skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1500 artikelen over gezondheid!

Opinie: Start bijvoeding bij 4 maanden?

Sommige ouders geven hun baby al eerder een hapje erbij. Fabrikanten van babyvoeding spelen hier op in en vermelden op hun producten dat ze geschikt zijn vanaf de leeftijd van 4 maanden.

Is het beter toch te wachten totdat de baby 6 maanden oud is? Marion Pluimes en Tanja Visser, beiden natuurdiëtist gespecialiseerd in kindervoeding, geven in dit artikel hun mening over het tijdstip van introduceren van bijvoeding. Ze schreven dit najaar samen een brochure over natuurlijke en gezonde voeding voor kinderen van 6 maanden tot 1 ½ jaar. Deze brochure ‘De eerste hapjes’(zie de NDN webshop) is bestemd voor zowel ouders als professionals die ouders begeleiden, zoals collega-diëtisten, osteopaten, kinderfysiotherapeuten en medewerkers van kinderdagverblijven.

Borstvoeding (bijna) compleet tot 6 maanden

Tot de leeftijd van 6 maanden halen baby´s alle benodigde voedingsstoffen uit borstvoeding op vitamine D en K na. Een belangrijke voorwaarde voor een complete borstvoeding is, dat de moeder een gezonde, volwaardige voeding gebruikt. Gebruikt bijvoorbeeld de moeder geen of weinig vette vis(olie), dan bevat de borstvoeding onvoldoende van deze vetzuren om de ontwikkeling van de ogen, zenuwen en hersenen van de baby te ondersteunen.

Vitamine D en K bij borstvoeding

Borstvoeding bevat onvoldoende vitamine D en tot 2 maanden onvoldoende vitamine K om de behoefte van de baby te dekken. Baby’s maken zelf nog onvoldoende vitamine D aan. De meeste borstvoedende moeders produceren zelf te weinig vitamine D om henzelf en hun baby via de borstvoeding van voldoende vitamine D te voorzien. Daarom wordt aangeraden om zowel moeder als baby extra vitamine D in supplementvorm te geven. Baby’s hebben dagelijks 400 IE (10 microgram) vitamine D in supplementvorm nodig.

Onvoldoende K1 aanmaak via de darmflora

Ook kunnen de meeste baby’s tot de leeftijd van 2 maanden via de darmflora nog onvoldoende vitamine K1 aan te maken en via de darm opnemen. De moeder geeft bij de geboorte via het geboortekanaal haar eigen darmflora aan haar baby mee. Bij veel moeders is deze darmflora niet optimaal. Hierdoor verloopt de opbouw van de darmflora bij de baby minder goed en kan het minder gemakkelijk vitamine K aanmaken en opnemen.

Daarom wordt geadviseerd om borstgevoede baby’s tot de leeftijd van 2 maanden 150 microgram vitamine K1 in supplementvorm bij te geven. In olie opgeloste vitamine D en K is gemakkelijker opneembaar dan de in water opgeloste soorten en soorten in tabletvorm. Vitamine D3 is daarbij effectiever in werking dan D2. Let erop dat de supplementen vrij zijn van (kunstmatige) aroma’s. Deze aroma’s kunnen overgevoeligheidsreacties oproepen en belasten onnodig het kwetsbare lichaam van de baby.

Voor meer informatie over borstvoeding en suppletie, zie ook de brochure ‘Adviezen bij het geven van borstvoeding’ (zie de NDN webshop).

Vitamine D en K bij volledige zuigelingenvoeding

Krijgt een baby in plaats van borstvoeding volledige zuigelingenvoeding, dan is aanvulling met vitamine D en K niet nodig. Aan deze voedingen zit al voldoende vitamine D en K toegevoegd. Voor meer informatie hierover zie ook de brochure ‘Adviezen bij het geven van borstvoeding’.

Klaar voor een hapje erbij

Rond de 6 maanden is de grove en fijne motoriek, het afweersysteem en de spijsvertering van een baby er klaar voor om vast voedsel te leren eten en verteren. Het is dan in staat om te oefenen in een hapje vast voedsel naar de mond brengen, afhappen, kauwen, met de tong naar de keel brengen, doorslikken en tenslotte in de darmen verteren en opnemen. Krijgt een baby eerder vast voedsel aangeboden, dan is de kans groot dat het daar motorisch of qua spijsvertering of afweersysteem nog niet aan toe is.

Allergieën en spijsverteringsklachten

Te vroeg starten met vast voedsel, kan leiden tot het ontstaan van allergieën en spijsverteringsklachten, zoals boeren, winderigheid, krampen, diarree of verstopping. Ook vormen onverteerde voedselresten in de darmen een uitstekende voedingsbodem voor schadelijke micro-organismen, zoals gisten, schimmels en Enterobacteriën. Te vroeg bijvoeden kan zo een dysbiose (verstoring in de darmflora) veroorzaken. Dit vergroot weer het risico op infecties, ontstekingen en allergische reacties.

Te snel starten met bijvoeding kan ook ten koste gaan van het geven van borstvoeding. De borstvoeding kan zo ver teruglopen, dat ouders overstappen op het (bij)geven van flesvoeding. Borstvoeding is veruit superieur ten opzichte van flesvoeding. Borstvoeding zorgt voor een optimale ontwikkeling van de moeder-kindrelatie, het afweersysteem en de hersen- en darmfunctie. Bovendien heeft het een beschermende werking tegen het ontstaan van infecties, allergieën en welvaartziekten, zoals overgewicht, bepaalde vormen van kanker en diabetes.

Niet nog langer wachten

Het is niet aan te bevelen om veel langer dan 6 maanden te wachten met het geven van bijvoeding. Door langer te wachten kunnen er nieuwe problemen ontstaan. Nieuwe smaken en consistenties (dikte en structuur van de voeding) worden slechter geaccepteerd wanneer een baby ouder is dan 6 maanden. Ook kunnen er problemen ontstaan met het kauwen en slikken en de ontwikkeling van de spraak. Stuk voor stuk redenen om liever niet voor de leeftijd van 6 maanden met bijvoeding te starten, maar ook niet te lang daarna.

Eerder bijvoeden soms nodig

In principe geldt dat het goed is om rond de 6 maanden met bijvoeding te starten. Hierop zijn enkele uitzonderingen. Sommige baby´s ontwikkelen zich sneller dan anderen en zijn daardoor iets eerder aan bijvoeding toe.

Dit is te herkennen aan de volgende signalen:

  • De baby is niet langer tevreden te houden is met borst- of flesvoeding alleen.
  • De baby maakt voortdurend smakgeluidjes wanneer het anderen ziet eten of drinken.
  • De baby graait het eten van het bord van ouders of oudere broertjes of zusjes.
  • De baby zit qua lengte en gewicht boven het gemiddelde.
  • De baby drinkt voldoende borst- of flesvoeding, is gezond, maar de groeicurve begint af te buigen.

Minder allergie door eerder bijvoeden?

Een andere groep baby´s die mogelijk gebaat is bij het eerder introduceren van de bijvoeding is de groep met een vergrote kans op het ontwikkelen van voedselallergie. Dit zijn baby´s waarbij een ouder of beide ouders of een ouder broertje of zusje last heeft van hooikoorts, astma, eczeem en/of een voedselallergie. Jarenlang werd gedacht dat met het uitstellen van de introductie van allergene producten, zoals koemelk, ei en pinda het ontstaan van (voedsel)allergie kan worden voorkomen.

Deze gedachte is gebaseerd op enkele studies waarbij kinderen vaker eczeem kregen wanneer ze voor de leeftijd van 3-4 maanden bijvoeding kregen. Nu zijn er aanwijzingen, dat het uitstellen van de bijvoeding bij deze groep baby´s mogelijk juist averechts kan werken. In een aantal onderzoeken, kwam naar voren, dat het laat introduceren van allergene producten, zoals melk, ei en pinda juist een allergie in de hand kan werken. Het te vroeg introduceren van bijvoeding kan tot allergische reacties leiden, maar het te laat introduceren mogelijk ook.

Positief effect van borstvoeding

Ergens tussen de 4 en 6 maanden zou een periode kunnen liggen waarbij een baby tolerantie ontwikkelt voor voeding als het in die periode met deze voeding in aanraking komt. Het ontwikkelen van tolerantie wordt gestimuleerd door het geven van borstvoeding. Borstvoeding bevat kleine hoeveelheden allergenen van voedingsmiddelen die de moeder heeft gegeten en gedronken.

Borstvoeding is echter ook rijk aan diverse stoffen, zoals S-IgA en TBG, die de tolerantie voor allergenen vergroten en de ontwikkeling van het afweersysteem en spijsvertering ondersteunen. Meer onderzoek is nodig om meer duidelijkheid te krijgen over de relatie tussen het tijdstip van introduceren van bijvoeding en het ontwikkelen van allergieën bij kinderen.

Een hapje erbij?

Met de huidige kennis, inzichten en ervaringen raden wij aan om rond de 6 maanden met bijvoeding te starten. Start eerder met bijvoeden als de ontwikkeling van de baby dit vraagt, maar begin beslist niet eerder dan bij 4 maanden. Dit om problemen met de afweer en spijsvertering te voorkomen. Zorg ervoor wanneer u eerder begint, dat de bijvoeding niet ten koste gaat van de borstvoeding.

Stel het bijvoeden niet veel langer uit dan rond de 6 maanden. Dit om problemen met acceptatie van smaak en structuur, het slikken en de spraak te voorkomen.
Neem bij vragen of problemen rondom de bijvoeding contact op met een natuurdiëtist gespecialiseerd in kindervoeding. Hij of zij kan u verder adviseren.

Voor meer informatie zie nog meer brochures van Tanja Visser in onze NDN webshop. Deze brochures zijn bestemd voor zowel ouders als professionals die ouders begeleiden, zoals collega-diëtisten, natuurgeneeskundige therapeuten en artsen, osteopaten, kinderfysiotherapeuten en medewerkers van consultatiebureau´s en kinderdagverblijven.

Marion Pluimes en Tanja Visser, natuurdiëtisten gespecialiseerd in kindervoeding

Literatuur en links:

1.Greer FR et al, Effects of early nutritional interventions on the development of atopic disease in infants and children: the role of maternal dietary restrictions, breastfeeding, timing of introduction of complementary foods, and hydrolyzed formulas. Pediatrics 2008 121: 183-191.

2.Mc Niel et al, What are the risks associated with formula feeding? A re-analysis and review. Birth 2010 37(1): 50-58.

3.Prescott SL et al, Avoidance or exposure to foods in prevention and treatment of food allergy? Curr Opin Allergy Clin Immunol (Review) 2010 10: 258-266.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen