skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Ontstekingsreacties aan de basis van vele ziektebeelden

Op 22 maart 2013 gaf Erik Klaarwater een Solgar Masterclass over de nieuwe inzichten in ontstekingsreacties en de rol van specifieke suppletie. De redactie van de Natuurdiëtisten was bij deze Masterclass aanwezig. Hieronder volgt een kort verslag van deze Masterclass.

Laaggradige ontstekingsreacties

Klaarwater opende de Masterclass met het ontstaan van hart- en vaatziekten. Vervolgens besprak hij de rol van lokale ontstekingsreacties (laaggradige ontstekingen) in het ontstaan van verschillende ziektebeelden en het belang van een goede darmbarrière. Door zijn heldere uitleg werd het de toehoorders steeds duidelijker hoe groot de invloed van laaggradige ontstekingen is.

Naast een dieet, dat op de persoon is afgestemd, kan suppletie ingezet worden om de ontstekingsreacties te verminderen. Laaggradige ontstekingen vormen de basis bij ziektebeelden zoals artrose, astma, COPD, hart- en vaatziekten, huidproblemen en verschillende darmaandoeningen. Door het bestrijden van deze ontstekingen is er minder sprake van weefselbeschadiging, een verstoorde darmbarrière, gewrichts- en/of andere klachten.

Het ‘blussen van bosbrandjes’

Ook bij hart- en vaatziekten is het belangrijk om te letten op het verminderen van de ontstekingsreactie. Risicofactoren die de ontstekingsreacties (bosbrandjes) aanwakkeren, zijn onder andere: een dieet wat rijk is aan verzadigd vet, een sterk verhoogd cholesterolgehalte in het bloed, overgewicht, een te hoge bloedsuikerspiegel (metabool syndroom, insulineresistentie, diabetes), een hoge bloeddruk en roken.

Belangrijk is om deze bosbrandjes te ‘blussen’. Dit kan door het aanpassen van de voeding en het inzetten van specifieke suppletie na het doen van bijvoorbeeld bloed- en /of ontlasting onderzoeken.

Een patiënt is óók een mens

Toen Klaarwater begon over een verhoogd cholesterolgehalte, rees direct de vraag uit het publiek op hoe hoog zo’n waarde is. Klaarwater antwoordde: “Een waarde die bijvoorbeeld hoger is dan 18 of 30.” De zaal viel even stil en als aanvulling gaf hij aan dat 38 de hoogste waarde was die hij tot nu toe had gezien.

Bij dit soort hoge waarden is het belangrijk dat er cholesterolverlagende medicijnen (statinen) worden gebruikt, aldus Klaarwater. Statinen worden echter steeds vaker voorgeschreven en ook gebruikt door mensen die geen sterk verhoogd cholesterolgehalte hebben.

Deze medicijnen kunnen vervelende en soms ernstige bijwerkingen hebben, zoals vermoeidheid of spierklachten door de afbraak van spierweefsel. Daarom is het belangrijk om naar het individu te kijken. Het advies van Klaarwater is dan ook: “Behandel een patiënt als mens en niet alleen als casus.”

Groot risico bij metabool syndroom en diabetes

Klaarwater gaf tevens aan dat de focus niet alleen op een verhoogd cholesterol gehalte moet liggen. De bijdrage van het metabool syndroom is namelijk ook groot in het ontstaan van hart- en vaatziekten, vooral in combinatie met diabetes. Mensen met diabetes zónder het metabool syndroom, lijden ongeveer in dezelfde mate aan hart- en vaatziekten als gezonde mensen.

Bij diabeten mét het metabool syndroom is de kans op het krijgen van hart- en vaatziekten ruim twee maal hoger dan bij gezonde mensen. (1)
Het metabool syndroom en laaggradige ontstekingsreacties zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Om het risico op hart- en vaatziekten te verlagen, is het dan ook belangrijk om de laaggradige ontstekingen te bestrijden.

Artrose, astma en COPD

Bij artrose is voornamelijk het kraakbeen aangetast, waardoor de term ‘gewrichtsslijtage’ eigenlijk onjuist is. De kwaliteit van het kraakbeen gaat namelijk achteruit. Het is niet versleten, maar het kraakbeen wordt dunner en zachter en kan naar verloop van tijd (gedeeltelijk) verdwijnen. Laaggradige ontstekingen spelen een belangrijke rol bij de afbraak van het kraakbeen. Ook zorgen deze ontstekingen voor klachten zoals pijn en stijfheid.

Klaarwater tipte even kort de invloed van laaggradige ontstekingen bij chronische luchtwegaandoeningen zoals astma en COPD aan om daarna uitgebreid in te gaan op diverse darmontstekingen zoals de Ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa.

Een nieuw ziektebeeld: microscopische colitis

Vervolgens introduceerde Klaarwater een nieuw ziektebeeld: Microscopische colitis. Dit ziektebeeld refereert aan laaggradige ontstekingen en geeft mildere klachten dan bijvoorbeeld Colitis Ulcerosa of de ziekte van Crohn. Bij Microscopische colitis ziet de darm er ‘normaal’ uit. Dit houdt in dat er meestal geen afwijkingen te zien zijn aan het darmslijmvlies bij een colonscopie.

Maar er zijn wel klachten zoals regelmatige diarree, slijm bij de ontlasting en buikklachten. Alleen een biopt (stukje weefsel) kan afwijkingen laten zien. Maar omdat het darmslijmvlies er op het eerste gezicht goed uitziet, wordt er vaak geen biopt afgenomen.

Microscopische Colitis

Klachten zoals het regelmatige diarree, slijm bij de ontlasting en buikklachten, vallen onder microscopische colitis. Dit is geen zeldzaam beeld. Recent onderzoek toont aan dat het aantal mensen met microscopische colitis ongeveer even groot is als het aantal patiënten met de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. (2)

Microscopische colitis bestaat uit collagene colitis en lymfocytaire colitis. Maar recent onderzoek laat zien dat deze ziektebeelden zo nauw aan elkaar verwant zijn, dat er mogelijk sprake is van verschillende aspecten van hetzelfde ziektebeeld. (3) Het is mogelijk dat microscopische colitis verantwoordelijk is voor 10 tot 30% van de gevallen van chronische waterdunne diarree bij ouderen. (4)

Een Nederlandse studie laat zien dat in bijna 30% van de gevallen microscopische colitis is aangetroffen bij personen met chronische waterdunne diarree. (5) Darmaandoeningen zoals microscopische colitis kunnen voorkomen, ook als er geen afwijkingen te zien zijn. Daarom is het belangrijk om de (laaggradige) ontstekingen te remmen.

Commentaar NDN

Klaarwater sloot de Masterclass af met de introductie van een nieuw supplement, samengesteld met specifieke inhoudsstoffen, die ingezet kan worden bij gewrichtsontstekingen. Maar dit supplement bevat ook stoffen zoals geelwortel, gemberwortel en peper.

Ervaringen met deze stoffen vanuit de diverse natuurdiëtisten praktijken laat zien dat bij sommige mensen die gevoelig zijn voor o.a. biogene aminen (voeding met histamine, tyramine), dit reacties kan geven zoals: huiduitslag, jeuk (huid, mondslijmvlies), opvliegers (flushes), hooikoortsachtige reacties waaronder brandende-, dikke- tranende ogen en een jeukende volle neus.

Een tekort aan bepaalde nutriënten (denk aan vitamine D, omega 3 vetzuren, Gamma-linoleenzuur en vitaminen B) kan een negatieve bijdrage leveren aan het ontstaan en het beloop van ontstekingsreacties. Het is dus belangrijk om de voedingsstatus (vitaminen,mineralen) van iemand in kaart te brengen.

Per 1 januari 2013 mogen (natuur)diëtisten zelf voeding gerelateerde laboratoriumbepalingen aanvragen bij laboratoria.

Voedings- en laboratoriumtesten

Laboratoriumtesten urine bloed ontlasting en speekseltesten Natuurdiëtisten kunnen als geen ander uw voedingsstatus inschatten en adviezen geven op het gebied van voeding in relatie tot ziekte en gezondheid. Dit doen ze aan de hand van laboratoriumtesten.

Met laboratoriumbepalingen is de natuurdiëtist in staat uw voedingsstatus te bepalen en de dieetadviezen op maat te maken en door laboratoriummonitoring te evalueren en zo nodig bij te stellen.

Wij werken samen met de Duitse fabrikant van laboratoriumtesten Medivere. Medivere levert laboratorium diagnostische diensten waarbij de conventionele geneeskunde als ook aanvullende (complementaire) medische diagnostica en therapieën optimaal worden gecombineerd.

Op onze pagina over voedings- en laboratoriumtesten kunt u alle Medivere testen bekijken en bestellen.

1.C.M. Alexander, P.B. Landsman, S.M. Teutsch, S.M. Haffner. NCEP-Defined Metabolic Syndrome, Diabetes, and Prevalence of Coronary Heart Disease Among NHANES III Participants Age 50 Years and Older. Diabetes, May 2003;52:1210-1214 <br/>
2.M. Olesen, S. Eriksson, J. Bohr, G. Jarnerot, C. Tysk. Microscopic Colitis: a common diarrhoeal disease. An epidemicological study in Orebro, Sweden, 1993-1998. Gut 2004; 53:346-50 <br/>
3.L. Vigren, M. Olesen, C. Benoni, K. Sjoberg. Are collagenous and lymphocytic colitis different aspects of the same disease? Scand. J. Gastroenterol, December 1, 2012; 47(12): 1448-53 <br/>
4.J.J. Williams, L.P. Beck, C.N. Andrews, D.B. Hogan, A. Martin. Microscopic Colitis – A Common Cause of Diarrehoea in Older Adults. Age Agening. 2010;39(2):161-168 <br/>
5.W.J. Thijs, J. van Baarlen, J.H. Kleibeuker, J.J. Kolkman. Microscopic colitis: prevalence and distribution throughout the colon in patients with chronic diarrhoea. Ned. Tijdschr. Geneesk. 2005; 63(4): 137-40