skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1500 artikelen over gezondheid!

Steeds vaker klachten door fructose malabsorptie

Fructose is een suikervorm die voorkomt in natuurlijke producten. Fructose kan ook gebruikt worden als zoetstof in de voedingsmiddelenindustrie. Een ander woord voor fructose is ’vruchtensuiker’. Fructose komt onder andere voor in de vorm van fructo-oligiosachariden, andere woorden hiervoor zijn fructanen en inuline.

Zowel fructanen en inuline worden tot voedingsvezels gerekend. In de voedingsmiddelenindustrie worden deze voedingsvezels gebruikt om het vezelgehalte van een product te verhogen.

Voorbeelden van voedingsmiddelen waar fructanen en inuline van nature in zitten zijn: uien, prei, knoflook en artisjokken. Fructose kan ook voorkomen als ‘pure’ fructose. Dit betekent dat het voedingsmiddel enkel fructose bevat en dus niet gebonden zit aan een ander stofje. Vrije fructose zit bijvoorbeeld in bepaalde groente- en fruitsoorten en honing.

Symptomen

Fructose malabsorptie lijkt qua klachten veel op PDS (Prikkelbare Darm Syndroom). Een prikkelbare darm is een verstoorde beweeglijkheid van de dikke darm. Dit geeft vervelende klachten zoals winderigheid en buikkrampen.

In steeds meer onderzoeken wordt gedacht dat PDS ontstaat door fructose malabsorptie. Klachten treden op wanneer de tolerantiedrempel wordt overschreden. Er is niet met duidelijkheid te stellen bij welke hoeveelheid er klachten optreden. Klachten die voor kunnen komen bij fructose problematiek zijn: winderigheid, een opgeblazen gevoel, buikpijn, diarree.

Naast deze klachten ervaren sommige mensen ook: vermoeidheid, hoofdpijn, depressie, vitamine- en mineralentekort en spierpijn. Dit kan mede komen doordat andere voedingsstoffen soms ook moeilijk worden opgenomen vanuit de darmen.

Fructose malabsorptie

Bij fructose klachten wordt ‘vrije’ fructose slecht of niet goed geabsorbeerd in de dunne darm. Fructose wordt normaal gesproken in de dunne darmwand opgenomen door het zogenaamde GLUT-5 mechanisme.

Het GLUT-5 mechanisme is een transporteiwit. Een transporteiwit transporteert fructose vanuit de voeding de dunne darmwand in. Wanneer de voeding veel fructose bevat, stijgt de hoeveelheid transportereiwit sterk door de productie van mRNS dat GLUT 5 codeert. De opname van fructose kan daardoor binnen 3 uur zelfs verdubbelen.

Methaan en CO2 productie in de darmen

Vanuit de dunne darm wordt fructose via het bloed vervoerd naar de lever. Vervolgens wordt fructose in de lever opgeslagen als glucose en vet. Wanneer er sprake is van fructose-intolerantie is dit transporteiwit kapot of werkt het te langzaam. Hierdoor passeert fructose te snel en komt het in de dikke darm terecht.

Zodra fructose in de dikke darm terecht komt zullen de aanwezige darmbacteriën (darmflora) het proberen af te breken. Het afbreken van fructose in de dikke darm heet fermentatie, ook wel gisting genoemd. Hierbij komen gassen en zuren vrij zoals: methaan, CO2 en vetzuren. Deze afvalstoffen kunnen klachten geven.

Bepaalde fruitsoorten bevatten polyolen

In veel gevallen speelt niet alleen fructose een rol in het klachtenpatroon. In bepaalde fruitsoorten zitten ook polyolen. Polyolen worden ook wel ‘suikeralcoholen’ genoemd. Suikeralcoholen vallen onder de koolhydraten. Koolhydraten zijn stoffen die als brandstof dienen voor het lichaam. In tegenstelling tot andere koolhydraten leveren polyolen weinig energie. In de voedingsmiddelenindustrie worden polyolen gebruikt als zoetstoffen. Enkele voorbeelden zijn: Xylitol en sorbitol (in suikervrije kauwgom).

Naast fructanen en inulines kunnen ook polyolen voor vervelende klachten zorgen. Zowel polyolen als fructanen worden slecht opgenomen door de dunne darm. Fructanen en inulines worden slecht opgenomen omdat ze grote kettingen fructosemoleculen bevatten. Deze fructosekettingen zijn te groot voor het GLUT-5 mechanisme om te absorberen.

Zo blijven de fructosekettingen in de dunne darm zitten. De dunne darm kan deze kettingen niet verbreken. De fructosekettingen komen vervolgens in de dikke darm terecht, waar ze net als ‘losse’ fructosemoleculen worden vergist. Polyolen worden langzaam opgenomen vanuit de dunne darm.

Hierdoor blijft een gedeelte van de polyolen achter in de dunne darm, waardoor de polyolen vocht aantrekken in de dunne darm en dunne ontlasting ontstaat. Tevens worden polyolen, net als fructose, in de dikke darm vergist door de aanwezige darmbacteriën.

SIBO (small intestial bacterial overgrowth): opgeblazen gevoel en winderigheid

Fructose die slecht opgenomen wordt in de dunne darm en polyolen die teveel achterblijven in de dunne darm geven risico van SIBO (Small Intestinal Bacterial Overgrowth).

SIBO (Small Intestinal Bacterial Overgrowth), bacteriële overgroei in de dunne darm, is een aandoening die wordt gekenmerkt door een teveel aan micro-organismen in de dunne darm. In tegenstelling tot de dikke darm, die buitengewoon rijk behoort te zijn aan bacteriën, bevat de dunne darm gewoonlijk veel minder bacteriële organismen.

Wanneer er sprake is van SIBO, kan dit een bacteriële overgroei zijn van zowel de progene (goede) bacteriën zijn, als van de pathogene (verkeerde) bacteriën, die het darmmilieu verstoren.

SIBO veroorzaakt bij de meeste mensen enorme hoeveelheden gas, aangezien onverteerde resten in de darmen gaan gisten. Misselijkheid, gasvorming, een opgeblazen gevoel, boeren, winderigheid, chronische constipatie of diarree zijn vaak het gevolg. Het zijn de methaan en zwavelhoudende gassen die hierbij vrijkomen die zorgen voor een opgeblazen gevoel en winderigheid.

Een opgeblazen gevoel met gasvorming en rommelende darmen kunnen meerdere oorzaken hebben. Als de klachten echter binnen ongeveer een kwartier na de maaltijd ontstaan en meestal erger worden na een koolhydraatrijke maaltijd, moet gedacht worden aan SIBO.

Toename gevoeligheid voor fructose

Natuurdiëtisten bemerken een toename aan fructose problematiek. Het mogelijk verband ligt in de afname van de GLUT 5. GLUT 5 wordt o.a. geactiveerd door het schildklierhormoon. De verminderde opname van fructose in de darm kan o.a. veroorzaakt worden door een lokaal verlaagde productie van schilklierhormoon en periodiek lage glucosespiegels (reactieve hypoglycemie).
Symptomen die vaak worden gevonden zijn:– Gasvorming en een opgeblazen gevoel (hoog in de buik), vaak gecombineerd met heftige krampen
– Diarree, buikpijn of –krampen
– Constipatie en/of een afwisseling tussen constipatie en diarree
– Slechte adem, brandend maagzuur (die ook vaak samen gaan met histaminegevoeligheid) of reflux
– Voedselovergevoeligheid zoals gluten, melkeiwit, lactose, fructose (FODMAP’s)
– Vettige en vaak drijvende ontlasting
– Misselijkheid
– Concentratie stoornissen
– Hoofdpijn
– Vermoeidheid
– Eczeem of huiduitslag
– Depressie
– Hang naar snelle suikers en koolhydraten

De behandeling bij fructose problematiek

De behandeling bij fructose malabsorptie is erop gericht de klachten te verminderen. In veel gevallen geeft fructose in een zeer kleine hoeveelheid geen klachten. Om de klachten te verminderen is een fructose beperkt dieet noodzakelijk, een natuurdiëtist kan u hiermee helpen. In het begin worden de voedingsmiddelen die klachten veroorzaken geheel weggelaten. Dit heet eliminatie. Na ongeveer twee à drie weken wordt fructose weer aan het menu toegevoegd. Dit gebeurt geleidelijk. De hoeveelheid fructose die hier gebruikt kan worden is verschillend.

Er wordt gebruik gemaakt van voedingsmiddelen die laag zijn in fructosegehalte. Onder laag wordt bedoeld, lager dan 5 gram fructose per 100 gram aan voedingsmiddelen. Het dieet wordt op den duur ook minder belastend, omdat men op den duur weet wat er wel en wat niet gegeten kan worden.

Fructose kan ook verborgen zitten. Fructose zit bijvoorbeeld in bepaalde medicijnen verwerkt, zoals vruchtensap, soep, sausjes en alles wat gezoet wordt. Het is belangrijk dat hier goed op gelet wordt. Ook kan de hoeveelheid fructose per merk verschillen. Met name patiënten met de erfelijke vorm van fructose-intolerantie moeten hier goed op letten.

Daarnaast zijn er andere stoffen zoals lactose, fructanen en polyolen waar op gelet kan worden om darmklachten te verminderen. Een natuurdiëtist kan de hoeveelheid fructose beperken zonder dat er voedingsstoftekorten optreden.

In de pdf hieronder leest u nog meer over SIBO.

Marijke de Waal Malefijt

Marijke de Waal Malefijt

Literatuur en links:

SIBO
SIBO test; http://www.biolab.co.uk/index.php/cmsid__biolab_test/Breath_Hydrogen_&_methane_%28small_intestinal_bacterial_overgrowth_-_SIBO%29

Decreased motility in the small intestine – a muscular action called migrating motor complex propels food through the digestive tract, sweeping large numbers of bacteria through the small intestine and into the colon. When a lack of motility is present, bacteria may either remain in the small intestine for too long, where it multiplies, or bacteria from the colon can re-enter the small intestine.
Such bacteria secrete a toxin called Cytolethal Distending Toxin, or CDT, and a portion of this toxin actually resembles a protein that sits on the nerve cells that regulate the migrating motor complex. Through a process called molecular mimicry, the immune system gets confused and attacks the protein at the same time as attacking CDT, damaging the nerve cells.
People with SIBO experience diarrhoea, bloating, poor nutrient absorption and weight loss.They may also experience B12 deficiency, chronic diarrhoea and poor absorption of the fat soluble vitamins A, D, E, and K.People with SIBO often have difficulty with digestion of fats, which come through undigested in the stool, called steatorrhea.
SIBO is treated using anti-microbials followed by bile and pancreatic support. This is then followed by a gut healing program and stress reduction techniques.

Boek; ‘Ik heb er mijn buik van vol’ door Marijke de Waal Malefijt (uitgeverij Schors 2011).

(1) Marie I, Leroi AM, Gourcerol G, Levesque H, Ménard JF, Ducrotte P.
Medicine (Baltimore). 2015 Sep;94(39):e1601. doi: 10.1097/MD.0000000000001601.
Fructose Malabsorption in Systemic Sclerosis.

(2) Putkonen L, Yao CK, Gibson PR.
Curr Opin Clin Nutr Metab Care. 2013 Jul;16(4):473-7. doi: 10.1097/MCO.0b013e328361c556.
Fructose malabsorption syndrome.

(3) Shepherd SJ, Lomer MC, Gibson PR
Am J Gastroenterol. 2013 May;108(5):707-17. doi: 10.1038/ajg.2013.96. Epub 2013 Apr 16.
Short-chain carbohydrates and functional gastrointestinal disorders.
(4) Kim JH, Sung IK.

Korean J Gastroenterol. 2014 Sep 25;64(3):142-7.
Current issues on irritable bowel syndrome: diet and irritable bowel syndrome.

(5) Barrett JS.
Nutr Clin Pract. 2013 Jun;28(3):300-6. doi: 10.1177/0884533613485790. Epub 2013 Apr 24.
Extending our knowledge of fermentable, short-chain carbohydrates for managing gastrointestinal symptoms.

(6) Tuck CJ, Muir JG, Barrett JS, Gibson PR.
Expert Rev Gastroenterol Hepatol. 2014 Sep;8(7):819-34. doi: 10.1586/17474124.2014.917956. Epub 2014 May 15.
Fermentable oligosaccharides, disaccharides, monosaccharides and polyols: role in irritable bowel syndrome.

Zelftest SIBO

Organix-dysbiose urinetest

Organix-dysbiose urinetestVerkoopprijs (incl. BTW): € 95,95
Koop deze test hier

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen