skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1500 artikelen over gezondheid!

Hypergevoelig voor vitamine D

Eindelijk zijn er eenduidige vitamine D-adviezen en dan komt er een bericht wat weer tot grote verwarring zal leiden. In 2013 verschenen 3774 wetenschappelijke artikelen met vitamine D in de titel of in de samenvatting van Pubmed. In 2012 waren dit er 3099, dus een toename van meer dan 20%.

De belangrijkste onderzoeken omvatten 11 reviews, 5 observationele studies, een geografisch-ecologische studie, een laboratoriumstudie en een analyse van verzamelde gegevens uit gepubliceerde resultaten met daarop een repliek.

Veel studies leveren sterke onderbouwing op voor de rol van vitamine D in de positieve beïnvloeding van veel ziekten waaronder kanker, auto-immuunziekten, diabetes en hart- en vaatziekten.

Eén van de functies van vitamine D is de ontstekingsremmende werking. Een aantal ontstekingsmarkers, waaronder hCRP, interleukine-6 (IL6 ) en tumor-necrosefactor-alfa (TNF-alfa) worden positief beïnvloed door vit D-suppletie. Steeds vaker sluiten de uitkomsten aan bij eerdere onderzoeken waarin een verband was aangetoond tussen een lage 25 (OH)D-spiegel eneen verhoogd risico van ontstekingen.

Dit is belangrijk omdat ontsteking een sterke risicofactor is voor vele chronische ziekten. Ook in de jaren na 2013 ziet men een steeds grotere rol weggelegd voor vitamine D. Veel auteurs komen tot een aanbeveling van een serumwaarde voor 25(OH)D van tenminste 75 nmol/l. Maar is er nu toch een kanttekening bij vit D-suppletie?

Mutatie in het enzym CYP24A1

Naast steeds vaker gevonden hoge dosis vitamine B6 in het bloed, komt nu de mogelijkheid van een te hoge vitamine D- waarde in het bloed in beeld. Bij een mutatie in het enzym CYP24A1 wordt een teveel aan vitamine D niet afgebroken. Zo ontstaat een overdosis vitamine D, die hypercalciëmie geeft.

Dat gebeurt zelfs al bij een lage dosis vitamine D, die bij andere mensen geen enkel probleem veroorzaakt. Samen met Duitse en Canadese collega’s publiceerden de onderzoekers van het UMC St Radboud dit onderzoek [1] in het New England Journal of Medicine.

De hypercalciëmie kwam aan het licht in de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen in Engeland hoge doses vitamine D aan de melk werden toegevoegd om rachitis te voorkomen. ‘Binnen enkele jaren hadden enkele honderden kinderen hele hoge calciumspiegels in het bloed, vertoonden ze een duidelijke groeiachterstand en vertoonden ze tekenen van uitdroging en ernstige nierverkalking’, aldus Joost Hoenderop, hoogleraar fysiologie aan het UMC St Radboud.

‘Een klein aantal overleed zelfs aan de aandoening.’ De exacte oorzaak van de aandoening was niet duidelijk en daarom werd het Idiopathische Infantiele Hypercalciëmie genoemd (IIH).

Hoenderop heeft samen met René Bindels, eveneens hoogleraar fysiologie aan het UMC St Radboud, en Duitse en Canadese onderzoekers nu de oorzaak van de aandoening gevonden. Men ontdekte bij de IIH-patiënten dat genetische veranderingen in het afbraakenzym CYP24A1 ervoor zorgen dat het zijn werk niet meer doet.

Zo ontstaat stapeling van vitamine D in het lichaam. Het is nog niet duidelijk hoe vaak deze aandoening voorkomt. De onderzoekers adviseren dat artsen bij de diagnose hypercalciëmie voortaan alert zijn op deze genetische afwijking.

Betreft het hier een uitzondering door een genetische afwijking of zijn genafwijkingen het gevolg van vitamine D (en/of andere nutriënten)tekort? Het bekende kip of ei verhaal. Hieronder zal blijken hoe ingewikkeld het samenspel is van diverse factoren rondom het vitamine D verhaal.

Genen van invloed op vitamine D-tekort

Onderzoekers ontdekten in 2010 drie genetische varianten die mogelijk van invloed zijn op een vitamine D-deficiëntie. De resultaten [2] van de studie werden gepubliceerd in The Lancet. Van 33.996 Europeanen die deelnamen aan 15 cohortstudies werd het genotype en de concentratie 25-hydroxyvitamine D in het serum bepaald.

Personen met een hoge genotypescore, waarbij alle drie genvarianten aanwezig waren, hadden 2,5 keer meer kans op een vitamine D-concentratie lager dan 75 nmol/l en 2 keer meer kans op een concentratie lager dan 50 nmol/l in vergelijking met personen met een lage genotypescore. De drie genvarianten zijn betrokken bij het vitamine D-metabolisme en vitamine D-transport.

Meer dan de helft van de wereldbevolking heeft een ontoereikende vitamine D-status. Naast voldoende zonlicht is ook de voeding van belang. Zo zijn eieren, levertraan en vette vissoorten zoals zalm, makreel en haring een rijke bron van vitamine D.

Bij sommige personen is dit echter niet voldoende om een goede vitamine D-status te verkrijgen. De genetische varianten kunnen verklaren waarom deze maatregelen nog ontoereikend zijn.

Interactie tussen magnesium en Vitamine D

Een magnesiumtekort kan gepaard gaan met een lage productie van de actieve metabolieten van vitamine D [3]. Magnesium is noodzakelijk om alle enzymen te activeren die vitamine D omzetten. Magnesium is noodzakelijk voor de synthese van het DNA (de genetische code van onze cellen) en ook voor de werking van vitamine D bij de communicatie van bepaalde genen (activering of de-activering).

De absorptie van magnesium in de darm vindt in zowel het jejunum als het ileum plaats via actief of gemedieerd transport. De absorptie hangt af van talrijke factoren. De opname van magnesium wordt bevorderd door een eiwitrijk dieet, de juiste pH-waarde van de maag, de afscheiding van het bijschildklierhormoon en de aanwezigheid van vitamine D. Vitamine D speelt een rol bij de absorptie van magnesium in de darm.

De opname van magnesium wordt geremd door een teveel aan calcium, een darminhoud die rijk is aan vetten en vetzuren en de aanwezigheid van fytaten in plantaardige voedingsmiddelen. Meer dan de helft (40 à 50%) van het ingenomen magnesium wordt met de ontlasting uitgescheiden. Naast het niet-geabsorbeerde magnesium wordt ook een deel van het magnesium uitgescheiden als gevolg van factoren zoals stress en cafeïne.

Het vitamine D-metabolisme kan minder worden door factoren die de zogenaamde hydroxylatie van dit vitamine in de lever verstoren. Hydroxylering is een biochemische reactie waarbij een hydroxylgroep (OH) wordt toegevoegd aan een molecuul.

Deze reactie wordt aangestuurd door cytochroom P450, een enzymsysteem dat ook zorgt voor het elimineren van lichaamsvreemde stoffen (xenobiotica), geneesmiddelen en de synthetische vorm van vitamine D. Bepaalde geneesmiddelen, zoals fungicide middelen, antibiotica en bloeddrukverlagende middelen zoals calciumremmers, kunnen het cytochroom remmen en daardoor een (mede)oorzaak zijn van een tekort aan actief vitamine D.

Een andere oorzaak van een vitamine D-tekort is het gebruik van bepaalde geneesmiddelen, zoals corticoïden of anti-epileptica, die de eliminatie in de lever versterken. De combinatie van vitamine D3 en magnesium is belangrijk voor een goede activering van de vitamine D-receptor.

Synthese en stofwisseling van vitamine D

Vrijwel alle vitamine D in het lichaam wordt in de huid geproduceerd uit in het lichaam aanwezig cholesterol waaraan eerder door inwerking van enzymen een waterstofatoom is onttrokken (op de 7e positie, vandaar de naam van deze tussenvorm: 7-dehydrocholesterol).

Onder invloed van UV-B straling uit zonlicht wordt 7-dehydrocholesterol omgezet in previtamine D3, dat vervolgens onmiddellijk wordt omgezet in vitamine D3. In de huid worden de hoogste concentraties van 7-Dehydrocholesterol aangetroffen.

Uit de voeding afkomstige vitamine D2 en vitamine D3 wordt in de dunne darm geresorbeerd. In chylomicronen wordt het vervolgens via het lymfevatenstelsel naar de veneuze bloedsomloop getransporteerd. Het wordt of in het vetweefsel opgeslagen, of in de lever tot 25(OH)Vitamine D3 gehydroxyleerd.

Vitamine D circuleert via de bloedsomloop door het hele lichaam, gebonden aan het zogenoemde ‘vitamine D-bindend proteïne’ (VDBP). Op deze wijze wordt het ook naar de lever getransporteerd.

Vooral in de lever, maar ook in een aantal andere lichaamsweefsels, wordt vitamine D3 (en D2) via het enzym vitamine D3-25-hydroxylase omgezet in calcidiol (25-hydroxyvitamine D of kortweg 25-OH D3). Deze metaboliet van vitamine D heeft slechts een geringe biologische activiteit.

Calcidiol wordt uiteindelijk in de nieren onder invloed van 25-hydroxyvitamine D3 1-alpha-hydroxylase (een cytochroom P450 enzym in de proximale tubulus) omgezet in het actieve hormoon calcitriol (1α,25-dihydroxycholecalciferol). De vorming van calcitriol in de nieren wordt gestimuleerd door het parathormoon, evenals door de hoeveelheid calcium en fosfor in het bloed.

Vitamine D-receptoren komen voor in darmweefsel, en botweefsel, maar ook in andere weefsels, met name de hersenen, de borst, prostaatweefsel en lymfocyten. Calcitriol is behalve cofactor bij de calciumopname/regulering tevens een belangrijk hormoon dat ongeveer 2000 van onze 30.000 genenactiviteit reguleert.

Vitamine D-deficiëntie kan het gevolg zijn van onvoldoende inname, inadequate blootstelling aan zonlicht (minimaal zonkracht 3; zie RIVM; dagelijkse zonkracht), aandoeningen die de absorptie remmen, aandoeningen die de omzetting van vitamine D in actieve metabolieten remmen (waaronder aandoeningen van lever of nieren), of (zelden) door een aantal erfelijke aandoeningen.

Verband vitamine D en de werking van de schildklier

Onderzoek [4] laat zien dat de ernst van hypothyreoïdie verband houdt met het vitamine D-gehalte. Zestig personen, waarvan dertig met hypothyreoïdie, werden voor het onderzoek in twee groepen ingedeeld. De controlegroep bestond uit gezonde personen zonder hypothyreoïdie of andere chronische aandoeningen. Deze personen gebruikten geen vitamine D.

Er werd een volledige anamnese afgenomen en de gehaltes T3, T4, TSH (Thyroïd Stimulerend Hormoon), calcium en vitamine D werden gemeten. Vitamine D-deficiëntie werd gedefinieerd als een serumniveau van lager dan of gelijk aan 50 nmol/L. Zowel het vitamine D- als calciumgehalte bleek structureel lager te liggen bij hypothyreoïdiepatiënten dan in de controlegroep.

Bij beide groepen werd een significante relatie gevonden tussen vitamine D en calcium. Wanneer deze gehaltes werden vergeleken met het gehalte TSH bestond er een negatieve correlatie. Dit suggereert volgens de onderzoekers dat de mate van vitamine D-tekort en de ernst van hypothyreoïdie significant met elkaar verbonden zijn.

Twee werkingsmechanismen kunnen als mogelijke verklaring dienen voor de lage vitamine D-gehaltes bij hypothyreoïdiepatiënten. De lage vitamine D-gehalten kunnen het resultaat zijn van slechte opname van vitamine D in de darmen, maar ook doordat het lichaam vitamine D niet naar behoren kan activeren.

Grootschaliger onderzoek is nodig om te bepalen welk werkingsmechanisme hieraan ten grondslag ligt. Ook moet nog onderzocht worden of vitamine D-tekort hypothyreoïdie veroorzaakt, of dat het tekort een gevolg is van deze aandoening. Desalniettemin is het volgens de onderzoekers sowieso aan te bevelen om alle patiënten met hypothyreoïdie te testen op vitamine D-tekort.

Meer allergieën bij vitamine D-gebrek

Kinderen en jongeren hebben een grotere kans op allergische reacties wanneer hun vitamine D-spiegel onvoldoende is. Een studie[5] werd uitgevoerd bij meer dan 3000 kinderen en jongeren en bijna 3500 volwassenen. De vitamine D-concentratie werd gerelateerd aan het aantal allergische reacties.

Bij kinderen en jongeren met een vitamine D-tekort (gedefinieerd als een concentratie <37,5 nmol/l) was de kans op een allergische reactie groter voor 11 van de 17 geteste allergenen. In vergelijking met een normale vitamine D-concentratie (>75 nmol/l) leidde een tekort tot een 2,4 significant hogere kans op een pinda-allergie.

De kans op een allergie voor de bloem ambrosia was met 1,8 keer significant groter en de kans op een eikenallergie was met 4,8 keer significant groter. Ook voor de andere allergenen was het risico van een allergische reactie bij een tekort aan vitamine D significant groter.

Vitamine D-toxiciteit

Uit gegevens van het U.S. Poison Control Center[6] blijkt het volgende. In het jaar 2000 waren er in de Verenigde Staten 196 meldingen van een overdosis vitamine D. In 2014 was dit aantal gestegen naar 4.535 meldingen.

Ondanks de stijging van het aantal meldingen is het aantal gevallen met ernstige vitamine-D-toxiciteit niet gestegen. Gedurende deze periode van 15 jaar waren er slechts 5 ernstige gevallen met vitamine-D-toxiciteit (geen doden). Van deze 5 gevallen waren er 2 zuigelingen die vitamine-D-druppels in de luchtpijp hadden gekregen en daardoor ademhalingsproblemen kregen.

De andere 3 gevallen betrof volwassen personen met een chronisch te hoge inname van vitamine D:
– 55-jarige man met agitatie, verwardheid, elektrolytstoornissen, nierfalen en toevallen
– 78-jarige man met lethargie, elektrolytstoornissen, nierfalen en ademhalingsproblemen
– 53-jarige vrouw met verhoogde kreatinineklaring, nierfalen, elektrolytstoornissen en hypertensie

Daarnaast waren er 106 personen die met een vitamine-D-overdosis zichzelf van het leven probeerde te beroven maar hierin niet slaagden.

Commentaar NDN

Wat is nu de les van bovengenoemde bevindingen voor de dagelijkse praktijk? Meten is iets meer weten, dus een bloedonderzoek is altijd aan te bevelen (dit geldt niet alleen voor vitamine D, maar ook voor andere nutriënten). Bij veel zieke mensen wordt nauwelijks onderzoek gedaan naar hun voedingsstatus.

Meer dan 70% van de patiënten met de ziekte van Crohn heeft een vitamine D-tekort. De opname van deze vitamine blijkt 30% minder bij Crohnpatiënten in vergelijking met gezonde proefpersonen [7]. Ook varieert de biologische beschikbaarheid per patiënt. Met dit gegeven kan het zinvol zijn om een biologische beschikbaarheidstest uit te voeren om de juiste dosering van vitamine D vast te stellen.

Maar ook voor ‘gezonde’ mensen die van alles slikken om gezond te blijven is dat raadzaam. Overdosering zoals van vitamine B6, die steeds vaker in het nieuws is, moet voorkomen worden. Tot nog toe zijn er meer vitamine D-tekorten gevonden dan toxische bloedgehalten. Dit is ook de ervaring van veel natuurdiëtisten.

Een enkele keer zien we echter reacties in de praktijk bij vitamine D- suppletie zoals: hartkloppingen, hoge bloeddruk, spiertrillingen, misselijkheid, opgejaagde schildklier, eetbuien, krampen, hoofdpijn, gevoelige leverstreek.

In een artikel in de Journal of Dietary Supplements van 2013 wordt gesteld dat dagelijks gebruik van supplementen de zorgkosten drastisch kan verlagen.
Een Deense onderzoek laat zien dat mensen met een te hoog vitamine D-gehalte in hun bloed eerder overlijden.

“We hebben het bloed bestudeerd van bijna 250.000 mensen,” legt onderzoeker Darshana Durup uit. “Op basis van de resultaten kunnen we een grafiek tekenen die laat zien dat zowel te veel als te weinig vitamine D schadelijk is.” Het is onduidelijk waar de grotere sterftekans vandaan komt. Vervolgonderzoek zal dit uit moeten wijzen.

Volgens Durup plaatst het onderzoek in ieder geval vraagtekens bij de aanname dat je nooit te veel vitamine D kunt binnenkrijgen. Daar sluit de NDN zich bij aan. Kritisch durven kijken of suppletie ook echt nodig is (zonder een alles of niets stelling) kan nooit kwaad. Maar, zelden onderzoek doen in de dagelijkse praktijk naar nutriëntentekorten in het bloed, kan op termijn wel kwaad.

Voedings- en laboratorium zelftesten

Laboratoriumtesten urine bloed ontlasting en speekseltesten Wij werken samen met de grote Duitse fabrikant van laboratoriumtesten Medivere. Medivere levert laboratorium diagnostische diensten waarbij de conventionele geneeskunde als ook aanvullende (complementaire) medische diagnostica en therapieën optimaal worden gecombineerd.

Op onze pagina over voedings- en laboratoriumtesten kunt u alle hierbovengenoemde Medivere testen bekijken en zelf bestellen.

Literatuur en links:

Nieuw licht op vitamine D en chronische ziekten ‘Nieuw licht op vitamine D en chronische ziekten’ is een publicatie van Dr. Schuitemaker, waarin hij onderbouwt dat vitamine D al decennialang wereldwijd wordt onderschat. In het boek kunnen mensen lezen hoe ze zich met deze vitamine écht kunnen beschermen tegen osteoporose, kanker, hart- en vaatziekten en mogelijk zelfs tegen diabetes, reuma, multiple sclerose, depressie en tuberculose.

Het boek ‘Nieuw licht op vitamine D en chronische ziekten’ bij Bol.com

Referenties:
[1] Karl P. Schlingmann, M.D., Martin Kaufmann, Ph.D., Stefanie Weber, M.D., Andrew Irwin, B.Sc., Caroline Goos, Ulrike John, M.D., Joachim Misselwitz, M.D., Günter Klaus, M.D., Eberhard Kuwertz-Bröking, M.D., Henry Fehrenbach, M.D., Anne M. Wingen, M.D., Tülay Güran, M.D., Joost G. Hoenderop, Ph.D., René J. Bindels, Ph.D., David E. Prosser, Ph.D., Glenville Jones, Ph.D., and Martin Konrad, M.D. Mutations in CYP24A1 and Idiopathic Infantile Hypercalcemia. N Engl J Med 2011; 365:410-421

[2] Wang TJ, Zhang F, [..], Spector TD. Common genetic determinants of vitamin D insufficiency: a genome-wide association study. Lancet 2010; 376:180-8

[3] Kelishadi R, Ataei E, Ardalan G, et al. Relationship of Serum Magnesium and Vitamin D Levels in a Nationally-Representative Sample of Iranian Adolescents: The CASPIAN-III Study. International Journal of Preventive Medicine. 2014;5(1):99-103.

[4] Dr. Amal Mohammed Husein Mackawy et al., Vitamin D Deficiency and Its Association with Thyroid Disease, Int J Health Sci (Qassim). 2013 Nov; 7(3): 267–275.

[5] Sharief S, Jariwala S, [..], Melamed ML. Vitamin D levels and food and environmental allergies in the United States: Results from the National Health and Nutrition Examination Survey 2005-2006. J Allergy Clin Immunol 2011 [Epub ahead of print]
[6] Spiller H.A., Good T.F., Spiller N.E. et al. (2015). Vitamin D exposures reported to US poison centers 2000-2014: Temporal trends and outcomes. Hum. Exp. Toxicol.: [Epub ahead of print].

[7] Farraye FA, Nimitphong H, [..], Holick MF. Use of a novel vitamin d bioavailability test demonstrates that vitamin D absorption is decreased in patients with quiescent crohn’s disease. Inflamm Bowel Dis 2011 [Epub ahead of print]
[8] Shanahan CJ, de Lorimier R.J, From Science to Finance-A Tool for Deriving Economic Implications from the Results of Dietary Supplement Clinical Studies. Diet Suppl. 2014 Aug 28. [Epub ahead of print]

Vitamine D bloedtest

Vitamine D bloedtestVerkoopprijs (incl. BTW): € 33,95
Koop deze test hier
Laboratorium analyse van 25-(OH)-vitamine D3 in het bloed. Ter bepaling van de vitamine D-status.

Vitamine D is een in vet oplosbare “vitamine”, dat wordt gesynthetiseerd uit endogeen cholesterol. Er is gelet op de oorsprong, de synthese en zijn functies een verwantschap met steroïde hormonen. Aan een deel van de behoefte wordt voldaan door fotochemische synthese van vitamine D in de huid.

Migratie van mensen vanuit Centraal Afrika naar het noorden leidde tot een blekere huid en dus tot een “effectiever” gebruik van UV-straling. Desondanks voldoet de intensiteit van de zon in de winter in Europa niet aan de vraag!

De synthese van vitamine D is ook sterk afhankelijk van de bestede tijd in de buitenlucht, tijd van de dag, de hoogte en de breedtegraad, het seizoen, de luchtvervuiling, de aard van de kleding, de huidpigmentatie, leeftijd, de bewolking en de toegepaste zonnebrandcrème (bij permanent gebruik van SPF 15 is de vitamine D-productie verlaagd met 99,5%). In de Eskimo-studie van het Robert Koch Instituut en de Universiteit van Paderborn werd de inname van voedingsstoffen bij kinderen bestudeerd.

In de groep van 6-11-jaar was bij 100% van de proefpersonen de inname lager dan de door de Duitse vereniging voor voeding aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Onderzoek bij volwassenen liet eveneens een tekort aan vitamine D zien – vooral in de wintermaanden.

Vitamine D speelt niet alleen een belangrijke rol in de calcium- en botstofwisseling.
Nieuwe bevindingen vanuit de wetenschap tonen aan dat te weinig vitamine D kan leiden tot verstoringen in het immuunsysteem, tot een verhoogd kankerrisico of tot een verhoogd cardiovasculair risico.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen