skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1500 artikelen over gezondheid!

Meditatie geven minder oxidatieve stress

Oxidatieve stress is gedefinieerd als een verstoord evenwicht tussen biochemische processen die leiden tot de productie van reactieve zuurstofspecies (ROS) en de cellulaire antioxidant cascade (opeenvolgende processen in de cel) die zorgt voor het verwijderen van ROS. Mensen produceren lage concentraties ROS tijdens normale celprocessen en hier heeft een gezond persoon helemaal geen last van.

Overmatige oxidatieve stress kan echter leiden tot schade aan cellen met mogelijk celdood als resultaat. De hersenen zijn erg gevoelig voor oxidatieve stress door het grote verbruik van zuurstof, de lage antioxidantconcentraties en de hoge concentratie meervoudig onverzadigde lipiden.

Ontstekingen zijn stress voor de psyche

Cytokinen, de signaalmoleculen van het immuunsysteem, vormen een factor voor affectieve stoornissen, zoals bijvoorbeeld depressies. De oorzaken hiervoor dienen vooral gezocht te worden bij een latent toegenomen activiteit van pro-inflammatoire cytokinen (interleukine-1, interleukine-6, tumornecrose-factor-alpha) en bacteriële endotoxine. Deze beïnvloeden vooral aandoeningen van psychische aard en vormen meestal een fundamentele oorzaak voor chronische vermoeidheid, burn-out, angst, depressies en fibromyalgie.

Deze aandoeningen geven op hun beurt ontstekingen (verhoogde productie van cytokinen) waardoor een vicieuze cirkel ontstaat. Dit houdt in dat zowel een chronische ontsteking de aanzet tot een affectieve stoornis kan zijn, als dat een niet-verwerkte ervaring ontstekingen kan veroorzaken. De trigger kan dus zowel oorzaak als gevolg zijn.
Cytokinen induceren neuro-endocriene en centrale neurotransmitters, die ook een rol spelen bij depressies. Deze effecten worden door stressoren versterkt!

Stikstofmonoxide (NO)

Stikstofmonoxide (NO) is een vrije radicaal die in vrijwel alle cellen van het lichaam kan worden gevormd. Als gevolg van zijn geringe afmeting en zijn hoge mate van lipofilie dringt NO snel door biologische membranen heen. Het bezit een korte werkingsduur, maar ontvouwt daarin een hoge biologische activiteit. Als gevolg van zijn korte levensduur reageert NO snel met zuurstof tot nitriet en nitraat.

De meest uiteenlopende stressoren geven een verhoogde NO-synthese met de vorming van NO en stikstofoxiden, die een nadelige invloed kunnen hebben op het functioneren van uiteenlopende organen en orgaansystemen. Deze reactie wordt vooral geïnitieerd door ontstekingsreacties: proinflammatoire cytokinen (IL-1‚ IL-6, IL-8, TNF-a, IFN-‘y) stimuleren de cellulaire afweerreactie. De hierdoor sterker geactiveerde macrofagen en leukocyten vergroten de NO-synthese via het iNOS.

NO vormende bronnen

Andere bronnen voor de verhoogde vorming van NO zijn de blootstelling aan lichaamsvreemde stoffen (voornamelijk door chemicaliën, zware metalen), medicijnen (bijv. herhaalde antibioticatherapieën, cytostatica, statinen, langdurig gebruik van nitraten, potentieverhogende middelen), nicotine, fysieke en psychische stress, gebrek aan beweging en zware lichamelijke belasting met een verhoogd zuurstofverbruik. Talrijke nitriet- en nitraatbronnen bevorderen de opeenhoping van NO: zoals stikstofhoudende meststoffen in de landbouw, toevoegingen aan levensmiddelen, conserveringsmiddelen in vlees en worstwaren, dranken, gedroogde melk, blad- en wortelgroente.

NO geeft energietekort

De effecten van een overmatige vorming van NO en de hieruit ontstaande bijproducten strekken zich, overeenkomstig de talrijke fysiologische functies van NO, uit over een groot aantal orgaanfuncties. NO bezit een sterke affiniteit met betrekking tot ijzer- (Fe-) en ijzersulfiet- (FeS) bevattende enzymen. Grote hoeveelheden NO remmen de enzymen van de mitochondriale ademhalingsketen. Het hierdoor veroorzaakte ATP-verlies heeft vooral gevolgen voor cellen met een grote energiebehoefte, zoals de neuronale cellen, de musculatuur, de hartspier en de cellen van het immuunsysteem. Pathologisch verhoogde NO-concentraties wijzen op een chronisch energietekort.

Versnelling van de stofwisseling geeft meer NO

Aminozuren, vetten en eiwitten kunnen niet meer in energie worden omgezet. Een extra versnelling van de stofwisseling (bijv. bij lichamelijke/geestelijke stress, infecties of koolhydraatrijke voeding) zorgt voor een veelvoudige toename van de NO-synthese. Er ontstaat een extreem hoog energietekort, omdat ook de vetzuuroxidatie en de afbraakcyclus voor de koolhydraten (glycolyse) geblokkeerd zijn. Een toename van de NO-synthese heeft ook negatieve effecten op het ontgiftingssysteem. Er ontstaat een beperking van de activiteit van katalasen en van cytochroom P450 enzymen (lever).

Een chronisch tekort aan energie gaat bij nitrostress gepaard met omvangrijke stofwisselingstekorten. Het gaat hierbij ook om de cholesterolstofwisseling: NO inhibeert de 7a hydroxylase in de lever. Dit heeft een dieetresistente cholesterolemie tot gevolg, doordat de omzetting van cholesterol in galzuur is geblokkeerd. Een tekort aan galzuur leidt tot een gebrekkige spijsvertering (verstoorde vertering van vetten met een verhoogde frequentie van de stoelgang). Op grond van de verstoorde cholesterolstofwisseling wordt ook de biosynthese van steroïde hormonen ernstig aangetast.

B 12 tekort door NO

Het indirecte gevolg van de nitrosatieve stress is een verhoogd verbruik van vitamine B12, dat van belang is als NO-vanger. Dit heeft als gevolg een tekort aan vitamine B12. Bij een vitamine B12-gebrek neemt de hoeveelheid homocysteïne toe, hetgeen een cardiovasculaire risicofactor vormt en tevens in verband staat met het ontstaan van dementie. NO verhoogt de bevattelijkheid van het organisme voor ontstekingen door het activeren van de cyclo-oxygenase-enzymen (COX-enzymen, enzymen van de prostaglandinesynthese). Er ontstaat een vicieuze cirkel: ontstekingscellen vormen hyperoxide. De in grotere hoeveelheden vrijkomende cytokinen stimuleren vervolgens de NO-synthese. Aseptische (niet-bacteriële) ontstekingsreacties treffen vooral de gewrichten, ruggengraat en huid.

NO verhoogt de vorming van histaminen. In dezelfde mate kan histamine de synthese van NO opdrijven. Beide hebben een verhoogde doordringbaarheid van de bloed-hersenbarrière tot gevolg. Een overmatige NO-vorming stimuleert de vorming van kankerverwekkende nitrosaminen in het lichaam en vergroot zo het risico op het ontstaan van kanker.

Oxidatieve stress en MS

Meervoudig onverzadigde lipiden zijn zeer gevoelig voor oxidatie. Het is bekend dat bij een ontsteking – of chronische ontsteking zoals het geval is in de ziekte MS – ROS en stikstofmonoxide vrijkomen die beiden oxidatieve stress tot gevolg kunnen hebben . Oxidatieve stress speelt daarom waarschijnlijk een belangrijke rol in het ziektemechanisme van MS. ROS en stikstofmonoxide die geproduceerd worden tijdens ontstekingen zijn geassocieerd met demyelinisatie en schade aan de axonen. In MS-patiënten gebeurt waarschijnlijk hetzelfde. Onderzoek heeft aangetoond dat in het bloed van mensen met MS aanwijzingen zijn te vinden, zoals een verlaagde vitamine-E-concentratie, die wijzen op oxidatieve stress.

De schade door stikstofmonoxide wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het afschermen van natriumkanalen met stikstof. Door het afschermen van de natriumkanalen wordt de energieproductie geremd. Verlaging van de energieproductie zorgt voor verhoogde concentraties van natrium en calcium in cellen. Hoge concentraties natrium en calcium zijn schadelijk voor cellen. Verschillende studies hebben aangetoond dat het wegvangen van stikstofmonoxide leidt tot onderdrukking van EAE (experimental allergic encephalomyelitis)in muizen. Het verlagen van de NO(stikstofmonoxide) concentratie in mensen met MS heeft wellicht hetzelfde effect.

NO en hart- en vaatziekten

Steeds meer onderzoeken wijzen op een belangrijke rol van het falen van het antioxidantsysteem bij het ontstaan van hartfalen. Dit is het eerste onderzoek waarin gelijktijdig werd gekeken naar een marker voor peroxidatie van vetten (8,12-isoprostaan F2 alpha-VI), antioxidanten (vitamine A, C en E, carotenoïden) en antioxidantenzymen (SOD, glutathion peroxidase). Aan de studie namen 60 proefpersonen deel: 30 van hen leden aan hartfalen (NYHA stadium II en III), 30 gezonde personen vormden de controlegroep.

In het bloed van patiënten met hartfalen was de concentratie 8,12-isoprostaan F2 alpha-VI duidelijk hoger, wat wijst op een hogere aantasting van vetzuren door vrije radicalen. Hoe ernstiger het hartfalen, hoe meer 8,12-isoprostaan F2 alpha-VI in het bloed aanwezig was. De hoeveelheid anti-oxidanten en de activiteit van de anti-oxidantenzymen was lager in de patiëntengroep: ook hier gold dat bij een ernstiger hartfalen de afname van de antioxidantcapaciteit het grootst was. De onderzoekers adviseren op basis van deze gegevens om snel onderzoeken te starten naar de effectiviteit van suppletie met anti-oxidanten bij hartfalen.

NO en botontkalking

Stikstofmonoxide staat vooral dus vooral in de aandacht vanwege de invloed op bloedvaten, waar het de belangrijkste stof is die de vaten snel kan verwijden. Eerder onderzoek heeft ook aangetoond dat NO de afbraak van botweefsel kan verminderen. Osteoclasten, de cellen die verantwoordelijk zijn voor de afbraak van botweefsel, worden gevormd uit vroege voorlopercellen in het immuunsysteem. NO blijkt invloed te hebben op de productie van twee stoffen die bepalend zijn voor het al dan niet optreden van vorming van osteoclasten: RANKL (receptor activator of NFB ligand) en OPG (osteoprotegerin).

RANKL stimuleert de vorming van botafbrekende osteoclasten, OPG vermindert deze aanmaak juist. Wanneer beenmergcellen aan NO worden blootgesteld blijkt de productie van RANKL af te nemen, en die van OPG te stijgen. Deze verschuiving in het evenwicht tussen de twee stoffen vermindert de vorming van osteoclasten, en daarmee de botafbraak. Stoffen die de normale productie van NO ondersteunen kunnen de vorming van botafbrekende cellen verminderen, en daarmee een wapen vormen in de strijd tegen botontkalking.

OPC geven minder

NOOPC is een vele malen krachtiger antioxidant dan vitamine C (20x), vitamine E (50x) en bètacaroteen en heeft een vitamine C-sparend effect. Volgens Masquelier is de antioxidantactiviteit van OPC uit druivenpitten hoger dan die uit pijnboombast, met name door de aanwezigheid van pro-anthocyanidine B2-3’-0-gallaat in druivenpitten.

Onderzoekers hebben ontdekt dat OPC de activering van nuclear factor-kappa B (NF-kB) in macrofagen remt, wat suggereert dat OPC invloed heeft op chronische ontstekingsziekten. NF-kB omvat een belangrijke groep induceerbare transcriptiefactoren die de afweer en ontstekingsrespons reguleren. Activering van macrofagen leidt via activering van NF-kB tot de vorming en afgifte van ontstekingsmediatoren, waaronder stikstofmonoxide (NO), PGE2 en cytokines (IL-1bèta, IL-2, IL-6, IL-8, TNF-alfa).

Deze ontstekingsmediatoren (en radicalen) activeren op hun beurt NF-kB, wat leidt tot versterking van de ontstekingsreactie en het ontstaan van chronische ontstekingen. OPC remt overproductie van ontstekingsmediatoren, met name NO en PGE2. OPC remt de synthese van NO door ontstekingscellen beter dan aspirine, indomethacine en dexamethason.

Stress en verminderde darmflora

De darm is niet alleen het grootste orgaan waar de mens mee in contact staat met zijn omgeving. Het is ook het grootste voor de immuniteit zorgende orgaan, dat direct en indirect verantwoordelijk is voor het in stand houden van de gezondheid. Daarnaast is het verreweg het grootste serotonineproducerende orgaan. De complexe microbiologische, immunomodulatorische en cellulaire processen van de tractus digestivus staan voortdurend en op elk moment in contact met exogene en endogene veroorzakers van stress.

Chronische stress beïnvloedt zowel de intestinale indicatorflora, die bestaat uit E.coli, enterococcus sp., lactobacillus sp., bifidusbacteriën, bacteroïdes sp. evenals de aan deze flora gekoppelde immunologische processen. Ook de spijsverteringssappen van de maag, de pancreas en de gal worden door chronische stressprikkels nadelig beïnvloed. Deze bevindingen tonen dit aan door middel van specifieke ontlastingonderzoeken.

Een „gestresste“ darm reageert op de normale therapeutische maatregelen met probiotica vaak niet overeenkomstig het gestelde genezingsdoel, maar toont zich een lastig therapeutisch object. Mensen melden vaak weinig verbetering in de symptomen en een sterke neiging tot recidiverende (terugkerende) klachten.

Meditatie vergroot hersenvolume

Mensen die vaak mediteren, ontwikkelen aanzienlijk meer grijze massa in hun hersenen. Dat hebben Amerikaanse onderzoekers ontdekt. De onderzoekers van de universiteit van Californie maakten hersenscans van 44 mensen, waarvan de helft al enkele jaren regelmatig een vorm van meditatie beoefende. De scans toonden aan dat de mediterende proefpersonen gemiddeld een grotere hersenomvang hadden dan mensen die nooit ontspanningsoefeningen uitvoerden. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift NeuroImage.

Meditatie stimuleert volgens de onderzoekers vooral de aanmaak van grijze massa in de hippocampus, de thalamus en de temporale kwab. Dat zijn hersengebieden die worden geassocieerd met het verwerken en uiten van emoties.

Tegenslagen

De wetenschappers geloven dan ook dat hun studie verklaart waarom mensen die veel mediteren vaak beter met tegenslagen kunnen omgaan. We weten dat mensen die consistent mediteren een bijzonder vermogen hebben om positieve emoties te koesteren, emotioneel stabiel te blijven en zich verstandig te gedragen, aldus hoofdonderzoekster Eileen Luders op de Amerikaanse nieuwssite ScienceDaily. De gemeten verschillen verklaren mogelijk waarom ze die eigenschappen hebben. (Bron: Supplement 10e jaargang nummer 7, juli 2009).

Kostenpost in de gezondheidszorg

Psychische stoornissen zijn een grote kostenpost op de nationale begroting. De kosten vormen bijna een kwart van de totale gezondheidszorgkosten. Dit blijkt uit een onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). In 2003 ging 12,7 miljard euro van de totale 57,5 miljard (22%) naar aandoeningen zoals depressie, schizofrenie en andere mentale stoornissen. Dat betekent dat elke inwoner van Nederland in 2003 gemiddeld 781 euro heeft uitgegeven. Hart- en vaatziekten volgden op afstand met 5,3 miljard euro. Derde waren aandoeningen aan het spijsverteringsstelsel met 4,6 miljard. In 2003 werd 12,5 miljard euro aan preventie uitgegeven, waarvan een groot deel buiten de gezondheidszorg.

Verborgen emoties

Psychologen en psychiaters met een meer analytische achtergrond zien gemakkelijk de relatie tussen verborgen emoties en ziekte. Zo zegt G. Schoenewolf: “De boosheid om een oprechte relatie aan te gaan kan zich manifesteren in een reeks van emoties (jaloezie, angst, walging, schaamte, schuld etc.), gedragingen (o.a. ontevredenheid, misnoegdheid, onderdanigheid, onderdrukking, superioriteit, opoffering/martelaarschap) als ook in ziekten zoals depressie en ontstekingen. R.R. Greenson zegt erover ‘Al die mensen die hun boosheid en agressie ontkennen zijn uiterst vatbaar voor psychosomatische ziekten, vooral die van het maag-darmstelsel.’

In de DSM IV is een specifieke categorie ingeruimd voor die klachten waarbij een vermoeden is dat de oorsprong van psychische aard is, de zogeheten somatoforme stoornissen. Hieronder vallen de somatisatiestoornis, de ongedifferentieerde somatoforme stoornis, conversiestoornis, pijnstoornis, hypochondrie, stoornis in de lichaamsbeleving (hieronder valt niét anorexia, dit valt onder de categorie ‘Eetstoornissen’) en de restgroep somatoforme stoornis NAO (niet anderszins omschreven).

Gastro-intestinale klachten komen nadrukkelijk in somatoforme stoornissen naar voren. Binnen deze mogelijkheden staat ook het ‘niet kunnen verdragen van allerlei voedingsmiddelen’, anders gezegd de vele voedselovergevoeligheden en voedselallergieën die tegenwoordig zo vaak voorkomen.

Meditatie geeft minder oxidatieve stress

Meditatie geeft vermindering van oxidatieve stress. Door meditatie daalt het NO, waardoor meditatie geschikt zal zijn voor veel ernstige ziekten. Meditatie heeft een grote toekomst volgens de schrijvers van een review ( Int. J Mol Med.2005 Oct; 16(4):621-30). M.a.w. als er minder NO wordt geproduceerd zijn er minder vrije radicalen en is er dus minder weefselschade.

Verschillende vormen van (psychologische) meditaties waar een combinatie van diepe ontspanning samen gaat met zachtheid ontwikkelen als tempering van krachtige emoties, afgerekend wordt met negatieve gevoelens en gedachten, er greep komt op innerlijke veroordelende kanten, geleerd wordt goed voor zichzelf te zorgen, dan zal een NO-nonsense plaats maken voor een NO verlaging. Samen met de voedende kwaliteiten van biologische voeding met een breed palet aan antioxidanten zullen dit peilers zijn onder een nieuwe vorm van gezondheidszorg. Marijke de Waal Malefijt & Tessa Gottschal

s

Literatuur en links:

Int. J Mol Med.2005 Oct; 16(4):621-30. Integrative medical therapy: examination of meditation’s therapeutic and global medicinal outcomes via nitric oxide (review) Stefano GB, Esch T.

Prog Neuropsychopharmacol Biol Psychiatry, 2005 Feb;29
Effect of Zen Meditation on serum nitric oxide activity and lipid peroxidation. Kim DH, Moon YS, Kim HS, Jung JS, Park HM, Suh HW, Kim YH, Song DK.

J. Altern Complement Med 2003 Oct;9(5):683-94. Psycho-endocrine-immune respons to mindfulness-based stress reduction in individuals infected with the human immunodeficiency virus: a quasiexperimental study. Robinson FP, Mathews HL, Witek-Janusek L

Psychoneuroendocrinology.2004 May;29(4):448-74. Mindfulness-based stress reduction in relation to quality of life, mood, symptoms of stress and levels of cortisol, dehydroepiandrosterone sulfate (DHEAS) and melatonin in breast and prostate cancer outpatients. Carison LE, Speca M, Patel KD, Goodey E.

