skip to Main Content
Kenniscentrum met meer dan 2000 artikelen over gezondheid!BEKIJK ALLE ONDERWERPEN

Meer aandacht voor lichaams-samenstelling in topsport

Een sporter verliest het liefst alleen vet en geen spieren. Nu zijn spieren per volume zwaarder dan vet oftewel 1 kg spiermassa neemt minder ruimte in op het lichaam dan 1 kg vetweefsel. Dat betekent dat een persoon die gespierd is er slanker uitziet dan een persoon die even zwaar is maar meer vetweefsel heeft.

Voor een duursporter levert het de meeste voordelen als hij of zij veel spierweefsel heeft, omdat hij/zij dan meer vermogen kan leveren en minder loos gewicht mee hoeft te torsen.

Gewicht en sportprestatie

Op het eerste gezicht zou men denken dat het een groot voordeel is voor sporters om licht te zijn, maar een sporter die teveel afvalt verliest ook spiermassa en heeft minder kracht. Een sporter heeft voldoende brandstof (koolhydraten en vetten voor de inspanning) en bouwstoffen (eiwitten, mineralen en vocht voor het spierherstel) nodig om een grote meerdaagse wielerkoers, zoals de Tour de France goed uit te kunnen rijden.

Noakes meldt dat een wielrenner ongeveer 8000 kCal per dag gebruikt tijdens de Tour de France. Dat kan conflicteren met de wens om niet te zwaar te willen zijn. Het lijkt niet te voorkomen dat sporters gedurende deze zware wielertocht gewicht verliezen.

Het is jammer dat er geen exacte gegevens zijn over het gewichtsverlies gedurende de Tour de France. Het zou zeer interessant zijn hoe de lichaamssamenstelling verandert van de wielrenners tijdens de Tour de France en welke invloed dit heeft op hun prestaties.

Efficiėntie van spierwerking gedurende de Tour de France verhoogd?

In 2005 beweerde Coyle (1) dat de efficiėntie van de spieren gedurende de Tour de France zou kunnen verbeteren aan de hand van gegevens van de Amerikaanse wielrenner Lance Armstrong. In datzelfde jaar wordt dit door de onderzoeksgroep van Martin (2) betwijfeld. Doordat Lance Armstrong tijdens zijn wielerloopbaan verschillende dopingproducten heeft gebruikt, heeft het onderzoek van Coyle (3) zijn waarde verloren zoals hij dit zelf ook heeft (h)erkend.

Op basis van deze onderzoeksgegevens kunnen geen conclusies getrokken worden of de efficiėntie van de spieren gedurende de Tour de France toe- of afneemt.

Sporters en hun gewicht

Duursporters willen vaak het liefst een laag gewicht hebben, omdat ze denken dat ze hiermee hun prestatie kunnen optimaliseren. Dit kan ontaarden in eetstoornissen. Het bekendste voorbeeld van een duursporter met een eetstoornis is Leontien Zijlaard-van Moorsel. Ondanks haar eetstoornis won ze echter veel wedstrijden, maar in haar biografie stelt zij dat het overwinnen van de eetstoornis als haar grootste zege ziet.

Dat Leontien geen uitzondering is, blijkt uit onderzoek van sportpsycholoog Karin de Bruin. Het is goed dat er meer aandacht komt voor het voorkomen van eetstoornissen in de duursport en dat geldt natuurlijk ook voor de esthetische sporten zoals turnen en kunstschaatsen en sporters waarbij er met gewichtsklassen wordt gewerkt, zoals judo en boksen.

Verschil in aanleg voor lichaamssamenstelling

Er is helaas nog (te)weinig aandacht van de sporters voor hun lichaamssamenstelling. Toch wordt daar door de sporter en zijn/haar begeleidingsteam wel naar gekeken, door regelmatig het lichaamsvetpercentage van de sporter te meten.

Maar er is nog winst te boeken in het verbeteren van sportprestaties en het beschermen van de gezondheid van sporters als er meer aandacht wordt besteed aan de algehele lichaamssamenstelling en de individuele aanleg.

Sommige sporters kweken gemakkelijker een stevig spierkorset en zijn dus mesomorf, anderen hebben meer aanleg om vetweefsel aan te leggen en zijn endomorf en de derde groep is van nature erg slank en heeft een hoge stofwisseling en zijn ectomorf.

Meestal is er echter sprake van een mengvorm van deze drie typen. De erfelijke aanleg is bepalend, maar kan door de leefstijl worden beļnvloed. Wanneer een sporter meer weet over haar/zijn lichaamssamenstelling kan zij/hij de trainingsintensiteit en de voeding hier beter op aanpassen om de gezondheid te beschermen en de prestatie op een gezonde manier te optimaliseren.

Meten is weten

De sporter die meer wil weten over zijn haar lichaamstype doet er goed aan om dit te laten bepalen door iemand die de meettechnieken van de ISAK (International Society for the Advancement of Kinantropomotry) gebruikt. Door deze metingen periodiek uit te laten voeren kunnen vorderingen van bijvoorbeeld trainingsarbeid in kaart worden gebracht.

Meer hierover weten? Neem gerust eens contact op.
Anneke PalsmaPalsma Sportvoedingsadviesbureau

Literatuur en links:

1. Edward F. Coyle: Improved muscular efficiency displayed as Tour de France champion matures, J Appl Physiol, 98:2191-2196, 2005. First published 17 March 2005.

2. David T. Martin, Marc J. Quod and Christopher J. Gore: Has Armstrong’s cycle efficiency improved? J Appl Physiol 99:1628-1629, 2005.

3. Edward F. Coyle: Reconsideration of a Tour de France cyclist. J Appl Physiol; 114:1361, 2013. First published 14 March 2013.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen