skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Onderzoek naar Zuigelingenvoeding: deel 1

Borstvoeding is de beste keuze gedurende de eerste 6 levensmaanden van een baby. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert de eerste 6 maanden uitsluitend borstvoeding te geven en dit vervolgens te combineren met aanvullende voeding tot de leeftijd van twee jaar (WHO, 2015).

Borstvoeding bevat de ideale samenstelling van voedingstoffen voor zuigelingen en heeft verschillende positieve effecten op de gezondheid. Borstvoeding geeft een verlaagd risico op het ontwikkelen van atopie, astma, allergieën, maagdarm- en luchtweginfecties, obesitas en diabetes type 1 en 2 (Kramer, 2012).

Te weinig melk

Niet iedere moeder kiest voor borstvoeding. Een peiling uit 2005 laat zien, dat 78% van de moeders begint met borstvoeding. Na 1 en 4 maanden krijgt slechts 51% en 25% van de zuigelingen nog uitsluitend borstvoeding. Na 6 maanden krijgen slechts 15% van de zuigelingen nog borstvoeding als enige bron van melkvoeding. Daarnaast krijgt 11 tot 18% van de zuigelingen een combinatie van moedermelk en zuigelingenvoeding (Lanting, 2005).

Uit een peiling van het TNO in 2007, blijkt dat ‘te weinig melk’, ‘pijn’, maar ook ‘werk’ als hoofdredenen worden genoemd om over te stappen op kunstvoeding (Lanting, 2007).

Er worden hoge eisen aan de samenstelling en etikettering van zuigelingenvoeding gesteld in Europa. Alle producten op de Europese markt zijn veilig. Kunstvoeding beantwoordt aan de belangrijkste behoeften van de zuigeling. Deze behoefte zijn groei, ontwikkeling en gezondheid.

De juiste vetten

Volgens het onderzoek van de studenten Voeding en Diëtetiek van de Haagsche Hogeschool stijgt het plasma DHA (docosahexaeenzuur) bij voldragen baby’s, bij omega-3 suppletie. Meerdere studies tonen een positief effect van DHA aan als gekeken wordt naar het gezichtsvermogen.

Er is bijvoorbeeld bewijs dat zuigelingen die omega-3-vetzuren toegediend krijgen, beter scoren op Visual Evoked Potential (VEP). Dit is een onderzoek naar de gezichtsscherpte gemeten met behulp van elektroden. Volgens het onderzoek is er op dit moment nog onvoldoende bewijs dat omega-3 vetzuren de algemene gezondheid van zuigelingen verbetert.

Prebiotica: voeding voor gunstige darmbacteriën

De door de studenten bekeken wetenschappelijke onderzoeken laten voorzichtig zien, dat suppletie van zuigelingenvoeding met prebiotica verbetering van de gezondheid van baby’s kan geven. In de onderzoeken komen van de prebiotische oligosachariden GOS/FOS geen ongewenste effecten naar voren. Galacto-oligosachariden (GOS) zijn voedingsvezels uit lactose.

Er is bewijs gevonden, dat GOS en FOS de kans op het ontwikkelen van eczeem en astma bij zuigelingen verlagen. Dit geldt vooral voor baby’s met een verhoogd risico op eczeem en astma, waarbij één of beide ouders bekend zijn met deze klachten.

Ook zouden ze mogelijk de kans op luchtweg- en darm/maaginfecties verlagen. De prebiotica GOS en FOS zouden een gunstige darmmicrobiotica (darmflora) kunnen bevorderen. Een gemakkelijker stoelgang en minder darmkrampjes kunnen daarvan het gevolg zijn.

Volgens de studenten is verder onderzoek naar de effecten van andere soorten prebiotica noodzakelijk. Het toevoegen van GOS/FOS aan zuigelingenvoeding blijkt verstandig te zijn. Deze hebben een gunstige uitwerking op de ontwikkeling van de babydarm vanwege de positieve effecten op de ontwikkeling en samenstelling van de darmflora. Galacto-oligosachariden (GOS) voedingsvezels verlagen het risico op allergische klachten.

Probiotica, levende bacteriën

Het toevoegen van probiotica aan zuigelingenvoeding is volgens het onderzoek van de studenten veilig gebleken. Het heeft waarschijnlijk bepaalde positieve gezondheidseffecten. Het bewijs is volgens de studenten niet eenduidig genoeg om standaard suppletie van zuigelingenvoeding met bepaalde probiotica te adviseren. De verschillende onderzoeken leiden tot nu toe niet tot eenduidige conclusies en spreken elkaar af en toe tegen.

De keuze van de soort(en) probiotica moet zorgvuldig op de baby worden afgestemd. In situaties waarin een baby risico loopt op een ongezonde darmflora of bepaalde klachten ervaart, zou het zinvol kunnen zijn om een gerichte stammenmix probiotica te suppleren. Dit is gericht op het behandelen van de specifieke klachten en kan het beste plaatsvinden in overleg met een natuurdiëtist of natuurarts die gespecialiseerd is in het moduleren van de darmflora met probiotica en voedingsadviezen.

Probiotica hoeft niet standaard in zuigelingenvoeding te zijn verwerkt, maar kan eventueel na bereiding aan de flesvoeding worden toegevoegd. Zo kan probiotica door een specifieke samenstelling en dosis, gericht op de klachten, beter op de behoefte van de baby worden afgestemd.

Toegevoegde koolhydraten

Moedermelk is rijk aan lactose om ervoor te zorgen dat de baby met de melk voldoende energie naar binnen krijgt. De fabrikant kan als koolhydraatbron in zuigelingenvoeding lactose, glucose, maltodextrinen en/of zetmeel gebruiken. Er is wettelijk geen voorgeschreven maximum voor de hoeveelheid glucose, maltodextrinen en zetmeel in kunstvoeding.

Wel moet de totale hoeveelheid koolhydraten de 60% niet overschrijden. In theorie kan de fabrikant ervoor kiezen om de wettelijke maximale hoeveelheid koolhydraten in de vorm van glucose, maltodextrinen en/of zetmeel aan de zuigelingenvoeding toe te voegen.

Met deze samenstelling verschilt de kunstmatige zuigelingenmelk behoorlijk van de samenstelling van moedermelk. Dat vinden de studenten ongewenst. In moedermelk wordt meer dan 99% van de totale hoeveelheid koolhydraten door lactose geleverd (EFSA, 2014).

Een voeding zonder toegevoegde maltodextrinen, glucosestroop en zetmeel verdient volgens de studenten de voorkeur. Om voldoende energie te leveren, is het toevoegen van lactose een betere keuze. Lactose benadert in zuigelingenvoeding de natuurlijke samenstelling van moedermelk. Ook blijft bij het gebruik van lactose de bloedsuiker- en insulinespiegels stabieler dan bij gebruik van glucose en maltodextrinen.

Genetisch gemodificeerde ingrediënten

Op etiketten van zuigelingenvoeding staat niet vermeld of het product genetisch gemodificeerde bestanddelen (GGO’s) bevat. Er kan vanuit worden gegaan, dat zuigelingenvoeding niet meer dan 0,9% aan GGO’s bevat. Er is wat tegenstrijdige informatie gevonden waarin beweerd wordt, dat zuigelingenvoeding wel GGO’s bevat (Benson, 2015).

Hier is volgens de studenten geen wetenschappelijk bewijs voor te vinden. Geconcludeerd kan worden dat er nog weinig onderzoek is gedaan naar genetisch gemodificeerde producten in zuigelingenvoeding. In de biologische sector wordt geen gebruik gemaakt van genetische modificatie. Biologische zuigelingenvoeding bevat daarom geen GGO’s.

Koemelk versus geitenmelk

Er is in het onderzoek van de studenten Voeding en Diëtetiek geen overtuigend bewijs gevonden, dat er minder allergische reacties voorkomen bij baby’s gevoed met op geitenmelk gebaseerde voeding in vergelijking met baby’s gevoed met op koemelk gebaseerde zuigelingenvoeding.

Wat de algemene gezondheid van de baby zowel op de korte als lange termijn betreft, kan volgens hen niet worden gesteld dat geitenmelk veiliger of beter is. Groeicurven van baby’s en gemeten bloedsamenstellingen tonen in de onderzoeken geen significante verschillen tussen beide groepen aan.

De keus voor een zuigelingenvoeding op basis van geitenmelk kan uitkomst bieden voor bepaalde groepen die slecht reageren op zuigelingenvoeding op basis van koemelk. Dit is vooral te wijten aan de eiwit- en vetsamenstelling van geitenmelk. Deze is makkelijker verteerbaar, waardoor er bij de hiervoor gevoelige groep baby’s mogelijk minder maag- darmklachten en overgevoeligheidsreacties optreden.

Kanttekening hierbij is dat niet elke genetische variant van de geitenmelk een gelijke eiwitsamenstelling heeft. De bron van de geitenmelk is belangrijk voordat deze conclusie getrokken kan worden.

Commentaar NDN

Elke moeder wil het beste voor haar kind. Goed geïnformeerd zijn is het begin van het maken van een weloverwogen keuze. Ondanks dat er goede zuigelingenvoeding te koop is wensen wij elke moeder en baby een goede borstvoedingstijd toe.

Een baby wil het liefs aan de borst drinken als het kan kiezen. De borst geeft naast de juiste voeding ook rust, warmte en geborgenheid. Moedermelk is door het lichaam op maat gemaakt voor de baby en past zich geheel aan de behoefte van de baby aan op elk moment van de dag.

Supervoeding

Borstvoeding bevat vele honderden ontwikkeling ondersteunende stoffen die (nog) niet nagemaakt kunnen worden en daarom niet in flesvoeding voorkomen. Zo bevat het diverse afweercellen en -stoffen, zoals fagocyten, complementfactoren, lysozym, lactoferrine, interferon, interleukines en secretoir IgA. Deze stoffen beschermen de baby tegen infecties aan bijvoorbeeld luchtwegen, middenoor en urinewegen.

Moedermelk is, als de moeder gezond eet, rijk aan arachidonzuur, geconjugeerd linolzuur (CLA, een omega 6 vetzuur), eicosapentaeenzuur (EPA, een omega 3 vetzuur), docosahexaeenzuur (DHA, een omega 3 vetzuur) en gamma-linoleenzuur (GLA, een omega 6 vetzuur). Deze vetzuren spelen een belangrijke rol bij o.a. de ontwikkeling van de hersenen, zenuwstelsel, retina (netvlies) en het immuunsysteem van de baby.

Borstvoeding is rijk aan hormonen, prebiotica, groeifactoren en grondstoffen voor de celdeling. Moedermelk bevat rond de 150 verschillende soorten prebiotica. Al deze stoffen ondersteunen de opbouw van een gezond maag- en darmslijmvlies en de ontwikkeling van een gezond darmmicrobioom. Voorbeelden zijn oligosacchariden, glutamine, laurinezuur, taurine, nucleotiden, epidermal growth factor en insuline growth like factor.

Moedermelk is ook rijk aan diverse hormonen die een rol spelen in o.a. de stofwisseling, immuunsysteem, bloedvaten, zenuwstelsel, stressregulatie en de aanmaak van rode bloedcellen. Voorbeelden zijn thyroxine, thyreotropinevrijmakend hormoon (TRH), cortisol, cholecystokinine, prostaglandines, melatonine en erytropoëtine (EPO). Kortom: borstvoeding is supervoeding.

Onderzoek heeft aangetoond dat borstvoeding het risico verlaagt op het ontwikkelen van atopie, astma, allergieën, maagdarm- en luchtweginfecties, obesitas en diabetes type 1 en 2 bij de baby. (Kramer, 2012). Daarnaast vermindert voor de moeder de kans op borstkanker wanneer zij minimaal 6 maanden borstvoeding geeft.

Kunstmatige zuigelingenvoeding blijft een door de industrie gemaakt product waarbij het ‘nog’ niet mogelijk is om alle ingrediënten die aanwezig zijn in moedermelk te evenaren. De eerste keus is daarom moedermelk. Als dit geen optie is, dan zijn er gelukkig goede alternatieven.

Visvetzuren voor een slimme baby

Visvetzuren worden in verband gebracht met het bevorderen van de hersenontwikkeling. Het heeft in ieder geval een positief effect op het gezichtsvermogen van de baby. Deze omega-3 vetzuren komen niet alleen in vis, maar ook in moedermelk voor. Visolie wordt regelmatig aan zuigelingenvoeding toegevoegd. Dit is alleen niet standaard.

DHA (Docosahexaëenzuur) is één van de drie omega-3 meervoudig onverzadigde vetzuren. Het kan door het lichaam zelf worden gemaakt uit het omega-3 vetzuur eicosapentaeenzuur (EPA). Het toevoegen van omega-3 vetzuren aan zuigelingenvoeding is veilig en laat in de praktijk gezondheidswinst zien t.a.v. de hersenontwikkeling en IQ bij de foetus.

Bij jonge kinderen is DHA betrokken bij de opbouw van alle lichaamscellen, opbouw van het darmslijmvlies, regulatie van de afweer, hormoon-, suiker- en neurotransmitterhuishouding (hersenhormonen).

Wanneer flesvoeding geen DHA bevat, is het belangrijk dit zelf aan de flesvoeding toe te voegen (ongeveer 20 mg DHA per kg lichaamsgewicht per dag) tot de niveaus in moedermelk (Gezondheidsraad 2001). Binnen 2 jaar worden nieuwe aanbevelingen m.b.t. essentiële vetzuren voor zwangeren, baby’s en jonge kinderen verwacht. De verwachting is dat de aanbeveling voor omega-3 vetzuren voor deze groepen wordt verhoogd.

Judith Rolf, natuurdiëtist  Tanja Visser, natuurdiëtist en kinderdiëtist

Dank aan de studenten Voeding en Diëtetiek van de Haagsche Hogeschool: Khadija Ben Allouch, Elënore de Merode, Eveline Beurskens, Mabel Ouwerkerk, Patricia van den Berg en Rick Lamme.

Deel 2 volgt volgende week.

Voedings- en laboratorium zelftesten

Laboratoriumtesten urine bloed ontlasting en speekseltesten Wij werken samen met de grote Duitse fabrikant van laboratoriumtesten Medivere. Medivere levert laboratorium diagnostische diensten waarbij de conventionele geneeskunde als ook aanvullende (complementaire) medische diagnostica en therapieën optimaal worden gecombineerd.

Op onze pagina over voedings- en laboratoriumtesten kunt u alle hierbovengenoemde Medivere testen bekijken en zelf bestellen.

Literatuur en links:

Onderzoeksrapport Zuigelingenvoeding 2015

AlFaleh, K. A.-K. (2012, November 6). Cochrane Review: Probiotics for prevention of necrotizing enterocolitis in preterm infants. Evidence-Based Child Health: A Cochrane Review Journal, 7(6), 1807–1854. doi:10.1002/ebch.1881

Alferez MJ, L. A. (2003). Effect of dietary inclusion of goat milk on the bioavailability of zinc and selenium in rats. The journal of dairy research, 70.

Anabrees, J. I. (2013). Probiotics for infantile colic: A systematic review. BMC Pediatrics, 13(186). Opgehaald van http://www.biomedcentral.com/1471-2431/13/186

Andres, A., Cleves, M., Bellando, J., Pivik, R., Casey, P., & Badger, T. (2012). Developmental status of 1-year-old infants fed breast milk, cows milk formula, or soy formula. Pediatrics, 129(6), 1134-1140.

Attaic R, R. R. (2000). Size distribution of fat globules in goat milk. Journal of dairy science. Azad, M. C.-S. (2013). Probiotic supplementation during pregnancy or infancy for the prevention of
asthma and wheeze: systematic review and meta-analysis. 347; f6471.
doi:http://dx.doi.org/10.1136/bmj.f6471

Ballabio C., C. S. (2011). Goat milk allergenicity as a function of αS1-casein genetic polymorphism.
Journal of dairy science, 998-1004.
Benson, J. (2015, Januari 13). Baby formula is loaded with GMOs. Opgehaald van Natural news:
http://www.naturalnews.com/048390_infant_formula_GMOs_childrens_health.html

Birch, E., Carlson, S., Hoffman, D., Fitzgerald-Gustafson, K., Fu, V., Drover, J., . . . Diersen-Schade,
D. (2010). The DIAMOND (DHA Intake And Measurement Of Neural Development) Study: a double-masked, randomized controlled clinical trial of the maturation of infant visual acuity as a function of the dietary level of docosahexaenoic acid. Am J Clin Nutr, 91, 848–59.

Birch, E., Castaneda, Y., Wheaton, D., Birch, D., Uauy, R., & Hoffman, D. (2005). Visual maturation of term infants fed long-chain polyunsaturated. Am J Clin Nutr.

Braegger, C. (2011, February). Supplementation of Infant Formula with Probiotics and/or Prebiotics: A Systematic Review and Comment by the ESPGHAN Committee on Nutrition.JPGN, 52(42). doi:10.1097/MPG.0b013e3181fb9e80

Brand-Miller, J. A. (2013). Effect of Added Carbohydrates on Glycemic and Insulin Responses to Children’s Milk Products. Nutrients, 5, 23-31. doi:10.3390/nu5010023

Carter, M. (2010). Evidence-based Medicine: An Overview of Key Concepts. Ostomy Wound Management, 56(4).

Diabetesfonds. (2015). Opgeroepen op maart 15, 2015, van https://www.diabetesfonds.nl/over- diabetes/soorten-diabetes/diabetes-type- 1?gclid=CjwKEAjw25SoBRCMn7Gc97Knj0ISJAC7vaMr0BKxk9Q- bg_Uh3D80ZdEXZCgUsLelnjGIMKgudz0ZRoCZTvw_wcB

EFSA. (2012). Scientific Opinion on the suitability of goat milk protein as a source of protein in infant formulae and in follow-on formulae. EFSA Journal, 18.

EFSA. (2014, August 5). Scientific Opinion on the essential composition of infant and follow-on formulae. EFSA Journal , 12(7), 2014.

EFSA. (2015, maart 10). Genetically Modified Organisms. Opgehaald van http://www.efsa.europa.eu/en/topics/topic/gmo.htm

EU. (2013, augustus 28). Official journal of the European Union. Opgeroepen op maart 14, 2015, van http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2013:230:0016:0019:EN:PDF
European Commission. (2006, 12 30). Commission Directive 2006/141/EC of 22 December 2006 on infant formulae and follow-on formulae and amending Directive 1999/21/EC. OJ L 401.

Europese Commissie. (2006). RICHTLIJN 2006/141/EG VAN DE COMMISSIE van 22 december 2006 inzake volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding en tot wijziging van Richtlijn 1999/21/EG. Publicatieblad van de Europese Unie.

Fledderman, M., Demmelmair, H., Grote, V., Nikolic, T., Trisic, B., & Koletzko, B. (2014). Infant formula composition affects energetic efficiency for growth: The BeMIM study, a randomized controlled trial. Clinical Nutrition, 33, 588e595.

Fleddermann, M. D. (2014). Energetic Efficiency of Infant Formulae: A Review. Annals of Nutrition and Metabolism, 64(3-4), 276-283. doi:10.1159/000365034

Former-Boom, M., & van Duinen, J. (2012). Evidence-based diëtetiek: principes en werkwijze. Houten: Bohn Stafleu van Longen.

Fuller, R. (1989). Probiotics in man and animals. Journal of Applied Bacteriology, 365-78. Gezondheid . (2011). Welk water gebruiken voor zuigfles?, Opgeroepen op maart 15, 2015 van
Gezondheid.be: http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=3905
Gibson, G. &. (1995). Dietary modulation of the human colonic microbiota: introducing the concept of prebiotics. Journal of Nutrition, 1401-12.

Gil-Campos, M. e. (2012). Lactobacillus fermentum CECT 5716 is safe and well tolerated in infants of
1-6 months of age: a randomized controlled trial. Pharmacological Research, 65, 231-238. Giovannini, M. V. (2014, October 10). Prebiotic Effect of an Infant Formula Supplemented with
Galacto-Oligosaccharides: Randomized Multicenter Trial. Journal of the American College of
Nutrition, 33(5), 385-393. doi:10.1080/07315724.2013.878232 Greenpeace. (2013). Het verzet tegen Monsanto. Opgehaald van http://www.greenpeace.nl/campaigns/landbouw/Monsanto/
Griffith. (2014). Systematic quantitative literature review. Opgeroepen op March 2014, van Griffith
University: http://www.griffith.edu.au/environment-planning-architecture/griffith-school-
environment/research/systematic-quantitative-literature-review

Hadders-Algra, M. (2011). Prenatal and early postnatal supplementation with long-chain
polyunsaturated fatty acids: neurodevelopmental considerations. Am J Clin Nutr., 1847S-
1879S.

Heijden, S. v. (2008). Compendium dieetprodcuten en voedingssupplementen. Bohn Stafleu van
Loghum.
Heird, W., & Lapillonne, A. (2005). The role of essential fatty acids in development. Annu. Rev.
Nutr.(25), 549–71.

Hofman, D. v. (2015). Nutrition, Health, and Regulatroy Aspects of Digestible Maltodextrins. Critical
Reviews in Food Science and Nutrition. doi:10.1080/10408398.2014.940415
Hui YH. (2007). Handbook of food manufacturing: Health, meat, milk, poultry, seafood and
vegetables. Hoboken, NJ: John Wiley & sons, inc.

Indrio, F., Di Mauro, A., Riezzo, G., Civardi, E., Intini, C., Corvaglia, L., Ballardini E., Bisceglia, M.,
Cinquetti, M., Brazzoduro, E., Del Vecchio, A., Tafuri, S., & Francavilla, R. (2014). Prophylactic use of a probiotic in the prevention of colic, regurgitation, and functional constipation: a randomized clinical trial. JAMA Pediatrics, 168(3), 228-233. doi:10.1001/jamapediatrics.2013.4367

Kramer, M. S. (2012). Optimal duration of exclusive breastfeeding. Cochrane Database of Systematic Reviews, 8.

Lanting, C. V. (2005). Infant milk feeding practices in the Netherlands and associated factors. Acta Pediatrica, 94(7), 935-42. Opgeroepen op March 2015, 3, van http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/16188818

Lanting, C. W. (2007, augustus). Opgeroepen op februari 15, 2015, van TNO.nl: https://www.tno.nl/media/1350/kvl-pz-borstvoeding-redenen-stoppen.pdf

Laugesen M., E. R. (2003). Ischaemic heart disease, Type 1 diabetes, and cow milk A1 beta-casein. The New Zealand medical journal, 116.

Lecomte, L. (2011). Ontwikkeling en op de markt brengen van genetisch gemodificeerde organismen in Europa vanuit juridisch perspectief. Faculteit Rechtsgeleerdheid universiteit Gent.

NannyCare. (2014). Opgeroepen op maart 8, 2015, van http://www.nannycaregeitenmelk.nl/informatie NDN. (2005-2015). Opgeroepen op maart 8, 2015, van https://www.natuurdietisten.nl/kenniscentrum/kinderen-en-natuurvoeding/geitenmelk/
NDN. (2015). De biologisch-dynamische visie. Opgeroepen op March 15, 2015, van Natuur Diëtisten
Nederland: https://www.natuurdietisten.nl/kenniscentrum/brede-visies-op-gezondheid/de-biologisch-dynamische-visie/ Orthokennis, S. (2015). Opgeroepen op maart 8, 2015, van http://www.orthokennis.nl/artikelen/geitenmelk-eigenlijk-geschikter-voor-de-mens-dan-koemelk

Osborn, D. &. (2009). Probiotics in infants for prevention of allergic disease and food hypersensitivity.
(C. N. Group, Red.) Cochrane Database of Systematic Reviews 2007(4).
doi:10.1002/14651858.CD006475.pub2

Osborn, D. S. (2013). Prebiotics in infants for the prevention of allergy. Cochrane Database of
Systematic Reviews(3). doi:10.1002/14651858.CD006474.pub3

Pickering, C., & Byrne, J. (2014). The benefits of publishing systematic quantitative literature reviews
for PhD candidates. Higher Education Research and Development, In press. Qawasmi, A., Landeros-Weisenberger, A., & Bloch, M. (2013). Meta-analysis of LCPUFA Supplementation of Infant. Pediatrics, 131, e262–e272.

Qawasmi, A., Leckman, J., Bloch, M., & Landeros-Weisenberger, A. (2012). Meta-analysis of Long-
Chain Polyunsaturated Fatty Acid Supplementation of Formula and Infant Cognition.
Pediatrics, 129, 1141–1149.

Rijksoverheid. (2015, maart 6). Genetisch gemodificeerd voedsel en landbouw. Opgehaald van
Rijksoverheid: http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/biotechnologie/genetisch-
gemodificeerd-voedsel-en-landbouw Schwartz, J., Drossard, C., Dube, K., Kannenberg, F., Kunz, C., Kalhoff, H., & Kersting, M. (2010).

Dietary intake and plasma concentrations of PUFA and LC-PUFA. Eur J Nutr, 49, 189–195. Slorach, S. (2008, april 29). foodsafety.govt.nz. Opgeroepen op maart 15, 2015, van Ministry for
primary industries: http://www.foodsafety.govt.nz/elibrary/industry/Food_Safety-
Nzfsa_Been.pdf

Szajewska, H., & Chmielewska, A. (2013). Growth of infants fed formula supplemented with
Bifidobacterium lactis Bb12 or Lactobacillus GG: a systematic review of randomized
controlled trials. BMC Pediatrics, 185.
Sung, V., Hiscock, H., Tang, M. L. K., Mensah, F., Nation, M. L., Satzke, C., Heine, R. G., Stock, A., Barr, R. G., & Wake, M. (2014). Treating infant colic with the probiotic Lactobacillus reuteri: double blind,placebo controlled randomised trial. BMJ, 348: g2107. doi: http://dx.doi.org/10.1136/bmj.

Tannock, G. W. (2013, May). Comparison of the compositions of the Stool Microbiotas of Infants Fed Goat Milk Formula, Cow Milk-Based Formula, or Breast Milk. Applied and Environmental Microbiology, 79(9), 3040-3048. doi:http://dx.doi.org/10.1128/AEM.03910-12

Van Genuchten, S., & Van der Heijden, G. (2008). Compendium Dieetproducten en Voedingssupplementen. Bohn Stafleu van Loghum.

Vitamine informatie bureau. (2015). baby 0-12 maanden/vitamines. Opgeroepen op maart 15, 2015, van Vitamine-info.nl: http://www.vitamine-info.nl/hoeveel-heb-ik-nodig/baby-0-12- maanden/vitamines/

Voedingscentrum. (2014). koemelkallergie. Opgeroepen op maart 14, 2015, van Voedingscentrum.nl: http://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/koemelkallergie.aspx

Voedingscentrum. (2015, maart 7). Genetische modificatie. Opgehaald van Voedingscentrum: http://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/genetische-modificatie.aspx

Voedingscentrum. (sd). Omega 3. Opgeroepen op maart 2, 2015, van Voedingscentrum: http://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/omega-3.aspx

Warenwet Art. 12 Toepassingsgebied. (2012). In Teksten Warenwet – inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders.

Warenwet Art. 13 Voorschriften. (2012). In Teksten Warenwet – inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders.

Warwick, U. o. (sd). The PICO Method. Opgeroepen op March 2014, van University of Warwick: http://www2.warwick.ac.uk/services/library/subjects/sciences/medicine/evidence/pico/ Whitney E., R. R. (2011). Understanding Nutrition, twelfth edition. Belmont, CA: Wadsworth.

WHO. (2015). http://www.who.int/topics/breastfeeding/en/. Opgeroepen op March 15, 2015, van www.who.int: http://www.who.int/topics/breastfeeding/en/

Willatts, P., Forsyth, S., Agostoni, C., Casaer, P., Riva, E., & Boehm, G. (2013). Effects of long-chain PUFA supplementation in infant formula on. Am J Clin Nutr, 536S-542S.

Wright, K., Coverston, C., Tiedeman, M., & Abegglen, J. (2006). Formula Supplemented with Docosahexaenoic Acid (DHA) and Arachidonic Acid (ARA): A Critical review of the Research. Journal for Specialists in Pediatric Nursing, 100-112.

Zhou JS, S. T. (2014). Nutritional adequacy of goat milk infant formulas for term infants: a double- blind randomised controlled trial. The British journal of nutrition.

Literatuur bij commentaar NDN:

AMC. (2012) Bacteriën tegen eczeem. Opgeroepen op oktober 27, 2015, https://www.amc.nl/web/Het-AMC/Afdelingen/Medische-afdelingen/Longziekten/Longziekten/In-het-AMC-Magazine/Bacterien-tegen-eczeem.htm

Kalliomäki M, Salminen S., Poussa T. et al, Probiotics in primary prevention of atopic disease: a randomized placebo-controlled trial; Lancet, 2001 apr. 7;357 (9262): 1076-9

Kalliomäki M, Salminen S., Poussa T. et al, Probiotics during the first 7 years of life : a cumulative risk reduction of eczema in a randomized placebo-controlled trial; J. Allergy Clin. Immunology 2007; Apr. 119 (4): 1019-21.

Solauri, E., T. Arvola, Y. Sutas, E. Moilanen, and S. Salminen. 2000. Probiotics Bifidobacterium BB-12] in the Management of Atopic Eczema. Clinical and Experimental Allergy; 30: 1604-1610

Niers L., Marin R., Rijkers G et al: The effects of selected probiotic strains on the development of eczema (the PandA study), Allergy 2009 sept 64 (9): 1349-1358.