Int. J Behav Med. 2005;12(4):278-85. Impact of mindfulness-based stress reduction (MBSR) on sleep, mood, stress and fatique symptoms in cancer outpatients. Carlson LE, Garland SN
Bell DS. Cellular Hypoxia and Neuro-immune Fatigue. Livermore: WingSpan Press 2007.

Gilgun-Sherki, Y., E. Melamed and D. Offen (2004) The role of oxidative stress in the pathogenesis of multiple sclerosis: The need for effective antioxidant therapy. Journal of Neurology 251(3): 261-268.

Sayre, L.M., P.I. Moreira, M.A. Smith and G. Perry (2005) Metal ions and oxidative protein modification in neurological disease. Annuals Ist Super Sanità 41(2): 143-164.

Zipp, F. and O. Aktas (2006) The brain as a target of inflammation: common pathways link inflammatory and neurodegenerative diseases.

Trends in Neurosciences 29(9): 518-527.Visconti, A., R. Cotichini, S. Cannoni, B. Bocca, G. Forte, A. ghazaryan, S. Santucci, C. D’Ippolito, M.A. Stazi, M. Salvetti, A. Alimonti and G. Ristori. (2005)

Concentration of elements in serum of patients affected by multiple sclerosis with first demyelinating episode: a sixmonth longitudinal follow-up study. Annuals Ist Super Sanità 41(2): 217-222. Hauser, S.L. and J.R. Oksenberg (2006)

The neurobiology of multiple sclerosis: genes, inflammation, and neurodegeneration. Neuron 52(1): 61-76. B agchi D, Bagchi M, Stohs S et al. Cellular protection with proanthocyanidins derived from grape seeds. Ann N Y Acad Sci. 2002;957:260-70

Simonetti P, Ciappellano S, Gardana C et al. Procyanidins from Vitis vinifera seeds: in vivo effects on oxidative stress. J Agric Food Chem. 2002;50(21):6217-21

T T erra X, Valls J, Vitrac X et al. Grape-seed procyanidins act as antiinflammatory agents in endotoxin-stimulated RAW 264.7 macrophages by inhibiting NFkB signaling pathway. J Agric Food Chem. 2007;55(11):4357-65

M. Cristina Polidori, Domenico Pratico, Ketty Savino, Joshua Rokach, Wilhelm Stahl, and Patrizia Mecocci. Increased F2 isoprostane plasma levels in patients with congestive heart failure are correlated with antioxidant status and disease severity. J Card Fail, Aug 2004; 10(4): 334-338

Xian Fan, Eileen Roy, Liping Zhu, Tamara C. Murphy, Cheryl Ackert-Bicknell, C. Michael Hart, Clifford Rosen, Mark S. Nanes, and Janet Rubin. Nitric oxide regulates RANKL and OPG expression in bone marrow stromal cells. Endocrinology 2003, 10.1210/en.2003-0726
DSM-IV, isbn 90.265.1394.1

Gottschal, Tessa ‘Ik voel (n)iets voor verandering’ Uitg. Gopher 2008 isbn/ean 978.9051.7925.39

Greenson, Ralph R. (1992) ‘Hate in the happy family (1970)’ in ‘On loving, hating and living well’ International Universities Press Press, inc. Connecticut

Greenson, Ralph R. (1967) ‘, The technique and practice of psycho analysis’, volume 1.

Schoenewolf, Gerald (1991) ‘The art of hating’, Jason Aronson Inc., London

Suttie, I.D. (1935) ‘The Origins of Love and Hate’ London: Free Association Books, 1988

Vandereycken, prof. dr. W., Hoogduin prof.dr. C.A.L., Emmelkamp prof.dr. P.M.G., Handboek psychopathologie deel 1 (2004, derde druk) uitg. Bohn, Stafleu, Van Loghum, isbn 90.313.3190.2

Winnicott, D.W. ‘Hate in the countertransference’ in ‘Through paediatrics to psycho-analysis, pp. 194-203. New York: Basis Books.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen