skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Een ernstig onderschatte bron van kwikbelasting voor de mens vormt het amalgaam in de vullingen van tanden en kiezen. Amalgaam bestaat gemiddeld voor 50% uit metallisch kwik, 35% zilver, 13% tin, 2% koper en geringe hoeveelheden indium, zink en palladium. Door verdamping (hitte), mechanische druk (kauwen, poetsen) en chemische invloeden (speeksel, zuren) kunnen substantiële hoeveelheden kwik vrijkomen uit amalgaamvullingen.

Nieuwe studies

Recente studies hebben met behulp van elektronenmicroscopische beelden en elektrochemische proeven gedemonstreerd, dat kwik uit het amalgaam corrodeert en in het speeksel oplost als vrije ionen. Bij een persoon met bijvoorbeeld acht occlusale amalgaamvullingen komt per dag minimaal 30 mcg kwik vrij in de mond, waarvan een deel wordt ingeademd en ingeslikt.
Deze waarde kan oplopen tot 125 mcg per dag.

Daarentegen bedraagt de opname van kwik uit de voeding en het milieu slechts 2,5 mcg tot 10 mcg per dag. Sommige vissoorten kunnen echter tot 100 mcg kwik per 100 gram bevatten, maar amalgaam blijft voor vele personen de grootste kwikbron, waaruit bovendien over langere perioden continu hoeveelheden kwik vrijkomt, die chronische toxicologische problemen kunnen veroorzaken. De halfwaarde tijd van kwik in het lichaam varieert van meerdere maanden tot vele jaren.

Kwik veroorzaker van veel klachten

Kwik dat wordt ingeslikt, kan in de vorm van vrije ionen of kwikoxide de maag bereiken. In de maag kan kwik met zoutzuur deels reageren tot kwikchloride. In de darmen wordt kwikchloride door anaërobe bacteriën gemethyleerd tot dimethylkwik. In de mondholte kan kwik overigens in geringe mate al door bacteriën gemethyleerd worden.

Methylkwik is van groot toxicologisch belang. Het wordt namelijk voor meer dan 90% vanuit de darmen opgenomen in de bloed- en lymfecirculatie, passeert gemakkelijk de hersen- en placentabarrière en accumuleert voornamelijk in de lipiderijke (vetrijke) delen van het zenuwstelsel, waar het zijn voornaamste toxische effecten uitoefent. In de cellen ondergaat methylkwik een biotransformatie, waarbij de koolstof-kwikband verbroken wordt en er kwikverbindingen zoals kwikoxide en kwikchloride ontstaan.

Effect op de darmflora

Microbiologen veronderstellen dat zowel methylkwik als kwikzouten de samenstelling van een gezonde darmflora kunnen verstoren, de resistentie tegen antibiotica bevorderen en de opportune overgroei van schimmels en gisten (o.a. Candida albicans) stimuleren. In de darm kan kwik spijsverteringsstoornissen en (chronische) diarree veroorzaken.

Vele toxicologische studies hebben in de afgelopen decennia aangetoond, dat (methyl-)kwik diverse neurotoxische en andere nadelige effecten op de gezondheid heeft, zoals: verdoofd gevoel in de ledematen, tintelingen rond de mond en de lippen, hartritmestoornissen, verwardheid, depressiviteit, snel geïrriteerd raken, moeite met articuleren van woorden, neurasthenie, chronische vermoeidheid, concentratiezwakte, onhandigheid, gehoor- en gezichtsstoornissen, onvruchtbaarheid, verhoogde cholesterolwaarden, immuunzwakte, allergieën en auto-immuniteit. Methylkwik kan bovendien chromosomale afwijkingen veroorzaken.

Chlorophyl als redder in nood

Chlorophyl is het groene pigment in planten en wordt in iets gewijzigde vorm ook in bepaalde bacteriën aangetroffen. In meerdere studies bij mens en dier is gedemonstreerd, dat chlorophyl een uitstekende chelator (binden van metaalionen) is van zware metalen en de uitscheiding daarvan via de urine en faeces opvallend kan verhogen. Volgens sommige deskundigen zou chlorophyl ook beschikken over ontgiftende, antioxidatieve en antimutagene eigenschappen. In een studie uit 2005 van de Wageningen Universiteit is aangetoond dat natuurlijke chlorophyl het ontstaan van darmkanker (colonkanker) veroorzaakt door toxiciteit (giftigheid) van heemgroepen uit rood vlees bij ratten kan afremmen.

Zware-metaalbelastingen bij de mens kunnen onder meer het gevolg zijn van cadmium uit sigarettenrook en kwik zoals hierboven beschreven staat uit amalgaanvullingen in het gebit. Een amalgaamvulling bestaat circa 40-50% uit kwik (aangevuld met zilver, tin, koper en zink). Het kwik dat uit deze vullingen vrijkomt, migreert door het gehele lichaam en bindt zich aan moleculen en structuren die zwavel bevatten, zoals glutathion, cysteïne, de zwavelatomen in o.a. vitamine B1, biotine en liponzuur, diverse eiwitten, enzymen en celreceptoren.
Kwik heeft een zeer grote chemische affiniteit voor zwavel. Van de vitaminen is a-liponzuur extra gevoelig voor inactivatie door kwik. Liponzuur bevat namelijk twee zwavelatomen
Ook zogenaamde imino-stikstof-verbindingen, zoals die voorkomen in nucleotidenbasen van het DNA, reageren gemakkelijk met kwik. Kwik kan daarom vele aspecten van de biochemie verstoren. Door hun grote oppervlakte vormen de darmen een groot reservoir voor kwik. De samenstelling van de darmflora en de spijsvertering kunnen drastisch verstoord geraken door kwik.

Literatuur en links:

Literatuur chlorophyl:
1) Moran LA, Scrimgeour KG: Biochemistry, second edition. ISBN 0-13-814443-5.
2) Lorscheider FL, Vimy MJ, Summers AO: Mercury exposure from “silver” tooth fillings: emerging evidence questions a traditional dental paradigm. FASEB J. 1995; 9:504-8.
3) Neault J.F., Tajmir-Riahi H.A.: Structural Analysis of DNA-Chlorophyll Complexex by Fourier Transform Infrared Difference Spectroscopy. Biophysical Journal, Vol. 76, April 1999, pp. 2177-2182.
4) De Vogel J. et al: Natural Chlorophyll but Not Chlorophyllin Prevents Heme-Induced Cytotoxic and Hyperproliverative Effects in Rat Colon.

Literatuur kwik:
1) Lorscheider FL, Vimy MJ, Summers A:. Mercury exposure form “silver” tooth fillings: emerging evidence questions a traditional dental paradigm. FASEB J. 9:504-508, 1995.
2) Aposhian HV, Bruce DC, Alter W, et al: Urinary mercury after administration of 2,3-dimercaptopropane-1-sulfonic acid: Correlation with dental amalgam score. FASEB J. 6:2472-2476, 1992.
3) Rowland, IR: The interaction of the gut flora with metal compounds. In: Hill MJ (editor) “Role of gut bacteria in human toxicology and pharmacology” pp. 197-211, 1995. ISBN 07-484-0110-5.
4) Abdulla M, Ishe I: The formation of methylmercury form amalgam by the intestinal flora. Scandinavian J. of Gastroenterology 8, p. 565, 1973.
5) Goyer RA: The toxic effects of metals. In: Klaassen CD (editor) Casarett and Doull’s Toxicology, fifth edition, pp. 691-736, 1996, ISBN 0-07-105476-6.
6) Daunderer M: Toxicologische Einzelstoffinformationen: Amalgam. In: Handbuch für Umweltgifte III:3, 128 pp., 1990.
7) Packer L, Roy S: a-Lipoic Acid: A Metabolic Antioxidant and Potential Redox Modulator of Transcription. Advances in Pharmacoloy 18: 79-101, 1997.
8) Echeverria D, Aposhian HV, Woods JS: Neurobehavioral effects from exposure to dental amalgam Hg0: new distinctions between recent exposures and Hg body burden. FASEB J. 12(11):971-980, 1998.
9) Cotgreave IA: N-Acetylcysteine: Pharmalogical Considerations and Experimental and Clinical Applications. Advances in Pharmacology 38:205-227, 1997.
10) Stejskal J, Stejskal V: The role of metals in autoimmunity and the link to neuroendocrinology. Neuroendocrinology Letters 20:351-364, 1999.
11) Berlin M: Mercury. In: Handbook on Toxicology of Metals, pp. 503-530, 1979, Elsevier.
12) Syverson TLM: Effects of methyl mercury on rat brain protein synthesis, Ph.D. thesis University of Trondheim, 1982.
13) Stejskal V, Danersund A, Lindvall A, Hudecek R, Nordman V, Yaqob A, Mayer W, Bieger W, Lindh U: Metal-specific lymphocytes: biomarkers of sensitivy in man. Neuroendocrinology Letters 20: 289-298, 1999.
14) Vimy MJ: Toxic Teeth: The Chronic Mercury Poisoning of Modern Man. Chemistry & Industry Jan. 2, pp. 14-17, 1995.
15) Rayman MP: The importance of selenium to human health. The Lancet 356:233-241, 2000.
16) Rayman MP: Dietary selenium: time to act. British Medical Journal 314:387-388, 1997.
17) Drash G, Schlosser C: Content of non-mercury-associated selenium in human tissues. Biological Trace Elements Research 77(3):219-230, 2000.
18) Gailer J, George GN: Structural basis of the antagonism between mercury and selenium in mammals. Chemical Research in Toxicology 13(11):1135-1142, 2000.