skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Angst vergroot risico op hartaandoeningen

Angst is een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van hartproblemen, onafhankelijk van andere factoren als hoge bloeddruk en roken. Dat blijkt uit onderzoek van medisch psychologe Annelieke Roest van de Universiteit van Tilburg.

Roest en haar collega’s bestudeerden twintig recente wetenschappelijke onderzoeken naar de relatie tussen angst en het ontstaan van hart- en vaatziekten, uitgevoerd in de Verenigde Staten, Japan en enkele Europese landen waaronder Nederland. In totaal werden daarin bijna 250.000 mensen gedurende gemiddeld elf jaar gevolgd.

Uit het onderzoek bleek dat een kwart van de angstige mensen een verhoogd risico liep op het ontwikkelen van een hartziekte. De wetenschappers hebben hun bevindingen gepubliceerd in het vakblad Journal of The American College of Cardiology.

Type D persoonlijkheid

Uit eerder onderzoek is gebleken dat het type-D (‘Distressed’) persoonlijkheidstype een grote rol speelt bij het ervaren van psychologische stress, en bovendien een negatieve invloed heeft op de lichamelijke gezondheid van hartpatiënten. Patiënten met een type-D persoonlijkheid ervaren vaak negatieve emoties en zijn sociaal geremd, zij uiten hun gevoelens niet. Angst blijkt de hartslagvariabiliteit ongunstig te veranderen. Hartslagvariabiliteit is de variatie in het tijdsinterval tussen opeenvolgende hartslagen.

40 % genetisch

Onze genen verklaren ongeveer 40% van de vatbaarheid voor angst en depressie. De omgeving verklaart de andere 60%. Dat blijkt uit een onderzoek van Christel Middeldorp, die onder tweelingen keek naar de invloed van erfelijkheid, omgeving en persoonlijkheid. Erfelijkheid verklaart ongeveer veertig procent van de vatbaarheid voor angst en depressie.

De genen die invloed hebben op aanleg voor angst en depressie, blijken deels dezelfde te zijn. Deze genen beïnvloeden waarschijnlijk ook persoonlijkheidstrekken waarvan bekend is dat ze een verhoogd risico opleveren voor angst en depressie, zoals neuroticisme en extraversie. Naarmate iemand meer neurotisch is en minder extravert, bestaat een grotere kans op angst of depressie. De genetische effecten gaan echter niet terug op het serotonine-transportergen, zoals door andere onderzoekers is gesuggereerd, aldus Christel Middeldorp in haar proefschrift.

Moleculair genetisch onderzoek

Middeldorp deed moleculair genetisch onderzoek onder een grote groep Nederlandse tweelingfamilies. Ze bestudeerde behalve de genetica, ook het effect van omgevingsfactoren in detail. Hiermee is namelijk de overige zestig procent van de incidentie van angst en depressie te verklaren. De promovenda keek ook of genetische aanleg invloed heeft op het risico om met bepaalde omgevingsfactoren te maken te krijgen. Ernstige gebeurtenissen, zoals een echtscheiding, verhogen de kans op het ontstaan van angst of depressie. Werkloosheid blijkt in lichte mate samen te hangen met angst en depressie; terwijl tussen burnout en de aandoeningen een sterk verband bestaat.

Er lijkt sprake van een zogeheten wederkerige relatie: ernstige gebeurtenissen verhogen het risico op angst of depressie, maar beide aandoeningen verhogen ook de kans op blootstelling aan ernstige gebeurtenissen. Zo hebben relaties waarin een van de partners depressief is, minder kans van slagen.

Commentaar NDN

Wat de relatie tussen angst en voeding betreft blijkt uit onderzoek dat het mineraal magnesium een angstremmende werking te hebben. Bij stress, pijn, angst en depressie verbruiken mensen veel magnesium. Onderzoek laat zien dat er een groot verband bestaat tussen angstklachten en een verlaagd magnesiumstatus. Uit the Hordaland Health Study onder 5.708 mensen (Psychiatry 43(1); 45-52,2009) bleek dat de inname van magnesium een positieve werking heeft bij angstklachten. Daarnaast werkt magnesium ook nog positief bij hartklachten.

De huidige voeding bevat te weinig magnesium. Geraffineerde koolhydraten (wit brood, bloem, etc.) bevatten nog nauwelijks magnesium en suiker, koffie en alcohol zijn magnesiumrovers. Ook een overmaat aan zuivelgebruik (veel calcium en weinig magnesium) kan leiden tot een verstoorde verhouding tussen calcium en magnesium. Andere stoffen die magnesium uitputten zijn; frisdrank, hoge zoutgebruik, de anticonceptiepil, diuretica en vele andere reguliere medicatie. Bepaalde condities of omstandigheden kunnen de behoefte aan magnesium verhogen zoals suikerspiegel ontregelingen, diarree, chronische pijn, overmatig zweten, hoge mate van fysieke activiteit, operaties, laxeerkruidenthee, vochtafdrijvende kruidenthee en verkeerde diëten.

Door uitputting van landbouwgrond zit er minder magnesium (en andere mineralen zoals selenium) in de voeding dan veel voedingstabellen aangeven. Dit geldt vooral voor de niet-biologische landbouw. Bloedonderzoek volgens de volbloedmethode (niet het serum, maar in de rode bloedcel) geeft meer informatie over de magnesiumstatus van iemand dan voedingsberekeningen. Door bewerken en koken gaat nog meer magnesium verloren. Magnesium komt vooral voor in volle granen, noten, gedroogde vijgen, dadels, grapefruit, zaden, peulvruchten en groene groenten.

Bepaalde voedingsmiddelen, medicijnen of omstandigheden (met veel stress, lawaai) kunnen de behoefte aan magnesium vergroten of de uitscheiding ervan bevorderen. Biogene aminen uit bepaalde voedingsmiddelen en gluten (in het bijzonder de tarwe) kunnen bij sommige mensen angsten veroorzaken.
Meditatie tegen hartaanvalDiverse wetenschappelijk studies tonen aan dat meditatie angst helpt verlagen, waaronder het artikel van Aftanas L. Golosheykin S. ‘Impact of regular meditation practice on EEG activity at rest and during evoked negative emotions’.( J Neurosci.2005 June;115(6):893-909).

Mensen met een hartziekte kunnen het risico op een hartaanval of beroerte halveren door aan Transcendente Meditatie (TM) te gaan doen. Deze stressverminderende techniek had volgens onderzoek (Presentatie op de American Heart Association annual meeting in Orlando, Fl, op 16 november 2009) veel effect in een groep van 201 patiënten met vernauwing van de kransslagaderen van het hart. De helft deed negen jaar lang aan TM. Aan het einde van die periode bleken zij 47 % minder vaak een hartaanval of beroerte te hebben gehad of hieraan te zijn overleden. Daarnaast was hun bloeddruk beduidend lager dan in de andere groep, die alleen het voedingspatroon veranderde, een trainingsprogramma volgde, maar niet aan TM deden.

Literatuur en links:

Meer weten over mediteren en meditatie cd’s gottschalmeditaties

1. Roest, A.M.; Martens, E.J.; Denollet, J.; Jonge, P. de.
‘Prognostic asssociation of anxiety post myocardial infarction with mortality and new cardiac events: A meta-analysis’, Psychosomatic Medicine, 2010,

2. Middeldorp Christel ‘De rol van genetische factoren en ernstige gebeurtenissen op het ontstaan van angst en depressie’ Neuropraxis:Volume 11, nummer 1 februari 2007.

3. www.kennislink.nl

4. Jacka FN et al: Association between magnesium intake and depression and anxiety in community-dwelling adults; the Hordaland Health Study; Psychiatry 43(1) 45-52, 2009.
J.Altern Complement Med.2005 Jun:11(3):465-72

5. Curiati JA, Bocchi E, Freire JO, Arantes AC, Braga M, Garcia Y, Guimaras G, Fo WJ.
Meditation reduces sympathetic activation and improves the quality of life in elderly patients with optimally treated heart failure: a prospective randomized study. J.Altern Complement Med.2005 Jun:11(3):465-72