skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1500 artikelen over gezondheid!

Deel 2: Osteoporose: meer dan een calciumprobleem

Het in standhouden van osteoblasten (botvormde cellen) is afhankelijk van de activiteit van de pro-inflammatoire (ontsteking veroorzakende) cytokinen TNF-alfa, Il-bèta en IL-6. Een aantal bio-flavonoïde en het anti-inflammatoire interleukine-L0 (IL-L0) remmen deze cytokinen. Voor het remmen van IL-6 moet de voeding veel koudwatervis, olijfolie en gerijpte knoflook bevatten. Ook resveratol in druiven, luteïne in bijvoorbeeld waterkers, eigeel en zeaxanthine in groene kool, spinazie, broccoli en spruitjes remmen het IL-6.

Ontstekingen zorgen voor botafbraak

De inhibitie van het cellulaire fosforilerende enzym P38 MAP-kinase zorgt voor vermindering van osteocasten (bot afbrekende cellen)-activiteit. De Epi-Gallo-Catechine-Gallaat (EGCG) uit groene thee inhibeert de P38 MAP-kinase. Hetzelfde geldt voor genisteïne en diadzeïne uit gefermenteede soja.

Onderzoek toont aan dat visolie verlies van botmassa remt. COX2-remming (cyclooxygenase-2)  wordt bereikt via de stoffen vitamine E in amandelen, hazelnoten en thymol in oregano, basilicum en rozemarijn; gingerol in gember; s-allylcysteïne in gerijpte knoflook; salicylzuur in koriander, wortelen, salie en cranberry.

De nutriënten moeten de botten wel bereiken. Diverse factoren spelen hierbij een rol zoals hormonen, het tijdstip van inname en beweging. Het anti-inflammatoire effect van EPA en GLA wordt versterkt door beweging.

Gewicht dragende bewegingen, o.a. wandelen, hardlopen en balsporten bevorderen de ontwikkeling en het behoud van botmassa meer dan bijvoorbeeld fietsen. Ook trappenlopen en dansen dragen daartoe bij. Daarnaast is zwemmen bijzonder goed. De trek aan de spieren is net zo goed als belasten met gewichten. Zwemmen is nog beter voor mensen die al ontkalking hebben, omdat water het gewicht draagt.

Visolie en botontkalking

De twee belangrijkste vetzuren uit visolie, eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA), hebben verschillende functies in het lichaam. EPA dient als grondstof voor de productie van een aantal actieve verbindingen: prostaglandinen, leukotriënen, thromboxanen en isoprostanen. Deze stoffen spelen een belangrijke rol bij o.a. ontstekingsreacties en weefselherstel. DHA lijkt vooral een belangrijke bouwsteen voor de celmembranen, waarbij het de “vloeibaarheid” van de celwand beïnvloedt.

Prostaglandinen en aanverwante stoffen spelen bij een zeer groot aantal processen in het lichaam een belangrijke rol. Ze zijn o.a.  betrokken bij groei van weefsel en reparatie van beschadigingen. Onderzoeken hebben aangetoond dat gebruik van visolie ook een effect heeft op de processen die leiden tot botontkalking. Bovendien trad er geen ontstekingsreactie in de gewrichten op.
De hiervoor beschreven invloed van visolie op de aanmaak van prostaglandinen (en daarmee op tal van andere ontstekingsfactoren) lijkt hiervoor verantwoordelijk.

Een hoger inname van visvetzuren, via het dieet of door supplementen, lijkt daarom een belangrijke maatregel voor het behoud van botmassa.

Verhoogde homocysteïne geeft risico op ongezond botweefsel

Bij de vorming van een gezonde botmatrix is belangrijk dat het methyleringsproces goed functioneert. Methylering is een belangrijk biochemisch proces in het lichaam waarbij een methylgroep (CH3) wordt overgedragen aan een molecuul. Methylering is fundamenteel voor een constante reparatie van het DNA. Als deze reparatie niet op een adequate manier gebeurt zijn o.a. mutaties in de celdeling het resultaat.

Een verhoogd homocysteïne niveau in het bloed is een teken dat het methyleringsproces niet verloopt zoals het hoort. Een belangrijke rol bij dit methyleringsproces wordt vervuld door o.a. de vitamines B6, B12 en foliumzuur. Een aangetoonde verhoogde homocysteïnespiegel en verlaagde B vitaminen in het bloed werkt dus negatief op de vorming van een gezonde botmatrix.noten

De vitamines B6, B12 en foliumzuur moeten dus in ruime mate in de voeding aanwezig zijn omdat ze de homocysteïnespiegel kunnen verlagen. Het foliumzuur wordt vooral geleverd door bladgroenten, ei en noten. Vooral spinazie, andijvie, asperges, hazelnoten, walnoten en avocado zijn rijk aan foliumzuur.

Vitamine B6 zit in kip, kippenlever, ei, vis, banaan, walnoten, hazelnoten, rode peper, avocado en spinazie. Vitamine B12 zit in vlees, ei, vis en zuivel.

Vitamine D3; opname van calcium in de darm

Vitamine D3 speelt een cruciale rol in de opname van calcium in de darm en de mineralisatie in het botweefsel. Het is vrijwel niet mogelijk voldoende vitamine D3 uit de voeding te halen. Van de vette vis bevat haring de meeste vitamine D3 ( per 100g – 19mcg). Helaas is het dagelijks eten van vette vis een probleem omdat ze een hoog gehalte aan toxische stoffen bevatten.

Naast vette vis en eieren is een vitamine-D-supplement voor bijna iedereen raadzaam. Daarnaast is vet nodig om de vitamine D op te kunnen nemen. Vitamine D bloedcontrole via de huisarts geeft het beste zicht op de mate van een tekort. osteoporose

Ook de volgende nutriënten leveren allemaal een bijdrage aan de opbouw en het in standhouden van botweefsel:
–    Borium: noten, kokos, kurkuma, komijn
–    Silicium: gierst, haver, schaal- en schelpdieren
–    Koper: oesters, noten, olijven, soja
–    Mangaan: noten, zaden, kokos, spinazie
–    IJzer: kippenlever, vlees, groene groente, abrikozen
–    Zink: vis, vlees, noten, zaden
–    Vitamine A: vette vis, vlees, levertraan
–    Vitamine C: rode paprika, kiwi, aardbeien, sinaasappel, koolsoorten

Tegenwerkende stoffen

Behalve een overmaat aan fosfor en natriumchloride werken ook fytinezuur, oxaalzuur, cafeïne, alcohol en cacao negatief op de bothuishouding. Volkorengranen en soja bevatten fytinezuur. Mineralen als zink, magnesium en ijzer worden gebonden aan dit zuur tot een moeilijk opneembare verbinding. Tijdens een langdurig fermentatieproces kan fytase het fytinezuur afbreken zodat de mineralen wel opgenomen kunnen worden.

Oxaalzuur in rabarber, spinazie, snijbiet en postelein vormt met calcium het moeilijk oplosbare calciumoxalaat. Spinazie bevat echter ook een ruime hoeveelheid calcium. Bovendien is het gehalte aan foliumzuur, vitamine B6, luteïne en zeaxanthine hoog.

Antioxidanten en botontkalking

In studies waarin gekeken werd naar de inname van vitamine C bleek dat vrouwen na de overgang met een hogere inname ook een hogere botdichtheid hadden.

Een ander onderzoek toonde aan dat een lagere inname van vitamine C en E bij rokers gepaard ging met een hogere kans op botbreuken. Antioxidantenmetingen in het bloed van 75 vrouwen met botontkalking werden vergeleken met de hoeveelheden in het bloed van gezonde vrouwen. Het bleek dat de hoeveelheid vitamine C, vitamine E en vitamine A (antioxidanten uit de voeding) en de activiteit van de antioxidantenzymen SOD en glutathion peroxidase duidelijk lager zijn bij  vrouwen met botontkalking.

Deze gegevens hebben er toe geleid dat verder gezocht werd naar een relatie tussen de daling van de productie van oestrogenen na de menopauze en de verdediging van het lichaam tegen vrije radicalen. In een studie bij proefdieren bleek dat het blokkeren van hun oestrogeenproductie leidde tot een sterke daling van de belangrijke lichaamseigen antioxidant glutathion. Deze glutathiondaling, en de daarmee gepaard gaande lagere verdediging tegen agressieve zuurstofverbindingen als waterstofperoxide (H2O2), geeft via diverse mechanismen een verhoogde botafbraak door osteoclasten.

Deze inzichten wijzen op een belangrijke rol van antioxidanten bij het behoud van een normale botmassa. Toevoeging van alfaliponzuur aan gekweekte botcellen voorkwam de vorming van de botafbrekende osteoclasten.

Een dieet rijk aan antioxidanten is dus ook belangrijk voor de preventie van botontkalking. Wanneer antioxidanten als voedingssupplement worden ingezet kan het best gekozen worden voor een preparaat dat meerdere antioxidanten bevat. Een antioxidantcomplex is effectiever, omdat antioxidanten van elkaar afhankelijk zijn voor een optimale werking (synergistische werking).

Astaxanthine: een bijzondere antioxidant

Astaxanthine heeft een ontstekingsremmende werking. In-vitro en dieronderzoek bracht aan het licht dat astaxanthine de productie remt van ontstekingsbevorderende cytokinen (TNF-α, IL-1β) en ontstekingsmediatoren (stikstofoxide (NO), PGE2) in geactiveerde macrofagen door inhibitie van NF-κB-activering.

NF-κB (nuclear factor kappa B) is een cel component die de ontstekingsrespons aanstuurt door het reguleren van de expressie van pro-inflammatoire genen. Genen die onder meer coderen voor de enzymen iNOS en COX-2, die verantwoordelijk zijn voor de productie van respectievelijk NO en PGE2 en de cytokinen TNF-α en IL-1β.

Deze ontstekingsmediatoren in cytokinen activeren andere afweercellen en kunnen chronische ontstekingsziekten veroorzaken. Overactiviteit van NF-κB is geassocieerd met chronische inflammatoire aandoeningen zoals osteoartritis.

Het zuur-base dieet in de natuurgeneeskunde

Het zuur-base dieet in de natuurgeneeskunde werd traditioneel geadviseerd in de preventie van botontkalking. Uit onderzoek blijkt echter de samenhang tussen een hoge zuurlading van voeding en osteoporose bij ouderen niet vast te stellen en klinisch dus minder van belang te zijn (8).

Een te hoge inname van voedingsmiddelen die een hoge zuurbelasting geven in het lichaam- zoals zwavelhoudende aminozuren in eiwitten – zouden kunnen leiden tot osteoporose. Een alkalische voeding- zoals groente, fruit en mineralen- zou beschermen tegen het ontstaan van een lage botdichtheid.

Alkalische voeding bevordert de uitscheiding van zuren via de urine en voorkomt de-mineralisatie van het skelet. Een te zuurvormende voeding vraagt mineralen van het skelet om zorg te dragen voor een gelijke- immer gebufferde- zuurgraad van het bloed. En zou de-mineralisatie bevorderen.

De afgelopen jaren verschenen er verschillende wetenschappelijke publicaties over het zuur-base evenwicht van voeding en de relatie met deze voeding in het ontstaan van botontkalking (9, 10). In deze grootschalige studies blijkt geen relatie gevonden te kunnen worden tussen een te hoge zuurvormende voeding en osteoporose of het risico op botbreuken.

In een onlangs gepubliceerd onderzoek in het medisch tijdschrift Osteoporis International werd onder 871 oudere Zweedse mannen en vrouwen onderzoek uitgevoerd naar deze zelfde relatie. Men dacht dat wellicht een slechte nierfunctie de uitkomsten van deze eerdere studies zou hebben vertekend. Als nieren niet meer goed functioneren, wordt minder zuur uitgescheiden. Nette endogene zuurbelasting (zogenaamde NEAP waarden) en potentiele zuurlading voor de nieren (zogenaamde PRAL waarden) werden berekend voor de ingenomen voeding van iedere oudere in het Zweedse onderzoek.

De deelnemers werden gemiddeld negen jaar lang gevolgd. Nierfunctie bleek bij 21% van de ouderen te zijn verminderd. Onderzoekers vonden geen relatie tussen zuur vormende voeding en osteoporose, ook niet bij die ouderen met een beperkte nierfunctie.

Eiwitondervoeding komt zeer veel voor onder ouderen. Eiwitondervoeding leidt tot verminderde spierkracht – en kans op vallen- en een verminderde afweer. Op basis van onderzoek lijkt het van belang bij de voedingsbegeleiding van ouderen vooral te letten op voldoende eiwitinname, en bij botontkalking in ieder geval niet door eiwitreductie de zuurlading van een voeding te verminderen.

Voedingstherapie bij osteoporose behelst dus meer dan alleen zorgen voor voldoende calcium, magnesium, vitamine D3 en een zuur base evenwicht. Om de bothomeostase te optimaliseren moet er naar verschillende facetten gekeken worden en moet de voeding per persoon worden bepaald.

Commentaar NDN

Tussen het twintigste en dertigste levensjaar bereiken de botten hun maximale massa (piek-bot-massa). Tussen het veertigste en zestigste levensjaar begint de botmassa af te nemen. Dit is het gevolg van toegenomen afbraak van bot door osteoclasten en verminderde botvorming door osteoblasten.

De afgenomen hoeveelheid oestrogenen na de menopauze verhoogt het risico op botverlies bij vrouwen. Botverlies bij mannen treedt vooral op vanaf het zeventigste levensjaar, en komt vaker voor bij mannen met tekorten in de productie van testosteron en oestrogeen. Een tekort aan vitamine D en hypoparathyreoïdie komen relatief veel voor bij ouderen en kunnen bijdragen aan de ziekte.

Andere zaken die kunnen bijdragen zijn verminderde lichaamsbeweging, roken, meer dan drie glazen alcoholhoudende drank per dag, langdurig gebruik van  glucocorticoïden (bijvoorbeeld prednison, hydrocortison), een afgenomen productie van IGF-1 (insuline-like growth factor), zware metalen, vaccinaties en chronische ontstekingsziekten.

Bij jongeren is een groot risico van een slechte botmatrix door toegenomen gebruik van frisdrank, suiker, drugs en verminderde lichaamsbeweging. De effectieve behandeling van osteoporose én het voorkomen van verslechtering van het skelet is niet zo eenvoudig.

Aangezien de afname van botmassa een natuurlijk proces is, is het zaak om er zo snel mogelijk bij te zijn. Vroege diagnose en behandeling is de beste garantie voor een succesvolle behandeling.
Om de bothomeostase te optimaliseren is het raadzaam naar verschillende facetten te kijken en individuele voeding (suppletie)adviezen te geven aan jong en oud.

Marijke de Waal Malefijt

 

 

 

 

 

 

 

 

Marijke de Waal Malefijt

Lees ook deel 1 van dit artikel »

Voedings- en laboratorium zelftesten

Laboratoriumtesten urine bloed ontlasting en speekseltesten Wij werken samen met de grote Duitse fabrikant van laboratoriumtesten Medivere. Medivere levert laboratorium diagnostische diensten waarbij de conventionele geneeskunde als ook aanvullende (complementaire) medische diagnostica en therapieën optimaal worden gecombineerd.

Op onze pagina over voedings- en laboratoriumtesten kunt u alle hierbovengenoemde Medivere testen bekijken en zelf bestellen.

Literatuur en links:

(1) Elam ML, Johnson SA, Hooshmand S et al. A calcium-collagen chelate dietary supplement attenuates bone loss in postmenopausal women with osteopenia: A randomized controlled trial. J Med Food. 2014 Oct 14.
(2) Williams, J.Z., Abumrad, N. & Barbul, A. (2002) Effect of a Specialized Amino Acid Mixture on Human Collagen Deposition, Annals of Surgery, Volume 236, issue 3, (pp. 369–375)
(3) Ammann, P., Laib, A., Bonjour, J.-P., Meyer, J. M., Rüegsegger, P. & Rizzoli, R. (2002) Dietary essential aminoacid supplements increase the bone strength by influencing bone mass & bone microarchitecture in an isocaloric low-protein diet, Journal of Bone and Mineral Research, Volume 17, issue 7, (pp.1264-1272)
(4) Torricelli, P., Fini, M., Giavaresi, G., Giardino, R. (2003) Human Osteopenic Bone-Derived Osteoblasts: Essential Amino Acids Treatment Effects Artificial Cells, Blood Substitutes and Biotechnology, Volume 31, issue 1, (pp. 35-46)
(5) Visser, J.J. & Hoekman, K. (1994) Arginine supplementation in the prevention and treatment of osteoporosis, Med Hypotheses, Volume 43, (pp. 339-342)
(6) Schürgers LJ: Studies on the role of vitamin K1 and K2 in bone metabolism and cardiovascular disease: structural differences determine different metabolic pathways; dissertatie Universiteit Maastricht, Maastricht 2002.
(7) Hodges SJ et al: Circulating levels of vitamins K1 and K2 decreased in elderly women with hip fracture; Journal of Bone & Mineral Research 8(10):1241‑1245, 1993.
(8) Jia, T., Byberg, L., Lindholm, B., Larsson, T. E., Lind, L., Michaelsson, K., & Carrero, J. J. (2014). Dietary acid load, kidney function, osteoporosis, and risk of fractures in elderly men and women.
Osteoporos Int. doi: 10.1007/s00198-014-2888-x
(9) Mangano, K. M., Walsh, S. J., Kenny, A. M., Insogna, K. L., & Kerstetter, J. E. (2014). Dietary acid load is associated with lower bone mineral density in men with low intake of dietary calcium. J Bone Miner Res, 29(2), 500-506. doi: 10.1002/jbmr.2053
(10) McLean, R. R., Qiao, N., Broe, K. E., Tucker, K. L., Casey, V., Cupples, L. A., . . . Hannan, M. T. (2011). Dietary acid load is not associated with lower bone mineral density except in older men. J (13) Nutr, 141(4), 588-594. doi: 10.3945/jn.110.135806
(11) Booth SL et al: Dietary vitamin K intakes are associated with hip fracture but not with bone mineral density in elderly men and women; American Journal of Clinical Nutrition 71(5):1201‑1208, 2000.
(12) Ichikawa T et al: ‘Steroid and xenobiotic receptor SXR mediates vitamin K2-activated transcription of extracellular matrix-related genes and collagen accumulation in osteoblastic cells’; Journal of Biological Chemistry 281(25):16927-16934, 23 juni 2006.
(13) Cockayne S et al: ‘Vitamin K and the prevention of fractures: systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials’; Archives of Internal Medicine 166(12):1256-1261, 26 juni 2006.
(14) Kaneki M et al: ‘Japanese fermented soybean food as the major determinant of the large geographic difference in circulating levels of vitamin K2: possible implications for hip‑fracture risk’; Nutrition 17(4):315‑321, april 2001.
(15) Lee NK et al: ‘Endocrine regulation of energy metabolism by the skeleton’; Cell 130(3):456-469, 10 aug. 2007.
(16) Neogi T et al: ‘Low vitamin K status is associated with osteoarthritis in the hand and knee’; Arthritis & Rheumatism 54(4):1255-1261, april 2006.
(17) Food Nutr Res. 2012; 56: 10.3402/fnr.v56i0.5329.
(18) Lee NK et al: ‘Endocrine regulation of energy metabolism by the skeleton’; Cell 130(3):456-469, 10 aug. 2007.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen