skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Vegetarische voeding en L-Carnitine

Zowel ethische als gezondheidsoverwegingen zijn vaak de belangrijkste redenen voor mensen om over te stappen op een vegetarische leefwijze. De afkeer tegen de ondoelmatige, grootschalige en dieronvriendelijke productie van vlees blijkt een reden te zijn om vegetariër te worden.

De stijgende bewustwording en acceptatie van het vegetarisme als een methode om een individueel antwoord te geven op grote issues als voedselschaarste en dieronvriendelijkheid, plus het feit dat een breed productassortiment van vegetarische voedingsmiddelen bij de grote supermarktketens verkrijgbaar is, geeft aanleiding om de nutriëntenvoorziening van (nagenoeg) uitsluitend in dierlijke voedingsmiddelen voorkomende nutriënten eens nader onder de loep te nemen.

Dagelijkse inname van carnitine via de voeding varieert sterk

Carnitine wordt beschouwd als een aminozuur dat echter niet als bouwstof dient voor lichaamsweefsel, zoals andere aminozuren, maar een belangrijke rol speelt in de vetstofwisseling. Tevens fungeert carnitine als antioxidant. De dagelijkse inname via de voeding varieert sterk, namelijk van 5mg tot 100mg per dag.

Rood vlees is de belangrijkste voedingsbron. Het lichaam maakt deze voedingsstof voornamelijk zelf met het aminozuur lysine. Hiervoor zijn tevens het aminozuur methionine, de vitamines C, B3 en B6 en het mineraal ijzer nodig. Een tekort aan één van deze voedingsstoffen zal tevens een carnitinetekort veroorzaken.

Voordelen boven een omnivore voeding

Een vleesarme of zelfs vleesloze voeding kan een gezonde keuze zijn en heeft verschillende voedingskundige voordelen boven een omnivore voeding. Een vegetarische of vleesarme voeding voorziet in een hogere inname van vitamines, antioxidanten, essentiële cofactoren, vezels en andere –vaak nog niet gedefinieerde– bioactieve plantaardige stoffen.

Daarnaast is een dergelijke voeding relatief arm aan verzadigd vet en bevat het ook minder purines. Purines zijn afkomstig van nucleïnezuren, de bestanddelen van DNA. Vlees, dat rijk is aan DNA, geeft aanleiding tot purinevorming.

Purines worden omgezet in urinezuur dat in grote hoeveelheden kan leiden tot jicht en artritis-achtige klachten. Daar staat tegenover dat een vegetarische voeding het risico in zich draagt van een onvoldoende inname van vitamine B12, ijzer, zink en eiwit. Een voedingsstof die bijna geheel in een vegetarische voeding ontbreekt, is l-carnitine, de biologisch actieve vorm van carnitine.

Carnitine tekort

Dierlijke voedingsmiddelen, zoals lams-, rund- en varkensvlees bevatten de grootste hoeveelheden carnitine. Lagere niveaus worden gevonden in zuivelproducten. In de meeste plantaardige voedingsmiddelen kan carnitine niet worden aangetoond.

Een doorsnee westerse voeding bevat naar schatting 100-300 mg carnitine per dag. In Europa is echter de inname van carnitine met de voeding het afgelopen decennium met ongeveer 20% gedaald, voornamelijk als een gevolg van het minder eten van vlees en vleesproducten.

Mensen die die wel zuivel en eieren eten hebben naar schatting een carnitine-inname van 10-40 mg per dag. Met een strikt veganistische voeding daalt de inname van carnitine nog verder naar 1-4 mg per dag. Een vegetarische voeding is vaak minder rijk of zelfs deficiënt aan enkele belangrijke grondstoffen voor de lichaamsproductie van carnitine, zoals de essentiële aminozuren lysine en methionine.

Klachten als gevolg van een L-carnitine tekort

Een tekort kan leiden tot o.a. lusteloosheid, schommelende lage bloedsuikers, hartklachten, zenuwaandoeningen, spierzwakte, overgewicht, verzuring (lactaatvorming), chronische vermoeidheid en onvruchtbaarheid.

Een tekort aan carnitine tijdens de zwangerschap kan een verminderde groei van het embryo geven, en een ijzertekort. Ongeveer 10% van de normale behoefte kan naar schatting aangemaakt worden en dat is ongeveer 20 mg per dag. Het vermogen om deze aanmaak te doen ontwikkelt zich langzaam, waardoor kinderen (vooral zuigelingen) op carnitine in de voeding aangewezen zijn. Vanaf vijftienjarige leeftijd functioneert de lichaamseigen carnitine-aanmaak in volle omvang.

Om carnitine te maken zijn drie opeenvolgende biochemische stappen nodig. Bij dit proces zijn twee essentiële aminozuren betrokken namelijk L-lysine en L-methionine. Daarnaast zijn vijf co-factoren betrokken: vitamine C, ijzer, magnesium en diverse vitamine B-soorten, namelijk vitamine B 6 en niacine, foliumzuur, vitamine B 12 en betaïne.

Bij mensen die onvoldoende lysine (zuivel, noten, peulvruchten) en methionine (zuivel, kaas, eieren) via hun voeding binnenkrijgen en een tekort aan cofactoren hebben, kan een verstoring van de L-carnitine het gevolg zijn.

Vegetariërs hebben vaak een lysinedeficiëntie, omdat dit aminozuur sterk ondervertegenwoordigd is in bepaalde granen-eiwitten. Symptomen van een lysinetekort zijn o.a. afnemend concentratievermogen, koortslip (herpes infectie), zwak collageenweefsel, chronische vermoeidheid, duizeligheid, groeiremming en een verminderde immuniteit.

Een ernstig tekort aan methionine kan zichzelf manifesteren in de vorm van dementie, vervetting van de lever, trage groei, zwakte, oedeem en huidafwijkingen.

De bepaling van plasma (acyl)carnitine en de zin daarvan

Vrij en acylcarnitine kunnen worden bepaald met tandem massa spectrometrie technieken. Identificatie van de acylcarnitines is bijvoorbeeld nuttig voor de diagnostiek van de zogenoemde aangeboren mitochondriale ziekten in de acyl-CoA en acylcarnitine stofwisseling.

Hoewel plasma carnitine geen goede indicatie geeft over de carnitine-status in de weefsels, zijn lage spiegels toch een goede aanwijzing voor klinische problemen. Spiercarnitine is te laag bij vele spierziekten, en het is de vraag of primaire spier carnitine-deficiëntie werkelijk bestaat, of gebaseerd is op het niet gebruiken van een bepaalde spier, onderliggende innervatieproblemen, spierdystrofie, myopathie, ischemie.

Carnitine en soms ook acetyl- of propionylcarnitine wordt gebruikt bij o.a.: chronische vermoeidheidssyndroom, coronaire hartziekte, gedilateerde cardiomyopathie, inspanningsangina, hartfalen, myocardinfarct, perifere vaatziekten, huidzweren, anemie, diabetes mellitus, hyperlipoproteïnemie, nierdialyse, nierfalen, ziekte van Alzheimer, ziekte van Huntington.

Maar ook bij: degeneratieve cerebellaire ataxie, ernstige depressie, mentale ouderdomsgebreken, myalgia, myopathie, anorexie, difterie, zuigelingen die het slecht doen, ‘respiratory distress syndrome’, valproaat-medicatie, ziekte van Barth, defecten in de oxydatieve fosforylering en ureumcyclus defecten.

Extra L-carnitine inname

Duursporters, zoals marathonlopers, hebben eveneens lagere concentraties carnitine in hun bloed, ondanks een omnivore voeding. Dit wordt veroorzaakt door een toegenomen uitscheiding via de nieren en, in mindere mate via het zweet, van veresterd carnitine.

Daar komt bij dat als sporters afzien van het eten van vlees, vanwege het hoge gehalte aan (verzadigd) vet en eiwit, en zich voornamelijk voeden met koolhydraatrijke voedingsmiddelen er een sterkte canitinedaling plaats vind. Ondanks dat zijzelf zeggen geen vegetariër te zijn, zijn deze sporters dat praktisch gezien wel.

Onderzoek maakt duidelijk dat vegetarische duursporters nog lagere carnitinegehaltes in het bloed hebben. Suppletie met 30 mg/kg l-carnitine gedurende zes weken verhoogde de totaal-carnitinespiegel van 27 µmol/l naar 100 µmol/l en de vrije carnitinespiegel van 10 µmol/l naar 85 µmol/l.

Zware lichamelijke inspanning

Na een periode van zware lichamelijke inspanning lopen vegetariërs het risico op een carnitinedeficiëntie (1). Dat houdt in dat er een tekort is aan vrij beschikbare carnitine in de cel. Om dit tegen te gaan, kunnen vegetariërs met carnitine verrijkte voedingsmiddelen gebruiken of hun voeding aanvullen met een carnitinesupplement om hun fysieke prestaties te optimaliseren, vermoeidheid tegen te gaan en het herstelproces na inspanning te verbeteren.

Dagelijks circa 400 mg L-carnitine (in vegetarische vorm verkrijgbaar) een half uur voor de maaltijd met water innemen. L-Carnitine kan beter niet tegelijk met eiwitten worden ingenomen, omdat de gelijktijdige aanwezigheid van grote hoeveelheden andere aminozuren de absorptie van L-carnitine hinderen kan.

Het is niet raadzaam L-carnitine ’s avonds in te nemen, omdat de waakzaamheid en de drang tot activiteit die het met zich mee kan brengen de nachtrust mogelijk kan storen. In relatie tot trainingen of belangrijke wedstrijden wordt aangeraden om L-carnitine ongeveer twee uur van tevoren in te nemen.

Bij mensen die dagelijks veel energie verbruiken, zoals bij zware lichamelijke arbeid, sport e.d. verhoogt carnitine de energieproductie in de spiercellen en verbetert het de zuurstofopname. Het remt de vorming en bevordert de verwijdering van melkzuur en heeft een anti-vermoeidheidseffect in geval van zuurstofgebrek in de weefsels o.a. als gevolg van langdurige spierarbeid.

L-Carnitine wordt al vijftien jaar toegevoegd aan zuigelingenvoeding wat het belang en de veiligheid van dit nutriënt nog eens onderstreept.

Commentaar NDN

L-Carnitine is een essentiële stof die onmisbaar is in het mitochondriale vetzuurmetabolisme ten behoeve van de energievoorziening. L-Carnitine draagt zorg voor het transport van geactiveerde lange-keten vetzuren (acylketens). Dit transport vindt plaats vanuit het cytoplasma van de cel naar de mitochondria door het mitochondriale binnenmembraan.

Wanneer er door gebrek aan L-Carnitine een ophoping ontstaat van vrije vetzuren in het cytoplasma en van verbindingen van acylketens met co-enzym A in de mitochondria, ontstaat er een toxisch effect op de cel. Er treedt dan spierzwakte en vermoeidheid op. Door een juiste hoeveelheid aan L-Carnitine in het lichaam kunnen deze ophopingen worden voorkomen en kan L-Carnitine bescherming bieden tegen vervetting en verzuring van het bloed.

Bij mensen met coeliakie komen vaker lage L-carnitine-gehalten voor. Binnen de groep van coeliakiepatiënten was er evenwel geen duidelijke relatie tussen de ernst van de coeliakie en de L-carnitine-spiegel. Toch pleit dit voor onderzoek en suppletie van L-carnitine bij dergelijke patiënten.

Acetyl-L-carnitine (ALC) is een aan L-carnitine verwante stof die echter een aantal unieke werkingen heeft op met name het centrale zenuwstelsel, die L-carnitine zelf niet heeft. Een belangrijk verschil met L-carnitine is dat ALC zeer gemakkelijk de bloed-hersenbarrière passeert. ALC speelt dan ook een belangrijke rol in de hersenstofwisseling.

Acetyl-L-carnitine (ALC) kan in de mitochondriën van de hersenen, lever en nieren worden aangemaakt uit het aminozuur L-carnitine en een acetylgroep afkomstig van acetyl-co-enzym-A. Het enzym dat de vorming van ALC katalyseert is carnitine acetyltransferase. Naarmate we ouder worden, dalen de acetyl-L-carnitineniveaus.

Veel chronisch vermoeide mensen hebben lage serumspiegels van ALC. Wanneer er tijdelijk herstel optreedt, zijn de ALC-spiegels ook hoger. Mensen met het chronisch vermoeidheidssyndroom hebben vaak abnormale cortisolspiegels. ALC-toediening kan dan zinvol zijn om de HPA-as te normaliseren via feedbackmechanismes en de spierpijnen te reduceren door inductie van bèta-endorfine.

Als laatste is het misschien ook nog interessant om te melden dat ACL de synthese (aanmaak) van melatonine kan bevorderen.
Marijke de Waal Malefijt

Literatuur en links:

Medivere zelftesten

(1) Novakova K, Kummer O, Bouitbir J, Stoffel SD, Hoerler-Koerner U, Bodmer M, Roberts P, Urwyler A, Ehrsam R, Krähenbühl S.Effect of L-carnitine supplementation on the body carnitine pool, skeletal muscle energy metabolism and physical performance in male vegetarians. Eur J Nutr. 2015 Jan 23. [Epub ahead of print]
(2) Stephens FB, Marimuthu K, Cheng Y, Patel N, Constantin D, Simpson EJ, Greenhaff PL. Vegetarians have a reduced skeletal muscle carnitine transport capacity. Am J Clin Nutr. 2011 Sep;94(3):938-44. doi: 10.3945/ajcn.111.012047. Epub 2011 Jul 13.
(3) Gimenes AC, Bravo DM, Nápolis LM, Mello MT, Oliveira AS, Neder JA, Nery LE.ffect of L-carnitine on exercise performance in patients with mitochondrial myopathy. Braz J Med Biol Res. 2015 Apr;48(4):354-62. doi: 10.1590/1414-431X20143467. Epub 2015 Feb 24.
(4) Pekala J, Patkowska-Sokoła B, Bodkowski R, Jamroz D, Nowakowski P, Lochyński S, Librowski T.L-carnitine–metabolic functions and meaning in humans life.Curr Drug Metab. 2011 Sep;12(7):667-78.
(5) Karlic H, Schuster D, Varga F, Klindert G, Lapin A, Haslberger A, Handschur M. Vegetarian diet affects genes of oxidative metabolism and collagen synthesis. Ann Nutr Metab. 2008;53(1):29-32. doi: 10.1159/000152871. Epub 2008 Sep 5.
(6) Kraemer WJ, Volek JS, Dunn-Lewis C.L-carnitine supplementation: influence upon physiological function. Curr Sports Med Rep. 2008 Jul-Aug;7(4):218-23. doi: 10.1249/JSR.0b013e318180735c.
(7) Brass EP.Supplemental carnitine and exercise.Am J Clin Nutr. 2000 Aug;72(2 Suppl):618S-23S.
(8) Krajcovicova-Kudlackova M et al: ’Correlation of carnitine levels to methionine and lysine intake’; Physiol. Rev. 49:399–402, 2000. PMID 11043928.
(9) Bartlett K, Pourfarzam M. Defects of beta-oxidation including carnitine deficiency. Int Rev Neurobiol. 2002;53:469-516.
(10) Evangeliou A, Vlassopoulos D. Carnitine metabolism and deficit–when supplementation is necessary? Curr Pharm Biotechnol. 2003 Jun;4(3):211-9.
(11) Llansola M, Erceg S, Hernandez-Viadel M, Felipo V. Prevention of ammonia and glutamate neurotoxicity by carnitine: molecularmechanisms. Metab Brain Dis. 2002 Dec;17(4):389-97.
(12) Miller B, Ahmad S. A review of the impact of L-carnitine therapy on patient functionality in maintenance hemodialysis. Am J Kidney Dis. 2003 Apr;41(4 Suppl 4):S44-8.
(13) Pauly DF, Pepine CJ. The role of carnitine in myocardial dysfunction. Am J Kidney Dis. 2003 Apr;41(4 Suppl 4):S35-43.
(14) Rubin MR, Volek JS, Gomez AL. Safety measures of L-carnitine L-tartrate supplementation in healthy men. J Strength Cond Res. 2001 Nov;15(4):486-90.
(15) Tein I. Carnitine transport: pathophysiology and metabolism of known molecular defects. J Inherit Metab Dis. 2003;26(2-3):147-69.
(16) Vaz FM, Wanders RJ. Carnitine biosynthesis in mammals. Biochem J. 2002 Feb 1;361(Pt 3):417-29.
(17) Molecular Psychiatry [2000, 5(6):616-632]. Acetyl-L-carnitine physical-chemical, metabolic, and therapeutic properties: relevance for its mode of action in Alzheimer’s disease and geriatric depression. (PMID:11126392)
(18) Hiatt WR.Carnitine and peripheral arterial disease.Ann N Y Acad Sci. 2004 Nov;1033:92-8.
(19) De Grandis D, Minardi C. Acetyl-L-carnitine (levacecarnine) in the treatment of diabetic neuropathy. A long-term, randomised, double-blind, placebo-controlled study. Drugs R D. 2002;3(4):223-31.
(20) Montgomery SA, Thal LJ, Amrein R. Meta-analysis of double blind randomized controlled clinical trials of acetyl-L-carnitine versus placebo in the treatment of mild cognitive impairment and mild Alzheimer’s disease. Int Clin Psychopharmacol. 2003 Mar;18(2):61-71.
(21) Acetyl-L-carnitine ACl en de synthese van melatonine; http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/7897585 en http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/10456164

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen