Een persoonlijke oproep van Marijke de Waal Malefijt

Natuurdiëtisten.nl

Gratis Nieuwsbrief

Waardevolle en actuele informatie en tips over voeding en uw gezondheid!

Uw emailadres wordt alleen gebruikt voor toezenden van de nieuwsbrief.

Nieuwsbrief archief

Voedingsallergie meten door bioresonantie

Natuurdiëtisten worden vaak geconsulteerd voor het opstellen van een voedingsadvies n.a.v. gemeten voedselintoleranties door middel van bioresonantie.Hoewel dit een prachtig hulpmiddel kan zijn om meer duidelijkheid te krijgen bij voedselreacties, kan het ook verwarring geven bij de cliënt. Niet altijd blijken de gemeten voedselreacties correct. Toch blijven cliënten vaak vasthouden aan de ‘gemeten’ waarden.

Reguliere testen schieten vaak tekort om voedselreacties boven tafel te krijgen, waardoor mensen zoekende naar de boosdoener in de voeding vaak bij bioresonantie-therapeuten/-artsen terecht komen. Deze kunnen -mits ze verstand van voedingszaken hebben- iets meer richting geven aan de voedingzoektocht.

Meten is niet altijd weten, maar is toch een mooi hulpmiddel. Nadeel is de kwaliteit van de metingen die verricht worden. Ervaring van diegene die meet en de kwaliteit en mogelijkheden van het apparaat bepalen de nauwkeurigheid is onze ervaring.

Een voedingsadvies baseren op juiste metingen is een zegen voor de cliënt. Helaas komt het ook voor dat er onjuiste metingen en/of onjuiste conclusies gedaan worden die het de natuurdiëtist moeilijk maakt een goed voedingsadvies op te stellen. In overleg met de bioresonantie-arts/ -therapeut kan er dan gekozen worden voor een aangepaste voedingskoers. Wilt u dus meer zicht krijgen op voedingstriggers dan is bioresonantie een mooie methode. Ons advies: ga dus op zoek naar een ervaren bioresonantie therapeut/ natuurarts met de juiste meetaparatuur. Daarnaast is het belangrijk dat hij/zij u goed het verschil kan uitleggen tussen 'allergie' gemeten via bioresonantie en immunologische (IgE) en niet-immunologische vormen van allergie (waaronder pseudo allergie). Met deze metingen kunt u hulp krijgen bij het opstellen van een voedingplan bij een natuurdietist.Onjuiste Bioresonantie metingenMet dank aan het Tijdschrift Supplement Prof. dr Jan Keppel Hesslink en Drs. David Kopsky onderschrijven in het onderstaande artikel de problemen die zich kunnen voordoen met onjuiste bioresonantie metingen. Het onderstaande artikel is in augustus 2007 gepubliceerd in het tijdschrift Supplement.  

Bioresonantie onder de loep
Door: Prof. dr. Jan M. Keppel Hesselink en Drs. David J. Kopsky, artsen

Er zijn in Nederland vele tientallen bioresonantie-apparaten op de markt en vele honderden therapeuten die daarvan gebruik maken. Producenten leggen veel de nadruk op de technische vooruitstrevendheid van bioresonantie. Maar wat zijn er eigenlijk voor wetenschappelijke studies gedaan?

Suiker meten
In het ziekenhuis wordt veel gemeten: bloeddruk, temperatuur, bloedbezinking, zouten, suikers en andere moleculen in het bloed. Als een patiënt klachten heeft van dorst, veel drinkt en veel plassen, kan suikerziekte de oorzaak zijn. Indien bij twee achtereenvolgende metingen het glucose gehalte in het bloed hoger is dan 11,1 mmol/l dan is de diagnose suikerziekte vrijwel zeker. Zo’n getal is tot stand gekomen door onderzoek.
Op basis daarvan is behandeling van suikerziekte aangewezen. De eerste stap is dan een aangepast dieet. Of er zijn pillen. Indien noodzakelijk kan insuline gespoten worden. Het nut van metingen en behandelingen is ondubbelzinnig aangetoond.

Trillingen meten?
De laatste jaren worden er binnen de complementaire behandelvormen steeds vaker machines ingezet, om de ‘energetische status’ van de patiënt vast te stellen. Apparaten, die iets zinvols lijken te meten. Dat wat gemeten wordt, wordt in getallen en indrukwekkende grafieken omgezet. En wat uit de computer komt is waar, is vaak de gedachte. We spreken over bioresonantie-apparaten. Daar zijn er vele van, met mooie namen zoals: VEGA, MORA, BICOM, Quantec, MARS. Wat meten die machines eigenlijk? Trillingen naar men zegt, of frequenties. Laten we eens kijken hoe dat zit en wat dat voor trillingen zijn.

Metertjes en Voll
De basis van de bioresonantie werd gelegd door de Duitse arts R. Voll. Hij ontwikkelde rond 1950 een meetmethode voor de huidweerstand van acupunctuurpunten, de elektro-acupunctuur volgens Voll (EAV). De huidweerstand is te meten met een weerstandsmeter.
Dat werkt als volgt: de behandelaar biedt een lichte elektrische stroom aan op de huid. De stroom gaat door de patiënt, naar een metalen elektrode die hij vasthoudt, en als laatste via een elektrische geleidende draad terug naar een weerstandsmeter.
Wanneer er op een acupunctuurpunt gemeten wordt, kan daar de huidweerstand verlaagd zijn. Dit wordt dan hoorbaar of zichtbaar gemaakt met een verhoogde pieptoon of een verandering in de stand van een wijzertje. Op die metertjes staat dan bijvoorbeeld een schaal van 0 tot 100. Vijftig wordt gezien als de normwaarde en komt overeen met huidweerstand van 100 kΩ.

Als de weerstand van een bepaald meridiaanpunt verminderd is, werd door Voll aangenomen dat dit iets zou zeggen over de energiestatus in die meridiaan. Dat zou dan bijgestuurd kunnen worden en daarmee begint de therapie. Er kan dan stroom aangeboden worden op die acupunctuurpunten.
EAV wordt echter vooral toegepast om een homeopathisch middel te testen. Dat gebeurt door het middel in een ampul in de stroomkring te plaatsen en te zien of de meetwaarde van het acupunctuurpunt normaliseert.
Bij moderne varianten van de EAV hoeven geen homeopathische middelen meer doorgemeten te worden. De frequenties van die middelen worden direct aangeboden aan het lichaam. Die frequenties zouden zijn opgeslagen in bepaalde software. Artsen die deze apparaten gebruiken zeggen dat ze werken. Wat is daar eigenlijk van onderzocht?

Onderzoek
Wij hebben gezocht in pubmed (www.pubmed.org) met de termen ´Voll´ en ´acupuncture´. Er waren zestien artikelen, zeven Engelstalig, waaronder drie klinische studies en een retrospectieve studie. Verder hebben we nog een aantal keywords gebruikt als ‘electrodermal testing’, ‘bicom’, ‘mora’, ‘bioresonance’, om de zoekactie uit te breiden. We zullen de belangrijkste artikelen over dit onderwerp bespreken.
Uit literatuur en internetsites bleek dat therapeuten die op dit gebied werken geen fundamenteel verschil zien tussen EAV, VEGA-test en bioresonantie. De Engelse term voor al deze interventies is: ‘Electrodermal testing’. De elektro-acupunctuur volgens Voll is het prototype van de bioresonantie.

Bioresonantie bij allergie
Binnen de bioresonantie meent men dat allergie testen en behandelen zeer goed mogelijk is. In de afgelopen 25 jaar zijn op dat gebied slechts enkele studies uitgevoerd. De eerste studies waren methodologisch erg zwak. Bijvoorbeeld een open, ongecontroleerde studie, waar een eigen meetschaal gebruikt werd ter evaluering van het therapie effect voor en na de behandeling.

In 1982 werden een eerste oriënterende studie uitgevoerd naar de diagnostische waarde van EAV bij voedselallergie. De resultaten werden pas 17 jaar later gepubliceerd.
Bij zevenentwintig vrijwilligers werden verzameld: medische voorgeschiedenis, voedselprovocatietest, huidtest, IgE bloedtest, RAST test en EAV metingen.

Ervaren EAV-ers evalueerden eerst de proefpersonen op hun meetbaarheid. Hierna werden de allergenen blind met EAV getest, evenals placebo. Bloed werd afgenomen voor IgE spiegels en de RAST. Door een allergoloog werd geblindeerd de huidtest uitgevoerd, met allergeen extracten. De laatste stap van het onderzoek waren drie voedselprovocatietesten.
Tijdens de voedselprovocatietest werd EAV ingezet. De tweede EAV meting was ongeveer 2 of 3 weken later. Die EAV metingen werden vervolgens vergeleken. Het resultaat: EAV meting correleerde ongeveer 70 % met de reguliere tests. Significantie toetsen werden niet uitgevoerd. De onderzoekers meenden dat in een vervolgstudie een aantal aspecten verbeterd zou moeten worden.

Een tweede studie werd uitgevoerd met 41 patiënten die allergisch waren voor meerdere stoffen. Gekeken werd of de tester geblindeerde buisjes kon onderscheiden, waarin zoutoplossing, histamine of een allergeen in zat. Er werd een hoge voorspellende waarde in deze studie gevonden, rond 90%.
Beide studies waren methodologisch zwak, maar vormden wel de aanleiding om met goed doortimmerde studies te vervolgen.

VEGA heeft geen voorspellende waarde
De eerste gerandomiseerde, dubbelblinde studie werd gesponsord door VEGA, de producent van een EAV apparaat, en enkele fondsen. De kwaliteit van deze studie was zo goed, dat de resultaten in het medische toptijdschrift British Medical Journal gepubliceerd werden.
Bij de opzet van de studie werd advies gegeven door experts van de VEGA test. De VEGA testers wisten in deze studie niet of de personen allergisch waren of niet. Het enige wat de tester moest zeggen was of er sprake was van een allergie of niet.

De studie was als volgt opgezet. In het testbuisje zaten allergenen: huisstofmijt en huidschilfers van katten. Het placebo was fysiologische zout. Er waren twee groepen proefpersonen: allergische patiënten, bepaald met de gouden standaard, de huidtest en RAST en niet-allergische.

Op basis van de eerdere kleine studies berekende de statistici dat er ten minste 12 vrijwilligers per groep nodig waren om een duidelijke uitspraak te kunnen doen. Per groep werden er 15 proefpersonen ingesloten. Elk proefpersoon werd door drie testers gemeten en iedere tester moest zes geblindeerde buisjes doormeten. In totaal werden er 1596 metingen verricht. Resultaat: met de VEGA test kon geen enkel onderscheid gemaakt worden tussen allergische patiënten en niet allergische.

Een tweede, soortgelijke studie heeft deze negatieve resultaten bevestigd.
Aan deze tweede studie deden 100 proefpersonen mee. 72 Daarvan waren allergisch voor één of meerdere allergenen, zoals huisstofmijt, huidschilfers van katten of pollen, getest met behulp van de huidtest en de RAST en achtentwintig proefpersonen waren niet allergisch. Een ervaren VEGA tester onderzocht blind 41 ampullen met verschillende allergenen en een aantal ampullen met placebo.

Uit deze studie bleek wederom dat er met de VEGA test geen onderscheid tussen allergische en niet allergische proefpersonen gemaakt kon worden. Ook werd er geen verschil in huidweerstand gevonden bij het vergelijken van allergenen en fysiologisch zout.
De laatste twee, methodologisch goed opgezette studies, hebben aangetoond dat het aanvankelijke optimisme niet juist was. De VEGA test kan niet gebruikt worden, om allergie te diagnosticeren.

Oorzaak populariteit
Waarom is bioresonantie zo populair? Er zijn enkele oriënterende studies verricht naar de effecten van bioresonantie op laboratoriumparameters. Zo werd in een open studie bij twintig patiënten met reuma bloed onderzocht op bepaalde enzymen in witte bloedlichaampjes. Deze enzymen spelen een rol binnen het anti oxidantsysteem. In hoeverre de enzymen een betekenis hebben bij RA is niet duidelijk.

Negen maanden lang zijn de patiënten één keer per week behandeld met bioresonantie en met uitgemeten homeopathica.
De waarden van de enzymen werden vergeleken voor de behandeling, aan het eind ervan en enkele maanden later. Ook werden de waarden vergeleken met een controlegroep van tien gezonde vrouwen. De studie was niet geblindeerd. Een van de enzymen, het catalase veranderde niet. De waarden van twee andere enzymen, het superoxide dismutase en gluthation peroxidase, daalden naar normale waarden en de zogenaamde thiolgroepen stegen boven de controlewaarde.

De conclusie was dat dit een indicatie zou zijn dat bioresonantie en de voorgeschreven homeopathica “iets op een paar enzymen doen”. Veel is in deze studie nagelaten en de onderzoekers hebben niet bijgehouden hoe het de patiënten voor en na de behandeling is vergaan. Aan deze studies kan geen enkele conclusie verbonden worden of bioresonantie klinisch relevante effecten heeft op reuma.

Één pilotstudie
We hebben slechts één pilotstudie gevonden met betrekking tot het MORA apparaat. Dit apparaat wordt in Nederland zeer veel gebruikt. Twintig patiënten met chronische maag en darmklachten werden verdeeld over twee groepen. De therapie bestond uit zes behandelingen met MORA bioresonantie, het stimuleren van de acupunctuurpunten Maag 36, Dunne Darm 3, Hart 6 en Milt 4, en twee sessies met meditatie en NLP. Een bonte mix dus.


Het enige verschil tussen de groepen was bij de ene groep het MORA apparaat uit stond, zonder dat de patiënt dat wist. Aan de patiënt en de therapeut werd gevraagd of er een verbetering was van de klachten. In de bioresonantie groep was er een verbetering op symptomen als pijn en winderigheid en in de placebogroep een lichte verbetering.

Deze pilotstudie kan niet gebruikt worden om uitspraken te doen over de klinische waarde van de MORA, omdat de studie te klein was en de methodologie totaal ongeschikt. Om de klinische waarde te onderzoeken is een veel groter en methodologisch beter doortimmerd onderzoek nodig. Dat onderzoek is tot op vandaag niet uitgevoerd.

Als de producenten van bioresonantie apparatuur hard zouden kunnen maken wat ze claimen en dat zouden documenteren met studies, dan zouden ze snel enorme omzetten kunnen maken en in de reguliere geneeskunde opgenomen worden. Dat dat niet het geval is, en dat nooit de klinische waarde is onderzocht, duidt erop dat we te maken hebben met pseudowetenschap en misleiding van patiënten. Waarom geloven patiënten toch massaal in bioresonantie?

Pseudowetenschap
Meetwaarden zijn in de westerse geneeskunde zeer belangrijk. Ook patiënten hechten veel waarde aan meten. Dat accent op meten zien we ook bij bioresonantie-therapeuten. Het probleem van dit meetgedrag is dat er conclusies en diagnoses worden verbonden aan die meetwaarden. Deze conclusies worden vaak verwoord als storingen, disbalansen of gebrek aan energie in organen of meridianen. Door dit soort uitspraken worden patiënten ook nog eens onterecht bevestigd in een ziekterol.

De correlatie tussen de meetwaarde en de klinische situatie is nooit onderzocht. Zelfs de hardste claim van deze methode, het diagnosticeren van allergie is onjuist gebleken. Ook is het verkeerd om reguliere diagnosen met deze meetmethode te stellen. Als iemand bijvoorbeeld met een tenniselleboog zich laat doormeten kan het zijn dat de bioresonantie-therapeut uitspraken doet over een verstoorde balans in de darmen, waarvoor darmspoeling nodig zijn en over een vergiftigde lever, waarvoor detoxificatie nodig is met homeopathische middelen. Ja, daar wordt zo’n patiënt natuurlijk niet blij van.

Over het taalgebruik in de bioresonantie meent Professor Ernst, hoogleraar complementaire geneeskunde aan de Universiteit van Exeter in Engeland, het volgende:

“Duidelijk taalgebruik is een essentiële voorwaarde voor effectieve communicatie. Binnen de bioresonantie-therapie blijkt dat pseudowetenschappelijk taalgebruik ertoe kan leiden dat belangrijke kwesties worden verdoezeld. Men kan dit zien als een opzettelijke poging om onzin te presenteren als wetenschap. Omdat dit taalgebruik patiënten misleidt en zodoende hun gezondheid in gevaar kan brengen, moeten er manieren gevonden worden om dit probleem te minimaliseren”.

Taalgebruik
Pseudowetenschappelijk taalgebruik is gewild bij therapeuten en patiënten. Dat taalgebruik sluit namelijk aan bij de beleving van beiden. “Te veel energie, te weinig energie, verstoorde velden, voedselvergiftiging, parasieten in het bloed”. Deze taal is beter begrijpelijk dan de taal van de dokter “Stijging van acute fase eiwitten en afname van de cardiac output”, die overigens wel bewezen is. Stoornissen kunnen in lekentaal bovendien weggezapt of weggetrild worden - professor Sickbocks revival.

Binnen de bioresonantie bestaan hier ernstige voorbeelden van: de Rife machines en de Hulda Clark zappers. Met deze futuristische apparaten kan kanker worden behandeld en genezen, zo beloven veel websites. Wij vinden dit misdadig. Een smet op de complementaire behandelvormen. Deze websites maken misbruik van de kracht van de metafoor. Kanker wordt veroorzaakt door een onbekende bacterie, bacterie X. Dat is een duidelijke oorzaak. En met de trillingen van de zapper, zap je de bacterie stuk. Weg kanker dus. Duidelijk verhaal. Alleen heel erg onjuist.

Geld
Van de distributeur van een bioresonantie apparaat hebben we vernomen dat iedereen een dergelijk apparaat kan kopen. De kosten liggen tussen de 15.000 en 20.000 euro. Iedereen mag zich een bioresonantie therapeut noemen, zonder medische of paramedische scholing! Nu zou je hopen dat artsen dit soort machines niet bedienen. Helaas is ook dat onjuist. Er is zelfs een hele vereniging van artsen die bioresonantie steunt. Dat verbaast ons, want er bestaat totaal geen klinisch bewijs voor de werking ervan.

Wij denken dat het te maken heeft met geld: door de hoge aanschafkosten moet een therapeut er wel in geloven, want de grote investering moet op zijn minst worden terugverdiend. Er zijn meer dan tweehonderd niet-artsen in Nederland die deze apparaten gebruiken en ook nog een stel artsen. Wat nu?

Conclusie
Voor ons blijft het duidelijk: volg de spelregels van de wetenschap en vertrouw een apparaat pas als er gedegen onderzoek is gedaan bij patiënten. Alleen op die manier kan een patiënt worden beschermd tegen pseudowetenschap.
Vooralsnog blijken bioresonantie apparaten voor een groot gedeelte te berusten op het inzetten van de metafoor om patiënten iets voor te spiegelen dat er in werkelijkheid niet is.

In handen van een consciëntieuze arts kan EAV of een ander apparaat gebruikt worden ter ondersteuning van het voorschrijven van homeopathische middelen. Dat is het enige aanvaardbare gebruik. Het verontrust ons dat zo veel leken momenteel beïnvloed worden door de bioresonantie industrie en we waarschuwen er dan ook voor om niet klakkeloos alles te geloven wat op het internet over bioresonantie geschreven wordt.

Bioresonantie is een gebied binnen de complementaire behandelvormen, waarbij producenten en gebruikers zich bewust onttrekken aan wetenschappelijke toetsbaarheid. De gebruikers willen bewust geen kennis nemen van de wetenschappelijke literatuur in toptijdschriften, zoals de British Medical Journal. In die tijdschriften zijn methodologisch goede studies beschreven met medewerking van bioresonantie producenten. Deze studies hebben bewezen dat de methode niet deugt. Bij het ontwerpen van een evidence based complementaire en geïntegreerde geneeskunde hoort bioresonantie niet thuis. Professor Ernst heeft gelijk!

Gezondheid algemeen
Vond u deze informatie nuttig? Lees dan alstublieft de persoonlijke oproep van Marijke de Waal Malefijt, oprichtster van Natuur Diëtisten Nederland