skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1500 artikelen over gezondheid!

Opinie deel 1: Lever- en/of galstenen?

Het internet vol staat met laxatie-en leverreinigingskuren. Een van de meest spectaculaire is de leverreinigings- of leverstenenkuur. Leverstenen bestaan niet, maar galstenen wel, en de gal is een deel van de lever, dus misschien komt daar het idee van leverstenen vandaan, aldus Prof.dr. Martijn B. Katan. In het nummer van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 2010 staat er het volgende over geschreven.

In de wetenschappelijke literatuur zijn 2 artikelen te vinden waarin uitscheiding van ‘leverstenen’ na een vergelijkbare laxatiekuur wordt beschreven. Beide studies concluderen dat de samenstelling van deze ‘leverstenen’ in niets lijkt op die van echte galstenen. De voornaamste bestanddelen van de beschreven stenen waren namelijk triglyceriden en vrije vetzuren; ze bevatten geen cholesterol of bilirubine.

Bij een patiënte met galstenen ging de passage van grote hoeveelheden ‘leverstenen’ dan ook niet gepaard met een afname van het aantal op echografie zichtbare galstenen. Een experiment met vrijwilligers zonder galstenen leverde het definitieve bewijs dat de na een laxatiekuur verkregen ‘leverstenen’ geen galstenen zijn. Deze vrijwilligers produceerden namelijk ook grote hoeveelheden stenen na het ondergaan van een leverkuur.

Maar, wat is nu het mechanisme waardoor deze ‘leverstenen’ ontstaan? Het belangrijkste bestanddeel van de leverkuren is olijfolie; alle varianten van de leverreinigingskuur schrijven de inname hiervan voor. De analyse van de vetzuren in de stenen is bovendien consistent met de samenstelling van olijfolie. De stenen ontstaan dus waarschijnlijk door inwerking van gal en pancreatische lipasen op de olijfolie, misschien in combinatie met zouten uit het tegelijkertijd ingenomen vruchtensap.

Omdat magnesiumsulfaat sterk laxerend werkt en galblaaslediging en het vrijkomen van pancreassappen stimuleert, zal inname ervan met de gelijktijdige inname van olijfolie de vorming van de ‘leverstenen’ bevorderen.

Een flinke slok olijfolie zal, zeker samen met een dosis magnesiumsulfaat, een sterke contractie van de galblaas en relaxatie van de oddi-sfincter tot gevolg hebben. Helemaal uitgesloten lijkt het dus niet dat kleine galstenen na een leverkuur het lichaam kunnen verlaten, maar de conventionele behandeling van galstenen heeft toch de voorkeur. Aan de andere kant, als boetedoening en middel tot matiging, kunnen deze laxatiekuren misschien wel helpen bij het remmen van onze vraatzucht. Tot zover het Nederlandse
Tijdschrift voor Geneeskunde uit 2010.

Galstenen

Galstenen zijn hard, maar de ‘leverstenen’ waren zacht en ze lieten vetvlekken achter op papier, aldus Prof. Katan. Ze bevatten ook niet de typische bestanddelen van galstenen. Galstenen bestaan uit cholesterol, bilirubine en calcium, maar die zogenaamde leverstenen bestaan grotendeels uit vet. Als je ze een beetje warm maakt smelten ze. Bovendien drijven ze terwijl echte galstenen zinken. Die leverstenen komen in werkelijkheid niet uit de lever, het is gewoon halfverteerde olijfolie. Je kunt ze namaken door in de reageerbuis citroensap te mengen met oliezuur, dat is het voornaamste bestanddeel van olijfolie.

Katan: “Er komt dus niets vrij uit de lever of de gal als je die kuur doet, de olijfolie die je er van boven in grote hoeveelheid in giet komt er van onderen uit in de vorm van zachte brokken. Dat mensen geloven in dergelijke zuiveringskuren is geen wonder, want je hebt wat chemische kennis en apparatuur nodig om te ontdekken wat deze stenen echt zijn”.

In dit artikel (in drie delen) gaat de NDN redactie nader in op dit onderwerp wat (vet) veel stof doet opwaaien op het internet.

Galzure zouten

Galzure zouten, ook wel cholaten genoemd, zijn zouten van galzuur (cholzuur). Afwijking in de aanmaak van galzure zouten kan leiden tot ernstige stoornissen in de vetvertering. Cholzuur en chenodeoxygalzuur zijn de twee belangrijkste galzuren die in de lever worden gemaakt uit cholesterol. Uit deze galzuren worden de galzure zouten gevormd die nodig zijn voor een goede spijsvertering in de darm.

De galzouten spelen een rol bij het oplossen van vetten en vetoplosbare vitaminen in het dunne darmsap, zodat ze beter worden opgenomen in het lichaam. Ook zorgen ze voor uitscheiding van water door de wand van de dikke darm waardoor de darminhoud zacht blijft en beter kan worden getransporteerd.

Een stoornis in de aanmaak van galzure zouten kan verschillende oorzaken hebben. Ook als galzure zouten in voldoende mate aangemaakt worden, kan de stofwisseling ervan verstoord zijn. Zo kunnnen bij coeliakie onvoldoende galzuren in de darm geabsorbeerd worden. Bij een obstructie (verstopping) van de galwegen is er onvoldoende transport van galzuren naar de darm. Een dergelijk obstructie kan het gevolg zijn van onder andere galstenen.

Albumine

Albumine is een belangrijk eiwit dat aangemaakt wordt door de lever. Vervolgens wordt het door de lever afgegeven aan het bloed. Albumine dient onder andere als transportmiddel voor calcium (kalk), bilirubine, geneesmiddelen, hormonen en vetzuren.

Een laag albuminegehalte in het bloed kan een aanwijzing zijn voor een slecht functionerende lever.
Een verlaagd albuminegehalte is niet karakteristiek voor een leveraandoening. Het kan ook andere oorzaken hebben, zoals een nieraandoening, een schildklierafwijking of ondervoeding.

Alkalische-fosfatase (AF) en gamma-GT

Alkalische-fosfatase en gamma-GT zijn enzymen. Een verhoogde concentratie in het bloed kan wijzen op verschillende aandoeningen van de lever of galwegen. Een licht verhoogde gamma-GT waarde heeft meestal te maken met gebruik van alcohol en/of medicijnen, leververvetting en extreem overgewicht. Een sterk verhoogde gamma-GT waarde wijst op alcoholmisbruik of een belemmerde afvoer van galvloeistof. Dit kan veroorzaakt worden door galstenen, een vernauwing of afwijking aan de galwegen.

Een verhoogde alkalische-fosfatase waarde, in combinatie met normale ALAT en ASAT, wijst in de richting van een galwegaandoening. Alkalische-fosfatase wordt ook aangemaakt in de cellen van de darm, nieren, placenta en botten. Een verhoogd gehalte kan dus ook wijzen in de richting van een aandoening buiten de lever en galwegen.

De vorming van galzuur is de belangrijkste manier van het uitscheiden van cholesterol. Cholesterol wordt door de lever uitgescheiden via de gal. De lever koppelt vervolgens de aminozuren taurine en glycine aan de galzuren, waardoor galzouten ontstaan. Via de galblaas worden deze aan de dunne darm afgegeven, waar ze bij de resorptie van vetten en in vet oplosbare vitaminen meewerken.

Velen hebben galstenen zonder het te weten

Ongeveer 15 % van de bevolking heeft galstenen. Veel mensen hebben galstenen zonder het te weten omdat maar 10 tot 20% van de galstenen klachten geeft. Kleinere galstenen verlaten ongemerkt met de ontlasting het lichaam. Meestal gaat het om galstenen die ontstaan als cholesterol in gal kristalliseert. Dit komt door een verstoorde balans tussen de cholesterol-, de galzuren- en het fosfolipiden(vet)gehalte in gal.

Gal wordt geproduceerd door de lever en opgeslagen in de galblaas. Bepaalde stoffen zoals vet, alcohol, koffie, specerijen (geelwortel) prikkelen de galblaas waardoor deze zich samentrekt. Gal wordt in de darm uitgescheiden en vermengd zich met de voedselbrij en helpt bij de vertering van vetten. Gal bevat cholesterol dat in oplossing wordt gehouden door galzuren en fosfolipiden (voornamelijk fosfatidylcholine).

Hoe ontstaan galstenen?

Er zijn diverse factoren die kans geven op galstenen namelijk:
1.Oververzadiging van gal met cholesterol bij onvoldoende galzuren en fosfolipiden.
2.Een snellere cholesterolkristallisatie door toegenomen slijmvorming Meestal ontstaat deze slijmvorming gevormd door het galblaasepitheel als gevolg van ontstekingsreacties in de galblaas.
3.Een onvoldoende lediging van de galblaas door een zwakke galblaas contractie.
4.Vermindering van de darmperistaltiek, waardoor meer galzuren die in de darmen terecht zijn gekomen via de galblaas worden omgezet door darmbacteriën. Bij deze omgezette galzuren ontstaan de zogenaamde secundaire galzuren. Deze worden vervolgens weer opgenomen door de darmen en komen opnieuw terug in de lever (kringloop). Daar zorgen ze ervoor dat de cholesterolomzetting stopt en de gal verzadigd wordt met cholesterol. De cholesterol moet als alles goed gaat omgezet worden in galzuren zodat de gal vloeibaar blijft. Deze kringloop gaat mis bij darmvertraging.

Cholesterolgalstenen (die naast cholesterol ook nog bestaan uit bilirubine en calciumzouten) beginnen als kleine kristallen die met gemiddeld 1 millimeter per jaar aangroeien en soms pas na twintig jaar klachten geven. Ongemerkt worden galsteentjes geloosd, maar soms gaat het mis en dan blijven ze in een galgang vast zitten (obstructie). Laproscopische verwijdering van de galblaas is vaak de keuze van een reguliere behandeling bij symptomatische galstenen (galkoliek door obstructie, galblaasontsteking, geelzucht, alvleesklierontsteking).

Is er een manier om galstenen te voorkomen?

Ja, dat kan door voedingsveranderingen. Lees verder in deel 2 en deel 3.
Deel 2 van dit artikel ‘de rol van de voeding bij galstenen‘.
Deel 3 van dit artikel ‘Leverdetox oliekuren en het risico op dysbiose en ontstekingen’.

Literatuur en links:

Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154: A2645

http://www.mkatan.nl/radio-en-tv/373-27-december-leverreiniging.html

Dekkers R. Apple juice and the chemical-contact softening of gallstones. Lancet. 1999; 354:2171 Medline. doi:10.1016/S0140-6736(05)77083-5

Ewald N, Hardt PD. [Flushing stones? “Liver purging” and “gallbladder lavage”]. Dtsch Med Wochenschr. 2009; 134:1774 Medline. doi:10.1055/s-0029-1234016

Sies CW, Brooker J. Could these be gallstones? Lancet. 2005;365:1388 Medline. doi:10.1016/S0140-6736(05)66373-8

Saunders JH, Thjodleifsson B, Wormsley KG. Effect of intraduodenal magnesium sulphate on pancreas and gallbladder of man. Gut. 1976;17:435-8 Medline. doi:10.1136/gut.17.6.435

Tsai CJ, Leitzmann MF, Willett WC, et al. Long-term effect of magnesium consumption on the risk of symptomatic gallstone disease among men. Am J Gastroenterol. 2008; 103(2):375-82.

Ko CW. Magnesium: does a mineral prevent gallstones? Am J Gastroenterol. 2008;103(2):383-5.

Leitzmann MF, Willett WC, Rimm EB, Stampfer MJ, Spiegelman D, Colditz GA, Giovannucci E. | A prospective study of coffee consumption and the risk of symptomatic gallstone disease in men. | JAMA. | 1999 Jun 9;281(22):2106-12.

Leitzmann MF, Stampfer MJ, Willett WC, Spiegelman D, Colditz GA, Giovannucci EL. | Coffee intake is associated with lower risk of symptomatic gallstone disease in women. | Gastroenterology. | 2002 Dec;123(6):1823-30.

Leitzmann MF, Stampfer MJ, Willett WC, Spiegelman D, Colditz GA, Giovannucci EL. | Coffee intake is associated with lower risk of symptomatic gallstone disease in women. | Gastroenterology. | 2002 Dec;123(6):1823-30.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen