skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Opinie deel 2: Rol van de voeding bij galstenen

Uit diverse studies is gebleken dat de volgende voedingsfactoren een risico vormen voor galstenen namelijk:
1.Hoge calorie inname die tot overgewicht leidt.

2.Geraffineerde (enkelvoudige) suikers die de kans vergroot op insulineresistentie. Bij insulineresistentie worden vaker galstenen aangetroffen.

3.Verzadigde dierlijke vetten, transvetten, gedeeltelijk gehydrogeneerde plantaardige oliėn.

4.Onbalans tussen omega 6 en omega 3 vetzuren. Te weinig omega 3 vetzuren(visolie) geeft verhoogde triglyceriden (bepaalde vetten in het bloed). Hypertriglyceridemie gaat gepaard met een toegenomen cholesterolsecretie in gal en verminderde galblaascontractie. Uit onderzoek blijkt dat visolie suppletie de galzuurproductie significant verhoogt, voor een betere galblaascontractie zorgt en ook de triglyceriden verlaagt.

Daarnaast zorgt visolie voor verlaging van de secretie van mucusglycoproteinen (slijm) door het galblaasepitheel. Slijmvorming in de galblaas is een cruciale stap in de vorming van galstenen. Men ziet meer arachidonzuur (arachidonzuur geeft ontstekingsreacties) in de gal van mensen met galstenen. Een anti ontstekingsdieet (een voeding met o.a. extra knoflook, geelwortel, veel fruit en groenten, voldoende vitamine D, voldoende vezels, suikervrij, omega3, gember, normaal olijfolie gebruik zoals gemiddeld 1 tot 2 eetlepels per dag, avocado, groene thee, eliminatie van voedselallergie/intoleranties) geeft minder kans op galstenen.

5.Onvoldoende vezels. Onoplosbare vezels uit volle granen (haver), peulvruchten, zaden (lijnzaad) en verse onebrande noten (walnoten) en oplosbare vezels (inuline) verlagen het totale- en het LDL cholesterolgehalte. Ze stimuleren de omzetting van cholesterol in galzuren, remmen de cholesterol aanmaak in de lever, verlagen de triglyceriden en verhogen de insulinegevoeligheid.

Daarnaast versnellen ze de darmpassage waardoor er minder secundaire galzouten worden gevormd. (deze geven weer meer cholesterolverzadiging in de gal). Allemaal effecten die aangeven dat de juiste vezels minder kans geeft op galstenen.

6.Onvoldoende plantaardige eiwitten leidt tot verhoging van triglyceriden. Plantaardige eiwitten hebben een remmend effect op de kristallisatie van cholesterol.

Phosphatidylcholine

Phospholipiden kunnen een gunstig effect hebben bij galstenen. Normale, gezonde gal bestaat gemiddeld uit 70% galzouten, 22% lecithine, 3% proteļnen en 0,3% bilirubine. Phosphatidylcholine heeft zogenaamde lipotrope eigenschappen. Lipotrope stoffen voorkomen overmatige opslag van vetten in de lever.

Leververvetting kan optreden bij onder meer diabetespatiėnten en alcoholisten. Aangetoond is, dat het cholinedeel van het phosphatidylcholinemolecuul verantwoordelijk is voor de lipotrope eigenschappen van lecithine (ook inositol, afkomstig van phosphatidylinositol, heeft een lipotrope werking). Alle weefsels in het menselijk lichaam nemen choline op uit de bloedbaan, maar het grootste verbruik en de grootste opslag van choline vinden plaats in de lever.

Taurine

Het aminozuur taurine heeft antioxidatieve en membraanstabiliserende eigenschappen, ondersteunt de detoxificatie van toxines en is noodzakelijk voor de galproductie. In de vorm van taurocholaten is taurine een belangrijk onderdeel van gal en is het van belang voor het vetmetabolisme. Taurine kan de activiteit verhogen van het enzym 7-alpha-cholesterol-hydroxylase.

Dit enzym zet cholesterol om in galzouten, waardoor de totale hoeveelheid cholesterol in de lever afneemt. Bij proefdieren die extra taurine kregen toegediend, was er een verlaging van het LDL- en VLDL-cholesterol en een stijging van het HDL-cholesterol waarneembaar. Bij (familiare) hypercholesterolemie en bij bepaalde vormen van atherosclerose kan taurine daarom een waardevol adjuvans in de therapie vormen.

Minder galsteenlijden bij hogere magnesiuminname

Verhoging van de magnesiuminname geeft verlaging van de kans op galsteenlijden bij mannen. Mannen met een relatief hoge magnesiuminname uit voeding en voedingssupplementen (454 mg/dag) hebben 28% minder kans op symptomatische galstenen vergeleken met mannen met een lage magnesiuminname (262 mg/dag). Het beschermende effect van magnesium is meer uitgesproken bij mannen met een zittende leefstijl.

De onderzoekers van de Amerikaanse Health Professionals Follow-up Study baseren zich op gegevens van 42.705 mannen die gemiddeld 13 jaar werden gevolgd. De gemiddelde magnesiuminname bedroeg 353 mg per dag. In de loop van de studie kregen 2195 mannen galsteenklachten (aan galstenen toegeschreven pijnaanvallen in de bovenbuik die langer dan 30 minuten, maar korter dan 12 uur duren). De kans op galsteenlijden nam duidelijk en dosisfafhankelijk af bij een hogere magnesiuminname.

De onderzoekers weten niet precies hoe magnesium galsteenklachten helpt voorkomen, maar vermoeden dat verschillende factoren een rol spelen. Een lage magnesiuminname is geassocieerd met hyper-insulinemie. Het is bekend dat hypersecretie van insuline de vorming van galstenen bevordert, mede door een hogere cholesterolverzadigingsindex van gal. Dyslipidemie (stijging van de triglyceridenspiegel en verlaging van de HDL-cholesterolspiegel) door een lage magnesiuminname kan ook bijdragen aan de vorming van galstenen.

Experimentele studies suggereren bovendien dat toename van zuurstofradicalen door een lage magnesiuminname zorgt voor meer slijmvorming in de galblaas, waardoor galstenen sneller ontstaan. Daarnaast stimuleert magnesium mogelijk de galblaaslediging waardoor minder galstase optreedt. Tien tot vijftien procent van de Nederlanders heeft galstenen (meestal cholesterolstenen); 20% van hen krijgt galsteenklachten.

Koffie en galstenen

Een paar onderzoeken zijn gedaan naar het drinken van koffie en de relatie tot pijnaanvallen door galstenen. Het blijkt dat bij het drinken van 2 tot 4 kopjes koffie per dag minder pijnaanvallen optreden door galstenen. Uit een onderzoek waar men 46.000 mannen 4 jaar lang volgden, bleek dat bij het drinken van 2 a 3 kopjes koffie per dag de kans op een galsteen-pijnaanval bijna met de helft verminderde.

Gedecafeinieerde koffie had geen effect. Ook bij een groep van meer dan 88.000 vrouwen bleek caffeine een gunstig effect te hebben op de symptomen van galsteenziekten. Een ander onderzoek bevestigde deze resultaten.
Deel 3 van dit artikel leest u 7 augustus: Leverdetox oliekuren en het risico op dysbiose en ontstekingen als gevolg van LPS (Lipopolysacchariden).

Literatuur en links:

Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154: A2645

http://www.mkatan.nl/radio-en-tv/373-27-december-leverreiniging.html

Dekkers R. Apple juice and the chemical-contact softening of gallstones. Lancet. 1999; 354:2171 Medline. doi:10.1016/S0140-6736(05)77083-5

Ewald N, Hardt PD. [Flushing stones? “Liver purging” and “gallbladder lavage”]. Dtsch Med Wochenschr. 2009; 134:1774 Medline. doi:10.1055/s-0029-1234016

Sies CW, Brooker J. Could these be gallstones? Lancet. 2005;365:1388 Medline. doi:10.1016/S0140-6736(05)66373-8

Saunders JH, Thjodleifsson B, Wormsley KG. Effect of intraduodenal magnesium sulphate on pancreas and gallbladder of man. Gut. 1976;17:435-8 Medline. doi:10.1136/gut.17.6.435

Tsai CJ, Leitzmann MF, Willett WC, et al. Long-term effect of magnesium consumption on the risk of symptomatic gallstone disease among men. Am J Gastroenterol. 2008; 103(2):375-82.

Ko CW. Magnesium: does a mineral prevent gallstones? Am J Gastroenterol. 2008;103(2):383-5.

Leitzmann MF, Willett WC, Rimm EB, Stampfer MJ, Spiegelman D, Colditz GA, Giovannucci E. | A prospective study of coffee consumption and the risk of symptomatic gallstone disease in men. | JAMA. | 1999 Jun 9;281(22):2106-12.

Leitzmann MF, Stampfer MJ, Willett WC, Spiegelman D, Colditz GA, Giovannucci EL. | Coffee intake is associated with lower risk of symptomatic gallstone disease in women. | Gastroenterology. | 2002 Dec;123(6):1823-30.

Leitzmann MF, Stampfer MJ, Willett WC, Spiegelman D, Colditz GA, Giovannucci EL. | Coffee intake is associated with lower risk of symptomatic gallstone disease in women. | Gastroenterology. | 2002 Dec;123(6):1823-30.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen