skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Hartcoherentie is eigenlijk het creëren van de optimale samenwerking tussen hart en hoofd. Die samenwerking is bij vrijwel iedereen niet echt optimaal. Door vele externe prikkels, stresssituaties thuis, op het werk, in het verkeer worden er in het lichaam veel stresshormonen aangemaakt.

Op talloze plekken in de wereld hebben duizenden managers van grote ondernemingen als Shell, HP, Motorola en Unilever een training in hartcoherentie gekregen.
Onderzoeken laten zien dat een goede hartcoherentie een positief effect heeft op o.a. de bloeddruk, lichaamsgewicht en hormonale evenwicht. Hormonaal onderzoek toont minder stresshormonen zoals cortisol. Dit correleert bijvoorbeeld met het hebben van minder angstgevoelens tijdens het werk. Ook gaat het DHEA ( het zogenaamde verjongingshormoon) omhoog, wat een positief effect heeft op de immuniteit.

Het hart-brein-systeem

Volgens wetenschappelijk onderzoek heeft het hart een eigen neuronennet: het hart-brein-systeem. Een complex systeem met een eigen geheugen, die in staat is om beslissingen te nemen die geheel onafhankelijk zijn van de hersenen in het hoofd. Het hart kan niet alleen autonoom beslissen maar ook het emotioneel brein en het rationeel brein beïnvloeden. Daarnaast heeft het hart ook nog een zelfstandige hormonenfabriek die adrenaline, ANS en oxytocine kan afscheiden.
Sinds de publicaties van de Franse neurobioloog, Paul Broca en vele anderen, weten we dat in de hersenen gevoel zit, namelijk in het limbisch systeem. Dit gedeelte van de hersenen controleert de emoties en de fysiologie van het lichaam; de primaire overlevingsmechanismen. Dit deel van het brein werkt vaak geheel onafhankelijk van het geavanceerdere gedeelte, de neocortex, waar het redeneren huist. Het limbische systeem wordt ook wel eens het emotionele brein genoemd en de neocortex, het rationele of het cognitieve brein. Onderzoeksleider Mario Beauregard aan het Montreal Neurological Research Center van de McGill University heeft recent aangetoond dat we zelf een spiritueel brein bezitten. (M. Beauregard en V. Paguette, ‘Neural correlates of a mystical experience in Carmelite nuns’, Neuroscience Letters 405 (2006):186-90).

Ritme is belangrijk; resonantie frequentie

Naast het brein en het hart is ook het zenuwstelsel en het hormoonsysteem betrokken bij emoties. Samen vormen ze een dynamisch netwerk dat communiceert en het gevoelsleven bepaalt. Interessant is dat elk van deze systemen een bepaald ritme heeft. Deze ritmes kunnen elkaar beïnvloeden, waardoor ze kunnen resoneren. Onder resoneren wordt verstaan dat twee of meer trillingen van (bijna) gelijke snelheid elkaar treffen waardoor een grote vibratie ontstaat. De frequentie van een dergelijke vibratie wordt de resonante frequentie genoemd.
Bij een hoge hartcoherentie is er sprake van een dergelijke resonante frequentie en vooral in het gebied om nabij de 0,1 Hz. Algemene verbeteringen van de gezondheidsindicatoren zijn terug te vinden in talloze casus verslagen bij onder ander hartkloppingen, slapeloosheid, chronisch vermoeidheidsyndroom, verbetering van de levenskwaliteit bij diabetespatiënten, fibromyalgie, HIV patiënten, fobieën, depressies, posttraumatische stress syndroom, etc. Ook zijn er onderzoeken verricht bij kinderen, tieners en studenten. Zij konden allen beter functioneren in de groep, beter concentreren en hadden minder last van examenvrees.

Hartcoherentie oefening

Stap 1
Zoek een plek waar u helemaal op uzelf kunt zijn. Waar u ongestoord de onderstaande oefening kunt doen.
Breng uw aandacht naar binnen en laat de buitenwereld even voor wat het is.
Registreer hoe u rustig in- en uitademt.
Voel hoe langer u in deze ademhalingsconcentratie blijft des te meer ontspannen u wordt.
Stap 2
Richt nu al uw aandacht rustig op uw hartstreek terwijl u nog steeds rustig door gaat met in- en uitademen.
Stelt u zich voor dat u door uw hart heen ademt. Inademend door uw hart, uitademend door uw hart. Blijf langzaam en diep ademhalen met een natuurlijk ritme, rustig en niet geforceerd.
Stelt u zich voor dat u bij het inademen zuurstof brengt naar uw hart en dat bij het uitademen uw hart zich ontdoet van de afvalstoffen die het niet meer nodig heeft.
Stap 3
Laat een gevoel van warmte of ruimte in de borst opkomen. Een efficiënte manier om uw hart aan te moedigen is om een gevoel van erkentelijkheid of dankbaarheid op te roepen en daarmee de borst te vullen.
Denk dan terug aan een moment van echte dankbaarheid wat u ooit gevoeld heeft. Geef u zelf de tijd om die herinnering terug te halen. Vul uw borst met dat gevoel van dankbaarheid. Voel de warmte en richt dankbaarheid op uw hart die al zo lang voor u zorgt. Laat uw hart baden in de warmte van uw dankbaarheid.
Laat uw gedachten terug gaan naar een vredig tafereel in de natuur. Een fijn gevoel bij het skiën, een perfecte slag bij het golven die u in vervoering bracht, een romantische wandeling langs de zee, een zeilboot in de wind of gewoon wat u heel prettig vindt.

Aandacht voor het hart kan soms angstwekkend zijn

Bent u door het leven verwond door mishandeling of ander grensoverschrijdend gedrag van anderen, relatieperikelen of andere negatieve ervaringen, dan kan het pijnlijk en angstwekkend zijn om u opnieuw naar hun hart te keren. Bedenk dan dat het hart, soms na jaren van emotionele kwelling en negeren van haar bestaan, is als een gevangene die al jaren niet meer het zonlicht heeft gezien en nu de eerste stralen van een genezende lentezon kan aanschouwen.

Literatuur en links:

Uw brein als medicijn. Auteur: dr. David Servan-Schreiber. Uitgeverij Kosmos, 2008. Het spirituele brein. Auteur: Dr. Mario Beaugard. Uitgeverij Ten Have/ Pelckmans.2008.

Armour JA, Ardell JL, eds. Neurocardiology. New York: Oxford University Press, 1994.”

Barrios-Choplin B, McCraty R, Cryer B. An inner quality approach to reducing stress and improving physical and emotional wellbeing at work. Stress Medicine 1997;13:193-201.

Barrios-Choplin B, McCraty R, Atkinson M. The effect of employee self-management training on personal and organizational quality. Boulder Creek, CA: HeartMath Research Center, Institute of HeartMath, Publication No. 99-083, 1999

Barrios-Choplin B, McCraty R, Atkinson M. Impact of the HeartMath self-management skills program on physiological and psychological stress in police officers. BoulderCreek, CA: HeartMath Research Center, Institute of HeartMath, Publication No. 99-075, 1999

Baselli G, Cerutti S, Badilini F, Biancardi L, Porta A, Pagani M, Lombardi F, Rimoldi O, Furlan R, Malliani A. Model for the assessment of heart period variability interactions of respiration influences. Medical and Biological Engineering and Computing 1994;32:143-152

Baulieu, E, Thomas, G, e.a (2000). ‘Dehydroepiandrosterone (DHEA), DHEA sulphate, and aging: contribution of the DHEage Study to a sociobiomedical issue’Proc Natl Acad Sci USA, vol. 97 (8), pp. 4279-4284.

Boer RW de, Karemaker JM, Strackee J. Hemodynamic fluctuations and baroreflex sensitivity in humans: A beatto- beat model. American Journal of Physiology 1987;253(3Pt 2):H680-H689

Childre D. Freeze-Frame: A Scientifically Proven Technique for Clear Decision Making and Improved Health. Boulder Creek, CA: Planetary Publications, 1998

Childre D, Martin H. The HeartMath Solution. San Francisco: HarperSanFrancisco, 1999.

Childre D, Cryer B. From Chaos to Coherence: The Power to Change Performance. Boulder Creek, CA: Planetary, 2000

Childre D. Emotional Security Tool Kit for Children and Teens. Boulder Creek, CA: Institute of HeartMath, 2001

Childre D, Rozman D. Overcoming Emotional Chaos:Eliminate Anxiety, Lift Depression and Create Security inYour Life. San Diego: Jodere Group, 2002

Frysinger RC, Harper RM. Cardiac and respiratory correlations with unit discharge in epileptic human temporal lobe. Epilepsia 1990;31:162-171

Ito TA, Larsen JT, Smith NK, Cacioppo JT. Negative information weighs more heavily on the brain: The negativity bias in evaluative categorizations. Journal of Personalityand Social Psychology 1998;75(4):887-900

Langhorst P, Schulz G, Lambertz M. Oscillating neuronal network of the “common brainstem system.” In: Miyakawa K, Koepchen HP, Polosa C, eds. Mechanisms of Blood Pressure Waves. Tokyo: Japan Scientific Societies Press, 1984: 257-275

Luskin F, Reitz M, Newell K, Quinn TG, Haskell W. A controlled pilot study of stress management training of elderly patients with congestive heart failure. Preventive Cardiology 2002;5(4):168-172, 176

McCraty R, Atkinson M, Tiller WA, Rein G, Watkins AD. The effects of emotions on short term heart rate variability using power spectrum analysis. American Journal of Cardiology 1995;76:1089-1093

McCraty R, Barrios-Choplin B, Rozman D, Atkinson M, Watkins AD. The impact of a new emotional self-management program on stress, emotions, heart rate variability, DHEA and cortisol. Integrative Physiological and Behavioral Science 1998;33(2):151-170

McCraty R, Atkinson M, Tomasino D, Goelitz J, Mayrovitz HN. The impact of an emotional self-management skills course on psychosocial functioning and autonomic recovery to stress in middle school children. Integrative Physiological and Behavioral Science 1999;34(4):246-268

McCraty R, Tomasino D, Atkinson M, Aasen P, Thurik SJ. Improving test-taking skills and academic performance in high school students using HeartMath learning enhancement tools. Boulder Creek, CA: HeartMath Research Center, Institute of HeartMath, Publication No. 00-010, 2000

McCraty R. Influence of cardiac afferent input on heartbrain synchronization and cognitive performance. International Journal of Psychophysiology 2002;45(1-2):72-73

McCraty R. Heart rhythm coherence – An emerging area of biofeedback. Biofeedback 2002;30(1):23-25

Siegel G, Ebeling BJ, Hofer HW, Nolte J, Roedel H, Klubendorf D. Vascular smooth muscle rhythmicity. In: Miyakawa K, Koepchen HP, Polosa C, eds. Mechanisms of Blood Pressure Waves. Tokyo: Japan Scientific Societies Press, 1984: 319-338

Zhang JX, Harper RM, Frysinger RC. Respiratory modulation of neuronal discharge in the central nucleus of the amygdala during sleep and waking states. Experimental Neurology 1986;91:193-207