skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

DNA paspoort: minder risico ernstige bijwerking medicatie

10 tot 20 procent van alle patiënten loopt het risico dat geneesmiddelen niet goed werken doordat hun lever medicijnen verkeerd afbreekt. Dat kan ernstige, soms levensbedreigende gevolgen hebben. Die patiënten hebben minder of juist meer dan de standaard dosis nodig, maar zij weten dat meestal niet. Een dna-test kan uitsluitsel geven.

Ernstige bijwerkingen van medicijnen

Van alle acute ziekenhuisopnames wordt in Nederland 7 procent veroorzaakt door ernstige bijwerkingen van medicijnen. Anderzijds is maar 25 tot 60 procent van de geneesmiddelen effectief. Veel patiënten gebruiken medicijnen die bij hen helemaal niet werken. Die problemen hebben deels te maken met een afwijkende werking van de lever, aldus de Rotterdamse hoogleraar farmacogenetica Ron van Schaik.

Afwijkende werking van de lever (CYP-enzymen)

Medicijnen worden in de lever afgebroken door tientallen enzymen (CYP enzymen). Steekproeven onder de bevolking wijzen uit dat mensen van een bepaald enzym te weinig of juist te veel kunnen hebben. Daardoor komt een geneesmiddel in een te lage of te hoge concentratie in hun bloed terecht. Met een dna-analyse kan per patiënt op een rijtje worden gezet wat de activiteit is van de lever(CYP)enzymen en dus wat voor ieder geneesmiddel de omzettingssnelheid is.

Dat gebeurt nu vaak pas als een patiënt ernstige bijwerkingen van een medicijn ondervindt. Van Schaik vindt het hoog tijd voor preventie: alle Nederlanders zouden een paspoort moeten hebben van de vijf belangrijkste leverenzymen, zegt hij. Die zetten samen 60 procent van de geneesmiddelen om en iedereen krijgt ooit met een van die middelen te maken, zegt hij. Het gaat om onder meer antidepressiva, bètablokkers en pijnstillers.

Geneesmiddelen worden in de lever afgebroken door CYP-enzymen

Het LUMC in Leiden gaat als eerste ziekenhuis informatie uit het dna-profiel van patiënten in het elektronische voorschrijfsysteem zetten, om de werking van medicijnen te verbeteren. Geneesmiddelen worden in de lever afgebroken door CYP-enzymen en de snelheid waarmee dat gebeurt, hangt af van dna-variaties. De ene patiënt heeft van een bepaald middel meer nodig dan de ander, of kan gebaat zijn bij een heel ander medicijn.
Vooral bij de enzymen CYPP2C9, CYP2C19 en CYP2D6 kunnen genetische veranderingen en variaties een rol spelen.

Het cytochroom-P450 (CYP) enzymsysteem van de lever is betrokken bij het metabolisme en de eliminatie van bijna alle reguliere geneesmiddelen, maar ook van alternatieve geneesmiddelen (zoals vitaminesupplementen, kruiden, etc.). De capaciteit van het systeem verschilt van persoon tot persoon. Dit leidt ertoe, dat niet iedereen op een bepaalde dosis van een (genees)middel hetzelfde reageert.

Cytochroom P450 (CYP 450)

Cytochroom P450 (CYP 450) is een enzymgroep die uit circa vijftig verschillende enzymen bestaat. De enzymen zijn ingedeeld in families en subfamilies op basis van hun aminozuurstructuur. De nomenclatuur bij de naamgeving is als volgt: voor bijvoorbeeld het enzym CYP3A4 beschrijft de 3 de familie, A de subfamilie en 4 het individuele gen. Soms is er op internet bij de beschrijving van medicatie de mate van belasting voor de diverse CYP enzymen te vinden. We noemen een aantal bekende enzymen waar onderzoeksgegevens over bekend zijn. De CYP450 enzymen CYP1A2, CYP2C9, CYP2C19, CYP2D6 en het al genoemde CYP3A4 zijn de belangrijkste enzymen in het metabolisme van geneesmiddelen. Dit laatste enzym neemt ca. 40-50% van alle geneesmiddelen voor zijn rekening.

Tot nu toe vindt dna-onderzoek bij patiënten pas plaats als zij ernstige bijwerkingen van een medicijn ondervinden. Vorig jaar gebeurde dat bij enkele duizenden patiënten. Het LUMC gaat nu voor het eerst aan preventie doen, vertelt klinisch geneticus Marjolein Kriek. Patiënten bij wie het dna om een medische reden wordt geanalyseerd, kunnen toestemming geven die informatie in hun elektronisch patiëntendossier op te nemen.

Het gaat dan bijvoorbeeld om kinderen met een aangeboren afwijking en hun ouders. ‘Het is een extra service. We hebben die informatie toch, dus waarom zouden we die niet gebruiken?’, aldus Kriek. Het LUMC heeft nu van ruim vierhonderd patiënten het dna-profiel opgeslagen. Zodra zij in de toekomst een medicijn krijgen voorgeschreven dat op basis van hun dna tot problemen kan leiden, krijgt de arts automatisch een waarschuwing.

Afbraaksnelheid

In het dna-profiel draait het om de genen die zijn betrokken bij de activiteit van enzymen in de lever. Tien daarvan zijn van groot belang bij afbraak of omzetting van bepaalde geneesmiddelen. Fabrikanten gaan bij de ontwikkeling van een medicijn uit van de gemiddelde afbraaksnelheid. Maar van alle Nederlanders heeft 95 procent een variant in de genen die leidt tot een andere omzetsnelheid, zegt de Leidse ziekenhuisapotheker Jesse Swen.

Krijgen zij een geneesmiddel waarvan bij hen nu net het betrokken CYP-enzym afwijkt, dan kan een medicijn in te hoge of te lage concentratie in hun bloed terechtkomen. Gevolg: het middel werkt niet of minder snel, een middel geeft meer bijwerkingen of is zelfs gevaarlijk. Zo is wereldwijd een aantal jonge kinderen overleden na het gebruik van de pijnstiller codeïne die, als gevolg van een erfelijke aanleg, in hun lever te snel was omgezet. Als van alle Nederlanders die farmacogenetische informatie bekend zou zijn, zouden jaarlijks 200 duizend recepten moeten worden aangepast, zegt Swen.

Volgens Ron van Schaik, hoogleraar farmacogenetica in het ErasmusMC, overwegen andere ziekenhuizen het Leidse voorbeeld te volgen. Een groot Europees onderzoek, onder leiding van het LUMC, moet uitwijzen of het afstemmen van medicijnen op het dna van patiënten tot minder bijwerkingen leidt en kosteneffectief is.

Onderzoekers in tien landen testen achtduizend patiënten en passen bij de helft het recept aan op basis van de testuitslag. Zij vergelijken de uitkomsten met een groep bij wie het recept niet is aangepast. Nu is er vooral sporadisch bewijs, zegt Swen, over combinaties van genen en specifieke geneesmiddelen. Als straks blijkt dat genetisch onderzoek een meerwaarde heeft bij medicijngebruik, zegt hoogleraar Van Schaik, is dat een stevige grond om van patiënten vaker een dna-paspoort te maken.

Iedere apotheker en arts in Nederland heeft toegang tot de KNMP-Kennisbank en de zogenaamde G-standaard. Daarin is te vinden welke geneesmiddelen op welke wijze qua dosering moeten worden aangepast op basis van uw profiel. Indien de apotheker uw DNA profiel opneemt in het systeem, zal er automatisch medicatiebewaking plaatsvinden op basis van uw DNA informatie.

Wordt het vergoed?

In gesprekken met diverse zorgverzekeraars is aangegeven dat Farmacogenetische analyses in het kader van geconstateerde bijwerkingen of ineffectiviteit in principe vergoed worden. Dit kan mogelijk van verzekeraar tot verzekeraar verschillen, dus handig om dit even na te vragen. Een test gaat mogelijk wel van uw eigen risico af. Voor screening (aanvraag van een DNA test voordat u met medicatie begint) is het niet altijd duidelijk of dit wordt vergoed. Hiervoor verwijzen wij u naar uw zorgverzekeraar.

De laboratoria die vermeld staan op deze site zijn onderdeel van het Netwerk Klinische Farmacogenetica Nederland. Dit houdt in dat zij proberen zo goed mogelijk de diagnostiek op dit gebied af te stemmen op de meest recente stand van zaken. Er kunnen kleine verschillen bestaan in het aantal testen dat wordt aangeboden, het aantal variaties van een enzym dat bepaald wordt, en de prijs.

NIFGO: Nederlands Instituut voor Farmaco Genetisch Onderzoek

Het NIFGO geeft DNA-paspoorten uit. Op deze paspoorten staat het farmacogenetisch profiel. Het farmacogenetisch profiel geeft aan hoe bepaalde enzymen in het lichaam medicijnen opnemen en afbreken.

Bij een (zeer) snelle metabolisatie (omzetting in de stofwisseling) werkt het medicijn mogelijk niet of minder lang. In zo’n geval kan een hogere dosering nodig zijn of zelfs een ander medicijn. Bij een (extreem)trage omzetting in de stofwisseling zien we vaak veel en heftige bijwerkingen. Op de DNA-paspoorten staat per gen de activiteit van de stofwisseling (fenotype) aangegeven en op welke gen varianten is getest.

We onderscheiden de volgende fenotypes:

EM = normale omzetting in de stofwisseling
IM = verlaagde omzetting in de stofwisseling
UM = zeer snelle omzetting in de stofwisseling
PM= langzame omzetting in de stofwisseling

Het NIFGO DNA-paspoort Panel Pro

Het NIFGO DNA-paspoort Panel Pro (€ 295; prijspeil 2018) is op dit moment het meest uitgebreide farmacogenetische profiel dat in Nederland verkrijgbaar is. In het rapport, aan de hand waarvan dit paspoort wordt opgesteld, wordt ingegaan op de eventueel gevonden afwijkende activiteit bij het afbreken van medicijnen. Dit rapport wordt meegestuurd.

De genen op dit paspoort bevatten: ABCB1, COMT, CYP1A2, CYP2B6, CYP2C9, CYP2C19, CYP2D6, CYP3A4, CYP3A5, DYPD, HLA-B, MTHFR, OPMR1, SLCO1B1, TPMT, UGT1A1 en VKORC1.
Dit genetisch profiel ligt vast en verandert niet tijdens uw leven.

Commentaar Natuurdiëtisten Nederland

De meeste medicijnen hebben bijwerkingen, soms zelfs heel ernstige. Of een medicijn werkt niet goed. Recente onderzoeken tonen vaak opzienbarende cijfers. Zo’n 22% van de medicijngebruikers merkt geen effect bij de standaarddosering. Zo’n 30% van de medicijngebruikers meldt min of meer ernstige bijwerkingen. Amerikaans onderzoek toonde aan dat 6,5% van de ziekenhuisopnames komt door bijwerkingen. Een farmacogenetisch onderzoek geeft uitsluitsel. Medicijnen voorschrijven op basis van het individuele DNA-profiel vermindert de kans op bijwerkingen en geeft zekerheid over de werking van een medicijn.

Cannabis

Vaak worden meer medicijnen tegelijk voorgeschreven. Maar de werking van het ene medicijn kan de werking van een ander medicijn tegenwerken. Het ene medicijn doet dan wat het moet doen, maar verhindert, dat het andere medicijn goed werkt. De meest voorkomende bijwerkingen zijn maagklachten, zoals zuurbranden, opgeblazen gevoel en misselijkheid. Maar ook hoofdpijn, duizeligheid of erge vermoeidheid zijn veel voorkomende bijwerkingen, die vaak niet nodig zijn.

Overigens kunnen ook complementaire middelen (waaronder voedingssupplementen, kruidenextracten, etc.) bijwerkingen hebben omdat de CYP enzymen erdoor geactiveerd of vertraagd worden. Onderzoek daarna is pas recent goed op gang gekomen. Sommige voeding heeft een positieve werking op de CYP enzymen.

In het CYP-enzymen overzicht geven wij een kort overzicht van wat er nu over bekend is.

 

 

 

 

Marijke de Waal Malefijt

E-book: Voeding en medicijnen

In dit e-book en e-learning module worden de verschillende interacties tussen voeding en medicijnen behandeld. Zij bieden daarom waardevolle informatie voor artsen, praktijkondersteuners, apothekers, apothekersassistenten en diëtisten.

Titel e-book: Voeding en medicijnen
Subtitel: Interacties tussen voeding en medicijnen.
Druk: 1e druk, 2017
Reeks: Medicijnen (deel 1)
Copyright: © VoedingOnline – Zegveld. Alle rechten voorbehouden.
Auteur: M.A. Verheul-Koot, diëtist
ISBN: 978-94-90367-90-9
Aantal pagina’s: 430 (in PDF)
Uitgever: VoedingOnline

Toegang tot het e-book (voor abonnees):
Voeding en medicijnen
Bestellen van het PDF-bestand Voeding en medicijnen
Prijs: € 50 (excl. BTW).
Lezersbeoordeling: 97% goed – zeer goed

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen