skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Deel 1; Voedingsadviezen bij pre-eclampsie

Pre-eclampsie is een ziektebeeld waarbij de centrale kenmerken verhoogde bloeddruk en eiwitverlies in de urine zijn. Het treedt op na de 20e week van de zwangerschap en kan als het niet wordt behandeld overgaan in eclampsie of zwangerschapsstuipen.

Pre-eclamspie en eclampsie kunnen leiden tot ernstige complicaties bij de moeder, zoals het HELLP-syndroom, bloedingen of ruptuur van de lever, longoedeem, Acute Respiratory Distress Syndroom (ARDS), nierfalen en overlijden. Bij de baby kan het overlijden voor de bevalling, vroeggeboorte en groeiachterstand veroorzaken.

Op de lange termijn blijken vrouwen na het doormaken van pre-eclampsie bovendien een hogere kans te hebben op postnatale bloedingen, een verhoogde bloeddruk, hart- en vaatziekten, diabetes mellitus, neurologische aandoeningen en vroegtijdig overlijden.

Laaggradige ontstekingsreactie

Meerdere factoren lijken een rol te spelen bij het ontstaan van pre-eclampsie en eclampsie. Tijdens de zwangerschap is er normaal gesproken al sprake van een laaggradige, systemische ontstekingsreactie. Deze is verder verhoogd tijdens pre-eclampsie.

De gevolgen van deze laaggradige ontstekingsreactie voor het lichaam zijn o.a. een verstoorde endotheelfunctie (vaatwandfunctie), activatie van leucocyten (witte bloedcellen), bloedplaatjes en de bloedstolling en een verhoogde productie van vrije radicalen en insuline-resistentie. Factoren die het risico op pre-eclampsie en eclampsie verhogen zijn o.a. een:
1. Tekort aan vitamine D en calcium
2. Hoog homocysteïnegehalte
3. Oxidatieve stress/gebrek aan anti-oxidanten
4. Tekort aan omega-3 vetzuren
5. Een verhoogde verhouding tussen omega-6/omega-3 vetzuren
6. Overgewicht
7. Hyperinsulinisme, insulineresistentie en diabetes-type 2
8. Roken

De rol van vitamine D bij pre-eclampsie

Vitamine D blijkt een belangrijke rol te spelen in het ontstaan en beloop van pre-eclampsie. Vrouwen met een vitamine D-spiegel < 50 nmol/L en een verhoogde hoeveelheid bijschildklierhormoon in het bloed (een gevolg van vitamine D-insufficiëntie) hadden een bijna drie maal hogere kans om preeclampsie te ontwikkelen.

Vrouwen die een vroeg optredende, ernstige preeclampsie ontwikkelen hebben lagere vitamine D-spiegels dan gezonde vrouwen. Bij vrouwen met vroeg optredende, ernstige preeclampsie gaat een tekort aan vitamine D gepaard met een grotere groeiachterstand bij het kind. Een tekort aan vitamine D (<75 nmol/L) gaat gepaard met een hogere systolische en diastolische bloeddruk bij vrouwen met zwangerschapsdiabetes.

Calciumtekort

Diverse epidemiologische studies laten een relatie zien tussen een lage calciuminname en pre-eclampsie. Deze observaties leidde tot de hypothese, dat het aantal gevallen van pre-eclampsie bij vrouwen met een lage calciuminname kan worden verminderd door suppletie met calcium.

Een Cochrane review van 11 studies uitgevoerd onder 6894 vrouwen toont een reductie van 32% in de incidentie van pre-eclampsie aan door calciumsuppletie. Daarentegen verlaagde calciumsuppletie bij vrouwen met een toereikende calciuminname het risico op pre-eclampsie niet.

Hoog homocysteïnegehalte

Een te hoog homocysteïnegehalte in het bloed wordt in verband gebracht met een groot aantal zwangerschapsproblemen, zoals miskramen, vroeggeboortes, pre-eclampsie, groeivertraging, een laag geboortegewicht en aangeboren afwijkingen bij de baby, zoals een open ruggetjes, aangeboren hartafwijkingen, hazenlip, open schedel en het syndroom van Down.

In de Hordalan Homocysteine Studie  is gekeken naar de relatie tussen homocysteïne en pre-eclampsie. Hieruit bleek dat de vrouwen met de hoogste homocysteïnewaardes 32% meer risico hadden op het ontwikkelen van pre-eclampsie dan vrouwen met de laagste homocysteïnewaardes.

Als bovengrens voor een normale homocysteïnegehalte wordt in Nederland vaak een (nuchtere)waarde van 12-16 micromol per liter gehanteerd. Het blijkt hier echter niet te gaan om een grenswaarde waarboven een schadelijk effect te verwachten valt. Elke stijging boven een ideale waarde van rond de 6 laat het risico op gezondheidsproblemen verder stijgen.

Oxidatieve stress

Eén van de ontregelingen die bij pre-eclampsie een belangrijke rol speelt, is de verhoogde oxidatieve stress. Oxidatieve stress ontstaat wanneer de hoeveelheid reactieve zuurstofdeeltjes (ROS) de natuurlijke anti-oxidantcapaciteit van het lichaam overstijgt. Voeding kan de mate van oxidatieve stress op een aantal manieren beïnvloeden.

Het kan het aanbod van vrije radicalen en antioxidanten in het lichaam verhogen of verlagen. Daarnaast kan het een bron zijn van grondstoffen voor de productie van geoxideerde vetzuren. Een vetrijke voeding, vooral rijk aan meervoudig onverzadigde vet, verhoogt namelijk de productie van geoxideerde vetzuren, de lipideperoxides.

In een aantal studies zijn de malondialdehydeconcentraties in het bloed van vrouwen met pre-eclampsie gemeten. Malondialdehyde is een marker voor de hoeveelheid oxidatieve stress. De concentratie bleek bij deze vrouwen duidelijk verhoogd.

De hoeveelheid oxidatieve stress wordt o.a. beïnvloed door de hoeveelheid antioxidanten in het lichaam. Uit diverse onderzoeken komt naar voren dat vrouwen met pre-eclampsie verlaagde bloedspiegels van vitamine C hebben.

Het vitamine E-gehalte blijkt bij deze groep vrouwen in sommige studies verlaagd te zijn, maar niet in alle studies. Onduidelijk is nog of de verlaagde vitamine C- en E-gehaltes een oorzaak of gevolg zijn van pre-eclampsie. Er is meer onderzoek nodig naar de rol van antioxidanten bij het ontstaan en het behandelen van pre-eclampsie

Verstoorde vetzuurbalans

Vanwege de effecten van vetzuren op de endotheelfunctie van de bloedvaten, bloedstolling en bloedplaatjes is er bij onderzoekers veel aandacht voor de rol van vetzuren bij pre-eclampsie.

In een aantal onderzoeken komt naar voren dat zwangere vrouwen met een hoge inname van omega-6 vetzuren meer risico lopen om later pre-eclampsie te ontwikkelen. Het vermoeden is dat de omega-3 vetzuren uit vette vis juiste een preventieve werking hebben.

Omega-3 vetzuren spelen niet alleen een rol bij de vorming van foetaal weefsel, maar zou ook de prostagladinesynthese kunnen veranderen ten voordele van de vaatverwijdende en bloedverdunnende eicosanoïden. Studies naar omega-3 vetzuren lieten zien dat vrouwen met pre-eclampsie lagere waardes omega-3 vetzuren EPA, DHA en ALA in de rode bloedcellen hadden dan vrouwen zonder pre-eclampsie.

Ook hierbij is de vraag of de verhoogde omega-6 vetzuurwaardes en de verlaagde omega-3 vetzurenwaardes oorzaak of gevolg van de pre-eclampsie zijn. Tot op heden hebben studies met de suppletie van visolie al of niet in combinatie met teunisbloemolie of borageolie tijdens de zwangerschap geen risicoverlagend effect laten zien. Meer onderzoek is nodig om meer duidelijkheid te krijgen over de rol van omega-3 en 6 vetzuren bij het voorkomen van pre-eclampsie.

Overgewicht

Een te hoog lichaamsgewicht tijdens de zwangerschap verhoogt het risico op gezondheidsproblemen bij moeder en kind, waaronder (pre-)eclampsie. Bij overgewicht is er veelal sprake van hyperinsulinisme/insulineresistentie en verhoogde oxidatieve stress. Beiden zijn een risicofactor voor (pre-)eclampsie.

Hyperinsulinisme, insulineresistentie en diabetes-type 2 zijn een onafhankelijke risicofactor voor het ontstaan van pre-eclampsie. Deze aandoeningen gaan bovendien gepaard met verhoogde oxidatieve stress en veelal een verhoogde bloeddruk en homoysteïnegehalte, waardoor het risico verder stijgt.

Meer informatie en individueel advies

Verder kan een natuurdiëtist gespecialiseerd in voeding en zwangerschap samen met u alle risicofactoren voor pre-eclampsie doorlopen. Zo nodig kan hij/zij nutriëntenonderzoek aanvragen om meer zicht op de risicofactoren en uw voedingsstatus te krijgen.

Op basis hiervan kan hij/zij een voedings- en supplementadvies op maat voor u maken. Hierbij wordt rekening gehouden met uw risicofactoren, constitutie, lichamelijke conditie, eet- en leefstijl en medicijngebruik.
Zie ook deel 2 van dit artikel.
Tanja Visser, natuurdietist, www.dieetcare.nl

Literatuur en links:

Meer informatie over een gezonde voeding tijdens de zwangerschap vindt u de brochure ‘Natuurlijke voeding tijdens de zwangerschap’ en in de syllabus voor professionals ‘Natuurlijke voeding bij een zwangerschap(swens)’, zie http://www.dieetcare.nl/publications_list.ph

(1) Anne Lise Brantsæter, Ronny Myhre, Margaretha Haugen, Solveig Myking, Verena Sengpiel, Per Magnus, Bo Jacobsson, and Helle Margrete Meltzer. Intake of Probiotic Food and Risk of Preeclampsia in Primiparous Women: The Norwegian Mother and Child Cohort Study. Am. J. Epidemiol., 2011; 174: 807 – 815

(2) Artsenwijzer Dietetiek, 4e herziene druk mei 2010, Nederlandse Vereniging Van Dietisten.

(3) Backes CH, Markham K, Moorehead P, Cordero L, Nankervis CA, Giannone PJ. Maternal preeclampsia and neonatal outcomes. J Pregnancy. 2011;2011:214365Duley L. Pre-eclampsia and the hypertensive disorders of pregnancy. Br Med Bull. 2003;67:161–176

(4) Carty DM, Delles C, Dominiczak AF. Preeclampsia and future maternal health. J Hypertens. 2010;28:1349–1355

(5) Fariba Aghajafari, Tharsiya Nagulesapillai, Paul E Ronksley, Suzanne C Tough, Maeve O’Beirne, and Doreen M Rabi. Association between maternal serum 25-hydroxyvitamin D level and pregnancy and neonatal outcomes: systematic review and meta-analysis of observational studies. BMJ 2013; 346: f1169

(6) Freeman DJ, McManus F, Brown EA, Cherry L, Norrie J, Ramsay JE, Clark P, Walker ID, Sattar N, Greer IA. Short- and long-term changes in plasma inflammatory markers associated with preeclampsia. Hypertension. 2004;44:708–714

(7) Ghulmiyyah L, Sibai B. Maternal mortality from preeclampsia/eclampsia. Semin Perinatol. 2012;36:56–59

(8) Harsem NK, Braekke K, Staff AC. Augmented oxidative stress as well as antioxidant capacity in maternal circulation in preeclampsia. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol. 2006;128:209–215
Hollis BW. Vitamin D requirement during pregnancy and lactation. J. Bone Miner. Res. 2007;22(2):V39–V44

(9) Hubel CA, Roberts JM, Taylor RN, Musci TJ, Rogers GM, McLaughlin MK. Lipid peroxidation in pregnancy: new perspectives on preeclampsia. Am J Obstet Gynecol. 1989;161:1025–1034

(10) Mehendale S. et al, Int. Journal of Gynecology & Obstetrics vol 100, issue 3, 2008: 234-238

(11) Redman CW, Sargent IL. Placental stress and pre-eclampsia: a revised view. Placenta. 2009;30 :S38–S42

(12) Redman CW, Sacks GP, Sargent IL. Preeclampsia: an excessive maternal inflammatory response to pregnancy. Am J Obstet Gynecol 1999;1800:499–506

(13) Roberts J.M. et al, Nutrient Involvement in preeclampsia, J. Nutr. May 1 2003; 5: 1684S-1692S.

(14) CJ Robinson, MC Alanis, CL Wagner, BW Hollis, and DD Johnson. Plasma 25-hydroxyvitamin D levels in early-onset severe preeclampsia. Am J Obstet Gynecol, October 1, 2010; 203(4): 366.e1-6

(15) CJ Robinson, CL Wagner, BW Hollis, JE Baatz, and DD Johnson. Maternal vitamin D and fetal growth in early-onset severe preeclampsia. Am J Obstet Gynecol, June 1, 2011; 204(6): 556.e1-4

(16) Theresa O Scholl, Xinhua Chen, and T Peter Stein. Vitamin D, secondary hyperparathyroidism, and preeclampsia. Am J Clin Nutr 2013;98:787-793

(17) Teran E, Escudero C, Moya W, Flores M, Vallance P, Lopez-Jaramillo P. Elevated C-reactive protein and pro-inflammatory cytokines in Andean women with pre-eclampsia. Int J Gynaecol Obstet. 2001;75:243–249

(18) Vollset S.E. et al, Plasma total homocysteine, pregnancy complications, and adverse pregnancy outcomes: the Hordaland Homocysteine Study, Am. J. Clin. Nutr. 2000;71: 962-8