink is een onderdeel van de insulinemolecule en is noodzakelijk voor de synthese en opslag van dit hormoon. Zink beschermt de bčtacellen cellen tegen beschadiging door vrije radicalen en auto-immune processen.

Bij hyperglycemie kunnen bepaalde eiwitten in het bloed en op de celmembranen overmatig geglycosyleerd worden, waardoor zogenaamde advanced glycosylated end products (AGE’s) ontstaan. Door dit proces kan de vrije-radicaaldruk aanzienlijk stijgen. Selenium draagt bij aan het neutraliseren hiervan. Selenium vervult tevens een centrale rol in het metabolisme van de schildklierhormonen. Aanwezigheid van voldoende schildklierhormoon in de cellen van de pancreas en andere organen is essentieel voor een adequate synthese van insuline en de insuline-receptoren.

Het is nog relatief kort bekend, dat vanadium een voor de menselijke gezondheid essentieel mineraal is. Aangetoond is, dat vanadium de effecten die insuline op vetcellen heeft kan nabootsen. Vanadium remt de synthese van cholesterol in de lever. Spijsoliėn waren vroeger een belangrijke vanadiumbron, maar t.g.v. raffinage bevatten deze oliėn vrijwel geen vanadium meer.

Extra chroom

Mensen met DM 2 kunnen baat hebben bij extra chroom. Chroom kan mogelijk het vetmetabolisme in de perifere weefsels gunstig beļnvloeden. In een studie werden bij de proefpersonen de glucosespiegel, insulinegevoeligheid, chroomstatus en lichaamssamenstelling bepaald. Tevens werd per 24 uur de energiebalans vastgesteld, maar ook de hoeveelheid vetten in spiercellen en de lever. De proefpersonen werden willekeurig ingedeeld in een behandel- of placebogroep. In de behandelgroep kreeg men 1000 mcg chroom per dag.

Niet iedereen in de behandelgroep reageerde op de chroomsuppletie. Diegenen die wel reageerden, hadden een significant lagere insulinegevoeligheid en een hoger nuchter glucosegehalte en HbA1c. Personen met insulineresistentie en zowel een hoog nuchter glucosegehalte als een hoog HbA1c reageerde sterker op de chroomsuppletie. Er werd geen verschil in chroomstatus gevonden tussen de personen die wel en niet reageerden op de suppletie.

Mogelijk dat chroom de vetten in de spiercellen doet verminderen en de insulinegevoeligheid van de weefsels doet toenemen, onafhankelijk van het lichaamsgewicht of de glucoseproductie door de lever. Chroom kan zodoende het vetmetabolisme in de perifere weefsels op een positieve manier beļnvloeden bij personen met ouderdomsdiabetes.

Chroom zit in groenten, peulvruchten, fruit en volkoren graanproducten. Het komt in mindere mate ook voor in vlees en zuivelproducten. Verder is onbekend of het ook in andere voedingsmiddelen voorkomt, omdat er nog weinig onderzoek naar is gedaan.

Biotine blijkt gunstig bij diabetes

Naast extra chroom blijkt ook biotine de glycemische controle bij patiėnten met diabetes te verbeteren. Dit is vooral het geval bij mensen met een slecht gecontroleerde glycemische controle die orale antidiabetische medicijnen gebruiken. De studie betrof 447 patiėnten met een slecht gecontroleerde DM2 met een HbA1c-waarden groter of gelijk aan 7%. In twee willekeurige groepen verdeeld kregen ze dagelijks gedurende 90 dagen, in combinatie met orale antidiabetische medicatie, ofwel chroompicolinaat (600 mcg chroom) plus 2 mg biotine ofwel een placebo.

Aan het einde van de onderzoeksperiode was de gemiddelde HbA1c-waarde in de suppletiegroep, vergeleken met de placebogroep, met 46% significant gedaald. Deze daling was het meest uitgesproken bij degenen die bij aanvang HbA1c-waarden groter of gelijk aan 10% hadden. Daarnaast liet de suppletiegroep ten opzichte van de placebogroep een gedaalde nuchtere bloedglucosespiegel zien. Ook deze daling was in de genoemde subgroep van patiėnten het meest uitgesproken. De chroom- en biotinesuppletie werd goed verdragen en negatieve bijwerkingen werden niet gerapporteerd.

Antioxidatieve voeding geeft minder diabetes

Voeding rijk aan antioxidanten verbetert de glucosespiegel en kan diabetes voorkomen.
Aan een onderzoek namen proefpersonen deel aan de ATTICA-studie waarvan alle informatie met betrekking tot het voedingspatroon en biochemische parameters bekend waren. De 551 mannen met een gemiddelde leeftijd van 41 jaar en 467 vrouwen met een gemiddelde leeftijd van 38 jaar, waren afkomstig van het schiereiland Attica in Griekenland.

De eetgewoonten werden geanalyseerd door middel van een vragenlijst. De totale antioxidantcapaciteit werd vastgesteld met behulp van drie specifieke analysemethoden: FRAP (ferric-reducing antioxidant power), TRAP (total radical-trapping antioxidant parameter) en TEAC (trolox equivalent antioxidant capacity).

Na correctie voor de leeftijd en de totale energie-inname bleek dat een hoge antioxidantcapaciteit, de glucose en insuline significant verlaagde. Na correctie voor de leeftijd, het geslacht, de BMI, fysieke activiteit, roken en energie-inname werd dit verband alleen aangetoond voor personen die geen mediterraan voedingspatroon volgden. Hoewel meer studies nodig zijn om deze resultaten te bevestigen is het advies van de onderzoekers om een voeding rijk aan antioxidanten te propageren aan het brede publiek om het risico van diabetes te verlagen.

Vitamine K en diabetes

Een hoge inname van vitamine K beschermt tegen DM2. De gegevens van 38.094 Nederlandse mannen en vrouwen die deelnamen aan een cohortstudie werden geanalyseerd. De proefpersonen waren in de leeftijd van 20 tot 70 jaar. Met behulp van vragenlijsten werd de inname van fylloquinon (vitamine K1) en menaquinon (vitamine K2) vastgesteld.

Tijdens de follow-up periode van 10 jaar kregen 918 personen DM2. De hoogste inname vitamine K1 verlaagde het risico van diabetes met 19% in vergelijking met een lage inname. In de analyse werd gecorrigeerd voor andere risico- en voedingsfactoren zoals de leeftijd, leefstijl, consumptie van vezels, vet, vitamine C en E. Voor vitamine K2 werd een lineair verband gevonden waarbij een toename van 10 mcg vitamine K2 het risico van diabetes met 7% verlaagde.

Magnesium en ontstekingsreacties

Magnesium blijkt de kans om diabetes te ontwikkelen te verkleinen. Dit concludeerden onderzoekers van de University of North Carolina na een 20 jaar durend longitudinaal onderzoek onder 4500 proefpersonen. De proefpersonen waren aan het begin van het onderzoek tussen de 18 en 30 jaar oud en geen van hen had suikerziekte.

Gedurende de onderzoeksperiode kregen 330 mensen diabetes. De proefpersonen met de hoogste magnesiuminname hadden het laagste risico van diabetes. De 20% van de proefpersonen die dagelijks het meeste magnesium binnen kregen hadden 47% minder kans diabetes te ontwikkelen in vergelijking met de groep met de laagste magnesiuminname. Bovendien leidde een hogere inname van magnesium tot een significant lagere concentratie van ontstekingsmarkers in het bloed en een betere insulinegevoeligheid.

Jonge mensen kunnen hun risico van diabetes dus verlagen door dagelijks voldoende magnesium binnen te krijgen. Waarschijnlijk is dit te danken aan een positief effect van magnesium op ontstekingsreacties en de insulinegevoeligheid.

Diabetische neuropathie en alfaliponzuur

Bij diabetische neuropathie kan extra alfaliponzuur gunstig werken. Dat blijkt uit een multicenter studie. Het onderzoek betrof in totaal 100 suikerziektepatiėnten (diabetes type-1 en -2) met symptomen van polyneuropathie. Deze symptomen duurden variėrend van 1 tot 14 jaar, met een gemiddelde van 3 jaar.

Aan alle deelnemers werd gedurende 3 weken dagelijks 600 mg R,S-alfaliponzuur intraveneus toegediend. Dit werd 3 maanden lang vervolgd met een dagelijkse orale suppletie van 300 tot 600 mg R,S-alfaliponzuur. Aan het einde van de suppletieperiode bleken de symptomen van polyneuropathie bij op één na alle deelnemers significant te zijn verminderd. De bevindingen ondersteunen de resultaten van eerder onderzoek waarbij alfaliponzuur in de behandeling van diabetische neuropathie eveneens effectief bleek.

Vitamine D-status

Een lage vitamine D-status staat in relatie met hogere nuchtere bloedspiegels voor glucose en insuline en een hogere insulineresistentie. Dat blijkt uit studie aan de Tufts University in Boston. De onderzoekers bepaalden bij 808 personen zonder suikerziekte de bloedwaarden voor 25-hydroxyvitamine D [25(OH)D], als marker voor de vitamine D-status. Daarnaast werden, zowel nuchter als 2 uur na een orale glucose tolerantietest, de glucose- en insulinespiegels gemeten.

Aan de hand hiervan werd de HOMA-index voor insulineresistentie berekend. Het bleek dat naarmate de bloedwaarde voor 25(OH)D lager was, de nuchtere glucose- en insulinespiegels en de HOMA-index voor insulineresistentie hoger waren. Dit was na aanpassing van de gegevens voor leeftijd, geslacht, BMI, buikomtrek en rookgedrag. De 30% deelnemers met de laagste vitamine D-status hadden, vergeleken met de 30% met de hoogste vitamine D-bloedwaarden, een 1,6% hogere nuchtere glucosespiegel, een 9,8% hogere nuchtere insulinespiegel en een 12,7% verhoogde HOMA-index voor insulineresistentie. Conclusie van de onderzoekers; een lage vitamine D-status is mogelijk een bepalende factor voor de ontwikkeling van suikerziekte.

Lage zink en risico op diabetes

Een hogere inname van zink houdt mogelijk verband met een kleinere kans op de ontwikkeling van suikerziekte, aldus gegevens van een groep vrouwen die aan de Nurses’ Health Study in de VS deelnamen. Het onderzoek betrof 82.279 vrouwen met leeftijden tussen 33 en 60 jaar. Met behulp van een vragenlijst was informatie verkregen over het voedingspatroon. Aan de hand hiervan werden de innamen van zink en andere voedingsstoffen bepaald.

Gedurende de 24 jaar dat de vrouwen waren gevolgd, werd bij 6030 van hen suikerziekte vastgesteld. De 20% vrouwen met de hoogste zinkinname hadden een 10% verlaagde kans deze aandoening te ontwikkelen dan de 20% met de laagste inname.

Zink is vrij gevoelig voor factoren in het maag-darmkanaal die de absorptie van zink nadelig kunnen beļnvloeden, zoals fytaten en vezels. Het volwassen lichaam bevat gemiddeld 2 gram zink, waarvan een groot deel in de botten is opgeslagen en niet direct beschikbaar is voor het metabolisme. De spieren bevatten circa 65 % van de lichaamsvoorraad. De hoogste concentraties worden aangetroffen in de huid, haren, nagels, retina en de mannelijke voortplantingsorganen.

Zink is een zeer veelzijdig spoorelement en is betrokken bij de functie van talloze enzymen in alle delen van de stofwisseling. Het is onder meer noodzakelijk voor een correct verloop van het koolhydraten- en energiemetabolisme, de eiwitopbouw en –afbraak, de nucleļnezuursynthese, de hemoglobinesynthese en het koolstofdioxidetransport.

In de pancreas is zink verbonden aan de protease enzymen die door de spijsvertering worden uitgescheiden. Ook het insulinemetabolisme is sterk van zink afhankelijk. Voor de spermatogenese en de omzetting van het hormoon testosteron in het actieve dehydrotestosteron is zink essentieel. Zink is tevens noodzakelijk voor het metabolisme en transport van vitamine A, de detoxificatie van alcohol en de verdediging tegen vrije radicalen (met name het super oxide anion).

Bij zinkgebrek vermindert de immuunfunctie: de hoeveelheid B- en T-lymfocyten in het bloed daalt, de thymus wordt kleiner en de concentratie van het hormoon thymuline neemt af. Er is ook een niet-enzymatische rol van zink ontdekt. Zink kan namelijk met bepaalde transcriptie-factor-eitwitten zogenaamde “zinc fingers” vormen; zonder deze proteļnen kunnen bepaalde genen niet afgelezen worden en dus niet tot expressie komen.

Twee miljard mensen met een zinktekort

Volgens deskundigen van Oregon State University is zinkdeficiėntie een wereldwijd probleem. Zo werd berekend dat ongeveer 2 miljard mensen over de hele wereld te weinig zink met de voeding binnenkrijgen. Er is ondanks de erkenning van de hiermee gepaard gaande symptomen, tot op heden nog niet veel aandacht geweest voor het zinkdeficiėntie probleem.

De resultaten van recente studies baren zorg wat betreft de impact van een tekort aan zink voor de gezondheid. Het zou namelijk met een verhoogd risico van uiteenlopende chronische ziekten, waaronder kanker, gepaard gaan. Zo is aangetoond dat een tekort aan zink de vatbaarheid voor infectieziekten vergroot en het immuunsysteem verzwakt. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat zink essentieel is voor de bescherming tegen oxidatieve stress en het herstel van genetische schade. Gevonden werd dat zelfs een lichte zinkdeficiėntie al tot stijging van de DNA-schade kan leiden.

Een tekort aan zink komt veel voor in ontwikkelingslanden. Maar ook in de VS zou er volgens de experts voor 12% van de bevolking een risico van zinkdeficiėntie bestaan. Voor ouderen zou dit percentage zelfs 40% bedragen.

Commentaar NDN

Mensen met suikerziekte zijn, naast het volgen van een specifiek dieet op maat, mogelijk ook gebaat bij het eten van walnoten. Uit een onderzoek blijkt namelijk dat dit een gunstig effect heeft op de nuchtere insulinespiegel.

Het onderzoek betrof 50 suikerpatiėnten met overgewicht die niet met insuline werden behandeld. Hun gemiddelde leeftijd was 54 jaar. Ze werden gedurende een jaar in twee willekeurige groepen verdeeld. Beide groepen kregen een vet verlaagd dieet geadviseerd met een dagelijkse energie-inname van ongeveer 2000 kcal, voor 30% afkomstig van vet. Bij de ene groep werd dit gecombineerd met een dagelijkse portie van 30 gram walnoten, bij de andere niet. Tijdens en na beėindiging van dit jaar werden in beide groepen de veranderingen in lichaamsgewicht, (buik)vet en de verschillende de markers voor suikerziekte bepaald.

Het bleek dat in de walnotengroep er significant meer meervoudig onverzadigde vetten werden gegeten. Deze waren voor 67% afkomstig van de aan het dieet toegevoegde walnoten. Het gunstige effect op de nuchtere insulinespiegel bleek in de walnotengroep significant groter, vooral tijdens de eerste 3 maanden van de onderzoeksperiode. Ondanks het feit dat het vet verlaagde dieet niet op afvallen gericht was, werd in beide groepen na het jaar een gewichtsverlies van 1 tot 2 kg gemeten. Ook werden er in beide groepen verbeteringen van alle klinische parameters bereikt.

Natuurdiėtisten kunnen u helpen bij het samenstellen van uw dieet en indien nodig bij de suppletie van nutriėnten die na onderzoek te kort blijken te zijn.

Literatuur en links:

. Cefalu WT, Rood J, [..], Newcomer B. Characterization of the metabolic and physiologic response to chromium supplementation in subjects with type 2 diabetes mellitus. Metabolism 2010; 59(5):755-62
.
Albarracin CA, Fuqua BC, Evans JL, Goldfine ID. Chromium picolinate and biotin combination improves glucose metabolism in treated, uncontrolled overweight to obese patients with type 2 diabetes. Diabetes Metab Res Rev 2008; 24(1):41-51
.
Psaltopoulou T, Panagiotakos DB, [..], Stefanadis C. Dietary antioxidant capacity is inversely associated with diabetes biomarkers: The ATTICA study. Nutr Metab Cardiovasc Dis 2010 [Epub ahead of print]
.
Beulens JW, van der A DL, [..], van der Schouw YT. Dietary phylloquinone and menaquinones intake and risk of type 2 diabetes. Diabetes Care 2010 [Epub ahead of print]
.
Kim DJ, Xun P, [..],He K. Magnesium intake in relation to systemic inflammation, insulin resistance, and the incidence of diabetes. Diabetes Care 2010 Aug 31; Epub ahead of print
.
Bureković A, Terzić M, [..], Hadzić N. The role of alpha-lipoic acid in diabetic polyneuropathy treatment. Bosn J Basic Med Sci 2008; 8(4):341-5
.
Liu E, Meigs JB, [..], Jacques PF. Plasma 25-hydroxyvitamin d is associated with markers of the insulin resistant phenotype in nondiabetic adults. J Nutr 2009; 139(2):329-34
.
Sun Q, van Dam RM, [..], Hu FB. A Prospective Study of Zinc Intake and Risk of Type 2 Diabetes in Women. Diabetes Care 2009; 32(4):629-34
.
Oregon State University, 17 September 2009. Zinc deficiences a global concern.
.
Tapsell LC, Batterham MJ, [..], Charlton KE. Long-term effects of increased dietary polyunsaturated fat from walnuts on metabolic parameters in type II diabetes. Eur J Clin Nutr 2009; 63(8):1008-15

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen