skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Vet absorptiestoornissen, al dan niet veroorzaakt door inflammatoire aandoeningen van de darmen of een inadequate galproductie kunnen leiden tot deficiëntie van vet oplosbare vitaminen. Vitamine K, E, maar ook de omega 3 vetzuren zijn o.a. van invloed op de bloedstolling.

De vet oplosbare vitamine K is essentiële voedingsstof voor de bloedstolling. De aanmaak van verschillende bloedstollingsfactoren is afhankelijk van vitamine K. De letter K staat dan ook voor het Duitse woord ‘koagulation’ ofwel bloedstolling. Dit is echter niet de enige functie van vitamine K, die bestaat uit vitamine K1 (fyllochinon) en vitamine K2 (menachinon/MK).

Onderzoekers hebben ontdekt dat het lichaam meer vitamine K-afhankelijke eiwitten bezit waaronder osteocalcine, regulator van de botmineralisatie, en matrix Gla proteïne (MGP), remmer van kalkafzetting in zachte weefsels zoals kraakbeen en bloedvaten. Er is toenemend bewijs dat een subklinisch vitamine K-tekort een serieuze risicofactor is voor botontkalking, gewrichtsslijtage en verkalking van de slagaderwand, en dat het verbeteren van de vitamine K-status (vooral met vitamine K2) helpt om deze degeneratieve processen tegen te gaan. In dit artikel gaan we voornamelijk in op de effecten van vitamine K op de bloedstolling.

Stollingsfactoren

Vitamine K (K1, K2) is essentieel voor de productie van diverse stollingsfactoren (Gla-eiwitten) in de lever, waaronder factor II (protrombine), factor VII (proconvertine), factor IX (tromboplastine component), factor X (Stuart factor) en proteïne C, S en Z. Een (ernstig) vitamine K-tekort leidt tot een verlengde stollingstijd en verhoogt de kans op excessieve bloedingen, (occult) bloedverlies, (onderhuidse) bloeduitstortingen, slecht genezende wonden en bloedarmoede.

Een vitamine K-tekort kan het gevolg zijn van een te lage inname van vitamine K met de voeding, alcoholisme, (chronische) leverziekte, cystische fibrose, chronische maagdarmziekten (waaronder chronische diarree, coeliakie, ziekte van Crohn, colitis ulcerosa, regionale enteritis, short bowel syndrome), intestinale resectie (met name laatste deel van het ileum), ingrepen zoals maagverkleining bij morbide obesitas en medicijngebruik (waaronder antibiotica). Vitamine K accumuleert met name in vetweefsel. Mensen met een verhoogd vetpercentage (overgewicht, obesitas) hebben mogelijk een grotere kans op een functioneel vitamine K-tekort.

Hoofdzakelijk vit K1 in Westerse voeding

Westerse voeding bevat hoofdzakelijke vitamine K1 (fytomenadion, fylloquinon, fytonadion), dat voorkomt in planten (met name groene thee, algen en groene groenten zoals spinazie, sla, peterselie en koolsoorten). Vitamine K2 (menaquinon) wordt geproduceerd door bepaalde bacteriën en komt in beperkte mate voor in vlees, zuivel en eieren. De dikke darmflora produceert vitamine K2, maar de opname ervan is beperkt (vet oplosbare vitamines worden vooral in het ileum opgenomen).

Er zijn verschillende vormen van menaquinon, MK-4 tot MK-14 (het getal geeft het aantal isoprenyl-zijketens aan). MK-4 is aanwezig in vlees en wordt ook in beperkte mate in het lichaam gevormd uit vitamine K1; MK-5 t/m MK-9 worden in kleine hoeveelheden in gefermenteerde producten aangetroffen zoals kaas en yoghurt. Het Japanse voedingsmiddel natto (met Bacillus subtilis gefermenteerde sojabonen) is een uitzonderlijk rijke bron van MK-7. De vormen MK-10 t/m MK-14 zijn zeldzaam.

Vitamine K3 (menadion) is een synthetische (pro)vitamine K. Vitamine K1 en K2 zorgen beide voor activering van stollingsfactoren in de lever; met name vitamine K2 is werkzaam in weefsels buiten de lever. Vitamine K1 wordt grotendeels in de lever opgenomen en wordt minder in de circulatie gebracht dan vitamine K2.

GLA proteïnen

Vitamine K dient als een cofactor voor de synthese van vermoedelijk acht soorten glutamaatresiduen bevattende eiwitten (ook wel Gla-proteïnen genaamd). De voornaamste functie van vitamine K is hierbij de carboxylering van glutamaatresiduen in γ-carboxyglutamaat. De Gla-residuen die met behulp van vitamine K ontstaan, komen maar in een beperkt aantal proteïnen voor.

In de botten (en tanden) zijn dat osteocalcine (Bone Gla Protein of BGP), proteïne S en MPG (matrix Gla protein); in de nieren KGP (kidney Gla protein); in de vaatwand en andere zachte weefsels MPG (matrix Gla protein). Het Gla-eiwit Gas6 (growth arrest specific gene 6 protein) wordt onder meer geproduceerd door endotheelcellen en reguleert celdeling, celdifferentiatie en celmigratie en beschermt cellen tegen geprogrammeerde celdood (apoptose).

Remming kalkafzetting in vaatwand

Vitamine K-afhankelijk matrix Gla proteïne is essentieel voor het behoud van soepele slagaders door het voorkomen van kalkafzettingen in de vaatwand. Niet-gecarboxyleerd MGP wordt ook aangetroffen bij verkalkte atherosclerotische plaques in de binnenste laag van de vaatwand. In gezonde arteriën is echter uitsluitend gecarboxyleerd MGP te vinden.

Ernstige verkalking van atherosclerotische plaques verhoogt de kans op hartinfarct en beroerte. Verkalking van de tunica media leidt vooral tot stijfheid van de slagaders. Dit draagt bij aan disfunctie van de linker hartkamer en hartfalen. In studies is een positieve associatie gevonden tussen het gehalte niet-gecarboxyleerd (inactief ) MGP of vitamine K in bloed en de mate van (slag)aderverkalking.

Rotterdam Studie; een prospectieve cohortstudie

Onderzoekers van de Rotterdam Studie met 4807 proefpersonen van 55 jaar en ouder, ontdekten dat niet fyllochinon maar een hogere inname van menachinon met de voeding (meer dan 32,7 microgram per dag) is geassocieerd met significant minder verkalking van de aorta en een significant afgenomen kans op coronaire hartziekte en sterfte. Dit suggereert dat menachinon een veel betere bescherming biedt tegen hart- en vaatziekten dan fyllochinon. In een niet humane studie voor arteriële calcificatie kon suppletie met vitamine K2 verkalking van de slagaders totaal voorkomen. Vitamine K1 daarentegen had weinig effect.

Vitamine K1 lijkt een groter beschermend effect te hebben in combinatie met andere nutriënten. In een drie jaar durende klinische studie met 108 postmenopauzale vrouwen zorgde suppletie met vitamine K1 (1 mg/dag) in combinatie met vitamine D (8 mcg/dag), calcium, zink en magnesium voor duidelijke vermindering van verkalking van de halsslagader.

Vitamine K-status verbeteren met het eten van natto

De beste manier om de vitamine K-status te verbeteren is het eten van natto (natuurwinkel) of het gebruik van een vitamine K-supplement met MK-7 uit natto. Lastig is dat veel westerse mensen de smaak van natto niet kunnen waarderen. Het alternatief is een vitamine K-supplement.Menachinon-7 is superieur ten opzichte van fyllochinon en MK-4.

Menachinon wordt veel efficiënter opgenomen uit voedsel dan fyllochinon; de opname van MK-7 uit natto is 10x beter dan de opname van fyllochinon uit plantaardige voedingsmiddelen. MK-7 is veel langer werkzaam dan MK- 4 en fyllochinon: de serumhalfwaardetijd van MK-4 is maar 1 uur, van fyllochinon 1,5-7,5 uur en van MK-7 maar liefst 56 uur. Gebruik van MK-7 leidt tot een veel betere en evenwichtiger vitamine K-status. MK-7 is van natuurlijke (bacteriële) herkomst, vitamine K1 en MK-4 in supplementen zijn (meestal) synthetisch. Door de lange halfwaardetijd en de goede distributie over alle betrokken weefsels is MK-7 effectief in een veel lagere dosis (rond 50 microgram per dag) dan fyllochinon of MK-4.

Vitamine K status en medicatie gebruik

Onderzoekers vermoeden dat een vitamine K inname uit voeding tussen 200 en 500 microgram per dag nodig is voor een goede vitamine K-status (optimale carboxylering van osteocalcine). De vitamine K-behoefte is van ouderen hoger dan van (jonge)volwassenen. Voldoende vitamine K uit de voeding halen is echter lastig, vooral als het gaat om het belangrijke menachinon. In principe kunnen veel mensen profiteren van een aanvulling met MK-7, met name kinderen in de groei, vrouwen boven 40 jaar en mensen met een verhoogde kans op hart- en vaatziekten en osteoporose.

Maar vooral atletes, mensen met een nierziekte, vetresorptiestoornis, anorexia nervosa of diabetes mellitus en mensen die bepaalde medicijnen gebruiken (corticosteroïden, breedspectrumantibiotica, leuprolide, sulfonamides, quinine, quinidine, salicylaten, anticonvulsiva zoals fenobarbital, fenytoïne, carbamazepine, de galzuurbindende harsen cholestyramine en colestipol) hebben baat bij een vitamine K2-supplement. Inname van hoge doses vitamine A of vitamine E (> 800 IU per dag) verhoogt de vitamine K-behoefte.

Veiligheid van vitamine K

Vitamine K is veilig en heeft geen bijwerkingen in hoge doseringen. In landen zoals Japan, Korea, Thailand en Taiwan heeft men al jaren ervaring met doses van 45 mg MK-4 per dag. De stollingsneiging neemt niet abnormaal toe. MK-7 is effectief in een veel lagere dosis dan MK-4 en vitamine K1. Mensen die orale vitamine K-antagonisten (anticoagulantia) slikken, doen er goed aan niet meer dan 50 microgram vitamine K2 per dag te nemen onder begeleiding van een arts, om de werkzaamheid van de bloedverdunners niet te verstoren.

Omega 3 vetzuren

Lange keten omega-3-vetzuren beschermen tegen kransvatziekte, fataal en niet-fataal hartinfarct, beroerte en plotse hartdood. Het beschermende effect van omega-3-vetzuren is dosisafhankelijk. Voor primaire preventie van hart- en vaatziekten wordt een dosis van minimaal 750 mg per dag genoemd, voor secundaire preventie (bij bestaande harten vaatziekten) minimaal 1 gram DHA en EPA per dag.

Uit een systematische review komt tevens naar voren dat omega- 3-vetzuren beter beschermen tegen sterfte door hart- en vaatziekten dan de veelgeprezen statines (medicijnen die het cholesterolgehalte verlagen).

Omega-3-vetzuren:

  1. Remmen atherosclerose, mede door ontstekingsremming, verbetering van de endotheelfunctie en remming van oxidatieve stress;
  2. Verbeteren de elasticiteit van de vaatwand en verlagen hoge bloeddruk;
  3. Verminderen bloedplaatjesaggregatie, verbeteren de flexibiliteit van de rode bloedcellen en gaan trombose tegen;
  4. Verlagen de triglyceridenspiegel;
  5. Verbeteren de hartspierfunctie, verlagen de hartslag en gaan (fatale) hartritmestoornissen tegen.

Verhoogde kans op bloedingen bij gebruik van visolie naast stolling remmers?

Visolie wordt vaak ingezet om triglyceriden te verlagen of voor secundaire preventie bij mensen met hart- en vaataandoeningen. In een retrospectieve studie is gekeken naar het optreden van bloedingen bij gebruik van een combinatie van aspirine (gemiddelde dosering 161 +/- 115 mg), clopidogrel (Plavix) (75 mg) met of zonder een hoge dosering visolie (3 +/- 1.25 g).

Gedurende een gemiddelde follow-up van 33 maanden trad er 1 ernstige bloeding op in de controlegroep, en geen in de visoliegroep. Kleine bloedingen traden op in 2.3% van de visoliegroep en bij 3.9% in de controlegroep. De onderzoekers concluderen dat het gebruik van visolie naast deze veel gebruikte combinatie van stolling remmers geen hogere kans op bloedingen opleverde.

Vitamine E

Vitamine E is de voornaamste vet oplosbare antioxidant in het menselijk lichaam en neutraliseert hoog reactieve zuurstofmoleculen en diverse vrije radicalen. Het beschermt cellulaire membranen, vetzuren, cholesterol, vitaminen, hormonen en membraan- en transporteiwitten tegen oxidaties.

Door haar inhiberende effect op het enzym phospholipase A2, dat arachidonzuur vrijmaakt uit membraanphospholipiden, heeft vitamine E ook een anti-inflammatoire werking. Uit arachidonzuur kunnen namelijk inflammatie-stimulerende, bloeddruk verhogende en stolling bevorderende prostaglandines en thromoboxanen gevormd worden.

Er bestaat overigens een nauw synergisme tussen vitamine E, selenium, glutathion, vitamine C en de coënzymen van vitamine B3. Deze nutriënten kunnen namelijk vitamine E die door hoog reactieve zuurstof deeltjes of vrije radicalen geoxideerd is geraakt (tocopherylquinonen) regenereren voor hergebruik.

De rijkste bronnen van vitamine E zijn plantaardige oliën en tarwekiemen. Door raffinage van spijs-oliën en granen (witmeel) daalt het vitamine E-gehalte echter aanzienlijk. In natuurlijke bronnen kan vitamine E in vier vormen worden aangetroffen: α-, β-, γ- en δ-tocopherol.

Vitamine E: krachtige antioxidanten capaciteit

Op celmembranen van rode bloedcellen en op vaatendotheelcellen zijn specifieke receptoren voor d-α-tocopherol aangetroffen. Waarschijnlijk prefereren de rode bloedcellen α-tocopherol, omdat deze van alle tocopherolen de krachtigste bescherming biedt tegen peroxidatieve hemolyse. In diverse studies is in vitro en in vivo aangetoond dat α-tocopherol in vergelijking met de andere tocopherolen niet alleen de hoogste biologische activiteit, maar ook de krachtigste antioxidantcapaciteit heeft.

In de hepatocyten (levercellen) is een speciaal eiwit aangetoond, dat noodzakelijk is voor de intracellulaire verplaatsing van vitamine E: het zogenaamde hepatic d-α-tocopherol transfer protein. Bij mensen bij wie de genetische code voor de synthese van dit eiwit defect is, treedt er in het bloed en in de weefsels deficiëntie van d-α-tocopherol op, ondanks het feit dat er met de voeding voldoende vitamine E wordt opgenomen.

Vet absorptiestoornissen geeft vitamine E tekort

Vet absorptiestoornissen, al dan niet veroorzaakt door inflammatoire aandoeningen van de darmen (o.a. coeliakie, ziekte van Crohn, ziekte van Gaucher en cystic fibrosis) of een inadequate galproductie kunnen leiden tot deficiëntie van vitamine E. Inname van extra vitamine E is bij deze aandoeningen aanbevelenswaardig.

In wetenschappelijke kringen wordt steeds meer onderkend, dat onder diverse fysiologische en pathofysiologische omstandigheden de oxidatieve balans in het lichaam verstoord kan geraken. Onder meer bij virale infecties, bij verhoogde blootstelling aan radioactieve straling, zware metalen (lood, kwik, cadmium e.d.), uitlaatgassen, toxische geneesmiddelen, lichaamsvreemde stoffen uit ons milieu kan er sprake zijn van een overmatige vrije-radicaalvorming en verhoogde oxidatieve druk.

Echter ook tijdens zware en langdurige sportieve inspanning kan er door de versnelde stofwisseling en het sterk toegenomen zuurstofverbruik oxidatieve schade ontstaan. Vitamine E neemt een bijzondere plaats in bij de bescherming tegen overmatige vrije-radicaalvorming en verhoogde oxidatieve druk.

Vitamine E vermindert de kans op het optreden van trombose

In een studie binnen de deelneemsters aan de Women’s Health Study (2007) is gekeken naar de invloed van vitamine E op de kans op diep veneuze trombose en longembolieën. De 39.876 vrouwen die aan deze studie deelnamen gebruikten om de dag 600 IU vitamine E of een placebo. Bij 26.779 vrouwen is voor deze studie bloed afgenomen om te kijken of er genetische variaties bestonden die de kans op het optreden van trombose zou kunnen vergroten (factor V Leiden, G20210A prothrombine, en 677C>T MTHFR).

Gedurende een gemiddelde follow-up van 10,2 jaar bleek dat het aantal personen met trombose in de vitamine E-groep 21% lager was dan in de placebogroep. Bij mensen die voor de studie al eens trombose ontwikkeld hadden bleek de kans met 44% te dalen. Bij vrouwen met de erfelijke eigenschappen factor V Leiden of de prothrombine-mutatie was de kans op het ontwikkelen van trombose 49% lager.

De onderzoekers concludeerden dat inname van 600 IU vitamine E om de dag de kans op trombose vermindert, met name bij vrouwen die al eens trombose hadden doorgemaakt of een genetisch bepaald verhoogde kans hierop hebben.

Commentaar NDN

Tot nu toe wordt vitamine K vooral toegepast bij verlengde bloedstollingtijden, te sterke menstruatiebloedingen. De preventie van osteoporose en aderverkalking zouden nieuwe indicatiegebieden van vitamine K kunnen worden. Vitamine K2 heeft eveneens als K1 een effect op de bloedstolling, maar heeft een nog groter effect op de botopbouw.

Op grond van recente studies wordt ook vermoed, dat vitamine K over krachtige, met vitamine E en CoQ10 vergelijkbare antioxidatieve eigenschappen beschikt en een rol speelt in de elektronen overdracht in de mitochondria.

Aandoeningen waarbij de opname van vet oplosbare vitaminen (ADEK) in de darm verstoord is, zoals de ziekte van Crohn en coeliakie, kunnen leiden tot een marginale vitamine K-status (en ook vit A, E en D status). Uit onderzoek is gebleken, dat de extra-hepatische vitamine K-status van de populatie niet optimaal is, en dat de huidige ADH-waarde van circa 75 mcg/dag onvoldoende is voor optimale activatie van de diverse Gla-proteïnen in andere organen en weefsels dan de lever. Vitamine D versterkt de effecten van vitamine K.

Dosering vitamine K

De Nederlandse AHD voor vitamine K (K1/K2) bedraagt 75 mcg per dag (1-1,5 mcg/kg/dag) voor volwassenen (35 mcg/dag voor kinderen, 75 mcg/dag voor adolescenten). In de Verenigde Staten geldt een AHD voor volwassen mannen en vrouwen van respectievelijk 120 en 90 mcg per dag. Baby’s krijgen kort na de geboorte extra vitamine K1 (1.000 mcg) toegediend en ouders wordt aangeraden om hun kind, als het borstvoeding krijgt, vanaf de eerste week tot 3 maanden dagelijks 150 mcg vitamine K1 te geven om bloedingen door vitamine K-deficiëntie te voorkomen.

Uitgaande van de ADH krijgen de meeste volwassenen in Nederland voldoende vitamine K binnen. De gemiddelde inname is circa 100 mcg/dag, waarvan 10% vitamine K2. Mensen die veel groene groenten eten kunnen 250 mcg per dag halen. Een adequate vitamine K-inname, die in maximale carboxylering van (buiten de lever) vitamine K-afhankelijke eiwitten voorziet, bedraagt echter naar schatting 400-1000 mcg vitamine K (K1/K2) per dag voor gezonde volwassenen.

Bioflavonoïden hebben positief effect op EPA en DHA

Bioflavonoïden zijn sterke antioxidanten die mede verantwoordelijk worden gehouden voor de positieve effecten van een hogere inname van groenten en fruit. Nieuw onderzoek heeft aangetoond dat deze stoffen, die o.a. verantwoordelijk zijn voor de kleuren van vele soorten groenten, ook een positieve invloed hebben op de hoeveelheid omega 3 vetzuren(EPA en DHA) in het bloed. Hoe de bioflavonoïden precies invloed uitoefenen op de stofwisseling van omega-3 vetzuren is nog onbekend.

Hoogste tijd dat er bij bloedstollingsproblemen ook gewerkt gaat worden met natuurlijke voedingsadviezen en voedingssuppletie.

Literatuur en links:

Vitamine K referenties:

Vermeer C, Shearer MJ, Zittermann A et al. Beyond deficiency: potential benefits of increased intakes of vitamin K for bone and vascular health. Eur J Nutr. 2004;43(6):325-35.
Cranenburg EC, Schurgers LJ, Vermeer C. Vitamin K: the coagulation vitamin that became omnipotent. Thromb Haemost. 2007;98(1):120-5.
Hasanbasic I, Rajotte I, Blostein M. The role of gamma-carboxylation in the anti-apoptotic function of gas6. J Thromb Haemost. 2005;3(12):2790-7.
Otsuka M, Kato N, Ichimura T et al. Vitamin K2 binds 17beta-hydroxysteroid dehydrogenase 4 and modulates estrogen metabolism. Life Sci 2005;76:2473-82.
Schurgers LJ, Vermeer C. Determination of phylloquinone and menaquinones in food: effect of food matrix on circulating vitamin K concentrations. Haemostasis 2000;30:298-307.
Schurgers LJ, Teunissen KJ, Hamulyak K et al. Vitamin K-containing dietary supplements: comparison of synthetic vitamin K1 and natto-derived menaquinone- 7. Blood. 2007;109(8):3279-83.
Schurgers LJ, Spronk HM, Soute BA et al. Regression of warfarin-induced medial elastocalcinosis by high intake of vitamin K in rats. Blood. 2007;109(7):2823- 31.
Schurgers LJ, Teunissen KJ, Knapen MH et al. Novel conformation-specific antibodies against matrix gamma}-carboxyglutamic acid (Gla) protein. Undercarboxylated matrix gla protein as marker for vascular calcification. Arterioscler Thromb Vasc Biol 2005;25:1629-33.
Braam LA, Hoeks AP, Brouns F et al. Beneficial effects of vitamins D and K on the elastic properties of the vessel wall in postmenopausal women: a follow-up study. Thromb Haemost. 2004;91(2):373-80.
Geleijnse JM, Vermeer C, Grobbee DE et al. Dietary intake of menaquinone is associated with a reduced risk of coronary heart disease: the Rotterdam Study. J Nutr. 2004;134(11):3100-5.
Iketani T, Kiriike N, Murray et al. Effect of menatetrenone (vitamin K2) treatment on bone loss in patients with anorexia nervosa. Psychiatry Res. 2003;117(3):259-69.
Rees K, Guraewal S, Wong YL et al. Is vitamin K consumption associated with cardio-metabolic disorders? A systematic review. Maturitas. 2010;67(2):121-8.
Liu W, Nakamura H, Yamamoto T et al. Vitamin K2 inhibits the proliferation of HepG2 cells by up-regulating the transcription of p21 gene. Hepatol Res. 2007;37:360-365.
Ohsaki Y, Shirakawa H, Miura A et al. Vitamin K suppresses the lipopolysaccharide-induced expression of inflammatory cytokines in cultured macrophage-like cells via the inhibition of the activation of nuclear factor κB through the repression of IKKα/β phosphorylation. J Nutr Biochem. 2010;21:1120-1126.
Rennenberg RJ, de Leeuw PW, Kessels AG et al. Calcium scores and matrix Gla protein levels: association with vitamin K status. Eur J Clin Invest. 2010;40(4):344-9.
Gast GC, de Roos NM, Sluijs I et al. A high menaquinone intake reduces the incidence of coronary heart disease. Nutr Metab Cardiovasc Dis. 2009;19(7):504-10.
Schurgers LJ, Teunissen KJ, Knapen MH et al. Novel conformation-specific antibodies against matrix gamma-carboxyglutamic acid (Gla) protein: undercarboxylated matrix Gla protein as marker for vascular calcification. Arterioscler Thromb Vasc Biol 2005;25:1629-33.
Shea MK, O’Donnell CJ, Hoffmann U et al. Vitamin K supplementation and progression of coronary artery calcium in older men and women. Am J Clin Nutr. 2009;89:1799-807.
Geleijnse JM, Vermeer C, Grobbee DE et al. Dietary intake of menaquinone is associated with a reduced risk of coronary heart disease: the Rotterdam Study. J Nutr 2004;134:3100-5.
Beulens JW, Bots ML, Atsma F et al. High dietary menaquinone intake is associated with reduced coronary calcification. Atherosclerosis 2009;203:489-93.
Koos R, Krueger T, Westenfeld R et al. Relation of circulating matrix Gla-protein and anticoagulation status in patients with aortic valve calcification. Thromb Haemost 2009;101:706-13.
Koos R, Mahnken AH, Muhlenbruch G et al. Relation of oral anticoagulation to cardiac valvular and coronary calcium assessed by multislice spiral computed tomography. Am J Cardiol 2005;96:747-9.
Vermeer C, Schurgers LJ et al. Regression of warfarin-induced medial elastocalcinosis by high intake of vitamin K in rats. Blood. 2007;109(7):2823-31.
Schurgers LJ, Barretto DV, Baretto FC et al. The circulating inactive form of matrix gla protein is a surrogate marker for vascular calcification in chronic kidney disease: a preliminary report. Clin J Am Soc Nephrol. 2010;5(4):568-75.
Ueland T, Dahl CP, Gullestad L et al. Circulating levels of non-phosphorylated undercarboxylated matrix Gla protein are associated with disease severity in patients with chronic heart failure. Clinical Science 2011;121:119-127.
Schurgers LJ, Teunissen KJ, Hamulyak K et al. (2006) Vitamin K-containing dietary supplements: comparison of synthetic vitamin K1 and natto-derived menaquinone-7. Blood 2006;109:3279-3283.
Scientific Opinion of the Panel on Dietetic Products Nutrition and Allergies on a request from the European Commission on the safety of ‘Vitamin K2’. The EFSA Journal 2008;822:1-32.

Omega 3 vetzuren referenties:

Gebauer SK et al. n-3 Fatty acid dietary recommendations and food sources to achieve essentiality and cardiovascular benefi ts. Am J Clin Nutr. 2006;83(6S1):1526S-1535S.
Wang C et al. n-3 Fatty acids from fi sh or fi sh-oil supplements, but not alpha-linolenic acid, benefi t cardiovascular disease outcomes in primary- and secondary-prevention studies: a systematic review. Am J Clin Nutr. 2006;84(1):5-17.
Psota TL et al. Dietary omega-3 fatty acid intake and cardiovascular risk. Am J Cardiol. 2006;98(4A):3i-18i.
Dietary supplementation with n-3 polyunsaturated fatty acids and vitamin E after myocardial infarction: results of the GISSIPrevenzione trial. Gruppo Italiano per lo Studio della Sopravvivenza nell’Infarto miocardico. Lancet. 1999;354(9177):447-55.
Mori TA. Omega-3 fatty acids and hypertension in humans. Clin Exp Pharmacol Physiol. 2006;33(9):842-6.
Geleijnse JM et al. Blood pressure response to fi sh oil supplementation: Meta regression analysis of randomized trials. J Hypertens. 2002;20:1493–9. 21.
Breslow JL. n-3 fatty acids and cardiovascular disease. Am J Clin Nutr. 2006;83(6Sl):1477S-1482S. Marie-Claire Toufektsian, Patricia Salen, Francois Laporte, Chiara Tonelli, and Michel de Lorgeril. Dietary Flavonoids Increase Plasma Very Long-Chain (n-3) Fatty Acids in Rats. J. Nutr. 2011; 141(1): p. 37-41
PD Watson, PS Joy, C Nkonde, SE Hessen, and DG Karalis. Comparison of bleeding complications with omega-3 fatty acids + aspirin + clopidogrel–versus–aspirin + clopidogrel in patients with cardiovascular disease. Am J Cardiol, October 15, 2009; 104(8): 1052-4.

Referenties vitamine E:

Robert J. Glynn, Paul M Ridker, Samuel Z. Goldhaber, Robert Y.L. Zee, and Julie E. Buring. Effects of Random Allocation to Vitamin E Supplementation on the Occurrence of Venous Thromboembolism. Report From the Women’s Health Study. Circulation. published 10 September 2007, 10.1161/CIRCULATIONAHA.107.716407

Referenties vitamine D:

Ibhar Al Mheid, Riyaz Patel, Jonathan Murrow, Alanna Morris, Ayaz Rahman, Lucy Fike, Nino Kavtaradze, Irina Uphoff, Craig Hooper, Vin Tangpricha, R. Wayne Alexander, Kenneth Brigham, and Arshed A. Quyyumi. Vitamin D Status Is Associated With Arterial Stiffness and Vascular Dysfunction in Healthy Humans. J. Am. Coll. Cardiol. 2011; 58(2): p. 186-192