skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Statines negatief in het nieuws

Twee verschillende recente onderzoeken geven dezelfde uitkomst, namelijk dat ‘cholesterolverlagende statines schade kan toebrengen aan de hersenen, de oorzaak kan zijn van geheugenverlies en de hersenfunctie kan aantasten’. Deze bijwerking bij statines is al eerder genoemd, net als misselijkheid, verminderde spieropbouw, prikkelbaarheid, nierfalen, verlamming, leverschade en zelfmoordneiging. Toch blijkt de omvang van deze hersenschade veel groter dan men dacht bij de toelating van dit cholesterol verlagend middel in de markt.

Is hoge cholesterol slecht?

De vraag rijst steeds meer; is een verhoogd cholesterol wel zo slecht?
De hoogleraar biofysica Yeon-Kyun Shin aan de Iowa State University bewees dat hoge cholesterolwaarden die zogenaamd slecht voor het hart zouden zijn van essentieel belang zijn voor het functioneren van de hersenen.
Yeon-Kyun Shin: “Gebrek aan cholesterol is schadelijk voor het vermogen van de hersenen om te denken en te herinneren. Een gebrek aan cholesterol tast direct het mechanisme aan dat de afgifte van neurotransmitters regelt. Neurotransmitters beïnvloeden in de hersenen de verwerking van gegevens en de geheugenfunctie.”

De lever maakt cholesterol aan

De lever produceert van nature ongeveer 1000 mg cholesterol per dag, waarvan de hersenen een kwart nodig hebben. Het is een medische doctrine dat een overmaat aan cholesterol als gevolg van vet voedsel tot vaatproblemen leidt. Critici beweren steeds vaker dat er geen relatie bestaat tussen voedingsvetten en verhoogde cholesterolwaarden. De cholesterolhypothese heeft geleid tot een miljardenindustrie op het gebied van vetarm voedsel.

Toch hartproblemen bij verlaagd cholesterol

De meest huisartsen en specialisten zullen een totaal cholesterolgehalte van 6 mmol/l en 4 mmol/l voor LDL als te hoog beschouwen. Hartspecialist Stephen Sinatra, klinisch universitair docent aan de University of Connecticut School of Medicine, twijfelde aan de cholesterolhypothese toen sommigen van zijn patiënten met lage cholesterolwaarden nog steeds hartproblemen ontwikkelden. Toen hij dit met andere hartspecialisten besprak bleek dat zij dezelfde ervaring hadden.
Sinatra verdiepte zich hierin verder en ontdekte dat:

  • het lichaam cholesterol aanmaakt wanneer dat nodig is. Wanneer men meer eet produceert het lichaam zelf minder cholesterol.
  • het cholesterolgehalte gedurende de dag stijgt en daalt;
  • cholesterolgehaltes in de zomer lager zijn en in de winter hoger;
  • er meer cholesterol productie is na een chirurgische ingreep, een infectie of bij stress;
  • het cholesterolgehalte ook tijdens en na een hartaanval verhoogd is.

Hoe komt het dat cholesterol zo schommelt?

Hartspecialist Stephen Sinatra: “Eén reden voor deze schommeling is het feit dat cholesterol als een geneesmiddel fungeert. Het lichaam produceert cholesterol als er ergens behoefte is aan genezing”. Mogelijk is dit een verklaring voor de hoge cholesterolwaarden bij mensen met hartproblemen en ook na een hartaanval. Het cholesterolgehalte is dan weliswaar aantoonbaar verhoogd maar het wordt ten onrechte als oorzaak aangemerkt.

“Ik ben van mening dat cholesterol pas een gevaar voor hart en vaten gaat vormen als het een waarde vanaf 8 mmol/l bereikt”, aldus Sinatra. Zijn benadering wordt ondersteund door de uitslag van de Copenhagen City Heart Study. Daarin werd de gezondheidsstatus bestudeerd van 19.698 inwoners van die stad over de periode 1976 tot en met 1988. Binnen vijf jaar hadden 693 van hen een hartaanval gekregen. Maar een directe relatie met cholesterol was alleen te vinden bij bloedwaarden in de top 5 van alle deelnemers.

Cholesterol speelt dus wel een rol bij hartproblemen, maar niet in de mate waar specialisten van uitgaan.

Bromelaïne

Zijn er alternatieve mogelijkheden naast aspirine-gebruik als bloedverdunner en statines ter bescherming van hart- en vaatproblematiek? Zijn er stoffen uit voeding die effectief zijn gebleken?
Een enzym bromelaïne genaamd uit ananas met ontstekingsremmende eigenschappen was al eens onderwerp van onderzoek naar de effectiviteit bij hartaandoeningen. Daaruit bleek dat het een vergelijkbaar effect heeft als aspirine, maar zonder het verhoogde risico van bloedingen.
Het vermindert het aantal trombocyten (bloedplaatjes) en de trombocytenaggregatie, de ‘kleverigheid’ en de samenklontering van de bloedplaatjes en kan pijn op de borst verminderen.

Bromelaïne zou zelfs een gunstige invloed hebben op nierschade die door hoge bloeddruk is veroorzaakt, maar dit is tot dusver alleen bij ratten aangetoond en hoeft dus niet op mensen van toepassing te zijn.

Commentaar NDN

Bij diverse natuurvolken is ananas (Ananas comosus) sinds vele eeuwen toegepast als medicinale plant. Zowel de vrucht als de steel van deze plant bevat het eiwitsplitsende enzym bromelaïne. De chemische eigenschappen van bromelaïne kent men sinds 1876 en in 1957 is bromelaïne als therapeutische stof geïntroduceerd.

Bromelaïne is een verzamelnaam voor een groep van enzymen (sulfhydryl-proteolytische) met een breed bereik, die uit de ananasplant worden gewonnen. De steel van deze plant bevat de hoogste concentratie hiervan. Hieruit wordt bromelaïne voor therapeutische doeleinden gewonnen.

Door wetenschappelijk onderzoek is vastgesteld, dat bromelaïne de aggregatie (samenklontering) van menselijke bloedplaatjes, de ernst van angina pectoris en transcient ischemic attacks (TIA’s) kan verminderen. Ook is het waardevol bij de preventie en behandeling van trombose en thrombophlebitis. Bromelaïne kan plaques van fibrine en cholesterol afbreken. Bromelaïne, blijkt indien over een langere periode ingenomen, tevens te beschikken over anti-hypertensieve eigenschappen.

Bromelaïne is al bekend in de oncologie (bij kanker), maar kan mogelijk dus ook een rol spelen bij hart- en vaatziekten. In de oncologie zijn positieve effecten van bromelaïne op de immuniteit vast gelegd. De immuunrespons tegen virussen en bepaalde tumoren kan namelijk door bromelaïne ondersteund worden.
Zowel bromelaïne als papaïne kunnen de biosynthese van bepaalde cytokines in monocyten induceren. Papaïne is een groep van natuurlijke eiwitsplitsende enzymen met een breed bereik, die worden gewonnen uit de Carica papaya-plant. Onder meer tumor necrosis factor alpha (TNF-alpha), interleukine-1-beta (IL-1-beta) en interleukine-6 (IL-6) kunnen onder invloed van bromelaïne en papaïne toenemen. Waarschijnlijk door stimulatie van de cytokinensynthese en de afbraak van fibrine kunnen bromelaïne en papaïne interfereren met de groei van bepaalde tumoren. Volgens bepaalde onderzoekers camoufleren tumoren zich voor het immuunsysteem door middel van een fibrinelaag.

In de natuur blijken veel antwoorden te liggen op huidige ziekten die ontstaan doordat veel mensen onnatuurlijke en geknutselde voeding tot zich nemen. We kunnen daar nu ‘de vruchten van plukken’ kunt u nu letterlijk nemen.

Bronnen:

1 Lancet, 2009; 373: 1849-1860

3 Townsend Letter, 2009; 311: 64-70

5 Lancet, 2009; 373: 1849-1860

6 Heart, 2001; 85: 265-271

7 Proc Natl Acad Sci USA, 2009; 106: 5141-5146

11 N Engl J Med, 2005; 352:20-28

13 Eur J Cardiovasc Prev Rehabil, 2009; epub: March 16

17 Nutr Rev, 2004; 62: 68-72

18 Am J Epidemiol, 2005; 162: 1037-1049

19 JAMA, 2008; 300: 1303-1310

26 Time Magazine, August 31, 2008

27 Hypertens Res, 2008; 31: 1583-1588

28 Angiology, 2003; 54: 531-539

29 Int J Oral Maxillofac Surg, 2008; 37: 264-268

33 Platelets, 2006; 17: 37-41

Literatuur en links:

Literatuur bromelaine:

– Kelly GS. Bromelain: A Literature Review and Discussion of its Therapeutic Applications. Alt. Med. Rev. 1996; 1(4):243-257.

– Taussig SJ. Bromelain: its use in prevention and treatment of cardiovascular disease, present status. J. IAPM 1979; 6:139-151.

– Heinicke RM. Effect of bromelain on human platelet aggregation. Experientia 1972;28:844-845.

– Inoue K et al. Effect of etodolac on prostaglandin E2 biosyntheses, active oxygen generation and bradykinin formation. Prostaglandine Leukot Essent Fatty Acids 1994; 51:457-462.

– Uhlig G. The effect of proteolytic enzymes on posttraumatic edema. Fortschr. Med. 1981; 99:554-556.
Vellini M et al. Possible involvement of eicosanoids in the pharmacological action of bromelain. Arzneimittelforschung 1986; 36:110-112.

– Taussig SJ. Bromelain, the enzyme complex of pineapple (Ananas comosus) and its clinical application. An update. J. Ethnopharmacol. 1988; 22:191-203.

– Felton GE. Fibrinolytic and antithrombotic action of bromelain may eliminate thrombosis in heart patiente Med. Hypotheses 1980; 6:1123-1133.

– Bakfin S. Antimetastatic effect of bromelain with or without its proteolytic and anticoagulant activity. J. Cancer Res. Clin. Oncol. 1988; 114: 407.

– Desser L. Cytokine syntheses in human peripheral blond mononuclear cells after oral administration of polyenzyme perparations. Oncology 1993; 50:403-407.