skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Voedsadviezen bij fijnstof

Het inademen van fijnstof verhoogt de kans op hart- en vaatziekten en het overlijden hieraan. In een studie werd gekeken naar de wijze waarop dit risico toeneemt en welke beschermende factoren er tegen zijn (zowel genetische factoren als de inname van foliumzuur, vitamine B12 en methionine). Gedurende 5 jaar werd gekeken naar de variabiliteit van het hartritme bij 549 oudere mannen.

Deze variabiliteit is een maat voor de werking van het autonome zenuwstelsel, dat een sterke invloed op het hart heeft. Een lagere variabiliteit duidt op een mindere invloed van het zenuwstelsel. Dragers van een mutatie in het gen voor het enzym MTHFR, (een enzym dat betrokken is bij het metabolisme van foliumzuur) bleken een lagere variabiliteit van het hartritme te hebben.
Waren deze personen ook nog eens blootgesteld aan fijnstof (deeltjes <2.5 um) in de 48 uur voor de meting dan bleek de variabiliteit verder af te nemen. Dragers van andere mutaties in het gen voor cytoplasmic serine hydroxymethyltransferase (cSHMT) bleken geen last te hebben van fijnstof. Dit bleek wel bij de mensen met een “normale’ variant van dit gen. Zij hadden een lagere variabiliteit van de hartslag hadden na inademing van kleine deeltjes.

Meer bescherming door B6, B12 of methionine

Een van de opvallendste bevindingen was dat de negatieve effecten van fijnstof teniet werden gedaan door een hogere inname van B6, B12 of methionine. Zodra de proefpersonen een hoger dan gemiddelde inname van deze stoffen hadden, had het inademen van fijnstof geen negatieve invloed meer op het hartritme. Veel voorkomende variaties in het DNA kunnen de schadelijke effecten van de inademing van fijnstof vergroten.
Een hogere inname van stoffen die betrokken zijn bij de methioninestofwisseling (B6, B12 of methionine) beschermt het autonome zenuwstelsel van het hart, mede door de effecten van fijnstof tegen te gaan. De methioninestofwisseling is nodig voor een goede leverontgifting.

Commentaar NDN

Hieronder staan voor u de verschillende bronnen voor vitamina B 6, B 12 en methionine.

  • Voedingsbronnen van B6 zijn: banaan, volkoren graan producten, tarwekiemen, gistvlokken, koolsoorten, aardappelen, noten en zaden, vis, eieren en melk.
  • Voedingsbronnen van B 12 zijn: vis, vlees, zeewier, eieren, kwark en kaas. Vitamine B12 komt alleen voor in voedingsmiddelen van dierlijke afkomst. Vegetariėrs, maar zeker veganisten, moeten er extra op letten dat deze vitamine voldoende in hun voeding aanwezig is. Suppletie is noodzakelijk bij extra belasting zoals het inademen van fijnstof.
    Algen en zeewieren bevatten een op vitamine B12 lijkende stof, maar deze stof heeft geen vitaminewerking. Volgens de Voedselconsumptiepeiling van 1998 haalt de Nederlander zijn vitamine B12 vooral uit de volgende productgroepen: vlees(waren), gevogelte 42%, vis 10%, zuivelproducten 40%.
  • Voedingsbronnen van methionine zijn: vis, eieren, melk, cottage cheese.Methionine is een zwavelhoudend essentieel aminozuur dat een belangrijke schakel is in het immuunsysteem (anti-oxidant en vrije radicaalvanger). Het kan dienen als grondstof voor vele niet-essentiėle aminozuren (o.a. taurine en cysteļne) en is onmisbaar voor de omzetting van selenium en vitamine B-12.

Referenties:

1. Andrea Baccarelli, Patricia A. Cassano, Augusto Litonjua, Sung Kyun Park, Helen Suh, David Sparrow, Pantel Vokonas, and Joel Schwartz. Cardiac Autonomic Dysfunction. Effects From Particulate Air Pollution and Protection by Dietary Methyl Nutrients and Metabolic Polymorphisms. Circulation, Mar 2008; 10.1161/CIRCULATIONAHA.107.726067

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen