skip to Main Content
Kenniscentrum - sinds 2005 - met ruim 2000 artikelen over gezondheid!BEKIJK ALLE ONDERWERPEN

Postnatale Depletie Syndroom

Na de bevalling wordt weinig aandacht geschonken aan de hormonale disbalansen die van nature en door de omgeving ontstaan. Voordat er sprake is van een postpartum depressie, postpartum angststoornis of burn-out zijn er preventieve interventies mogelijk. ‘Postnatale depletie’ biedt daar een kader voor.

Aandacht voor de gezondheid van moeders

Voor de herstelperiode na een vaginale bevalling wordt rekening gehouden met 6-12 weken. Terwijl recent onderzoek laat zien dat vrouwen -in afwezigheid van complicaties- minimaal een jaar nodig hebben. De meest voorkomende aandoening van het nieuwe moederschap is een postpartum depressie, iets wat in 1 op de 10 gevallen voorkomt.

Naast een postpartum depressie, komen postpartum angststoornissen en burn-out ook voor. Voor deze aandoeningen is nog maar weinig erkenning en er is minder bekend over hoe vaak dit voorkomt. In alle gevallen is er veel winst te behalen wanneer er ruimte wordt gemaakt voor preventie.

Wat is er aan de hand bij postpartum?

Postnatale Depletie SyndroomGeslachtshormonen hebben effect op gedrag, emoties en het denkvermogen. Zodra een vrouw is bevallen, vinden er hormonale verschuivingen plaats die ruimte creëren voor een postpartum aandoening. De enorm snelle daling van oestrogeen en progesteron die volgt na de geboorte is vergelijkbaar met de menopauze. Onderzoek laat zien dat vrouwen met een postpartum aandoening abnormale neurale reacties hebben. Een neuro-endocrinologische verklaring voor postpartum syndromen is dan ook waarschijnlijk.

Om de borstvoeding mogelijk te maken, is de daling van estradiol nodig. Estradiol, gemaakt door de eierstokken, is de meest voorkomende vorm van oestrogeen in het vrouwenlichaam. Estradiol is van groot belang voor een gezonde serotonineaanmaak en om het geluksgevoel te waarborgen. Stemmingswisselingen zijn daarbij een veelvoorkomende klacht, die in de hand worden gewerkt door het ontbreken van het kalmerende effect van progesteron, wat pas weer aangemaakt wordt tijdens de eerste postpartumcyclus. Deze klachten worden ook in stand gehouden door de aanwezigheid van een hoge testosteronspiegel na de bevalling.

Oxytocine speelt een belangrijke rol in deze fase. Samen met endorfine ondersteunt het de hechting tussen moeder en kind, maar ook is voldoende oxytocine nodig voor het kunnen geven van borstvoeding en het verlichten van de immuunreacties tijdens de zwangerschap en daarna. Moeders die ooit een trauma hebben ervaren, hieronder valt ook een bevaltrauma, hebben een verhoogd risico op een postpartum depressie. Dit risico is ook aanwezig wanneer tijdens de bevalling synthetische oxytocine is toegediend. In hoeverre een gebrek aan de natuurlijke aanmaak van oxytocine andere postpartum aandoeningen in de hand werkt, is nog weinig onderzocht.

De ontregelde HPA-axis speelt een grote rol

Niet alleen de geslachtshormonen, maar ook de ontregelde HPA-axis speelt een grote rol. Tijdens de zwangerschap is er een geleidelijke toename van cortisol. Deze toename wordt grotendeels aangestuurd door de placenta die CRH (corticotropin releasing hormone) aanmaakt en zo de cortisolproductie van moeder en foetus beïnvloedt. Na de bevalling valt deze negen maanden lange stimulatie weg waardoor de ‘eigen’ aanmaak van cortisol door de moeder is verlaagd.

Dit vertaalt zich in een laag cortisolniveau binnen 30 minuten na het ontwaken, de zogeheten CAR (cortisol awakening response). Een lage CAR wordt in verband gebracht met depressiviteit en andere psychische aandoeningen. Deze lage ochtendrespons houdt gemiddeld 3 maanden aan, bij een langere periode neemt de vatbaarheid voor een postpartum aandoening toe.

Naast deze lage CAR ervaren veel vrouwen de eerste jaren van het moederschap als enorm stressvol. Dit heeft te maken met de transitie naar het moederschap, de zorg voor een pasgeboren baby, de druk op de relatie met de partner en het oppakken van het de normale dagelijkse werkzaamheden. De chronische stress die hiermee gepaard gaat, werkt ontstekingen in de hand die leiden tot een serotonine- en melatoninetekort. Dit gebeurt via de verhoogde omzetting van tryptofaan in kyurenine waardoor het minder beschikbaar is voor de aanmaak van serotonine. Kyurenines worden in verband gebracht met psychiatrische ziekten die ontstaan vanuit ontstekingen.

Subklinische hypothyreoïdie

Postnatale Depletie SyndroomDaarbij heeft naar schatting een kwart van de nieuwe moeders subklinische hypothyreoïdie. Het is ook bekend dat 1 op de 20 vrouwen postpartum thryreoïditis ontwikkelt, een auto-immuniteitsreactie die binnen een jaar postpartum kan optreden. Van schildklierklachten is het bekend dat de gehanteerde referentiewaardes schildklierproblemen te laat signaleren en dat er vaak onvolledig getest wordt. Hierbij lijkt er een relatie te bestaan tussen de aanwezigheid van subklinische hypothyreoïdie en een postpartum depressie.

In hoeverre andere postpartum aandoeningen zoals postpartum angststoornissen en burn-out verband houden met postpartum schildklierklachten dient nog verder onderzocht te worden. Er wordt overwegend meer onderzoek gedaan naar postpartum depressie en naar het welzijn van het kind in de eerste postpartum fase. Tot nu toe wordt er structureel minder onderzoek gedaan naar vrouwenklachten, met name die hormonaal van aard zijn. Denk aan het gebrek aan geboden oplossingen voor menstruatieklachten.

Postnatale Depletie

Postnatale Depletie SyndroomIn 1987 werd de term ‘maternal depletion syndrome’ geïntroduceerd, dit om naam te geven aan ondervoeding bij vrouwen in ontwikkelingslanden. Een veelvoorkomend fenomeen dat na meerdere zwangerschappen en slechte condities leidt tot een slechtere gezondheid voor de moeder en het pasgeboren kind. Lange tijd is de term controversieel geweest, omdat het lastig af te bakenen en te onderzoeken is.

In 2016 publiceerde Dr. Oscar Serralach zijn boek met een variatie op dit syndroom, ‘postnatale depletie’ geheten, waarbij er buiten een wetenschappelijk kader ruimte is gemaakt voor de complexiteit van postpartum. Het syndroom wordt beschreven als het geheel aan symptomen dat alle onderdelen van het leven van de moeder beïnvloedt na de geboorte. Die symptomen vinden hun oorsprong in fysiologische aspecten, hormonale veranderingen en een onderbreking van het circadiaanse dag- en nachtritme door slapeloosheid, wat gepaard gaat met psychologische, mentale en emotionele componenten.

Het gebrek aan herstel leidt tot deze depletie en heeft volgens Dr. Serralach een spectrum van mild tot ernstig, waardoor postpartum jaren kan duren. Er zijn drie factoren die daarbij een grote rol spelen:
1. De enorme nutriëntenbehoefte die ontstaat door het groeien van een baby, het bevallen en het eventueel geven van borstvoeding, waardoor er veelvoorkomende tekorten ontstaan aan vitamines, mineralen en andere voedingsstoffen;
2. Door de gebroken nachten is er sprake van extreme vermoeidheid;
3. De sociale isolatie die gepaard gaat met de moderne samenstelling van het gezin is enorm schadelijk voor de vrouw, die juist in deze kwetsbare fase behoefte heeft aan een hechte gemeenschap.

Hierbij wordt binnen het kader van postnatale depletie, postpartum depressie als een aparte aandoening gezien met klachten die overeenkomen met de uitersten van dit syndroom.
Postnatale depletie als syndroom biedt zorgverleners een kader waarbinnen vrouwen kunnen worden behandeld. Naast het in acht nemen van de hormonale disbalansen is het van belang dat de bovenstaande 3 factoren worden geadresseerd.

Met een behandeling van de moeder in het kader van postnatale depletie wordt de focus verplaatst naar preventie. Ook wordt dan de screening verbreed van depressie naar een bredere kijk, waardoor er ruimte komt voor erkenning van andere postpartum aandoeningen. Er valt al enorm veel winst te behalen als er postpartum meer aandacht komt voor de gezondheid van de vrouw en niet alleen voor het welzijn van het kind, aangezien dit verweven is met het welzijn van de moeder.

Postnatale Depletie Syndroom

 

Desirée Domacassé, Orthomoleculair therapeut
instagram.com/daisysyellowpepper

Referenties

1. Boeck, C., Gumpp, A. M., Calzia, E., Radermacher, P., Waller, C., Karabatsiakis, A., & Kolassa, I. T. (2018). The association between cortisol, oxytocin, and immune cell mitochondrial oxygen consumption in postpartum women with childhood maltreatment. Psychoneuroendocrinology, 96, 69–77. doi.org/10.1016/j.psyneuen.2018.05.040
2. Goodman, J. H., Watson, G. R., & Stubbs, B. (2016). Anxiety disorders in postpartum women: A systematic review and meta-analysis. Journal of Affective Disorders, 203, 292-331.
3. McConigal K. The Upside of Stress: Wij stress is good for you (and how to get good at it). London, England: Vermilion; 2015.
4. Merchant, K. M. (1994). Maternal nutritional depletion. SCN news, 11, 30-32.
5. NGUYEN, C. T. & MESTMAN, J. H. (2019). Postpartum Thyroiditis. Clinical Obstetrics and Gynecology, 62(2), 359–364. doi: 10.1097/GRF.0000000000000430.
6. Savitz, J. The kynurenine pathway: a finger in every pie. Mol Psychiatry 25, 131–147(2020).
doi-org.vu-nl.idm.oclc.org/10.1038/s41380-019-0414-4
7. Schiebinger L. (2003). Women’s health and clinical trials. The Journal of clinical investigation, 112(7), 973–977. doi.org/10.1172/JCI1999
8. Serrallach O. The postnatal depletion cure: A complete guide to rebuilding your health and reclaiming your energy for mothers of newborns, toddlers and young children. London, England: Sphere; 2018.
9. Trifu, S., Vladuti, A., & Popescu, A. (2019). THE NEUROENDOCRINOLOGICAL ASPECTS OF PREGNANCY AND POSTPARTUM DEPRESSION. Acta endocrinologica (Bucharest, Romania : 2005), 15(3), 410–415. doi.org/10.4183/aeb.2019.410
10. Trimbos www.trimbos.nl/kennis/zwangerschap-en-depressie
11. Winikoff, B., & Castle, M. A. (1987). The maternal depletion syndrome: clinical diagnosis of eco-demographic condition?. The maternal depletion syndrome: clinical diagnosis of eco-demographic condition?.
12. Winkvist, A., Rasmussen, K. M., & Habicht, J. P. (1992). A new definition of maternal depletion syndrome. American journal of public health, 82(5), 691-694.
13. YARRINGTON, CHRISTINA D. MD*; PEARCE, ELIZABETH N. MD, MSc*† Dietary Iodine in Pregnancy and Postpartum, Clinical Obstetrics and Gynecology: September 2011 – Volume 54 – Issue 3 – p 459-470. doi: 10.1097/GRF.0b013e31822ce2ff