skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Afname darmflora door geneesmiddelen en voedingsreacties

Talrijke medicamenten zijn een exogene bron voor de schadelijke belasting van de darmflora. Geneesmiddelen kunnen door auto-oxidatie, foto-oxidatieve processen (niet-enzymatisch) of enzymatisch worden geactiveerd. Overheersend is het enzymatische reductietraject bij de omzetting in de stofwisseling van geneesmiddelen, waarbij primair superoxideradicalen vrijkomen. Dit betreft bijvoorbeeld bij antibiotica (zoals chloramphenicol of nitrofurantoïne) en cytostatica, maar dit reactiemechanisme komt echter ook tot uitdrukking bij inname van oestrogenen of anthrachinone-houdende laxeermiddelen, paracetamol, cate¬cholaminen zoals levodopa.

Ziekmakende micro organismen

De nadelige beïnvloeding van de darmflora door medicamenten maakt de vestiging en vermeerdering van pathogene kiemen mogelijk. Het gevolg is een versterkte penetratie van micro-organismen en toxinen, die tot een overbelasting van het immuunsysteem leidt. Het beschermende IgA, dat als beschermend schild binnenin het darmslijmvlies fungeert, wordt niet meer voldoende geproduceerd en daardoor wordt het binnendringen van bacteriën en antigenen vergemakkelijkt. Een verzwakt organisme biedt een gunstig milieu voor innesteling van pathogene micro-organismen.

Roemheld syndroom

Een gevolg van een pathogene micro-organismenhuishouding in de darmen is de vorming van toxische substanties, zoals ammoniak en aceetaldehyde, die de hersenstofwisseling beïnvloedt en tot vermoeidheid en verminderde prestaties leidt. Al deze microbieel gevormde substanties belasten met hun toxinen de stofwisseling, vooral de lever, en kunnen voor migraine, allergieën, endocriene dysfuncties en degeneratieve ziekten (waaronder steeds meer auto-immuunziekten) verantwoordelijk zijn. Verschijnselen die vaak met een gestoorde darmflora met deze gevolgen gepaard gaan, zijn gasvorming (meteorisme), rottingsdysbiose en het zogenaamde symptoomcomplex van Roemheld. Dit geeft vaak ook een stoornis in de bloedvoorziening van het hart op grond van een omhoog staande middenrib ten gevolge van een opgezette maag.

Minder afbraak van histamine

Een verstoorde darmfora veroorzaakt door het gebruik van bepaalde medicatie geeft grotere kans op pseudo allergische reacties door verminderde afbraak van biogene aminen. Dit kan o.a. veroorzaakt worden door slijmvliesschade door vrije radicalen. Maar ook omdat bepaalde enzymen in de darm (zoals MAO en DAO) minder stoffen zoals biogene aminen afbreken. Daarnaast kan de lever door medicinale overbelasting minder (via o.a. methylering) biogene aminen afvoeren.

Biogene aminen zijn stoffen die gemaakt worden uit aminozuren, de bouwstenen van de eiwitten. De bekendste is histamine, dat het lichaam zelf maakt en een belangrijke rol speelt bij allergische reacties. Ze komen voor in nature in producten, waarin eiwitafbraak heeft plaatsgevonden. Vis en vis uit blik zijn hiervan bekende voorbeelden. Sommige mensen hebben een overgevoeligheid voor biogene amines in voedsel, die zich uit in op allergie lijkende reacties.

Belangrijke biogene amines in voedsel zijn histamine, tryptamine, cadaverine, putrescine, spermine en spermidine. Ze zijn betrokken bij allerlei processen in het lichaam, zoals de spijsvertering, de bloedsomloop en de ademhaling. Bij overgevoeligheid voor biogene aminen functioneert het afbraaksysteem in de darmen onvoldoende en ontstaan er klachten.

Pseudo- allergische reacties (PAR’s)

Men spreekt van een pseudo-allergie wanneer een stof van buiten het lichaam (bijvoorbeeld een geneesmiddel of voedingsmiddel) zonder tussenkomst van het afweersysteem dezelfde klachten kan veroorzaken als bij een echte allergie. De wijze van contact kan zijn via orale inname, via bloed of door inademen.

De verschijnselen bij een pseudo-allergische reactie lijken op die van echte allergische reactie. De hieronder genoemde verschijnselen kunnen, maar hoeven niet allemaal op te treden. Daarnaast bestaan er gradaties van milde tot ernstige symptomen.

Algemene symptomen: algemene malaise, griepachtige verschijnselen met koorts en lymfeklierzwelling.
Huid; jeukende huiduitslag en galbulten, soms gepaard met uitgebreidere zwellingen, zogenaamde angio-oedeem. Bij een contactallergische reactie ontstaat er gemiddeld 2 tot 3 dagen na contact op de contactplaatsen een eczeemreactie welke zich uit als jeuk, roodheid, schilfering, zwelling, bultjes en blaasjes.
Luchtwegen; rode, tranende, jeukende en opgezette ogen, jeuk in de neus, een loopneus, verstopte neus en veel niezen, benauwdheid, piepende ademhaling, hoesten, druk op de borst.
Hart- en bloedvaten: duizeligheid, neiging tot flauwvallen, bloeddrukdaling of bloeddrukverhoging
Mond, maag en darmen: jeuk aan lippen, mond- en keelholte, soms gepaard gaande met zwelling, opgezette keel, gevoel van benauwdheid en soms jeuk in de oren. Soms ook buikpijn, diarree, urticaria over het gehele lichaam, buikkrampen, misselijkheid, braken.

Mestcellen

Sommige stoffen van buiten het lichaam, een geneesmiddel of voedingsmiddel, kunnen een directe invloed hebben op de “mestcel”. Mestcellen bevatten stoffen (onder de microscoop te zien als “korrels”) die na vrijlating uit de cel aanleiding geven tot allergische klachten, zoals galbulten, niezen, kortademigheid etc.). Eén van deze stoffen is histamine. Bij een echte allergie wordt komt dit proces van vrijlating (medische term “degranulatie”) pas tot stand na binding van allergeen specifieke IgE antistoffen aan de mestcel. Bij een pseudo-allergie gebeurt deze vrijlating dus direct.

Omdat een pseudoallergische reactie niet van een echte allergische reactie is te onderscheiden wordt vaak wel een standaard allergologisch onderzoek uitgevoerd. Men kan alleen van een pseudo-allergie spreken wanneer de allergietesten geen echte allergie hebben aangetoond.

Commentaar NDN

Bij medicatie gebruik moet men dus extra bedacht zijn op een nadelige beïnvloeding op de darmflora. Dit kan buikklachten en voedingsreacties geven. In Duitsland, België en nu ook steeds meer in Nederland doet men specifieke ontlastingonderzoeken om meer inzicht te krijgen wat de gevolgen van medicatie kunnen zijn op het darm ecomilieu en de darmimmuniteit. Met gerichte darmtherapie en voedingsinterventies kan men proberen de schade te beperken of herstellen die veel medicatie aanricht in het hele maag-darmkanaal. Natuurartsen kunnen ontlastingonderzoeken laten bepalen in gespecialiseerde laboratoria en natuurdiëtisten kunnen hulp bieden bij de specifieke voedingsinterventies die daarbij nodig zijn.

Literatuur en links:

Bron: Boek: ‘Ik heb er mijn buik van vol’ (uitgeverij Schors).

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen