Skip to content
Kenniscentrum - sinds 2005 - met ruim 2000 artikelen over gezondheid!BEKIJK ALLE ONDERWERPEN

DNA paspoort: minder risico ernstige bijwerking medicatie

10 tot 20 procent van alle patiënten loopt het risico dat geneesmiddelen niet goed werken doordat hun lever medicijnen verkeerd afbreekt. Dat kan ernstige, soms levensbedreigende gevolgen hebben. Die patiënten hebben minder of juist meer dan de standaard dosis nodig, maar zij weten dat meestal niet. Met een persoonlijk DNA paspoort kom je er wel achter.

Aangezien er ongeveer 10 miljoen verschillen zijn tussen twee mensen is het dus begrijpelijk dat de werking van een eiwit niet bij iedereen hetzelfde is. Dit verklaart dan ook, dat een bepaald medicijn goed werkt bij de ene patiënt, maar niets doet bij de ander en bij weer een andere patiënt ernstige bijwerkingen.

Ernstige bijwerkingen van medicijnen

Van alle acute ziekenhuisopnames wordt in Nederland 7 procent veroorzaakt door ernstige bijwerkingen van medicijnen. Anderzijds is maar 25 tot 60 procent van de geneesmiddelen effectief. Veel patiënten gebruiken medicijnen die bij hen helemaal niet werken. Die problemen hebben deels te maken met een afwijkende werking van de lever, aldus de Rotterdamse hoogleraar farmacogenetica Ron van Schaik.

Afwijkende werking van de lever (CYP-enzymen)

DNA paspoort: minder risico ernstige bijwerking medicatieMedicijnen worden in de lever afgebroken door tientallen enzymen (CYP enzymen). Steekproeven onder de bevolking wijzen uit dat mensen van een bepaald enzym te weinig of juist te veel kunnen hebben. Daardoor komt een geneesmiddel in een te lage of te hoge concentratie in hun bloed terecht. Met een persoonlijk DNA-paspoort  kan  op een rijtje worden gezet wat de activiteit is van de lever(CYP)enzymen en dus wat voor ieder geneesmiddel de omzettingssnelheid is.

Dat gebeurt nu vaak pas als een patiënt ernstige bijwerkingen van een medicijn ondervindt. Van Schaik vindt het hoog tijd voor preventie: alle Nederlanders zouden een paspoort moeten hebben van de vijf belangrijkste leverenzymen, zegt hij. Die zetten samen 60 procent van de geneesmiddelen om en iedereen krijgt ooit met een van die middelen te maken, zegt hij. Het gaat om onder meer antidepressiva, bètablokkers en pijnstillers.

Geneesmiddelen worden in de lever afgebroken door CYP-enzymen

Het LUMC in Leiden gaat als eerste ziekenhuis informatie uit het dna-profiel van patiënten in het elektronische voorschrijfsysteem zetten, om de werking van medicijnen te verbeteren. Geneesmiddelen worden in de lever afgebroken door CYP-enzymen en de snelheid waarmee dat gebeurt, hangt af van dna-variaties. De ene patiënt heeft van een bepaald middel meer nodig dan de ander, of kan gebaat zijn bij een heel ander medicijn.
Vooral bij de enzymen CYPP2C9, CYP2C19 en CYP2D6 kunnen genetische veranderingen en variaties een rol spelen.

Het cytochroom-P450 (CYP) enzymsysteem van de lever is betrokken bij het metabolisme en de eliminatie van bijna alle reguliere geneesmiddelen, maar ook van alternatieve geneesmiddelen (zoals vitaminesupplementen, kruiden, etc.). De capaciteit van het systeem verschilt van persoon tot persoon. Dit leidt ertoe, dat niet iedereen op een bepaalde dosis van een (genees)middel hetzelfde reageert.

Cytochroom P450 (CYP 450)

Cytochroom P450 (CYP 450) is een enzymgroep die uit circa vijftig verschillende enzymen bestaat. De enzymen zijn ingedeeld in families en subfamilies op basis van hun aminozuurstructuur. De nomenclatuur bij de naamgeving is als volgt: voor bijvoorbeeld het enzym CYP3A4 beschrijft de 3 de familie, A de subfamilie en 4 het individuele gen. Soms is er op internet bij de beschrijving van medicatie de mate van belasting voor de diverse CYP enzymen te vinden. We noemen een aantal bekende enzymen waar onderzoeksgegevens over bekend zijn. De CYP450 enzymen CYP1A2, CYP2C9, CYP2C19, CYP2D6 en het al genoemde CYP3A4 zijn de belangrijkste enzymen in het metabolisme van geneesmiddelen. Dit laatste enzym neemt ca. 40-50% van alle geneesmiddelen voor zijn rekening.

Tot nu toe vindt dna-onderzoek bij patiënten pas plaats als zij ernstige bijwerkingen van een medicijn ondervinden. Vorig jaar gebeurde dat bij enkele duizenden patiënten. Het LUMC gaat nu voor het eerst aan preventie doen, vertelt klinisch geneticus Marjolein Kriek. Patiënten bij wie het dna om een medische reden wordt geanalyseerd, kunnen toestemming geven die informatie in hun elektronisch patiëntendossier op te nemen.

Het gaat dan bijvoorbeeld om kinderen met een aangeboren afwijking en hun ouders. ‘Het is een extra service. We hebben die informatie toch, dus waarom zouden we die niet gebruiken?’, aldus Kriek. Het LUMC heeft nu van ruim vierhonderd patiënten het dna-profiel opgeslagen. Zodra zij in de toekomst een medicijn krijgen voorgeschreven dat op basis van hun dna tot problemen kan leiden, krijgt de arts automatisch een waarschuwing.

DNA paspoort: minder risico ernstige bijwerking medicatieAfbraaksnelheid

In het dna-profiel draait het om de genen die zijn betrokken bij de activiteit van enzymen in de lever. Tien daarvan zijn van groot belang bij afbraak of omzetting van bepaalde geneesmiddelen. Fabrikanten gaan bij de ontwikkeling van een medicijn uit van de gemiddelde afbraaksnelheid. Maar van alle Nederlanders heeft 95 procent een variant in de genen die leidt tot een andere omzetsnelheid, zegt de Leidse ziekenhuisapotheker Jesse Swen.

Krijgen zij een geneesmiddel waarvan bij hen nu net het betrokken CYP-enzym afwijkt, dan kan een medicijn in te hoge of te lage concentratie in hun bloed terechtkomen. Gevolg: het middel werkt niet of minder snel, een middel geeft meer bijwerkingen of is zelfs gevaarlijk. Zo is wereldwijd een aantal jonge kinderen overleden na het gebruik van de pijnstiller codeïne die, als gevolg van een erfelijke aanleg, in hun lever te snel was omgezet. Als van alle Nederlanders die farmacogenetische informatie bekend zou zijn, zouden jaarlijks 200 duizend recepten moeten worden aangepast, zegt Swen.

Volgens Ron van Schaik, hoogleraar farmacogenetica in het ErasmusMC, overwegen andere ziekenhuizen het Leidse voorbeeld te volgen. Een groot Europees onderzoek, onder leiding van het LUMC, moet uitwijzen of het afstemmen van medicijnen op het DNA van patiënten tot minder bijwerkingen leidt en kosteneffectief is.

Onderzoekers in tien landen testen achtduizend patiënten en passen bij de helft het recept aan op basis van de testuitslag. Zij vergelijken de uitkomsten met een groep bij wie het recept niet is aangepast. Nu is er vooral sporadisch bewijs, zegt Swen, over combinaties van genen en specifieke geneesmiddelen. Als straks blijkt dat genetisch onderzoek een meerwaarde heeft bij medicijngebruik, zegt hoogleraar Van Schaik, is dat een stevige grond om van patiënten vaker een dna-paspoort te maken.

Iedere apotheker en arts in Nederland heeft toegang tot de KNMP-Kennisbank en de zogenaamde G-standaard. Daarin is te vinden welke geneesmiddelen op welke wijze qua dosering moeten worden aangepast op basis van uw profiel. Indien de apotheker uw DNA profiel opneemt in het systeem, zal er automatisch medicatiebewaking plaatsvinden op basis van uw DNA informatie.

Wordt het vergoed?

In gesprekken met diverse zorgverzekeraars is aangegeven dat Farmacogenetische analyses in het kader van geconstateerde bijwerkingen of ineffectiviteit in principe vergoed worden. Dit kan mogelijk van verzekeraar tot verzekeraar verschillen, dus handig om dit even na te vragen. Een test gaat mogelijk wel van uw eigen risico af. Voor screening (aanvraag van een DNA test voordat u met medicatie begint) is het niet altijd duidelijk of dit wordt vergoed. Hiervoor verwijzen wij u naar uw zorgverzekeraar.

De laboratoria die vermeld staan op deze site zijn onderdeel van het Netwerk Klinische Farmacogenetica Nederland. Dit houdt in dat zij proberen zo goed mogelijk de diagnostiek op dit gebied af te stemmen op de meest recente stand van zaken. Er kunnen kleine verschillen bestaan in het aantal testen dat wordt aangeboden, het aantal variaties van een enzym dat bepaald wordt, en de prijs.

NIFGO: Nederlands Instituut voor Farmaco Genetisch Onderzoek

Op dit NIFGO paspoort staat het farmacogenetisch profiel. Het farmacogenetisch profiel geeft aan hoe bepaalde enzymen in het lichaam medicijnen opnemen en afbreken.

Bij een (zeer) snelle metabolisatie (omzetting in de stofwisseling) werkt het medicijn mogelijk niet of minder lang. In zo’n geval kan een hogere dosering nodig zijn of zelfs een ander medicijn. Bij een (extreem)trage omzetting in de stofwisseling zien we vaak veel en heftige bijwerkingen. Op de DNA-paspoorten staat per gen de activiteit van de stofwisseling (fenotype) aangegeven en op welke gen varianten is getest.

DNA paspoort: minder risico ernstige bijwerking medicatie

We onderscheiden de volgende fenotypes:

EM = normale omzetting in de stofwisseling
IM = verlaagde omzetting in de stofwisseling
UM = zeer snelle omzetting in de stofwisseling
PM= langzame omzetting in de stofwisseling

Het NIFGO DNA-paspoort Panel Pro

Het NIFGO DNA paspoort is op dit moment het meest uitgebreide farmacogenetische profiel dat in Nederland verkrijgbaar is. In het rapport, aan de hand waarvan dit paspoort wordt opgesteld, wordt ingegaan op de eventueel gevonden afwijkende activiteit bij het afbreken van medicijnen. Dit rapport wordt meegestuurd.

De genen op dit paspoort bevatten: ABCB1, COMT, CYP1A2, CYP2B6, CYP2C9, CYP2C19, CYP2D6, CYP3A4, CYP3A5, DYPD, HLA-B, MTHFR, OPMR1, SLCO1B1, TPMT, UGT1A1 en VKORC1.
Dit genetisch profiel ligt vast en verandert niet tijdens uw leven.

DNA paspoort: minder risico ernstige bijwerking medicatieNIFGO leverpaspoort

NIFGO DNA paspoort voor medicatie kun je hier bestellen.

Commentaar Natuur Diëtisten Nederland

De meeste medicijnen hebben bijwerkingen, soms zelfs heel ernstige. Of een medicijn werkt niet goed. Recente onderzoeken tonen vaak opzienbarende cijfers. Zo’n 22% van de medicijngebruikers merkt geen effect bij de standaarddosering. Zo’n 30% van de medicijngebruikers meldt min of meer ernstige bijwerkingen. Amerikaans onderzoek toonde aan dat 6,5% van de ziekenhuisopnames komt door bijwerkingen. Een farmacogenetisch onderzoek geeft uitsluitsel. Medicijnen voorschrijven op basis van het individuele DNA-profiel vermindert de kans op bijwerkingen en geeft zekerheid over de werking van een medicijn.

 

Vaak worden meer medicijnen tegelijk voorgeschreven. Maar de werking van het ene medicijn kan de werking van een ander medicijn tegenwerken. Het ene medicijn doet dan wat het moet doen, maar verhindert, dat het andere medicijn goed werkt. De meest voorkomende bijwerkingen zijn maagklachten, zoals zuurbranden, opgeblazen gevoel en misselijkheid. Maar ook hoofdpijn, duizeligheid of erge vermoeidheid zijn veel voorkomende bijwerkingen, die vaak niet nodig zijn.

Overigens kunnen ook complementaire middelen (waaronder voedingssupplementen, kruidenextracten, etc.) bijwerkingen hebben omdat de CYP enzymen erdoor geactiveerd of vertraagd worden. Onderzoek daarna is pas recent goed op gang gekomen. Sommige voeding heeft een positieve werking op de CYP enzymen.

In het CYP-enzymen overzicht geven wij een kort overzicht van wat er nu over bekend is.

DNA paspoort: minder risico ernstige bijwerking medicatie

 

 

Marijke de Waal Malefijt

 

DNA paspoort: minder risico ernstige bijwerking medicatieLees meer over genetische zelftesten hier.

DNA paspoort: minder risico ernstige bijwerking medicatieNIFGO Lever DNA paspoort

NIFGO Lever DNA paspoort voor medicatie (Farmaco 4-6 weken of SPOED-Farmacopaspoort van 3 of 10 werkdagen) kun je hier bestellen.

DNA paspoort: minder risico ernstige bijwerking medicatieGenen inzichtelijk op het NIFGO Lever DNA-paspoort
CACNA1S, CFTR, COMT, CYP1A2, CYP2A6, CYP2B6, CYP2C8, CYP2C9, CYP2C19, CYP2D6, CYP2E1, CYP3A4, CYP3A5, CYP4F2, DPYD, G6PD, GSTP1, HLA-B*1502, IFNL3, MT-RNR1, NAT1, NAT2, OPRM1, RYR1, SLCO1B1, TPMT, UGT1A1, VKORC1, F2, F5, MTHFR 677 en MTHFR 1298.

Inhoud van de afname speeksel-kit
Speekse-lkit voor DNA-afname
Heldere gebruiksaanwijzing
Retourenvelop

DNA paspoort: minder risico ernstige bijwerking medicatieNIFGO Lever DNA Paspoort (keuze: paspoort met of zonder Nutrigenomics)
€198,00 (zonder Nutrigenomics)
In het kort
Test 30 Genen en 33 Variaties

Procedure duurt ongeveer 4 tot 6 weken
Uitslag via beveiligde email
Fysieke pas inbegrepen
Als zorgkosten aftrekbaar

DNA paspoort: minder risico ernstige bijwerking medicatieNIFGO Lever DNA met Nutrigenomics rapport (optioneel) €198,00 plus Nutrigenomics 62 euro
Kies als aanvulling bij het DNA-paspoort voor een Nutrigenomics rapport. In dit rapport is ook de bijlage Nutrigenomics toegevoegd (25 genen, die inzicht geven bij behandeling door orthomoleculaire artsen en diëtisten). ABCB1, ACE, ADIPOQ, ADRA2A, ALDH2, BCO1, BDNF-AS;BDNF, DRD2, FTO, GC, GCK, YKT6, IGF1, LDLR, LOC105447645;FUT2, MAO-B, MC4R, MTNR1B, NADSYN1, NBPF3, SULTt1A1, SULT1E1, TCF7L2, TMEM165; CLOCK, TNFa, UCP2

DNA Lever Paspoort Spoed (de uitslag na 3 werkdagen of 10 werkdagen)

€259,00 (10 werkdagen)/ 3 werkdagen €259,00 + €40,00
In het kort
Test 16 Genen en 17 Variaties

Procedure duurt ongeveer 3 of 10 werkdagen
Uitslag via beveiligde email
Fysieke pas inbegrepen
Als zorgkosten aftrekbaar

Het niFGo DNA Spoed Paspoort is ideaal voor als u of uw patiënt urgent een DNA analyse nodig heeft voor een Medicatie Match.
In het rapport wordt aan de hand waarvan het paspoort wordt opgesteld, ingegaan op de eventueel gevonden afwijkende activiteit bij het afbreken van medicijnen. In een bijlage bij dit rapport staan de relevante combinaties waarbij een relatie bestaat tussen de variatie in het gen en de medicatie.
Genen/variaties inzichtelijk op het DNA Spoed Paspoort
COMT, CYP1A2, CYP2B6, CYP2C9, CYP2C19, CYP2D6, CYP3A4, CYP3A5, ABCB1, DRD2, F2, F5, MTHFR677>T, OPRM1, SLCO1B1, SULT4A1, VCORC1.

Welke genen op het DNA-paspoort zijn belangrijk voor medicijngebruikers?

CACNA1S; variaties in het CACNA1S-gen kunnen een verhoogd risico geven op maligne hyperthermie, een ernstige reactie op bepaalde anesthetica, die vaak worden gebruikt tijdens operaties en andere invasieve procedures.
CFTR; mutaties in het CFTR-gen kunnen leiden tot ontregeling van het epitheel vochttransport in de longen, alvleesklier en andere organen. Dit kan cystische fibrose tot gevolg hebben.
COMT is betrokken bij de omzetting van zogenoemde stresshormonen, zoals dopamine en adrenaline. Variaties kunnen leiden tot verminderde activiteit en mogelijk hogere dopamineconcentraties in het bloed.
CYP1A2 speelt een rol bij het afbreken van antidepressiva. Roken en het eten van gebraden/gerookt vlees zijn van invloed op de activiteit van CYP1A2.
CYP2A6 is belangrijk voor de oxidatie van nicotine en cotinine. Variaties van het CYP2A6-gen zijn van invloed op de werking van Tegafur, Letrozol, Efavirenz, Valproïnezuur, Pilocarpine, Artemisinine, Artesunaat, Cafeïne en Tyrosol en een aantal cumarine-achtige alkaloïden.
CYP2B6; als antivirale middelen (Efavirenz en Nevirapine), antidepressiva (Bupropion) en pijnstillers (Ketamine en Ifosfamide) worden voorgeschreven, is het belangrijk om de activiteit van CYP2B6 te kennen.
CYP2C8 is betrokken is bij metabolisme van bepaalde medicijnen gericht tegen kanker en diabetes, en indirect ook bij het metabolisme van Diclofenac.
CYP2C9 is betrokken bij metabolisme van NSAID’s (o.a. Naproxen, Diclofenac en Ibuprofen), bloedsuikersverlagers (Tolbutamide, Glipizide, Glimepiride en Nateglinide), bloeddrukverlagers (Losartan en Irbesartan), antistollingsmiddelen (Acenocoumarol en Fenprocoumon) en het anti-epilecticum Fenytoïne.
CYP2C19; variaties in CYP2C19 zijn van invloed op de werking van antidepressiva (o.a. Imipramine, Citalopram en Escitalopram), maagbeschermingsmiddelen die behoren tot protonpompremmers (o.a. Lansoprazol, Esomeprazol, Omeprazol, Pantoprazol en Rabeprazol) en antistollingsmiddelen (o.a. Clopidogrel).
CYP2D6; bij ruim 25% van de medicijnen is de activiteit van dit gen belangrijk. Vooral bij gebruik van antidepressiva, antipsychotica, opioïden, tamoxifen en anti-aritmica. Daarbij wordt ook het aantal functionele kopieën getest. Bij meer dan 2 kopieën (standaard) is er namelijk sprake van een extra verhoogde activiteit.
CYP2E1; variaties in dit gen bepalen het effect van Paracetamol. Ook bij behandeling van diabetes en obesitas wordt gekeken naar de activiteit van dit gen.
CYP3A4 is betrokken bij het afbreken van veel medicijnen zoals opioïden, cholesterolverlagers, bloeddrukverlagers, immuunsuppressiva, middelen tegen kanker, kalmerende middelen, antibiotica en corticosteroïden. Bovendien is de activiteit van CYP3A4 belangrijk voor het ontgiften van galzuren, deactivatie van testosteron en gedeeltelijke degradatie van vitamine D.
CYP3A5; de activiteit van dit gen toont overlap met CYP3A4. Het niet tot expressie brengen van CYP3A5 in combinatie met een vertraagd CYP3A4-metabolisme, vermindert de werking van veel medicijnen. CYP3A5 is een enzym dat bij de westerse bevolking in het algemeen niet actief is, dus PM.
CYP4F2 regelt onder meer het metabolisme van vetzuren, vitamine E en de activatie van vitamine K. Een verminderde of geen activiteit van CYP4F2 kan in combinatie met de verminderde activiteit van CYP2C9 en VKORC1 leiden tot bijwerkingen bij gebruik van sommige bloeddrukverlagers (o.a. Aspirine).
DYPD; variaties kunnen leiden tot verhoogde intracellulaire giftige concentraties. Bijwerkingen als neutropenie, trombopenie en hand-voetsyndroom kunnen het gevolg zijn van een verminderde of afwezige activiteit van het gen. Vooral belangrijk bij gebruik van Fluorouracil en Capecitabine.
G6PD; een verminderde of geen activiteit is een erfelijke overdraagbare variatie die voornamelijk voorkomt bij mannen en die risico geeft op hemolytische anemie. Een G6PD-tekort komt veel voor onder de bevolking uit mediterrane landen, het Midden-Oosten en Azië.
GSTP1 is belangrijk voor het ontgiftingsproces en het antioxidantensysteem. GSTP1-methylering wordt in veel onderzoeken genoemd als een epigenetische marker voor vroege diagnose van prostaatkanker.
HLA-B*1502; HLA-genen beïnvloeden de werking van het immuunsysteem. Ze ondersteunen het immuunsysteem om lichaamsvreemde componenten (bacteriën en virussen) te herkennen en erop te reageren. Variaties kunnen leiden tot overgevoeligheidsreacties bij gebruik van Carbamazepine toename van bijwerkingen als gevolg.
IFNL3 is belangrijk voor het op gang brengen van ons afweersysteem tegen virussen. Voor mensen met chronische hepatitis C (HCV) is de activiteit van dit gen van belang voor het bepalen van de juiste medicatie.
MTRNR1 regelt de gevoeligheid voor insuline en is belangrijk voor onder meer de vochtbalans, concentraties van natrium, kalium en calcium en de bloedsuikerspiegel.
NAT1 en NAT2 regelen de reactie op de koppeling tussen lichaamseigen en lichaamsvreemde stoffen. Deze genen zijn belangrijk voor de werking van veel medicijnen omdat een acetylgroep aan een aminegroep binden. We onderscheiden trage acetyleerders (circa 60% van de westerse bevolking en 45% van de Afrikaanse en Aziatische bevolking) en snelle acetyleerders. Trage acetyleerders hebben een verhoogd risico op levertoxiciteit bij gebruik van Isoniazide en Hydralazine.
RYR1 is een enzym dat voornamelijk in skeletspieren wordt aangetroffen en is van invloed op de spierontwikkeling. Variaties in dit gen worden geassocieerd met vatbaarheid voor maligne hyperthermie.
SLCO1B1 is een belangrijk transport-gen en bepaalt in hoge mate het effect van statines. Een verminderde activiteit leidt tot afname van de hoeveelheid statine in de lever en toename van de plasmaconcentratie van de statine. Dit laatste geeft risico op myopathie (ernstige spierpijn) en een verhoogde waarde van kreatine.
TPMT is belangrijk voor het ontgiften van het lichaam en bepaalt de omzetting van Thiopurines (Azathioprine, 6-Mercaptopurine en Thioguanine). TPMT is ook een belangrijk gen voor aandoeningen, waarbij het afweersysteem een rol speelt zoals leukemie, de ziekte van Crohn en reumatoïde artritis.
UGT1A1 verwijdert slechte oestrogenen, hormonen, neurotransmitters, bepaalde medicijnen, schimmeltoxinen en kankerverwekkende toxines. Als deze stoffen niet goed worden geïnactiveerd en verwijderd, kunnen ze cel- en weefselbeschadiging veroorzaken. Een verminderde of geen activiteit van UGT1A1 zorgt dus voor een hogere concentratie van “afvalstoffen” en verhoogt daardoor de kans op bijwerkingen. De activiteit van UGT1A1 is onder andere bepalend voor de diagnose ziekte van Gilbert.
VKORC1 activeert vitamine K; belangrijk voor het regelen van bloedstolling. Een tekort aan vitamine K kan stollingsprocessen belemmeren. Een verminderde activiteit (45% van de westerse bevolking) leidt tot een minder goede bloedstolling en een verhoogde gevoeligheid voor bloedverdunners op basis van cumarine. Omdat antistollingsmedicatie nauwkeurig moet worden gedoseerd, is het belangrijk het genotype van zowel VKORC1 als CYP2C9 te kennen. Bloedverdunners op cumarinebasis zijn Acenocoumarol en Fenprocoumon. Andere veel voorgeschreven bloedverdunners zijn Acetylsalicylzuur en Ascal.
F2 (factor 2) codeert voor het eiwit protrombine, dat circuleert in de bloedstroom. Dit eiwit wordt pas actief bij bloedingen en vormt dan bloedstolsel om de bloeding te stoppen. Onder normale omstandigheden (geen bloedingen) is F2 dus niet actief (PM). Variaties in F2 geven risico op vorming van onnodig bloedstolsels.
F5 (factor 5) bevat instructies voor het aanmaken van coagulatiefactor V en de vorming van trombine en fibrine, die er voor zorgen dat het bloed op de juiste manier stolt. Variaties in het gen geven risico op embolie.
MTHFR regelt het foliumzuurmetabolisme; belangrijk voor veel lichaamsfuncties. Variaties in dit gen kunnen leiden tot een verlaagde activiteit en dus tot verhoogde waarde van homocysteïne. Hoge waarde van homocysteïne kan leiden tot irritaties aan de bloedvaten. In combinatie met F2- of F5-variaties, leidt dit tot een extra verhoogd risico op bloedstolsels.

Meer genetische testen:

DNA paspoort: minder risico ernstige bijwerking medicatieMijn Medicijngenen
Mijn Cannbisgenen
Mijn Vitamine D genen
Mijn Voedingsgenen
Mijn Fitnessgenen
Mijn Nutrigenen
Mijn Dieetgenen

DNA paspoort: minder risico ernstige bijwerking medicatieNIFGO DNA paspoort  en Caronavirus

Gebleken is dat het stollingssysteem bij het coronavirus permanent actief is. Normaal is het   stollingssysteem in ons lichaam namelijk niet actief. Veel corona-patiënten op de IC hebben te maken met tromboseklachten. Behandeling vindt onder meer plaats door het verstrekken van een dubbele dosis bloedverdunners. In het rapport bij het NIFGO DNA paspoort is standaard het tromboseprofiel opgenomen. Daarin wordt de activiteit van de genen F2, F5 en MTHFR getest. Op basis daarvan kan worden vastgesteld of er sprake is van een risico op veneuze trombose.

DNA paspoort: minder risico ernstige bijwerking medicatie

Met ingang van 1 januari 2020 wordt de DNA-kit waarmee wangslijmvlies wordt afgenomen vervangen door een DNA-kit waarmee speeksel wordt afgenomen. De nieuwe DNA-kit biedt geeft bij het testen direct een uitslag met een zeer hoge betrouwbaarheid. Bij de vorige DNA-kit moest vaak nog een tweede testronde worden gedaan om tot een zo hoog mogelijk betrouwbare uitslag te komen en dat kostte weer meer tijd.

DNA paspoort: minder risico ernstige bijwerking medicatieE-book: Voeding en medicijnen

In dit e-book en e-learning module worden de verschillende interacties tussen voeding en medicijnen behandeld. Zij bieden daarom waardevolle informatie voor artsen, praktijkondersteuners, apothekers, apothekersassistenten en diëtisten.

Titel e-book: Voeding en medicijnen
Subtitel: Interacties tussen voeding en medicijnen.
Druk: 1e druk, 2017
Reeks: Medicijnen (deel 1)
Copyright: © VoedingOnline – Zegveld. Alle rechten voorbehouden.
Auteur: M.A. Verheul-Koot, diëtist
ISBN: 978-94-90367-90-9
Aantal pagina’s: 430 (in PDF)
Uitgever: VoedingOnline

Toegang tot het e-book (voor abonnees):
Voeding en medicijnen
Bestellen van het PDF-bestand Voeding en medicijnen
Prijs: € 50 (excl. BTW).
Lezersbeoordeling: 97% goed – zeer goed

NHG-Farmacogenetica in de huisartsenpraktijk

DNA paspoort: minder risico ernstige bijwerking medicatieHet door farmacogenetisch onderzoek gevonden fenotype kan als contra-indicatie worden vastgelegd in het patiëntendossier in het Huisarts Informatie Systeem (HIS). Na het vastleggen toont het HIS  bij voorschrijven van een medicijn een concreet doseringsadvies op basis van het farmacogenetische profiel.  De apotheker kan de contra-indicatie ook vastleggen in het Apotheek Informatie Systeem (AIS). Langs deze weg is medicatiebewaking van huidige maar ook van toekomstige medicijnen gewaarborgd.

Natuurdiëtisten.nl