Skip to content
Kenniscentrum - sinds 2005 - met ruim 2000 artikelen over gezondheid!BEKIJK ALLE ONDERWERPEN

Oorzaken van vettige ontlasting

Bij een matige tot slechte vetvertering neemt het vetgehalte van de ontlasting toe en die kan daardoor vettig, plakkerig en licht van kleur zijn.
Wanneer vetten niet worden opgenomen, is er ook een verlies van de vet-oplosbare vitaminen A, D, E en K. Een verstoorde opname van vet door de dunne darmwand, kan ook vetdiarree tot gevolg hebben.

Oorzaken van vettige ontlastingDe vetopname kan verstoord raken door een beschadiging aan de dunne darmwand, bijvoorbeeld door een darmaandoening zoals de ziekte van Crohn of een glutenallergie (IgE) zoals coeliakie of glutenintolerantie (IgG1-4) of door slechte glutenvertering (missen of verloren gaan van o.a. het enzym DPP-IV). Als iemand last heeft van een verstoorde opname van voedingsstoffen, kan diegene naast vetdiarree ook last hebben van onverklaarbaar klachten en een tekort aan voedingsstoffen (ADEK).

Galzuren & Galzuurtypen

Het is algemeen bekend dat galzuren de vetvertering en vetresorptie ondersteunen, de opname van vetoplosbare vitamines mogelijk maken (vitamine A, D, E, K), en dat ze het eindproduct van de cholesterolstofwisseling zijn. De werkingsmechanismen van de galzuren zijn nog veel breder, omdat ze nauw samenwerken met het darmmicrobioom en van diepgaande betekenis zijn als regulator van genen, die bij verschillende stofwisselingsprocessen betrokken zijn.

Het galzuurmetabolisme begint bij de omzetting van cholesterol tot primaire galzuren in de lever. Terwijl ongeveer 95% van de galzouten in het terminale ileum geresorbeerd worden via de entherohepatische kringloop, komt ongeveer 5% terecht in de dikke darm.

Gedurende de doorlooptijd in de dikke darm worden de geconjugeerde primaire galzouten door galzouthydrolase, dat uitgescheiden wordt door bacteriën, weer gedeconjugeerd en vervolgens door een bacterieel enzym (7α-dehydroxylase) omgezet in secundaire galzouten (DCA, LCA) en in het tertiaire galzout UDCA.
De in de dunne darm geresorbeerde galzouten worden met behulp van leverenzymen vervolgens opnieuw geconjugeerd door glycine en taurine, tot secundaire geconjugeerde galzouten.

Gal bestaat voor 95% uit water, elektrolyten (natrium, bicarbonaat, kalium, chloride, magnesium, enz.), aminozuren (glutaminezuur, cysteïne), glutathion, galzuren, bilirubine, cholesterol, steroïden, vitamines, enzymen, porfyrines, zware metalen, exogene drugs, xenobiotica en milieutoxines.

Primaire galzuren – cholzuur (CA) en chenodeoxycholzuur (CDCA) – worden dus gesynthetiseerd in de lever.
Secundaire galzuren – lithocholzuur (LCA), deoxyxholzuur (DCA) en ursodeoxyxholzuur (UDCA) – worden geproduceerd door bacteriële werking in de dikke darm.

Als onderdeel van de darm-leverkringloop (ook wel de enterohepatische kringloop genoemd) wordt gal als het ware door ons lichaam ‘gerecycled’. Hierbij kunnen diverse processtappen niet optimaal verlopen wat o.a. een vettige ontlasting geeft. Zie ons artikel galsamenstelling: verschil tussen ziekte en gezondheid.

Galzuurtypen

Gedurende het galzuurmetabolisme ontstaan 12 galzuren die we in de volgende galzuurtypes kunnen indelen: p(rimair)GZ, p(rimair)cGZ, s(undair)GZ, s(undair)cGZ en t(ertair)G.

Er kunnen aan een vettige ontlasting, allerlei lever Cyp-enzym-verstoringen ten grondslag liggen waaronder: Cyp7A1, Cyp27A1, Cyp 7B1, Cyp8B1.

Oorzaken van vettige ontlastingVoor omzettingen van een juiste galzurenproductie in de lever zijn de volgende Cyp-werkingen cruciaal:

  • Cyp7A1; cruciaal enzym dat bij mensen verantwoordelijk is voor de eerste omzetting van cholesterol naar galzuren in de lever.
  • Cyp27A1; cruciaal enzym voor de vetstofwisseling, met name bij de afbraak van cholesterol om galzuren te vormen, die nodig zijn voor de vertering van vetten.
  • Cyp7B1; cruciaal enzym voor de vetstofwisseling, met name bij de afbraak van cholesterol om galzuren te vormen, die nodig zijn voor de vertering van vetten.
  • Cyp8B1; cruciaal enzym in de lever dat een sleutelrol speelt bij de omzetting van cholesterol in galzuren.

Verschillende aspecten/componentensamenstelling van de gal, waaronder de stroom en samenstelling ervan, die op zich elkaar kunnen beïnvloeden, kunnen indirect of direct van invloed zijn op klachten m.b.t de vetvertering.

Galzuren zijn het eindproduct van het cholesterolmetabolisme en een verslechtering van hun synthese leidt tot ophoping van cholesterol en bijproducten, wat toxiciteit en progressieve leverbeschadiging kan bevorderen. Ook verminderd bicarbonaattransport wordt geassocieerd met primaire biliaire cholangitis.

Een paar studies hebben onderzocht hoe galzuurcomponenten de bloed-galbarrière (BBlB) kunnen beïnvloeden en de darmpermeabiliteit kunnen verhogen.

Verlies van Tight Junctions-eiwitten werd in de lever ongedaan gemaakt door toediening van probiotica, wat leidde tot redding van leverbeschadiging door herstel van het lipidenmetabolisme en de leverfunctie en verbetering van leversteatose.

Vele oorzaken van vettige ontlasting

Te vet eten, verkeerde bereidingstechnieken (bakken, frituren), verkeerde of zware voedselcombinaties, waardoor de enzymatische vertering onder druk staat.
Genetische galstroomverstoring, door afwijkende genen, waaronder UGT1A1, MTHFR.
Oorzaken van vettige ontlasting Galsamenstelling (galtypen) verstoring.
Te kort aan galzuren.
Pancreasverstoring: te kort aan verteringsenzymen (te kort aan lipase)
Niet optimale absorptie van vetten (vet malabsorptie) in de dunne darm door tight junction beschadiging, beschadiging aan de darmwand (door ontsteking, SIBO/SIFO, IgE of IgG voedingsreacties, waaronder gluten).
Aanwezigheid van een parasiet(en), waaronder Gardia Lamblia, ziekmakende bacteriën, gisten en schimmels kunnen zorgen voor een vettige ontlasting. Giardia lamblia kan galzouten binden of afbreken, waardoor dit de afbraak van vetten vermindert.
Medicatie (waaronder cholesterolverlagers) of kruiden/orthomoleculaire suppletie.
Te snelle darm transit, waardoor er geen tijd is voor een goede vertering in de dunne darm, de voedselbrij kan te snel de dunne darm verlaten door galdrijvers: eigeel, chocola, spinazie, koffie, ect.
te kort aan maagzuur (heeft een beetje lipase). Een tekort aan maagzuur kan ook bijdragen aan vetmalabsorptie. Maagzuur is nodig om de voedselbrij te verteren en de afgifte van gal en spijsverteringsenzymen te stimuleren. Als er onvoldoende maagzuur aanwezig is, leidt dit tot een verminderde afbraak van vetten en andere voedingsstoffen.
Coeliakie: Deze auto-immuunziekte beschadigt de bekleding van de dunne darm, waardoor de opname van voedingsstoffen, waaronder vetten, wordt belemmerd.
Steatorroe is een veelvoorkomend symptoom van onbehandelde coeliakie. Steatorroe is de medische term voor vette, stinkende en vaak drijvende ontlasting, veroorzaakt door een overmaat aan onverteerd vet (vetdiarree).
Ziekte van Crohn: De ziekte van Crohn is een ontstekingsziekte van de darmen die het spijsverteringsstelsel aantast. De ziekte kan de opname van voedingsstoffen, waaronder vet, belemmeren, wat kan leiden tot steatorroe.
Leveraandoeningen zoals NASH, hepatitis kunnen de galproductie beïnvloeden, wat kan leiden tot een verstoorde vetvertering en steatorroe.
Bacteriële onbalans, waaronder verhoogde oscillibacter, clostridium diff.
Kortedarmsyndroom: Deze aandoening ontstaat wanneer een groot deel van de dunne darm verwijderd of beschadigd is, waardoor de opname van vetten en andere voedingsstoffen afneemt en er vette ontlasting ontstaat.
Oorzaken van vettige ontlastingPancreasinsufficiëntie: Wanneer de pancreas niet genoeg spijsverteringsenzymen produceert, kan vet niet goed worden afgebroken, wat leidt tot steatorroe. Aandoeningen zoals chronische pancreatitis of cystische fibrose kunnen dit probleem ook veroorzaken.
Te snelle transit door koffie: gevoeligheid voor cafeïne of genetische gevoeligheid voor koffie waaronder met IM of PM afwijkende cyp-enzymen; COMT, Cyp1A1, Cyp1A2. Koffie werkt vaak laxerend omdat cafeïne en andere bestanddelen de darmspieren stimuleren, wat leidt tot snellere samentrekkingen en een snellere stoelgang (minder kans op goede vetvertering en minder absorptie van vetten in de dunne darm).
(Chronische) stress.
Zie ook: geur en kleur van ontlasting en urine.

Te kort DPP4-enzymen

Het DPP-IV enzym is een proteolytisch enzym met vele functies. Het DPP-IV wordt normaliter door de cellen van de darm villi, in de pancreas, de epitheelcellen en via microbiële aanmaak in bacteriën of schimmels geproduceerd. Een klein deel circuleert vrij in de bloedbaan en een ander deel bevindt zich in speeksel. DPP-IV is essentieel voor de volledige afbraak van proline bevattende voedingseiwitten zoals gluten en caseïne. Het werkt voornamelijk op de afbraak van exorfinen.

Vitamine A wordt beschouwd als één van de genetische stimulatoren van het DPP-IV enzym. Bij een genetische afwijking op het BCO1-gen (Nutrigenomics: risico op vitamine A- te kort door omzettingsproblemen van betacaroteen naar vitamine A ) kan er een te kort ontstaan van het DPP-IV enzym.

Wat verlaagt de DPP-IV enzymen?

  1. Histamine is een stof die vrijkomt bij allergische reacties en voedingsintoleranties.
  2. TNF-alfa komt vrij bij een mestcelreactie bij allergie, histamine-intolerantie, voedselintolerantie, MCAS.
  3. TGF-beta (transformerende groeifactor)
  4. Hyperinsulinemie (stofwisselingsziekte met verhoogd insuline)
  5. Kwik (amalgaamvullingen, vis, vaccins), laat amalgaamvullingen verwijderen en ontgift van zware metalen (zie zware-metalen-test urine hier) met een speciaal programma.
  6. Cadmium in sigaretten. Ook meeroken kan voor een te hoog cadmiumgehalte zorgen. Ontgift van zware metalen met een speciaal programma. Ook als je vroeger gerookt hebt, kun je nog steeds cadmium in je diepere weefsels hebben.
  7. Insecticiden, herbiciden en pesticiden: eet dus biologisch.
  8. Fluor en fluoride (tandpasta)

Medicatie en supplementen met DPP 4-verlagende werking:

  • Oorzaken van vettige ontlastingDPP-IV remmers: worden voorgeschreven bij diabetes. DPP-IV remmers verhogen de kans op psychose en andere dopamineverstoringen bv. verslaving en gewelddadig gedrag.
  • Dopamine stimulerende medicatie (bv. Ritalin®/Rilatine® R, dextro-amfetamine R, Levodopa® R), activeren dynorfine.
  • Glucocorticoïden corticosteroïden, worden voorgeschreven bij ontstekingen en allergieën, deze onderdrukken het immuunsysteem. Wat toch al onderdrukt wordt door het teveel aan exorfinen (eiwit-achtige stoffen uit de voeding; gluten, caseïne, soja en spinazie met een morfine-achtige werking).
  • Ezetimibe en statines (cholesterolverlagers)
  • Chlorambucil (chemotherapie)
  • Antipsychotica
  • EDTA (een zware metalen chelator)
  • Adenosine
  • Forskolin (vetverbrander voor gewichtsverlies)
  • Antibiotica
  • Efedrine (hoestdranken, drugs)

Testen

Zie voor IgG1-4 testen deze testenpagina.

Zie voor cypenzymen testen deze testenpagina.

Zie voor darmmicrobioomtesten deze testenpagina.

Zie voor o.a pancreastesten (Lipase) deze testenpagina.

Natuurdiëtisten.nl