Skip to content
Kenniscentrum - sinds 2005 - met ruim 2000 artikelen over gezondheid!BEKIJK ALLE ONDERWERPEN

Het belang van zwavelhoudende aminozuren

Onszelf te voorzien van voldoende hoeveelheden hoogwaardige voedingseiwitten als bron van essentiële aminozuren (EAA) is een toenemende uitdaging tegenwoordig. Dit komt vooral doordat de wereldbevolking snel groeit en anderzijds natuurlijke hulpbronnen zoals akkerland en water, die nodig zijn om conventionele eiwitbronnen (bijv. gewassen, dierlijke producten) te produceren, steeds beperkter worden.

Er zijn dus alternatieve eiwitbronnen nodig die op een efficiënte en duurzame manier worden geproduceerd om te voldoen aan de wereldwijde vraag naar voedingseiwitten. In dit artikel leggen we de nadruk op de zwavelhoudende aminozuren.

Zwavelhoudende aminozuren (SAA’s)

Het metabolisme van zwavelhoudende aminozuren (SAA’s) vereist een georkestreerd samenspel tussen enkele tientallen enzymen en transporters, en een adequate inname via de voeding van methionine, cysteïne, taurine en B-vitaminen.

Het belang van zwavelhoudende aminozurenTaurine wordt (met name in lever en hersenen) gesynthetiseerd uit de zwavelhoudende aminozuren cysteïne en methionine; bij deze omzetting is vitamine B6 nodig. Baby’s en kleine kinderen kunnen taurine nog niet zelf aanmaken en maar het is voor hen een essentiële voedingsstof. Voor jongeren en volwassenen is taurine een semi-essentiële voedingsstof.

De endogene synthese (interne aanmaak) van taurine is beperkt, waardoor de inname van taurine uit voeding belangrijk is voor de taurinestatus. In het bijzonder als de taurinebehoefte verhoogd is (zoals bij diabetici, die meer taurine met de urine verliezen). Taurine (schaal- en schelpdieren, vis, gevogelte, vlees) heeft diverse belangrijke metabole en fysiologische functies.

Essentiële en niet-essentiële aminozuren

Van de 20 aminozuren kan ons lichaam er 11 zelf aanmaken (niet-essentiële aminozuren). Negen aminozuren zijn essentieel: ons lichaam kan ze niet zelf aanmaken, ze moeten via de voeding worden aangeleverd.

Essentiële aminozuren: fenylalanine, histidine, isoleucine, leucine, lysine, methionine, threonine, tryptofaan en valine. Histidine blijkt alleen tijdens de groei essentieel.

Semi-essentiële aminozuren: arginine, glutamine, glycine, proline, cysteïne en tyrosine. Zij kunnen in principe door het lichaam zelf worden aangemaakt op basis van een ander aminozuur (bv. glutamine en proline uit glutaminezuur, cysteïne uit methionine, tyrosine uit fenylalanine).

In bepaalde omstandigheden, zoals bij sommige aandoeningen en ziektes, kan de behoefte hoger zijn waardoor extra aanvulling noodzakelijk is.

Niet-essentiële aminozuren: alanine, asparagine, asparaginezuur, serine en glutaminezuur.

Naast de benodigde hoeveelheid is ook de kwaliteit van eiwitten in de voeding belangrijk voor een goede gezondheid. De kwaliteit van een voedingseiwit wordt bepaald door zijn aminozuursamenstelling en de verteerbaarheid en absorptie van de aminozuren in de darm (biologische beschikbaarheid).

Evaluatie van de voedingswaarde van eiwitten

vleesvervanger_ Tessa GottschalVoor de evaluatie van de voedingswaarde van eiwitten wordt al 20 jaar de zogenaamde PDCAAS (Protein Digestibility Corrected Amino Acid Score)-methode gebruikt. In een recent rapport adviseert de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (Food and Agricultural Organization of FAO) om deze methode te vervangen door de nieuwe DIAAS (Digestible Indispensable Amino Acid Score)-methode.

Voor de evaluatie van de voedingswaarde van eiwitten worden in de DIAAS-methode de data verteerbaarheid en de biobeschikbaarheid van de individuele aminozuren gebruikt en niet van het eiwit in zijn geheel. Deze nieuwe methode moet een antwoord bieden op de kritiek die er steeds is geweest op deze PDCAAS-methode.

Een voorbeeld van kritiek was dat de verteerbaarheid van de eiwitten voor de bepaling van de PDCAAS niet nauwkeurig genoeg gemeten werd. Aminozuren die niet werden opgenomen in de dunne darm kunnen in het colon door de aanwezige bacteriën worden gemetaboliseerd. Omdat ze niet worden teruggevonden in de ontlasting lijkt het alsof ze werden verteerd en benut.

De PDCAAS-methode hield ook te weinig rekening met de mogelijke aanwezigheid van antinutritionele factoren in de voedingsmiddelen die de vertering en de absorptie van aminozuren kunnen remmen. De verteerbaarheid van de eiwitten en dus ook hun voedingswaarde worden zo overschat. Globaal houdt de PDCAAS-methode dus te weinig rekening met de biobeschikbaarheid van elk essentieel aminozuur apart.

Verteerbaarheid van eiwitten

darmmilieuMen wil de methode vervangen voor de DIAAS-methode (Digestible Indispensable Amino Acid Score). Voor de berekening van de DIAAS wordt de verteerbaarheid van de eiwitten bepaald in het terminale ileum (op het einde van de dunne darm) en niet in de ontlasting. De experts zijn van mening dat dit een nauwkeuriger maat is voor de hoeveelheid aminozuren die werkelijk door het lichaam wordt opgenomen. Het verschil in verteerbaarheid gemeten op het einde van het volledige maagdarmstelsel in de ontlasting en deze gemeten in het terminale ileum is ook relevant voor plantaardige eiwitbronnen. Deze worden steeds vaker in het eerste deel van de spijsvertering minder goed verteerd.

Bij de berekening van de DIAAS moet ten slotte nog rekening worden gehouden met mogelijke beschadigingen van de aminozuren door bereiding of bewerking van de voedingsmiddelen. Bijvoorbeeld als gevolg van de Maillardreactie komt lysine grotendeels niet beschikbaar.

De evaluatie van de eiwitkwaliteit is een onderzoeksterrein dat nog volop in ontwikkeling is. Het recente advies vormt allerminst een eindpunt. Alvorens de DIAAS-methode op grote schaal kan worden omarmd, is er meer onderzoek vereist om bepaalde factoren in de berekening nog beter te onderbouwen.

Behoefte aan een duurzame voedselstrategie

Het belang van zwavelhoudende aminozurenVoedselproductie en -consumptie hebben een belangrijke impact op het klimaat en op onze gezondheid. Belangrijke uitdagingen zijn de uitstoot van broeikasgassen, het land- en watergebruik, de biodiversiteit en de bodem- en waterkwaliteit. Parallel is men ook bezorgd over veel voorkomende voedingsproblemen, zoals ondervoeding en tekorten aan voedingsnutriënten (waaronder vitaminen, mineralen, vetzuren, aminozuren) maar ook overvoeding en de toenemende prevalentie van chronische aandoeningen.

We moeten het huidige voedselsysteem bijsturen. In het kader van dit artikel: van voedselstrategie naar eiwitstrategie. Eiwitbronnen hebben een relatief grote milieuvoetafdruk en dierlijke in het algemeen een grotere dan plantaardige. In de zoektocht naar een duurzamere voeding gaat er veel aandacht naar een duurzamere eiwitaanbreng op ons bord, in lijn met de algemeen geldende aanbevelingen voor een gezonde en milieuverantwoorde voeding.

Minder eiwitbronnen op het menu zetten is een optie, op voorwaarde dat de voeding volwaardig en gezond blijft. Eiwitten zijn essentiële voedingsstoffen die via de voeding moeten worden ingenomen. Essentiële aminozuren dragen bij aan de groei, het onderhoud en het herstel van lichaamsweefsels (bv. botten, spieren, huid, bloedvatwanden) en zijn betrokken bij talrijke metabole interacties. Het eiwitverhaal is een complex verhaal dat niet zomaar te vatten is in een eenvoudig meer-of-minder-advies. Er zijn veel factoren om rekening mee te houden.

Limiterend aminozuur

Wanneer een voedingsmiddel te weinig van een bepaald aminozuur bevat om lichaamseiwit te kunnen aanmaken, spreken we van het limiterende aminozuur van dat voedingsmiddel. Lysine is in veel plantaardige voedingsmiddelen het limiterende aminozuur, bijvoorbeeld in maïs, rijst, graanproducten en noten.

Het belang van zwavelhoudende aminozurenVoor peulvruchten is het limiterende aminozuur vooral methionine. Plantaardige eiwitbronnen bevatten doorgaans ook minder leucine dan dierlijke eiwitbronnen. Leucine heeft unieke anabole eigenschappen en bevordert de spiereiwitsynthese.

Wie alleen plantaardige eiwitbronnen neemt, moet genoeg variëren en ze onderling goed combineren om tekorten aan bepaalde essentiële aminozuren aan te vullen. Het gaat bij eiwitrijke voedingsmiddelen niet alleen om eiwitten.

Zij brengen tegelijkertijd ook andere essentiële voedingsstoffen en bioactieve componenten (flavonoïden, carotenoïden, fytosterolen, polyfenolen, glucoinolaten, etc.) aan die bijdragen tot het gezondheidseffect van een voedingsmiddel.

Meer risico op voedselallergieën

Veertien allergenen zijn tegenwoordig verantwoordelijk voor meer dan 90% van de voedselallergieën. Hiertoe behoren ook veel plantaardige eiwitbronnen, denk aan glutenbevattende granen (tarwe, rogge, gerst, haver en spelt), pinda’s, noten, sesamzaad en lupine. Wanneer deze voedingsmiddelen meer en vaker als eiwitbronnen worden gebruikt kan de prevalentie van voedselallergieën verder toenemen.

Kruisreacties kunnen ook een multiplicatoreffect (daaronder wordt verstaan de impact die veranderingen in de aanvoer kunnen veroorzaken) hebben op het aantal voedingsmiddelen waarvoor men allergisch wordt. Bijvoorbeeld iemand met een allergie voor kikkererwten kan ook een allergie ontwikkelen voor linzen en erwten.

Samen met de introductie van nieuwe, innovatieve eiwitbronnen kunnen ook nieuwe allergenen opduiken, bijvoorbeeld door kruisreacties tussen schaaldiereiwitten en insecteneiwitten. Dit komt door eiwitisolatieprocessen of de manier waarop eiwitweefsel wordt gekweekt in kweekvlees.

Blootstelling aan nikkel, arseen en fyto-oestrogenen

Nikkel is een structureel onderdeel van enzymsystemen in planten die een rol spelen in het stikstofmetabolisme van stikstof fixerende planten zoals peulvruchten. Bronnen van nikkel in de voeding zijn granen, peulvruchten, noten en pinda’s. Aangezien de actuele chronische blootstelling van nikkel volgens EFSA al te hoog is, vergt dit bijkomende aandacht als we meer plantaardig gaan eten. Dit geldt overigens ook voor arseen in rijst.

Het belang van zwavelhoudende aminozurenHet fyto-oestrogeengehalte in soja en procescontaminanten zoals acrylamide in onder meer gefrituurde zetmeelrijke producten vragen ook enige attentie. Door voedingsmiddelen correct te bereiden (bv. weken, koken, het week- en kookwater weggooien, ze niet bruin te bakken, tajine of Römertopf) blijven de risico’s beperkt.

Een eenzijdig of overdreven gebruik (bijvoorbeeld sojamelk, sojavla, sojavlees, sojabonen, tofu) van bepaalde producten houdt risico’s in. Meer blootstelling aan schimmeltoxinen, zoals mycotoxinen in granen, noten, zaden, pinda’s en kikkererwten, vraagt eveneens de nodige waakzaamheid.

Insecten, zoals sprinkhanen, meelwormen en huiskrekels, worden nu al gedroogd aangeboden of verwerkt in producten zoals burgers, pasta en repen. De verteerbaarheid hiervan kan worden belemmerd door processtappen die nodig zijn om het eiwit te isoleren.

Carnitine gevormd uit methionine en lysine

Acetyl-L-carnitine is de geacetyleerde vorm van (L-)carnitine, dat in voeding vooral voorkomt in (rood) vlees en in veel mindere mate in plantaardige voedingsmiddelen (zeer kleine hoeveelheden in zuivel, noten, zaden, granen, groenten en peulvruchten).

Het belang van zwavelhoudende aminozurenIn lever, nieren en hersenen kan carnitine gesynthetiseerd worden uit de aminozuren lysine en methionine, met vitamine C, ijzer, vitamine B6 en niacine als cofactoren. L-Carnitine kan naar behoefte in acetyl-L-carnitine worden omgezet en vice versa. Carnitine en acetyl-L-carnitine zijn semi-essentiële aminozuren. Onder bepaalde omstandigheden is de endogene synthese echter onvoldoende om in de behoefte te voorzien.

Zo neemt de endogene synthese van carnitine en acetyl-L-carnitine geleidelijk af met het ouder worden, waardoor de carnitinevoorziening geleidelijk daalt als de inname van carnitine uit voeding (en voedingssupplementen) niet wordt verhoogd. De carnitinestatus kan ook afnemen door verminderde reabsorptie van carnitine in de nieren. Uit onderzoek van spierbiopten van gezonde mensen is gebleken, dat het ouder worden gepaard gaat met sterke afname van het gehalte carnitine en acetyl-L-carnitine in spierweefsel.

Combineren van eiwitbronnen

Steeds meer mensen kiezen voor een overwegend plantaardige voeding. In plantaardige voedingsmiddelen (granen, peulvruchten, noten, zaden, paddenstoelen, groenten) is het gehalte aan eiwitten lager dan in dierlijke voedingsmiddelen (vlees, vis, gevogelte, eieren, zuivel) en is het belangrijk verschillende eiwitbronnen te combineren om geen tekorten aan leucine, methionine of lysine te krijgen.

Methionine is een essentieel aminozuur dat nodig is voor eiwitsynthese. Het is dus nodig voor de biosynthese van carnitine, dat essentieel is voor het vetzuurmetabolisme.

Een carnitinetekort (disbalans tussen aanmaak en behoefte) kan zich uiten in:

  • Het belang van zwavelhoudende aminozurenverminderde vetzuuroxidatie in weefsels,
  • stijging van de bloedlipidenspiegels,
  • afwijkende leverfunctie,
  • chronische spierzwakte,
  • vermoeidheid,
  • cardiomyopathie,
  • verminderde glucosetolerantie.

Bij vegetariërs en veganisten kan de inname van lysine (zit in vlees, gevogelte, vis, eieren, zuivel, peulvruchten, tarwekiemen) onvoldoende zijn, omdat met name dierlijke eiwitten rijk zijn aan lysine. Bij een parasitaire infectie neemt de lysinebehoefte naar schatting met 20% toe. Lysine wordt gebruikt voor de eiwitsynthese en is onder meer van belang voor de synthese van enzymen, hormonen en antilichamen.

Omdat lysine antivirale activiteit bezit tegen het herpes simplex virus, wordt het aminozuur vaak gesuppleerd voor de preventie en behandeling van een koortslip (herpes labialis). De inname van arginine (noten, zaden, bessen, chocolade) dient dan beperkt te worden, omdat arginine de virale replicatie juist stimuleert. Lysine is belangrijk voor de elastine- en collageenaanmaak en bevordert het crosslinken van collageen, wat een sterk bindweefsel oplevert.

Ook verbetert lysine de calciumstatus door de calciumopname te verbeteren en de calciumuitscheiding te verlagen. Lysine verbetert de ijzeropname en kan de ijzerstatus verder verbeteren als ijzeraanvulling alleen onvoldoende resultaat heeft. Stress verhoogt de lysinebehoefte door toename van het lysineverbruik; verlaging van de lysinestatus kan (stressgeïnduceerde) angst veroorzaken.

Zwavelhoudende aminozuren en de leverontgifting

Het belang van zwavelhoudende aminozurenDe lever is een orgaan dat zeer afhankelijk is van zwavelhoudende aminozuren om diverse stoffen te kunnen ontgiften (levermetabolisme), denk aan: toxische stoffen als bestrijdingsmiddelen, PFAS, hormoonverstorende stoffen, Aerotoxisch syndroom, kwik, glyfosaat, melamine, cyanuurzuur, koelwateradditieven, PMT-stoffen, etc.

IGlyfosaat urinetestn haar boek Toxic Legacy’ over glyfosaat legt dr. Seneff uit hoe glyfosaat het zwavelsysteem in het lichaam doet ontsporen. Glyfosaat remt o.a. de opname van zwavel in planten, waardoor het zwavelgehalte van onze voeding verder afneemt. Zij adviseert daarom zwavelrijke voeding (rijk aan methionine, cysteïne en taurine), om de systemische zwaveltekorten tegen te gaan. Zwavel is aanwezig in iedere levende cel.

Zowel acute als chronische leverklachten hangen nauw samen met het verlies van homeostase in het levermetabolisme (in het bijzonder de methylatie en sulfatie) van zwavelhoudende aminozuren. [1]

Methylatie is de conjugatie van gifstoffen met methylgroepen. De methyldonor is S-adenosylmethionine (SAMe). SAMe wordt gesynthetiseerd uit het aminozuur methionine, een proces dat de voedingsstoffen choline, vitamine B6, vitamine B12 en foliumzuur vereist.

Sulfatie omvat de conjugatie van gifstoffen met zwavelhoudende verbindingen. Voedingsstoffen die nodig zijn om sulfatering te behouden, zijn de zwavelhoudende aminozuren, met name cysteïne en methionine.

Mineraalopname uit vleesvervangers

Mineralen uit vleesvervangers worden slecht opgenomen, aldus een Zweedse studie van de Chalmers University of Technology. [1] De geschatte opname van ijzer en zink uit de producten was extreem laag. Dit komt doordat er fytaten ontstaan bij het extraheren van de eiwitten. Fytaten remmen de opname van mineralen in het lichaam. Tempeh (gemaakt van gefermenteerde sojabonen) verschilde van de andere vleesvervangers in de hoeveelheid ijzer die minder beschikbaar was voor opname. Dit komt doordat de miro-organismen die nodig zijn voor de fermentatie, fytaten afbreken.

Opvallend was ook nog hoeveel zout deze vleesvervangers bevatten; 150 gram vleesvervangers leverde gemiddeld 3,5 gram zout. De onderzoekers adviseren de industrie om na te denken over productiemethodes die de opname van verschillende belangrijke voedingsstoffen verhogen.

Eiwitpoeders: leveren ze de aminozuren die je nodig hebt?

Veel mensen proberen tegenwoordig hun eiwitbronnen aan te vullen door inname van eiwitpoeders. Eiwitten kunnen als voedingssupplement worden ingenomen, maar leveren ze ook die specifieke aminozuren die je echt nodig hebt?

Het belang van zwavelhoudende aminozurenAanvulling met eiwitpoeders wordt bijvoorbeeld gedaan na het sporten, bij een lage eiwitinname uit voeding (ouderen, flexitariërs, vegetariërs en veganisten), bij ziekte of herstel na trauma of operatie. Eiwitpoeders worden gemaakt uit o.a. rijst, zaden, noten, zeewier, melk (wei, caseïne), hennep, erwten of soja.

Met name weiproteïne is heel populair; het heeft een hoog gehalte essentiële aminozuren, die snel worden opgenomen; daarnaast bevat een weiproteïneaanvulling ook calcium. Voor mensen die geen eiwitpoeder op basis van melk of soja willen (of kunnen) gebruiken, zijn er plantaardige alternatieven waaronder rijst-, algen- , hennep- of erwtenproteïne. Rijstproteïne is hypoallergeen, prettig van smaak en gemakkelijk verteerbaar. Rijstproteïne bevat essentiële aminozuren, alleen het gehalte aan lysine is aan de krappe kant (limiterende aminozuur).

Ons advies is om de aminzozuursamenstelling op de eiwitpoederverpakkingen die worden aangeboden voortaan nog zorgvuldiger te bekijken, om beter te kunnen bepalen welke samenstelling (waaronder zwavelhoudende aminozuren) voor jou het beste is. Kom je er niet uit vraag dan advies aan een natuurdiëtist.-

Update mei 2023

FAO: risicogroepen gebaat bij dierlijke producten

Vlees, zuivel en eieren leveren belangrijke voedingsstoffen, die volgens de Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO) niet altijd voldoende verkregen kunnen worden uit plantaardige bronnen. Dit is vooral van belang voor kwetsbare groepen als zwangere en lacterende vrouwen, kinderen, jongeren en ouderen, zo schrijft de FAO in een omvangrijk rapport.

Voordelen voor de gezondheid

Het rapport “Contribution of terrestrial animal source food to healthy diets for improved nutrition and health outcomes” telt bijna 300 pagina’s en is de gebaseerd op meer dan 500 wetenschappelijke artikelen en 250 beleidsdocumenten. Voordelen voor de gezondheid van vlees, eieren en melk volgens het rapport: ze leveren hoogwaardige eiwitten, een aantal essentiële vetzuren, ijzer, calcium, zink, selenium en vitamine B12. Deze voedingsstoffen zijn niet of minder goed beschikbaar uit plantaardige voedingsbronnen. Dierlijke producten leveren ook choline en bioactieve stoffen als carnitine, creatine en taurine, die mogelijk een rol spelen bij het immuunsysteem en cognitieve functies.

Glyfosaat urinetest

Glyfosaat urinetest

Verkoopprijs € 71,95
Koop deze test hier
Glyfosaat is ‘s werelds meest gebruikte breedspectrum herbicide en wordt hoofdzakelijk gebruikt om onkruid op landbouwgrond te bestrijden. Door het gebruik van glyfosaat wordt de zogenaamde shikimaat-pathway geremd, wat betekent dat de planten niet langer essentiële aminozuren kunnen vormen. Aangezien deze metabolische route alleen voorkomt in planten, bacteriën en schimmels, wordt een direct toxisch effect op mensen als onwaarschijnlijk beschouwd. Sommige studies rapporteren echter een mogelijke toxiciteit.

Het breedspectrum herbicide glyfosaat werd voor het eerst op de markt gebracht door het landbouwbedrijf Monsanto in de 70’er jaren onder de naam RoundUp®. Het effect is te wijten aan de remming van de belangrijke shikimaat-pathway van de planten, waardoor de planten hun groei staken en afsterven. Naast de ontwikkeling van het breedspectrum herbicide glyfosaat, zijn door Monsanto genetisch gemodificeerde gewassen geproduceerd met een glyfosaat-resistentie. Deze genetisch gemanipuleerde planten hebben de toepassingsintensiteit en duur van glyfosaat verder drastisch verhoogd. Vanwege het overmatige gebruik van glyfosaat-houdende herbiciden heeft zich reeds resistent onkruid ontwikkeld, wat een nog verder toegenomen gebruik van het plantengif tot gevolg heeft. Daarnaast is bekend dat glyfosaat ook een chelator is die spoor- en macro-elementen bindt (bijvoorbeeld koper, zink en ijzer). Dit resulteert in een tekort aan deze essentiële elementen.

In recente studies is het negatieve effect van glyfosaat op de menselijke darmflora (darmmicrobioom) aangehaald. Het is aangetoond dat glyfosaat een sterke antibiotische werking heeft, met name tegen lactobacillen, bifidobacteriën en Enterococcus faecalis. De gevoeligheid voor glyfosaat leidt dus tot een afname van deze beschermende bacteriën in de menselijke darm met als gevolg een verminderde afweer tegen pathogene bacteriën, in het bijzonder tegen Clostridia en Salmonella.

Daar komt bij dat pathogene Salmonella- en Clostridia-stammen resistent zijn tegen glyfosaat. De blootstelling aan glyfosaat kan derhalve leiden tot een verstoring van de darmflora (darmmicrobioom). Aan de andere kant wordt een dysbiose van het darmmicrobioom geassocieerd met verschillende ziekten, zoals blijkt uit talrijke studies: metabool syndroom, diabetes mellitus, inflammatoire darmziekten zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa, prikkelbare darmsyndroom, darmkanker, calciumoxalaat-stenen, hart- en vaatziekten, reumatoïde artritis en neurologische stoornissen.

Het gebruik van glyfosaat en verwante residuen in voedsel, bodem en water moet niet worden onderschat. Opgemerkt moet worden dat niet alleen een glyfosaat-geïnduceerd tekort aan plantenaminozuren kan leiden tot problemen in het menselijke organisme, maar dat er ook een directe, negatieve invloed van glyfosaat op de darmflora aanwezig is.

Referenties

[1] Metabolism of Sulfur-Containing Amino Acids in the Liver: A Link between Hepatic Injury and Recovery. https://www.jstage.jst.go.jp/article/bpb/38/7/38_b15-00244/_html/-char/en
[2] Mayer Labba I C, Steinhausen H , Almius L , et al. Nutritional Composition and Estimated Iron and Zinc Bioavailability of Meat Substitutes Available on the Swedish Market. Nutrients, 2022, vol. 14, no 19, p. 3903. https://www.mdpi.com/2072-6643/14/19/3903

Natuurdiëtisten.nl