skip to Main Content
Kenniscentrum met meer dan 2000 artikelen over gezondheid!BEKIJK ALLE ONDERWERPEN

Aminozuren tekort en angststoornis

L-Lysine vervult vele functies in het lichaam. Het is geconcentreerd in spierweefsel, helpt bij de absorptie van calcium vanuit het maagdarmkanaal, bevordert de botaanmaak en de vorming van collageen. Vitamine C is nodig bij de omzetting van lysine in hydroxylysine, wat vervolgens wordt ingebouwd in collageen.

Het meest bekende effect van L-Lysine is de werking tegen virale infecties. Met name herpesinfecties, bijvoorbeeld de koortslip (herpes simplex) of gordelroos (herpes zoster) kunnen effectief worden behandeld met L-Lysine. De effectiviteit bij genitale herpes is minder gebleken. Arginine en lysine beconcurreren elkaar bij de opname vanuit het darmkanaal, en wanneer er een voldoende lysine is, dan zal het de opname van arginine effectief verminderen.

Lysine arginine verhouding

Voedingsmiddelen die veel arginine bevatten zijn onder andere: chocola, carobe, volle granen, noten en zaden, pinda’s, kokosnoot, haver, gelatine, uien en champignons. Voedingsmiddelen met een goede lysine-arginine-verhouding zijn dierlijke eiwitten (vis, kip, rundvlees, lamsvlees, melk, kaas, eieren), bonen en avocado. Ook de meeste groenten hebben een lysineoverschot ten opzichte van arginine. Vitamine C en bioflavonoïden hebben een beschermend effect op het lysinegehalte in het lichaam.

L-Lysine is tevens nodig voor de vorming van antilichamen. Vegetariërs en in het bijzonder veganisten hebben vaak een lysinedeficiëntie, omdat dit aminozuur sterk ondervertegenwoordigd is in bepaalde granen-eiwitten. Symptomen van een lysinetekort zijn o.a. afnemend concentratievermogen, chronische vermoeidheid, duizeligheid, groeiremming, angst en een verminderde immuniteit. Omdat carnitine in het lichaam gevormd wordt uit lysine, kan er bij lysinetekorten ook gemakkelijk een tekort aan carnitine ontstaan.

Lysine arm dieet geeft toename van angst

In het noordwesten van Syrië is het dieet van de bevolking vaak lysinearm. Tijdens een drie maanden durende klinische studie gebruikten 93 gezinnen tarwe dat was verrijkt met lysine of gewone tarwe. Het eten van lysinerijke tarwe leidde tot duidelijke vermindering van de acute stress geïnduceerde angst bij mannen met een relatief hoge angstdispositie. Bij vrouwen nam de door stress veroorzaakte acute angst niet-duidelijk af.

Ook steeg de plasmacortisolspiegel minder sterk. Bij de mannen nam de activering van het sympathische zenuwstelsel door acute stress af. Bij hen gaf de hogere inname van lysine een afname van chronische angst. Deze studie laat zien dat een lysinearm dieet kan leiden tot toename van stress en angst. Het opheffen van het lysinetekort vermindert chronische angst in vergelijkbare mate als fluoxetine of diazepam.

Invloed lysine op serotonineactiviteit

In verschillende dierstudies is al eerder aangetoond dat langdurige onvoldoende inname van lysine leidt tot afname van de stressbestendigheid en toename van stress geïnduceerde angst. Dit was ook het geval bij stress gerelateerde darmklachten. Verbetering van de lysinestatus zorgt voor een betere stressrespons, minder angst, maar ook voor een betere darmfunctie en daling van de plasmacortisolspiegel.

Onderzoekers constateerden dat toename van stress geïnduceerde angst bij ratten te maken heeft met veranderingen van de serotoninehuishouding in de centrale amygdala. De amygdala is een hersengebied dat (net als de hypothalamus) deel uitmaakt van het limbische systeem. Zowel bij knaagdieren als bij mensen is het belangrijk voor stressregulatie en het verwerken van emoties. Een chronisch lysinegebrek geeft een verhoogde (circadiane) afgifte en activiteit van serotonine in de amygdala. Daarnaast geeft het een verandering van de noradrenalineactiviteit in de hypothalamus. De mate van angst wordt bepaald met de state-trait anxiety inventory (STAI).

GABA heeft een angst verlagende werking

Een ander belangrijk aminozuur m.b.t angst is GABA. GABA (gamma-amino-boterzuur) is een aminozuur en een rustgevende neurotransmitter. Een verlaagd niveau van GABA wordt eveneens geassocieerd met angst. Het wordt in het lichaam gevormd uit glutaminezuur door decarboxylering onder invloed van het enzym glutamaatdecarboxylase (GAD). Decarboxylering is een reactie waarbij een carboxylgroep afsplitst van de rest van het molecuul in de vorm van een koolstofdioxide. De effectiviteit van GABA kan verminderen door een tekort aan vitamine B1 of tijdens het afkicken van een alcoholverslaving. Dit kan zich uiten in angst, geïrriteerdheid of slapeloosheid.

Benzodiazepines en barbituraten zijn voorbeelden van GABA-agonisten en veroorzaken een demping van de activiteit van het centrale zenuwstelsel: bijvoorbeeld slaperigheid, verslechterde coördinatie, afgenomen concentratie, vergeetachtigheid. Alcohol beïnvloedt de GABA neurotransmissie. De meeste gedragseffecten van alcohol worden veroorzaakt door effecten op de GABA type A receptor. Alcohol versterkt overigens de werking van benzodiazepines en barbituraten. Voedingsbronnen van het aminozuur GABA zijn o.a.: zaden, noten, aardappelen, bananen, uien en scharreleieren.

Angst door disregulatie in geslachtshormonen

Ook een disregulatie in de geslachtshormonen kan ten grondslag liggen aan angst. Zowel een daling van het oestrogeen-, progesteron- als testosteronniveau kan zorgen voor het ontstaan of laten toenemen van angstklachten. Wanneer bij menstruerende vrouwen in de tweede helft van de cyclus de hoeveelheid oestrogeen actiever is dan die van progesteron (oestrogeendominantie), neemt de vatbaarheid voor angst toe.

Verlaagde testosteron niveaus geven ook verlaagde GABA, waardoor de vatbaarheid voor angst toe neemt. Als gevolg van dalende niveaus van geslachtshormonen, bijvoorbeeld tijdens de (peri) menopauze, andropauze of na een bevalling, kan er disregulaties ontstaan in het GABA systeem. De daling van het niveau van de geslachthormonen kan daarom de (mede) oorzaak zijn van het ontstaan van de angst.

Hypothyreoïdie (lage schildklierwerking) heeft een uitwerking op de productie van GABA. De schildkier is gerelateerd aan de celstofwisseling (metabolisme). Een tragere metabolische omzetting, geeft eveneens minder GABA.

Goede vertering levert goede bouwstenen

Goede voeding kan angst verlagend werken. Het ontbreken van de juiste aminozuren in de voeding, die nodig zijn voor de opbouw van de neurotransmitters, maar ook verteringsstoornissen geeft in de hersenen ‘veranderde boodschappen’. Door verteringsproblemen kunnen de aminozuren niet goed gesplitst worden uit vlees-, vis-, kip- of ei-eiwit. Het gevolg van een slechte vertering zijn giftige rottingsmetabolieten, in plaats van voedende aminozuurbouwstenen voor de neurotransmitteraanmaak.

De kleinste eenheden van eiwitten zijn aminozuren. Eiwitten zijn lange ketens van aan elkaar gekoppelde aminozuren. De koppeling tussen twee aminozuren wordt een peptide binding genoemd. Er worden 20 verschillende aminozuren gebruikt bij het maken van eiwitten. Sommige van deze aminozuren kunnen door het lichaam niet, of niet voldoende gemaakt worden. Deze aminozuren moeten dus door middel van voeding binnen komen. Deze aminozuren worden daarom ” essentieel ” genoemd. Er zijn 8 verschillende aminozuren essentieel; fenylalanine, isoleucine, leucine, lysine, methionine, threonine, tryptofaan, en valine.

Essentiële aminozuren voor neurotransmitteraanmaak

Aminozuren krijgt men vooral binnen in de vorm van eiwitten, deze eiwitten worden in de spijsvertering weer afgebroken tot aminozuren. Dierlijke eiwitten zoals vlees, vis en zuivelproducten bevatten alle verschillende essentiële aminozuren. Dit zijn volwaardige eiwitten. Veel koolhydraatbronnen zoals volle hele granen, bonen en noten bevatten ook eiwitten. In plantaardige eiwitten zitten echter niet alle essentiële aminozuren, het zijn onvolwaardige eiwitten.

Aminozuren die in de ene plant ontbreken, kunnen wel in de andere voorkomen. Door verschillende eiwit bevattende voedingen te combineren kan een vegetarische maaltijd toch alle benodigde aminozuren bevatten. Neurotransmitters hebben de juiste aminozuren nodig om goed te kunnen functioneren.

Het darmslijmvlies heeft voor zijn groei ook bepaalde aminozuren nodig. Er is dus een zekere concurrentie tussen de darmen en de neurotransmitteraanmaak. Dit geldt ook voor de lever, die voor zijn ontgiftingstaken (fase 2 in de biotransformatie) aminozuren nodig heeft. Er moet dus een constante aanvoer zijn van de juiste eiwitten, een goede vertering om daaruit de aminozuren te splitsen en een goede absorptie om ze te brengen naar de plek waar neurotransmitters worden aangemaakt.

Lysine tekort bij vegetariërs en veganisten

Vegetariërs en in het bijzonder veganisten lopen risico van het ontwikkelen van een eiwit tekort. Lysine is het kritische essentiële aminozuur, waar de eerste tekorten in ontstaan. Lysine kan niet in het lichaam worden aangemaakt. Om dat te compenseren zullen vegetariërs en veganisten ongeveer 20 tot 30 % extra eiwit moeten eten vergeleken bij mensen die vlees en vis eten. Mensen die relatief veel kilocalorieën uit granen halen lopen ook risico op lysine tekorten.

De dag behoefte aan lysine liggen tussen de 18 tot 30 mg per kilogram lichaamsgewicht. Voor iemand van gemiddeld 70 kg is dat ongeveer 1250 en 2100 mg per dag. 100 gram kaas bevat tussen de 2000 en 3000 mg, kip (3200 mg), rundvlees(3000 mg), lamsvlees (3000 mg), mosselen (2900 mg), kalkoen (2900 mg) bonen en linzen(1600 mg), ei (900 mg) en 100 gram melk en yoghurt (200-400 mg).

Angststoornis en therapievormen

Wanneer men in situaties en omstandigheden die niet of nauwelijks ‘bedreigend’ zijn toch veel spanning voelt, angstig wordt of in paniek raakt is er sprake van een niet-reële angst. Is men meer dan 2 uur per dag met het probleem bezig dan kan er sprake zijn van een fobie.

Specifieke fobieën en angsten vinden hun ontstaan vaak in een of meer specifieke gebeurtenissen. Ten tijde van het ontstaan was men mogelijk vermoeid, bezorgd, verdrietig, boos of op andere wijze mentaal en fysiek belast of in een biochemisch onbalans geraakt (na een lange periode slecht eten of onvoldoende eiwitgebruik). Na een psychisch trauma is men niet opgewassen tegen de gebeurtenis en vind men niet meer de veerkracht om er boven op te komen.

Dagelijks last hebben van een niet-reële angst kan uitlopen op een fobie. Vaak breidt de angst als er niks aan gedaan wordt zich na verloop van tijd ook uit over andere terreinen van iemands leven. Zaak dus om in actie te komen. Gedachten en emoties leren meesteren vereist een bepaalde aanpak.
Een angststoornis is een hardnekkige klacht. Er is sprake van een ‘angststoornis’ wanneer men vrijwel continu alert is op zichzelf. Men voelt zich nergens veilig omdat men overal angstig, onzeker of in paniek kan raken.

Er zijn diverse soorten angsten, waarvan het lijkt dat ze moeilijk of niet op te lossen zijn. Psychologische terminologie zoals ‘Paniekstoornis’, ‘Gegeneraliseerde angst’, ‘Neurose’ zijn beladen termen. Ze geven mensen vaak het gevoel ‘gestoord’ te zijn, waardoor het lijkt dat problemen niet meer zijn op te lossen. Er is sprake van ‘verstoring’, maar men is niet ‘gestoord’.

Er zijn diverse methoden die hierbij kunnen helpen; de Pieter Frijters methode (boeken; ‘Meester over je gedachten’en ‘Van fobie naar vrijheid’), specifieke meditatietechnieken (www.gottschalmeditaties.nl ) en Intensive Short-Term Dynamic Psychotherapy. Deze vorm van psychotherapie is ontwikkeld door Prof. Dr. H. Davanloo (Montreal, Canada) en in Nederland duidt men deze vorm van therapie aan als “Korte Dynamische Psychotherapie (KDP) volgens Davanloo”.

Kort samen gevat; verzorg uw lichaam (voeding) en geest (de juiste therapie) wanneer er sprake is van angst.

Boekentips

Literatuur en links:

Smriga M et al, Lysine fortifiction reduces anxiety and lessens stress in family menbers in economically weak comminities in Northwest Syrai. Proceedings of the National Academy of Science May 2004; 101(22):8285-8288.

Smriga M and Torii K, L-lysine acts like a partial serotonin receptor 4 antagonist and inhibitis serotonin-mediated intestinal pathologies and anxiety in rats. PNAS 100(26):15370-5.

Gezondheidsraad. Voedingsnormen: energie, eiwitten, vetten en vertering koolhydraten. Publicaties 2001/19R (gecorrigeerde editie; juni 2002).

Kurpad AV, Young VR What is apparent is not always real: lessons from lysine requirement studies in adult humans, J Nutr. 2003 Apr; 133(4):1227-30

Am J Ther. 2003 Jan-Feb;10(1):51-7. Review.

Biomed Res. 2007 Apr;28(2):85-90.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen