skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Oestrogeendominantie?

Steeds vaker heeft men het over oestrogeendominantie. Oestrogeendominantie is een term die een huisarts of een gynaecoloog niet zal bezigen, maar die wel vaak wordt beschreven in boeken en op internetartikelen. De Amerikaanse Dr. Lee beschreef in zijn boek ‘What your Docter may not tell you about Menopause’ in 1996 oestrogeendominantie als een tekort aan progesteron. Het probleem kon in zijn ogen worden opgelost door het smeren van progesteroncrème.

Hormoononbalans; veranderingen in verhoudingen

Maar bij oestrogeendominantie is er meer aan de hand. Wat is oestrogeendominantie dan precies? Het gaat niet om een teveel aan oestrogeen, maar om veranderingen in de verhoudingen tussen oestrogeen en andere hormonen. Kort samengevat:

  1. Verhoudingsverstoringen door teveel blootstelling aan hormoon-verstorende(pseudohormonen) stoffen.
  2. De verhouding tussen oestrogeen en progesteron.
  3. De verhouding tussen oestrogeen en zijn metabolieten.

Oestrogeendominantie kan door verschillende oorzaken ontstaan. Denk aan: een tekort aan progesteron, afwijkend schildkliermetabolisme (waaronder hypothyreoïdie), te lage bijnieractiviteit (waaronder lage DHEA), medicijngebruik en ziektes, verstoringen en aandoeningen die het oestrogeenniveau of progesteronniveau beïnvloeden (bijvoorbeeld verstoorde hormoonafbraak in de lever).

Chronische stress wordt tevens gerelateerd aan oestrogeendominantie; chronische stress zorgt voor een teveel aan het hormoon cortisol in het lichaam, wat voor een toename van oestrogeen zorgt.

Pseudohormonen

Door toenemend gebruik van chemicaliën komt het lichaam steeds meer in contact met stoffen die invloed hebben op de hormoonhuishouding. Een voorbeeld hiervan zijn de xeno-oestrogenen ofwel pseudo-hormonen. Deze pseudo-hormonen hebben een oestrogeenachtige werking in het lichaam of blokkeren, verminderen of versterken de werking van de lichaamseigen hormonen.

Voorbeelden hiervan zijn (bron: Balance your hormones, Patrick Holford, Piatkus 2011):

  • Organochloor-pesticiden: DDT, heptachloor, chlordaan, aldrin, diedrin, mirex
  • Andere pesticiden: Atrazine, endosulfaan, lindaan (hexachloorcyclohexaan)
  • Plastic verbindingen: alkylphenolen, zoals nonylphenol en octylphenol, biphenolen, zoals bisphenol-A, phthalaten en DEHP (weekmakers in plastics)
  • Industriële verbindingen: PCB’ s opgeslagen in verf, lijm en vet van vis, vlees en zuivel, dioxines opgeslagen in het vet van vlees, vis en zuivel en in vervuilde lucht
  • Synthetische hormonen, zoals oestrogenen en progesteron in de pil.
  • Additieven (hulpstoffen) in voeding: BHA (buthylhydroxyanisol, E320) in voeding, propyl-gallaten (E310-312) in voeding, erythrosine (E127) in voeding,
  • Additieven (hulpstoffen) in cosmetica: 4-MBC(4-methylbenzylideen camphor) in zonnebrandlotions en parabenen (E214 t/m 219) in cosmetica
  • Brandvertragers met broom in bijvoorbeeld meubels, huishoudelijke apparaten

11 Tips voor minder pseudo-hormonen

Hieronder vindt u 11 tips voor het verminderen van pseudo-hormonen:

  1. Eet biologisch. Dit vermindert de belasting met pesticiden en herbiciden en hormoonverstorende additieven.
  2. Filter uw water of koop gefilterd water.
  3. Beperk de inname van vetrijke dierlijke producten, zoals vlees, vis, kaas en volle koemelkproducten.
  4. Vermijd de zwaar vervuilde vissoorten. Dit zijn zoetwatervis (paling, snoek, baars e.d.), haai, koningsmakreel, marlijn, verse tonijn, zwaardvis. Kies voor de minder vervuilde vette vissoorten: biologische zalm, zalm uit de Arctische zee (Noordelijke IJszee) en Stille Oceaan, haring, makreel, sardine, sprot.
  5. Verwarm geen in plastic verpakt eten (magnetronmaaltijden)
  6. Vermijd zoveel mogelijk eten dat verpakt is in plastic. Neem vooral zo min mogelijk vetrijke producten verpakt in plastic, zoals chips, patat, kaas, boter, chocolade en taart omdat vette producten de xeno-oestrogenen uit het plastic makkelijker opnemen. Vermijd ook voedsel verpakt in plastic materiaal waarop het nummer 3 en 7 staat. Deze plasticsoorten bevatten vaak het xeno-oestrogeen bisfenol-A.
  7. Vermijd vruchtensap in pak en blikvoedsel. De pakken en blikken worden gecoat met plastics die vaak xeno-oestrogenen bevatten.
  8. Kies zoveel mogelijk voor voedsel verpakt in glas of papier.
  9. Bewaar eten niet in plastic bakjes en bekers (vooral de soorten met nummer 3 en 7 aan de onderkant) en verpak ze niet in plastic huishoudfolie. Neem hier glas, roestvrij staal of aardewerk voor.
  10. Gebruik natuurlijke wasmiddelen voor het wassen van kleding en lichaam.
  11. Gebruik natuurlijke verzorgingsproducten zonder parabenen en andere hormoonverstorende toevoegingen. Enkele goede merken zijn bijvoorbeeld Urtekram, Weleda en Dr. Hauska.
  12. Gebruik geen pesticiden en insecticiden in eigen huis en tuin.

Oestrogeensoorten

Er zijn drie vormen van oestrogeen:

  • oestradiol (E2) meest actieve vorm
  • oestriol (E3)
  • oestron (E1)

Oestradiol (of estradiol) komt het meest voor als oestrogeen hormoon. Het speelt een rol bij de vruchtbaarheid en voortplanting maar bepaalt ook de botdichtheid. Een tekort aan oestradiol heeft invloed op de ovulatie en uit zich in een tekort aan het luteïniserend hormoon of het follikel stimulerend hormoon. Oestrogeenproducerende tumoren bevatten een hoog niveau oestradiol.

Oestriol (of estriol) komt voornamelijk in de zwangerschap voor. Het wordt aangemaakt in de eierstokken vanuit een steroïde. Dit hormoon wordt vaak voorgeschreven bij een blaasontsteking of bij overgangsklachten.

Oestron (of estron) is het oestrogene hormoon dat tijdens de vruchtbare jaren het minst voorkomt. Na de menopauze komt dit hormoon meer voor in vergelijking met de andere oestrogene hormonen. Oestron wordt geproduceerd door de follikels tijdens hun groeifase.

Oestrogene hormonen worden in verschillende delen van het lichaam aangemaakt. Dit is onder andere in de eierstokken, de bijnierschors, de placenta tijdens de zwangerschap en de testikels bij mannen.

De concentratie van deze drie vormen van oestrogeen verschilt per soort weefsel. E2(oestradiol) is de meest actieve vorm en heeft zo ook de grootste invloed op de andere vormen van oestrogeen.
Omdat hormonen in kleine concentratie, een grote invloed kunnen hebben op de biologische activiteit is het van belang dat het lichaam ze effectief kan afbreken.

Oestrogenen worden afgebroken in fase I en fase II in de lever. In fase I worden de oestrogenen geoxideerd door het cytochrome P450 (CYP450) enzym systeem.

  • 2-hydroxy-oestron (2-OHE1); 2-OH1 (CYP1A1)
  • 4-hydrocy-oestron (4-OHE1), 4-OHE1 (CYP1B1)
  • 16α-hydroxy-oestron, 16α-OHE1 (CYP2E)

Er zijn grote variaties in oestrogeen metabolisme tussen verschillende vrouwen, welke mogelijk verklaard kunnen worden door enkel-nucleotide polymorfie (SNPs) in deze CYP-enzymen.
Dit is te onderzoeken bij het NIFGO: Nederlands Instituut voor Farmaco Genetisch Onderzoek (DNA paspoort)

Onevenwichtigheden in oestrogeen zijn in verband gebracht met de volgende aandoeningen:

  • Regelmatig last hebben van pijnlijke borsten
  • (Regelmatig terugkerende) myomen, oftewel vleesbomen
  • PMS-klachten
  • (Regelmatig terugkerende) masthopatie, oftewel cysten in de borsten
  • (Regelmatig terugkerende) cysten in de eierstokken
  • Vaak last van migraine, vooral rond de menstruatie
  • Polycysteus-ovariumsyndroom
  • Endometriose
  • Pre-eclampsie
  • Osteoporose
  • Menopauze symptomen
  • Borstkanker
  • Baarmoederkanker
  • Ovariumcarcinoom

Bij vrouwen die geen hormoonvervangende therapie volgen wordt 2-OHE1 gezien als een “goede” oestrogeen variant omdat deze gerelateerd is aan verminderde groei van kankercellen.
16α-OHE1 wordt geassocieerd met tumorgroei en 4-OHE1 kan mogelijke DNA schade veroorzaken. 16α-OH1 en 4-OHE1 worden gezien als “slechte” oestrogenen. Slechte productie van 2-OHE1 lijdt tot een verhoogde productie van 16α-OHE1.

Bij post-menopausale vrouwen die wel hormoonvervangende therapie ondergaan kan een verhoogde concentratie van oestradiol resulteren in een verhoogde 2-OHE1. Hierdoor worden verhoogde 2-OHE1 waardes geassocieerd met een verhoogd risico op kanker.

DNA-schade voorkomen

Elke vorm van kanker, ook borstkanker, begint met DNA-schade van gezonde cellen. DNA-schade verandert de genexpressie van de cel, waardoor deze een kankercel kan worden. Gelukkig beschikt het lichaam over diverse reparatiemechanismen om DNA-schade en ontspoorde cellen te herstellen. Hierbij is een belangrijke taak weggelegd voor antioxidanten.

Uit onderzoek blijkt dat onderstaande (voedings)stoffen helpen bij het herstellen van DNA-schade:

  • Co-enzyme Q10 (CoQ10 in vette vis, biologische lever, vlees) (14-17)
  • Curcumine uit geelwortel (21-23)
  • Groene thee polyfenolen, vooral epigallocatechin gallate (EGCG) (24)
  • Indole-3-Carbinol (I3C) voorkomend in de familie van de kruisbloemigen (broccoli(kiemen), witlof, waterkers, alle koolsoorten, spruitjes, paksoi, tuinkers (25)
  • Lycopeen in rode en oranje groente- en fruitsoorten (26, 27)
  • Melatonine (28)
  • Metformine (een medicijn tegen diabetes) (29)
  • N-acetylcysteïne (NAC) (magere biologische kwark, biologisch vlees, cottage cheese, vis, biologisch ei) (30-35)
  • Granaatappel (36-38)
  • Resveratrol (rode en blauwe druiven, pinda’s, bosbessen, blauwe bessen, cacao) (39)
  • Selenium (ui, knoflook, volle granen, zeevis, paranoten) (40)
  • Silibinin and silymarin, een stof voorkomend in het kruid mariadistel (21, 41-47)
  • Sojaflavonoïden: genisteïn and diadzeïn (40, 47)
  • Sulforafaan voorkomend in de familie van de kruisbloemigen (broccoli(kiemen), witlof, waterkers, alle koolsoorten, spruitjes, paksoi, tuinkers (48)
  • Tocotrienol (vitamine E) voorkomend in tarwekiemen, ongebrande noten en zaden, koudgeperste olie, vooral tarwekiemolie, volle granen (49-53)

Producten die de kans op DNA-schade verhogen zijn:

  • Roken
  • Alcohol
  • Gerookte producten
  • Lang en op hoge temperaturen gebakken, gebraden en gefrituurde producten, vooral vlees (AGE’s )

Oestrogeendominantie van de slechte vormen voorkomen

Ongeveer 70% van alle vormen van borstkanker blijkt voor de groei afhankelijk te zijn van oestrogenen. We noemen dit oestrogeengevoelige borstkanker. Het enzym aromatase is verantwoordelijk voor de omzetting van androgenen (testosteron) in oestrogenen in borstweefsel.

Om de groei van oestrogeengevoelige borstkanker te helpen voorkomen en afremmen is het belangrijk om:

  • de werking van het enzym aromatase af te remmen
  • de gevoeligheid voor oestrogenen van de oestrogeenreceptor te verminderen
  • de afbraak van oestrogenen via de lever te stimuleren
  • de heropname van oestrogenen uit de darmen te remmen

Aromatase-remmers

Aromatase, oestrogeensynthetase of oestrogeensynthase, is een enzym dat verantwoordelijk is voor een belangrijke stap in de biosynthese van oestrogenen. Het is een lid van de cytochroom P450 superfamilie (CYP19A1), een groep mono-oxygenases die stappen in de synthese van vele steroiden katalyseren. Aromatase is met name verantwoordelijk voor het omvormen van androgenen in oestrogenen. Het aromatase-enzym kan worden gevonden in veel weefsels waaronder geslachtsklieren, vetweefsel, placenta, botten, baarmoederslijmvlies.

Aromatase-remmers verminderen de productie van oestrogenen. Voedingsmiddelen en leefstijlfactoren die aromatase remmen zijn:

  • Chrysine (een flavonoïde voorkomend in o.a. passieflora, honingraat en kamille) (113)
  • Enterolactonen uit lignanen* (lijnzaad) (114)
  • Resveratrol (rode en blauwe druiven, pinda’s, bosbessen, blauwe bessen, cacao) (115)
  • Melatonine (voldoende en goede kwaliteit slaap! (109)
  • Granaatappel (117)
  • Vitamine D
  • Curcumine (geelwortel)
  • Citrusfruit (citrusflavonoïden)
  • Oleuropeïne (extra vierge biologische olijfolie)
  • Quercitine (rode appels, uien, citrusfruit)
  • EGCG ( epigallocatechinegallaat) uit biologische Japanse sencha groene thee
  • Genisteïne* (biologische tofu, tempeh, miso, sojasaus, peulvruchten)
  • Apigenine (peterselie, selderij, paprika, Chinese kool (stimuleert ook de celdood van kankercellen)
  • Arimidex (anastrazol, medicijn)

* Voor de positieve werking van deze stoffen is een gezonde darmflora vereist. De stoffen worden in de darm door gezonde darmbacteriën actief gemaakt en oefenen daarna pas hun positieve werking uit.

Factoren die aromatase verhogen

Factoren die de activiteit van aromatase verhogen en de aanmaak van oestrogenen stimuleren zijn:

  • Overgewicht
  • Verkeerde lichaamssamenstelling met relatief te veel vetmassa (buikvet)
  • Alcoholgebruik
  • Chronische ontstekingen en infecties
  • Ontregelde insulinehuishouding
  • Te veel suikers en koolhydraten
  • Insuline

Oestrogeenreceptor-modulatoren

Oestrogeenreceptor-modulatoren helpen de werking van de oestrogeenreceptor herstellen, zodat het groeibevorderende effect van oestrogenen op de borstcel wordt verminderd.

Oestrogeenreceptor modulerend werken de volgende interventies:

  • Ruime porties groenten en fruit (> 500 gram per dag)
  • Lichaamsbeweging
  • Vezelrijke voeding
  • Isothiocyanaten (broccoli, waterkers)
  • Curcumine (geelwortel)
  • Melatonine
  • Gember
  • Quercitine (rode appels, uien, citrusfruit)
  • Elanginezuur (frambozen)
  • Resveratrol (rode en blauwe druiven, pinda’s, bosbessen, blauwe bessen, cacao)
  • Basilicum
  • Soja-isoflavonen (*) (daidzeïne, genisteïne) uit biologische gefermenteerde sojaproducten zoals: tofu, tempeh, miso, sojasaus
  • Lignanen (*) uit vooral lijnzaad, verder sesamzaad, noten, peulvruchten, bessen, volle granen
  • EGCG uit groene thee (vooral de biologische sencha Japanse groene thee)

(*) Voor de positieve werking van deze stoffen is een gezonde darmflora vereist. De stoffen worden in de darm door gezonde darmbacteriën actief gemaakt en oefenen daarna pas hun positieve werking uit.

Factoren die de werking van de oestrogeenreceptor verstoren zijn:

  • Roken
  • Alcoholgebruik
  • Gebakken/gebraden vleesproducten

Afbraak van oestrogenen via de lever stimuleren

Overtollige oestrogenen worden in de lever afgebroken en uitgescheiden met de gal in de darmen en via de ontlasting afgevoerd. Het is belangrijk dat de lever voldoende in staat is om oestrogenen goed af te breken en af te voeren, zodat de oestrogeenspiegel niet te veel stijgt.

Hiervoor moeten de fase-1 en fase-2 leverontgifting goed op elkaar zijn afgestemd. Bij problemen op dit gebied werkt fase 2 langzamer dan fase 1. Hierdoor kunnen zich schadelijke tussenproducten, die ontstaan zijn bij de afbraak in fase 1, ophopen en het DNA beschadigen en de celgroei stimuleren. In de fase-2 ontgifting van oestrogenen moeten vooral de volgende ontgiftingspaden goed verlopen: glutathionconjungatie, sulfatie en methylering.

Door o.a. erfelijke factoren, medicijngebruik, milieuverontreiniging, roken, alcohol en voedingstekorten (o.a. vitamine B, magnesium, aminozuren, zink, ijzer, molybdeen) kunnen deze ontgiftingspaden minder goed werken.

De werking van deze ontgiftingspaden in relatie tot de oestrogeenhuishouding is te onderzoeken door:

  • bloedbepaling van vitamine B (B12, foliumzuur, B6, B2, B3), zink, ijzer (ferritine) en homocysteïne
  • bloedbepaling glutathion (geoxideerd en gereduceerd)
  • aminozuuranalyse in de urine
  • speekseltest oestrogenen
  • urinetest afbraakproducten oestrogenen
  • urinetest zwavel
  • Malondialdehyde (MDA)-bepaling in het bloed
  • Oxidatieve Stresstest in de urine (8-epi-prostaglandine)

Modulatie van het enzym sulfatase

Het lichaam heeft een manier om oestrogenen inactief, maar wel beschikbaar te houden voor het geval extra oestrogenen nodig zijn. Oestrogenen worden gebonden aan zwavel en indien nodig weer losgekoppeld door het enzym sulfatase.

Een verhoogde activiteit van sulfatase kan te veel oestrogeen activeren en daarmee de groei van borstkanker stimuleren. Natuurlijke stoffen kunnen sulfatase moduleren of remmen wanneer dit nodig is.

Natuurlijke modulatoren van het enzym sulfatase zijn:

  • melatonine (voldoende goede kwaliteit slaap)
  • isoflavonen (*) uit biologische gefermenteerde sojaproducten zoals: tofu, tempeh, miso, sojasaus
  • lignanen (*) uit vooral lijnzaad en verder sesamzaad, noten, peulvruchten, bessen, volle granen. (*) Voor de positieve werking van deze stoffen is een gezonde darmflora vereist. De stoffen worden in de darm door gezonde darmbacteriën actief gemaakt en oefenen daarna pas hun positieve werking uit.
  • quercitine (rode appelsoorten, ui, citrusfruit)
  • kampferol (appel, druiven, tomaat ,groene thee, aardappel, ui, broccoli, witlof, komkommer, sla, sperziebonen, perzik, zwarte bessen, frambozen, spinazie)
  • naringenine (tomaat, grapefruit en sinaasappels)
  • de zwavelhoudende aminozuren cysteïne, glutathion en N-acetyl-cysteïne (asperges, avocado, magere biologische kwark, biologisch vlees, cottage cheese, vis, biologisch ei)
  • zilverkaarsextract; cimicifuga racemosa (alleen in overleg met uw behandelaar)

Heropname oestrogenen uit de darm remmen

Overtollige oestrogenen worden in de lever gebonden aan aminozuren en met de gal via de ontlasting afgevoerd. Bij verstopping en een verkeerde darmflora kunnen deze gebonden hormonen weer vrij worden gemaakt en opnieuw worden opgenomen in het bloed.

Bepaalde slechte bacteriën maken het enzym beta-glucuronidase aan. Hierdoor worden oestrogenen losgekoppeld van het aminozuur en weer opgenomen in het bloed.

Om dit te voorkomen is het belangrijk om verstopping te voorkomen en een gezonde darmflora te hebben. Vezels en de stof calcium-D-glucaraat (glucuronzuur) helpen overtollige oestrogenen binden en via de ontlasting uitscheiden.

Calcium-D-glucaraat is een lichaamseigen stof die ook in groenten en fruit wordt teruggevonden, vooral in sinaasappels, appels, pompelmoezen en crucifere (kruisbloemige) groenten. Deze stof bevordert het uitscheiden van giftige stoffen via de gal.
Natuurlijke remmers van het beta-glucuronidase-enzym helpen voorkomen dat gebonden oestrogenen in de darm weer vrij worden gemaakt.

Gebruik daarom:

  • een vezelrijke voeding (rijk aan zogenaamde glyconutriënten): biologische groenten, fruit, bonen, peulvruchten, noten, zaden en volle granen
  • glucuronzuurrijke producten: aardpeer, broccoli, spruiten, koolsoorten, sla, alfalfa, appels, grapefruit, sinaasappels
  • knoflook, ui
  • bij een verstoorde darmflora: probiotica (met specifieke stammen)
  • Laat bij ontlastingsproblemen en/of maag- en darmklachten uw darmflora controleren met een ontlastingsonderzoek: ‘Gezondheidscheck Darm’ van Medivere:

Gezondheidscheck darm ontlastingstest

Gezondheidscheck darm ontlastingtestVerkoopprijs (incl. BTW): € 139,95
Koop deze test hier

Oestrogeenmetabolietenbalans

In het lichaam worden 3 soorten oestrogeen geproduceerd: oestradiol, oestriol en oestron. Niet alle oestrogeensoorten werken even sterk. Zo heeft oestradiol een 10x sterkere werking als oestriol. Via een specifieke speekseltest kan worden onderzocht hoe de balans tussen de diverse oestrogeensoorten is. Het gaat dan om de ‘Hormonen voor de vrouw speekseltest’ van Medivere:

Hormonen Vrouw Basis speekseltest (oestradiol, oestriol, Progesteron)

Hormonen Vrouw Basis speekseltest (oestradiol, oestriol, Progesteron)Verkoopprijs (incl. BTW): € 53,95
Koop deze test hier

Bij de afbraak van de 3 soorten oestrogenen ontstaan diverse afbraakproducten, zogenaamde oestrogeenmetabolieten. Sommige metabolieten hebben een zeer zwakke oestrogeenwerking en zelfs een kankerbeschermende werking, bijvoorbeeld 2-hydroxy-oestron, 2-methoxy-oestron en 4-methoxy-oestron.

Andere metabolieten hebben een zeer sterke oestrogeenwerking en vergroten de kans op borstkanker door hun groeibevorderende en DNA-beschadigende werking. Voorbeelden zijn 4-hydroxy-oestron en 16a-hydroxy-oestron. Hoe meer 2-hydroxy-oestron t.o.v. 16a-hydroxy-oestron hoe lager het risico op borstkanker (en prostaatkanker bij mannen).

De oestrogeenmetabolietenbalans kan worden getest via de ‘Estronex urinetest’ van Medivere:

Estronex urinetest

Estronex urinetestVerkoopprijs (incl. BTW): € 114,95
Koop deze test hier

De capaciteit van het lichaam om DNA-beschadigende stoffen (belasting met oxidatieve stress/ vrije radicalen) te reduceren, kan worden gemeten m.b.v. een Malondialdehyde (MDA)-bepaling in het bloed en de ‘Oxidatieve Stresstest’ in de urine (8-epi-prostaglandine) van Medivere:

Oxidatieve stress urinetest

Oxidatieve stress urinetestVerkoopprijs (incl. BTW): € 47,95
Koop deze test hier

Verhouding 2-hydroxy-oestron t.o.v. 16a-hydroxy-oestron

De verhouding tussen 2-hydroxy-oestron t.o.v. 16a-hydroxy-oestron kan worden verbeterd met bepaalde voedingstoffen. Het wordt verbeterd door o.a. :

  • Lignanen (*) uit lijnzaad (en in mindere mate sesamzaad, noten, peulvruchten, bessen, volle granen). (*) Voor de positieve werking van deze stoffen is een gezonde darmflora vereist. De stoffen worden in de darm door gezonde darmbacteriën actief gemaakt en oefenen daarna pas hun positieve werking uit.
  • Indol-3-carbinol, voorkomend in de familie van de kruisbloemigen (broccoli(kiemen), witlof, waterkers, alle koolsoorten, spruitjes, paksoi, tuinkers.
  • Soja-isoflavonen* (daidzeïne, genisteïne): biologische gefermenteerde soja zoals tofu, tempeh, miso, sojasaus. (*) Voor de positieve werking van deze stoffen is een gezonde darmflora vereist. De stoffen worden in de darm door gezonde darmbacteriën actief gemaakt en oefenen daarna pas hun positieve werking uit.
  • De omega-3 vetzuren EPA en DHA uit vette vis

Di-indolylmethaan voor een gunstige hormoonbalans

DIM bevordert een gunstiger hormoonbalans door beïnvloeding van het oestrogeen-metabolisme. DIM (di-indolylmethaan) is een veel voorkomend voedings-indol uit kruisbloemige groenten zoals kool, bloemkool, broccoli en spruiten. Bij het eten van kruisbloemige groenten wordt DIM in het spijsverteringskanaal gevormd uit indol-3-carbinol (I3C).

Koolsoorten bevatten verschillende glucosinolaten zoals glucobrassin. Zowel I3C als DIM komen niet voor in de intacte plant. Pas bij het bewerken (kneuzen, koken) komen er enzymen vrij die glucobrassin middels hydrolyse omzetten in I3C. Deze en andere glucosinolaathydrolyse producten zorgen ook voor de typische geur van koolproducten.

Het gevormde I3C wordt tijdens de spijsvertering in de maag omgezet in DIM. Slechts 7% van het aanwezige glucobrassin wordt omgezet in DIM. Dit komt doordat I3C instabiel is. Het gevormde DIM wordt niet optimaal opgenomen vanwege de slechte oplosbaarheid in een waterige omgeving.

DIM heeft geen fyto-oestrogene eigenschappen zoals bindingscapaciteit met oestrogeenreceptoren.

Vermoedelijk gebruikt DIM dezelfde metabolische route als oestrogeen, omdat de chemische structuur van DIM overeenkomsten heeft met oestrogenen. Tevens wordt er meer van het gunstige oestrogeen gemaakt ten koste van het minder gunstige (carcinogene) oestrogeen.

DIM beïnvloedt het leverenzym ‘cytochroom P450’, dat belangrijk is bij de ontgifting in het lichaam. DIM is een sterke promotor van het CYP1A1 enzym, een onderdeel van cytochroom P450, dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van 2-hydroxyoestrogenen (2HE) vanuit de oestrogenen oestron en oestradiol.

Het 2-hydroxyoestrogeen is een gunstig oestrogeen, in tegenstelling tot het 4-HE en 16-HE. DIM kan het CYP1A1 enzym stimuleren met een factor drie. Hierdoor wordt meer 2-HE gemaakt in plaats van 16-HE.

Veder is belangrijk voor de verhouding tussen 2-hydroxy-oestron t.o.v. 16a-hydroxy-oestron:

  • Gewichtsreductie bij overgewicht
  • Stoppen met het gebruik van alcohol
  • Voldoende beweging

Het DNA-beschadigende effect van 4-hydroxy-oestron en 16a-hydroxy-oestron wordt geremd door:

  • Resveratrol (rode en blauwe druiven, bosbessen, blauwe bessen, cacao)
  • Glutathion en N-acetyl-cysteïne (NAC). Avocado, asperges en walnoot bevatten van nature veel glutathion.

Test u zelf: lees meer over de Medivere testen op onze pagina’s over diverse testmogelijkheden in bloed, urine, speeksel en ontlasting.

Tanja Visser

Marijke de Waal Malefijt

 

 

 

 

Tanja Visser en Marijke de Waal Malefijt, Natuurdiëtisten

Literatuur

Voedingsadviezen preventie borstkanker
Vrouwenpoli boxmeer

Anghel A et al. Estrogen receptor alpha polymorphisms: correlation with clinicopathological parameters in breast cancer. Neoplasma 2010, 57:306-315.
Auborn KJ et al.: Indole-3-carbinol is a negative regulator of estrogen. J Nutr 2003, 133: 2470-2475
Bradlow HL et al. : Effects of Pesticides on the ratio of 16α/2-Hydroxyestrone : A Biologic marker of breast cancer risk. Environmental Health perspectives. Vol 103, Supplement 7 Oct. 1995
Cavalieri et al.: Unbalanced metabolism of endogenous estrogens in the etiology and prevention of human cancer. J Steroid MolBiol 2011, 125(3-5): 169-80
Cavalieri et al.: Depurinating estrogen-DNA adducts in the etiology and prevention of breast and other human cancers. Future
Oncol 2010, 6(1): 75-91
Eliassen AH et al.: Circulating 2-hydroxy- and 16alpha-hydroxy estrone levels and risk of breast cancer among postmenopausalwomen. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2008 Aug, 17(8): 2029-35
Hanna IH et al. Cytochrome P450 1B1 (CYP1B1) Pharmacogenetics: Association of Polymorphisms with Functional Differences in Estrogen Hydroxylation Activity. Cancer Research 2000, 60: 3440-3444.
Hermann et al.: Impact of estrogen replacement therapy in a male with congenital aromatase deficiency caused bei a novel mutation in the CYP 19 gene. J Clin Endocrinol Metab 2002, 87: 5476-84
Huang C et al. Breast Cancer Risk Associated with Genotype Polymorphism of the Estrogen-metabolizing Genes CYP17, CYP1A1, and COMT: A Multigenic Study on Cancer Susceptibility. Cancer Research 1999, 59:4870-4875.
Im A et al.: Urinary estrogen metabolites in women at high risk for breast cancer. Carcinogenesis 2009, vol 30 no 9: 1532-1535
Lee SA. Cruciferous vegetables, the GSTP1 Ile105Val genetic polymorphism, and breast cancer risk. The American Journal of
Clinical Nutrition 2008, 87: 753-760.
Muti P et al. Estrogen metabolism and risk of breast cancer: a prospective study of the 2:16-α-hydroxyestrone ratio in premeno-pausal and postmenopausal women. Epidemiology 2000, 11: 635-640.
National Toxicology Program, National Institute of Environmental Health Sciences. Tenth Report on carcinogens. http://ntp.niehs.nih. gov/ntp/newhomeroc/roc10/se.pdf , 2000
https://www.ganzimmun.de/service/downloadcenter/?get_file=4916

Estronex urinetest

Estronex urinetestVerkoopprijs (incl. BTW): € 114,95
Koop deze test hier

 

 

Hydroxy-oestrogenen ratio’s
Studies tonen aan dat de ratio van 2-hydroxy-oestrogenen (2-OHE1 + 2-OHE2) en 16α-OHE1 (2/16 ratio) een belangrijke indicatie is voor het risico op het ontwikkelen van borstkanker.
Volgens deze studies hebben mensen met borstkanker een lager 2/16 ratio. Een laag 2/16 ratio kan ook een indicatie zijn voor een verhoogd risico op het ontwikkelen van andere oestrogeengevoelige kankers zoals baarmoeder(hals)-, eierstok-, prostaatkanker en zelfs hoofd-hals kanker. Hoewel de hoeveelheden verschillende oestrogeenvormen kan verschillen per individu, is een verlaagd 2/16 ratio vaak dieetafhankelijk.
Onevenwichtigheden in 2/16 ratio worden geassocieerd met prostaatkanker, darmkanker en polycysteusovariumsyndroom.

Methylerings-activiteit
In fase II van de oestrogeenafbraak, worden de oestrogeen metabolieten geconjugeerd met verbindingen die excretie mogelijk maken. Adequaat methylering is zeer belangrijk voor het juist opruimen van oestrogenen.
Hoge catechol-O-methyltransferase (COMT) activiteit wordt ook geassocieerd met verminderd risico op verschillende kankers.

2-hydroxy-oestron(2-OHE1) en 4-hydroxy-oestron(4-OHE1) worden in fase II gemethyleerd en produceren zo 2-methoxy-oeston (2-OMeE1) en 4-methoxy-oestron (4-OMeE1).
2-OMeE1 heeft een kanker reducerend effect en studies hebben aangetoond dat het lager is in borstkankerpatiënten t.o.v. controles. Ook deze vorm van oestrogeen wordt als “goed” gezien.
4-OMeE1 is een non-carcinogeen metaboliet van 4-OHE1.

Hoog 2-Hydroxy-Oestron (2-OHE1) / 2-Methyoxy-Oestron (2-OMeE1) ratio

  • Onevenwichtig oestrogeen metabolisme
  • Lage COMT activiteit
  • Methylatie activiteit evalueren
  • COMT genetische testen
  • Homocysteïne
  • B12
  • Foliumzuur
  • SAMe
  • B6
  • Verminder stress: COMT is betrokken bij het metabolisme van adrenaline en is zodoende minder beschikbaar bij oestrogeen metabolisme.

Hoog 16-Hydroxy-Oestron (16α-OHE1)
Als 2-OHE1 en 16α-OHE1 hoog zijn kan dit duiden op een hoge totale oestrogeen waarde. Lage waardes van deze “slechte” vorm 16α-OHE1 van oestrogeen word normaal als gunstig beschouwd. Als 2-OHE1 en 16α-OHE1 laag zijn kan dit mogelijk te maken hebben met een lage totale oestrogeen waarde.

2-Methyoxy-Oestron (2-OMeE1)
2-OMeE1 wordt geproduceerd vanuit 2-OHE1 door het COMT enzym. 2-OHE1 en vooral 2-OMeE1 blijken anti-carcinogene eigenschappen te hebben. Ook is in dezelfde studies aangetoond dat 2-OMeE1 waardes lager zijn in borstkanker patiënten dan in controles.
Bij een hoog 2-Methyoxy-Oestron (2-OMeE1):

  • is normaliter geen behandeling nodig.
  • geeft aan dat fase II detoxificatie goed verloopt

Bij een laag 2-Methyoxy-Oestron (2-OMeE1) is het nodig de oorzaak te achterhalen:
Als 2-OHE1 en 4-OHE1 hoog zijn, dan is een lage 2-OMeE1 waarde het resultaat van onvoldoende methylering.
Als 2/16 ratio ook laag is, dan is een lage 2-OMeE1 waarde mogelijk te danken aan CYP onbalans.
Zorg voor een goede COMT functie door het onderzoeken van methyl donors zoals SAMe, B12, foliumzuur en B6.

4-Hydroxy-Oestron (4-OHE1)
4-OHE1 is, net als 16α-OHE1, bekent als “slechte” oestrogeenvorm. Deze metabolieten worden gevormd door CYP1B1 en CYP34A in vooral borst- en postraatweefsel maar ook in de lever.
Een verhoogde expressie van CYP1B1 en 4-hydroxylatie van oestradiol kunnen worden gezien als biomarkers voor tumorgenesis.
Borstkanker weefsel produceert veel meer 4-OHE1 dan 2-OHE1, terwijl normaal borstweefsel ongeveer gelijke hoeveelheden produceert.

Bij een hoge 4-Hydroxy-Oestron (4-OHE1) waarde (waardes van “slecht” oestrogeen):

  • Verbeter methylatie door cofactoren (B12, foliumzuur, vit B 6, zink, DMG of TMG) of methydonors (betaine, dimethyl, methionine, Glycine DMG, TMG) toe te voegen.
  • Overweeg genetisch testen voor COMT en CYP1B1 activiteit. DNA CYP-enzymenpaspoort.
  • Verminder stress: COMT is betrokken bij het metabolisme van adrenaline en is zodoende minder beschikbaar bij oestrogeen metabolisme.
  • Verhoog remmers van CYP1B1 (grapefruit, ginseng).
  • Vermijd CYP1B1 verhogende middelen (polycyclische aromatische koolwaterstoffen).
  • Evalueren van methylatie (homocysteïne, B12, FIGLU, xanthurenaat).

Bij lage 4-Hydroxy-Oestron (4-OHE1) waardes van “slecht” oestrogeen, is normaliter geen behandeling nodig.

4-Methoxy-Oestron (4-OMeE1)
4-OMeE1 is het door COMT omgezette, niet carcinogene product van 4-OHE1.
Lage waardes van 4-OMeE1 zijn gevonden in hoog risico en borstkanker patiënten .
Het is dus gunstig dat er hogere waardes 4-OMeE1 aanwezig zijn en dan is er normaliter geen behandeling nodig.

Bij lage waardes 4-Methoxy-Oestron (4-OMeE1):

  • Verbeter methylatie door cofactoren (B12, foliumzuur) of
  • Methydonors (betaine, dimethyl glycine DMG, TMG) toevoegen.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen